Trillende handen

Trillende handen

Deze webpagina gaat over ‘trillende handen’. Het is een veel voorkomende klacht. De ernst kan uiteenlopen van nauwelijks merkbaar trillen tot zeer heftig trillen van de handen. Het kan daardoor zeer lastig worden om bepaalde dagelijkse handelingen te verrichten. Ook kan het leiden tot gevoelens van schaamte.

De kans om last te krijgen van trillen van de handen neemt toe met de leeftijd. Soms kan het echter ook bij jongen mensen ontstaan. Er zijn veel redenen waarom één of beide handen kunnen gaan trillen.

De medische term voor trillende handen is ‘tremor van de handen’.

Welke oorzaken zijn er?

Trillen van de handen komt vaak voor als uiting van stress of gevoelens van angst. Daarnaast zijn er ziekten van het zenuwstelsel die trillende handen kunnen veroorzaken.

Een veel voorkomende oorzaak van trillen van de handen is overmatig gebruik van alcoholische drank (alcoholverslaving).

Ook te veel koffie drinken kan trillen van de handen veroorzaken.

Verder zijn er een aantal aandoeningen van de hersenen die trillende handen kunnen veroorzaken. Het bekendste voorbeeld is de ziekte van Parkinson. Andere voorbeelden zijn beroerte en multiple sclerose. Aandoeningen van de kleine hersenen geven vaak bewegingsstoornissen, waaronder trillen.

Ook psychische aandoeningen, zoals angststoornissen, leiden vaak tot trillen. Soms is er specifiek angst om te gaan trillen. Dan wordt wel gesproken van ‘trilangst’.

Mensen met nierziekten kunnen ook bevende handen hebben.

Ten slotte kunnen ook geneesmiddelen en drugs bevingen van de hand geven. Voorbeelden van medicijnen die trillen van de handen kunnen veroorzaken zijn prednison en ciclosporine. Voorbeelden van drugs die trillende handen kunnen geven zijn amfetamine en cocaïne.

Als er geen onderliggende oorzaak wordt gevonden wordt gesproken van ‘essentiële tremor‘. Vaak komt dit in de familie voor. Dan wordt gesproken van ‘familiaire tremor’.

Kijk voor een uitgebreid overzicht van oorzaken van trillende handen onderaan deze webpagina.

Hoe vaak komt het voor?

Trillen van de handen is een vaak voorkomende klacht. Het komt vooral voor bij mensen op middelbare en oudere leeftijd, en ongeveer even vaak bij mannen als bij vrouwen.

Behandeling trillende handen

De behandeling van beven van de handen is afhankelijk van de onderliggende oorzaak. Bij een aantal oorzaken is het goed mogelijk om er zelf iets aan te doen. Bij andere oorzaken is behandeling door de huisarts of een medisch specialist noodzakelijk.

Wat kan ik zelf doen?

Te veel koffie drinken is een redelijk vaak voorkomende oorzaak voor tremor van de handen. Minder koffie drinken zal dan snel verlichting van de klachten geven.

Is de oorzaak overmatig alcoholgebruik, dan ligt het voor de hand om de inname van alcoholische drank te minderen. Tijdens het afbouwen van het alcoholgebruik kan het trillen tijdelijk toenemen.

Wat kan de arts doen?

De arts kan medicijnen voorschrijven om het trillen tegen te gaan.

Als het beven van de handen wordt veroorzaakt door een ziekte – bijvoorbeeld de ziekte van Parkinson – dan zullen vaak geneesmiddelen worden voorgeschreven.

Sommige vormen van tremor worden minder door behandeling met beta-blokkers, zoals propanolol.

Trillen bij angststoornissen wordt vaak behandeld met medicijnen die de gevoelens van angst verminderen (anxiolytica).

Engelse vertaling

trembling hands, tremor of the hands

ICD10-code

R25.1


Trillende handen – Differentiaal Diagnose (DD)

Hieronder een uitgebreide lijst met oorzaken van trillen of beven van de handen. He getal achter de oorzaak is een schatting van het aantal mensen dat jaarlijks in Nederland vanwege die oorzaak trillende handen heeft.

