Spierpijn

Spierpijn als symptoom

Iedereen heeft wel eens spierpijn gehad, bijvoorbeeld na een lange wandeling of sportieve inspanning. Dat is een normale reactie van het lichaam op lichamelijke inspanning. Spierpijn kan echter ook voorkomen als symptoom van een ziekte of als bijwerking van geneesmiddelen. Daarover gaat deze webpagina.

spierpijn in de schouders

De medische naam voor spierpijn is ‘myalgie’.


Oorzaken spierpijn

Er zijn ruim 400 verschillende oorzaken voor spierpijn. De meeste oorzaken zijn in te delen in één van de volgende groepen:

  • Infectie door een virus, bijvoorbeeld griep (influenza) en buikgriep;
  • Andere infectieziekten, zoals bijvoorbeeld ziekte van Lyme en de ziekte van Pfeiffer;
  • Gebruik van geneesmiddelen die spierpijn als bijwerking kunnen geven, bijvoorbeeld statines;
  • Auto-immuunziekten, zoals bijvoorbeeld SLE, ziekte van Hashimoto, mixed connective tissue disease en spierreuma (polymyalgia reumatica);
  • Vergiftigingen, zoals bijvoorbeeld alcoholvergiftiging (dronkenschap);
  • Ontsteking van de spieren, zoals bijvoorbeeld polymyositis en dermatomyositis;
  • Stofwisselingsziekten, zoals bijvoorbeeld een tekort aan het enzym myoadenylate deaminase;
  • Verwonding van de spieren, zoals bijvoorbeeld een spierverrekking;
  • Verlaagd calcium gehalte in het bloed (hypocalciëmie), zoals bij ernstig vitamine D-tekort;
  • Overige, zoals chronische vermoeidheidssyndroom en fibromyalgie.

Kijk voor een uitgebreide lijst van oorzaken voor spierpijn bij ziekte of spierpijn als bijwerking hieronder.

Wat is de behandeling?

In tegenstelling tot spierpijn na sporten zal bij spierpijn door ziekte of als bijwerking van geneesmiddelen de onderliggende oorzaak moeten worden behandeld. Zo zal iemand met spierpijn door spierreuma behandeld worden met corticosteroïden. Iemand met spierpijn als bijwerking van simvastatine kan worden overgezet op een ander geneesmiddel dat het cholesterol gehalte verlaagt.

Engelse vertaling

muscle pain, muscle ache, myalgia


Spierpijn (myalgie) – Differentiaal Diagnose (DD)

Hieronder een uitgebreide lijst met oorzaken van spierpijn. Het getal achter de oorzaak is een schatting van het aantal mensen dat jaarlijks in Nederland vanwege die oorzaak spierpijn heeft.

Zeer vaak voorkomende oorzaken van spierpijn: >10.000/jaar

  • griep (influenza) – 270.300
  • keelontsteking door virussen (virale faryngitis) – 44.400
  • buikgriep door norovirus (norovirusinfectie) – 36.450
  • dronkenschap (alcoholintoxicatie (intentioneel)) – 29.500
  • infectie van de darm door Campylobacter-bacterie (Campylobacter enteritis) – 25.440
  • gebruik van antikankermiddelen (chemotherapie) – 23.800
  • verkoudheid (acute virale nasofaryngitis ) – 21.600
  • longontsteking door overige virussen (virale pneumonie) – 20.880
  • inenting (vaccinatie) – 15.400