Zeer vaak voorkomende oorzaken van trillende handen: >10.000/jaar

  • angst – 30.000
  • dronkenschap (alcoholintoxicatie (intentioneel)) – 24.250
  • gebruik van prednison – 23.050
  • alcoholverslaving (chronisch alcoholisme) – 22.995
  • chronische hyperventilatie (chronische hyperventilatie syndroom) – 18.420
  • stoppen met het gebruik van kalmerende middelen / slaapmiddelen (benzodiazepineonttrekkingssyndroom) – 15.525
  • veel koffie drinken (overmatige consumptie van koffie) – 14.350
  • paniekaanval (paniekstoornis) – 12.894
  • gegeneraliseerde angststoornis – 11.856

Vaak voorkomende oorzaken van trillende handen: >1.000/jaar

  • verlaagd glucose gehalte in het bloed (hypoglycemie) – 9.850
  • stoppen met het gebruik van SSRI’s (SSRI onttrekkingssyndroom) – 9.480
  • plankenkoorts (podiumangst) – 7.675
  • essentiële tremor – 7.115
    • familiaire tremor – 4.585
  • stoppen met roken (nicotineonttrekkingsverschijnselen) – 4.240
  • vliegangst – 3.740
  • alcoholonthoudingsverschijnselen (alcoholonttrekkingssyndroom) – 3.618
  • ziekte van Parkinson (morbus Parkinson) – 2.831
  • sociale angststoornis (sociale fobie) – 2.718
  • trilangst (trilfobie) – 2.438
  • alkalose – 2.370
  • syndroom van Wernicke-Korsakoff – 1.768
  • pleinvrees (agorafobie) – 1.553
  • onbegrepen klachten (functionele klachten) – 1.500
  • secundair parkinsonisme – 1.320
  • ziekte van Graves (morbus Graves) – 1.246
  • lewy-lichaampjesdementie (Lewy body-dementie) – 1.238
  • faalangst – 1.070
  • gebruik van paroxetine (Seroxat) – 1.034
  • magnesiumtekort (magnesiumdeficiëntie) – 1.020

Zeldzame oorzaken van trillende handen: <1.000/jaar

  • cannabisvergiftiging (cannabisintoxicatie) – 822
  • gebruik van cafeïnepillen (gebruik van voedingssupplementen met cafeïne) – 768
  • gebruik van lithium – 768
  • ontsteking van de schildklier na de zwangerschap (postpartum thyreoïditis) – 750
  • gebruik van amfetamine (speed) – 718
  • stoppen met het gebruik van tramadol (Tramagetic) (onthoudingsverschijnselen na tramadol (Tramagetic) gebruik) – 685
  • paniekstoornis met pleinvrees (paniekstoornis met agorafobie) – 659
  • rillen na een operatie (postoperatief rillen) – 653
  • zouttekort (hyponatriëmie) – 548
  • gebruik van diclofenac (Voltaren, Cataflam, Arthrotec) – 500
  • dementie bij ziekte van Parkinson – 499
  • onderkoeling (hypothermie) – 495
  • chronische vermoeidheidssyndroom – 444
  • stoppen met het (langdurig) gebruik van cocaïne (cocaïne onttrekkingssyndroom) – 407
  • alcoholonttrekkingsdelier (delirium tremens) – 404
  • gebruik van cocaïne – 353
  • herseninfarct (cerebraal infarct) – 345
  • slecht werkende nieren (acute nierinsufficiëntie) – 336
  • aanpassingsstoornis – 331
  • stress – 300
  • aantasting van het perifere zenuwstelsel (perifere neuropathie) – 280
  • cocaïne overdosis (cocaïne intoxicatie) – 268
  • gebruik van LSD – 268
  • parkinsonisme door geneesmiddelen (door geneesmiddelen geïnduceerd parkinsonisme) – 265
  • blootstelling aan SSRI’s in de baarmoeder (blootstelling aan SSRI’s tijdens de foetale periode) – 260
  • gebruik van citalopram (Cipramil) – 238
  • idiopathische tremor – 232
  • beknelling van het ruggenmerg in de nek door wervelslijtage (cervicale spondylotische myelopathie) – 203
  • gebruik van Symbicort (budesonide/formoterol) – 203
  • verzuring door alcoholgebruik (alcoholische ketoacidose) – 202
  • conversiestoornis – 199
  • stoppen met het (langdurig) gebruik van heroïne (heroïne-abstinentiesyndroom ) – 191
  • gebruik van ciclosporine (Sandimmune, Neoral) – 187
  • foetaal alcoholsyndroom – 176
  • ziekte van Plummer (toxisch multinodulair struma) – 168
  • gebruik van salbutamol (Ventolin) – 154
  • overdosis lithium (lithiumintoxicatie) – 149
  • schrijfkramp – 144
  • schildklierontsteking van De Quervain (subacute thyreoïditis van DeQuervain) – 142
  • zouttekort door het drinken van bier (bierdrinkershyponatriëmie) – 137
  • stoppen met het gebruik van GHB (GHB-onthoudingssyndroom) – 136
  • baby van moeder met suikerziekte (diabetes) – 130
  • serotoninesyndroom – 121
  • parkinsonisme door aantasting van de bloedvaten (vasculair parkinsonisme) – 119
  • gebruik van sertraline (Zoloft) – 118
  • complex regionaal pijnsyndroom type I – 111
  • hersenbloeding (intracraniële bloeding) – 101
  • gebruik van Zovirax (aciclovir) – 100