Vaak voorkomende oorzaken van spierpijn: >1.000/jaar

Zeldzame oorzaken van spierpijn: <1.000/jaar

Zeer zeldzame oorzaken van spierpijn: <100/jaar

  • verzuring door alcoholgebruik (alcoholische ketoacidose) – 97
  • gebruik van Humira (adalimumab) – 89
  • serumziekte door geneesmiddelen – 88
  • syndroom van Guillain-Barré – 87
  • infectie in het hart (infectieuze endocarditis) – 87
  • HIV-infectie (acute HIV-infectie) – 83
  • postpoliosyndroom (postpoliomyelitis syndroom) – 80
  • Chinees restaurant syndrome – 75
  • gebruik van varenicline (Champix) – 75
  • malaria – 72
  • auto-immuun hepatitis – 72
  • auto-immuunhepatitis door geneesmiddelen (geneesmiddelgeïnduceerde auto-immuunhepatitis) – 72
  • overgevoelig voor tarwe (tarwe allergie) – 71
  • syndroom van cyclisch braken – 70
  • gebruik van colchicine – 70
  • MIDD-type diabetes (maternally inherited diabetes and deafness) – 69
  • cholesterolpropjes die vastlopen in de bloedvaten (cholesterolembolieën) – 62
  • papegaaienziekte (psittacose) – 61
  • gebruik van Glivec (imatinib) – 59
  • lymfebaanontsteking van het been (lymfangitis van het been) – 59
  • gebruik van ranitidine (Zantac) – 54
  • gebruik van rosuvastatine (Crestor) – 54
  • gebruik van fosinopril (Monopril) – 53
  • gebruik van ciclosporine (Sandimmune, Neoral) – 48
  • darmschistosomiasis (intestinale schistosomiasis) – 48
  • chronische ontsteking van de bijbal (chronische epididymitis) – 48
  • serotoninesyndroom – 47
  • gebruik van sofosbuvir (Sovaldi) – 46
  • tekort aan fosfaat in het bloed (hypofosfatemie) – 45
  • gebruik van melfalan (Alkeran) intraveneus – 45
  • gebruik van melfalan (Alkeran) tabletten – 45
  • gebruik van rituximab (MabThera) – 44
  • multiple sclerose – 42
  • polyarteritis nodosa – 42
  • chronische hepatitis B – 40
  • Jarisch-Herxheimerreactie – 40
  • SAPHO-syndroom – 40
  • gebruik van fentanyl tabletten of zuigtabletten (Abstral, Actiq, Breakyl, Effentora, Recivit) – 39
  • gebruik van irbesartan (Aprovel) – 39
  • blaasschistosomiasis – 38
  • gebruik van deferoxamine (Desferal) – 35
  • herpes van de endeldarm (herpetische proctitis) – 34
  • koolmonoxidevergiftiging (acute koolmonoxideintoxicatie) – 31
  • ziekte van Weil (leptospirose) – 30
  • urticariële vasculitis (urticariële vasculitis) – 30
  • keelontsteking door gonococcen (gonokokkenfaryngitis) – 30
  • gebruik van claritromycine (Klacid) – 29
  • chronische ontsteking van de spieren (polymyositis) – 29
  • verzuring door suikerziekte (diabetische ketoacidose) – 28
  • lymfogranuloma venereum – 28
  • gebruik van zolmitriptan – 28
  • leukocytoclastische vasculitis van de huid (cutane leukocytoclastische vasculitis) – 27
  • gebruik van groeihormoon – 27
  • ontsteking van de nieren bij SLE (lupus nefritis) – 26
  • gebruik van montelukast (Singulair) – 24
  • gebruik van Perjeta (pertuzumab) – 24
  • hepatitis A – 24
  • listeriose – 22
  • te langzaam werkende schildklier door oorzaak buiten de schildklier (secundaire hypothyreoïdie) – 22
  • ontsteking van de zaadbal (orchitis) – 21
  • gebruik van baclofen – 21
  • gebruik van lenalidomide (Revlimid) – 21
  • zandvliegkoorts (pappatacikoorts) – 20
  • paddenstoelvergiftiging – 20
  • maligne hyperthermie – 19
  • Engelse ziekte (rachitis door vitamine D-deficiëntie) – 19
  • te langzaam werkende schildklier door bestraling in het halsgebied (radiotherapie-geïnduceerde hypothyreoïdie) – 18
  • secundaire syfilis – 18
  • stoppen met het gebruik van van morfine of morfine-achtige geneesmiddelen (opiaatonttrekking) – 17
  • gebruik van paclitaxel – 17
  • meervoudige systeematrofie (multisysteematrofie) – 17
  • syndroom van Sweet (acute febriele neutrofiele dermatose) – 16
  • metaaldampkoorts – 16
  • aantasting van de spieren door statines (statine-geïnduceerde myopathie) – 16
  • blinde lis syndroom (blind loop syndrome) – 16
  • gebruik van Retrovir (zidovudine