Zeer zeldzame oorzaken van trillende handen: <100/jaar

  • alcoholvergiftiging (alcoholintoxicatie (niet intentioneel)) – 97
  • postnatale depressie – 93
  • gebruik van salmeterol (Seretide) – 76
  • slaapgebrek (chronisch slaaptekort) – 75
  • gebruik van droperidol injecties – 73
  • multiple sclerose – 72
  • adrenerg postprandiaal syndroom – 71
  • malaria – 69
  • trombose van de nierader (niervenetrombose) – 68
  • dystonie van de hand – 64
  • vitamine B1-tekort (thiaminedeficiëntie) – 62
  • stille schildklierontsteking (stille thyreoïditis) – 61
  • gebruik van claritromycine (Klacid) (gebruik van claritromycine (Klacid)) – 58
  • slecht werkende lever (acuut leverfalen) – 56
  • syndrome of inappropriate ADH-secretion (syndrome of inappropriate ADH-secretion) – 55
  • feochromocytoom (feochromocytoom) – 54
  • schildklieradenoom (schildklieradenoom) – 54
  • aantasting van de hersenen door slecht werkende nieren (uremische encefalopathie) – 47
  • verhoogd natrium gehalte in het bloed (hypernatriëmie) – 43
  • gebruik van salmeterol/fluticason (Seretide) – 42
  • gebruik van alprazolam (Xanax) – 40
  • meervoudige systeematrofie (multisysteematrofie) – 35
  • reactieve hypoglycemie – 34
  • gebruik van lidocaïne – 28
  • aantasting van de hersenen door ziekte van de lever (hepatische encefalopathie) – 28
  • kwikvergiftiging (kwikintoxicatie) – 26
  • gebruik van levothyroxine (merknamen: Thyrax, Euthyrox, Eltroxin etc.) – 25
  • gebruik van imipramine – 25
  • gebruik van tetrabenazine (Tetmodis, Xenazine) – 24
  • enterovirusinfectie (banale enterovirusinfectie) – 24
  • gebruik van montelukast (Singulair) – 24
  • nekdystonie (cervicale dystonie) – 22
  • zenuwwortelpijn vanuit de nek (cervicale radiculopathie) – 22
  • gebruik van labetalol (infuus) – 21
  • gebruik van Zelitrex (valaciclovir) – 20
  • gebruik van trimetazidine (Vastarel) – 19
  • amfetaminevergiftiging (amfetamine-intoxicatie) – 18
  • stoppen met het gebruik van van morfine of morfine-achtige geneesmiddelen (opiaatonttrekking) – 17
  • gebruik van valproïnezuur (Depakine, Convulex) – 16
  • tekort aan mangaan (mangaandeficiëntie) – 15
  • gebruik van Exelon (rivastigmine) – 15
  • ziekte van Parkinson bij jongeren (juveniele Parkinson-ziekte) – 15
  • gebruik van amiodaron (Cordarone) – 14
  • hepatocerebrale degeneratie – 14
  • gebruik van lenalidomide (Revlimid) – 12
  • vernauwing van de darmslagader (stenose van de A. mesenterica) – 11
  • corticobasale degeneratie (corticobasale degeneratie) – 11
  • trilling in de beenspieren bij stilstaan (idiopathische orthostatische tremor) – 11
  • gebruik van Xyrem (natriumoxybaat) – 11
  • gebruik van varenicline (Champix) – 10
  • dumpingsyndroom (postgastrectomiesyndroom) – 10
  • verwonding van de hersenen (hersenletsel) – 10
  • chronische traumatische encefalopathie – 10

Extreem zeldzame oorzaken van trillende handen: <10/jaar

  • afgenomen doorbloeding van de darmslagader (ischemie van de darmen) – 9
  • gebruik van clozapine (Leponex) – 9
  • gebruik van tacrolimus (Prograf) – 9
  • ziekte van Pick (frontotemporale dementie) – 8
  • insulinoom – 8
  • progressieve supranucleaire verlamming (progressieve supranucleaire paralyse) – 8
  • gebruik van venlafaxine (Efexor) – 8
  • organisch psychosyndroom (chronische toxische encephalopathie) – 6
  • syndroom van Zieve – 6
  • trombose van de darmslagader (trombose van de A. mesenterica) – 6
  • multifocale motore neuropathie – 6
  • thyreotoxische crisis – 6
  • primaire gegeneraliseerde dystonie – 5
  • thalliumvergiftiging (thalliumintoxicatie) – 5
  • gebruik van fosinopril (Monopril) – 5
  • gebruik van levofloxacine tabletten – 5
  • lidocaïneoverdosering (lidocaïne-intoxicatie) – 5
  • gebruik van topiramaat – 5
  • gebruik van fentanyl tabletten of zuigtabletten (Abstral, Actiq, Breakyl, Effentora, Recivit) – 4
  • gebruik van risperidon (Risperdal) – 4
  • gebruik van Foster NEXThaler inhalator (beclometason en formoterol) – 4
  • syndroom van Benedikt – 4
  • ziekte van Pierre Marie-Bamberger (hypertrofische osteoartropathie) – 4
  • tekort aan het enzym arginase I (argininemie) – 3
  • roze ziekte (acrodynie) – 3
  • parkinsonisme na een ontsteking aan de hersenen (postencefalitisch parkinsonisme) – 3
  • gebruik van pimozide (Orap) – 3
  • gebruik van allergeenextract graspollen (Allergovit, Alutard, Pollinex, Purethal) – 3
  • gebruik van dexamfetamine (Amfexa) – 3
  • maligne antipsychoticasyndroom – 3
  • gebruik van Vimpat (lacosamide) – 3
  • kwaadaardig feochromocytoom (maligne feochromocytoom) – 3
  • letale katatonie (acute letale katatonie) – 3
  • gebruik van pindolol (Viskeen) – 3
  • gebruik van Invega® (paliperidon) – 3
  • fenylketonurie – 2
  • gebruik van gabapentine – 2
  • gebruik van DuaklirGenuair (aclidinium bromide/formoterol) – 2
  • gebruik van Humira (adalimumab) – 2
  • gebruik van Xeplion® (paliperidon) – 2
  • gebruik van Revolade (eltrombopag) – 2
  • styreenvergiftiging (styreenintoxicatie) – 2
  • autosomaal dominante spinocerebellaire ataxie type 3 – 2
  • gebruik van pregabaline (Lyrica) – 2
  • gebruik van Victrelis (boceprevir) – 2
  • te snel werkende schildklier door gebruik van schildklierhormoontabletten (exogene hyperthyreoïdie door schildklierhormoontabletten) – 2
  • chronische ontsteking van de spieren (polymyositis) – 2
  • gebruik van zoledroninezuur (Aclasta) – 2
  • gebruik van zoledroninezuur (Zometa) – 2
  • hersenabces (cerebraal abces) – 1
  • gebruik van baclofen – 1
  • gebruik van budenoside tabletten of capsules (Budenofalk, Cortiment, Entocort) – 1
  • ziekte van Hartnup – 1
  • gebruik van voriconazol (Vfend) – 1
  • aceetaldehyde syndroom – 1
  • te snel werkende schildklier door eten van met schildklier verontreinigd vlees (exogene hyperthyreoïdie door eten van met schildklier verontreinigd vlees) – 1
  • ziekte van Creutzfeldt-Jakob – 1
  • molazwangerschap (mola hydatidosa) – 1,1
  • gebruik van Galvus® (vildagliptine) – 1,0
  • mangaanvergiftiging (mangaanintoxicatie) – 1,0
  • ziekte van Binswanger (subcorticale leukencefalopathie) – 1,0
  • mixed connective tissue disease – 0,9
  • te snel werkende schildklier door andere oorzaak van buitenaf (exogene hyperthyreoïdie) – 0,9
  • periodieke verlamming tijdens thyreotoxische crisis (thyreotoxische periodieke paralyse) – 0,9
  • aantasting van de zenuwschede van zenuwcellen in de hersenstam (centrale pontiene myelinolyse) – 0,9
  • West-Nijl koorts (West-Nijl virusinfectie) – 0,9
  • proximale myotone myopathie (myotone dystrofie type 2) – 0,8
  • gebruik van Eucreas® (vildagliptine + metformine) – 0,8
  • refeeding-syndroom – 0,8
  • gebruik van mesalazine (Asacol, Pentasa, Salofalk) – 0,7
  • neuroferritinopathie – 0,6
  • aangeboren verhoging van het insulinegehalte in het bloed (congenitaal hyperinsulinisme) – 0,5
  • gebruik van levofloxacine infusievloeistof – 0,5
  • gebruik van prucalopride (Resolor) – 0,5
  • gebruik van theofylline (Theolair) – 0,5
  • gebruik van trazodon (Trazolan) – 0,5
  • ziekte van Segawa (dopa-responsieve dystonie (dominante vorm)) – 0,5
  • gebruik van amikacine injectie/infuus – 0,5
  • conversiestoornis met convulsie-aanvallen – 0,4
  • tetanus – 0,4
  • gebruik van adrenaline autoinjector (EpiPen) – 0,4
  • gebruik van trimetazidine als doping – 0,4
  • stralingsziekte (acute stralingsziekte) – 0,4
  • ziekte van Wilson (hepatolenticulaire degeneratie) – 0,3
  • craniofaryngioom – 0,3
  • gebruik van Trobalt (retigabine) – 0,3
  • gebruik van zonisamide – 0,3
  • gebruik van Cymevene (ganciclovir) – 0,3
  • gebruik van pembrolizumab (Keytruda) – 0,3
  • ziekte van Niemann-Pick – 0,3
  • gebruik van doxylamine – 0,3
  • gebruik van duloxetine (Cymbalta) – 0,3
  • ataxie van Friedreich – 0,2
  • syndroom van Segawa – recessieve vorm (dopa-responsieve dystonie (recessieve vorm)) – 0,2
  • gebruik van alglucosidase alfa (Myozyme) – 0,2
  • murray-valley-encefalitis – 0,2
  • ontsteking van de hersenen door het St.-Louis-encefalitis virus (St.-Louis-encefalitis) – 0,2
  • gebruik van cyproheptadine – 0,2
  • gebruik van Copaxone (glatirameer) – 0,2
  • ziekte van Lhermitte-Duclos – 0,2
  • luchtembolie – 0,2
  • cysticercose van het zenuwstelsel (neurocysticercose) – 0,2
  • ziekte van Hallervorden-Spatz – 0,1
  • syndroom van Gitelman – 0,1
  • spinnenbeet – 0,1
  • tekort aan het enzym guanidinoacetate methyltransferase (guanidinoacetate methyltransferase deficiëntie) – 0,1
  • syndroom van Papillon-Léage-Psaume (orofaciodigitaal syndroom type 1) – 0,1
  • tekort aan het enzym carnosinase (carnosinemie) – 0,1
  • syndroom van Chédiak–Higashi – 0,1
  • gebruik van nilotinib (Tasigna) – 0,1
  • syndroom van Susac (retinocochleacerebrale vasculopathie) – 0,1
  • hersenvliesontsteking door Toscana-virus (meningitis door Toscana-virus) – 0,07
  • byssinose – 0,06
  • gebruik van tacrine – 0,05
  • aceruloplasminemie – 0,04
  • gebruik van Yervoy (ipilimumab) – 0,04
  • syndroom van Bartter – 0,03
  • vlaswerkersziekte – 0,03
  • ontsteking van de hersenen door het Kunjin virus (Kunjin-encefalitis) – 0,03
  • milk sickness (tremetol intoxicatie) – 0,02
  • gebruik van Prialt (ziconotide) – 0,02
  • gebruik van octocog alfa (Kogenate, Kovaltry, Advate, Helixate Nexgen) – 0,02
  • gebruik van Striverdi Respimat (olodaterol) – 0,02
  • fucosidose type I – 0,02
  • fucosidose type II – 0,02
  • epidemische slaapziekte (encephalitis lethargica) – 0,02
  • syndroom van Aicardi–Goutières – 0,02
  • Huntington’s disease-like 2 – 0,01
  • syndroom van Segawa (L-dopa sensitieve dystonie) – 0,01
  • voedselvergiftiging door eten van schaaldieren – 0,01
  • familial isolated vitamin E deficiency – 0,01
  • kuru – 0,002

Gepubliceerd door: Simpto.nl
Publicatiedatum: 22 oktober 2017
Auteur: Erwin Douwes
Laatst bijgewerkt op: 22 oktober 2017


Synoniemen voor trillende handen zijn trillen handen, handen trillen, bevende hand, bevende handen, beven handen, beven hand, trillen hand, hand beeft, handen beven, tremor handen, tremor van de handen, handen bibberen, bibberen van de handen, en bibberende handen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *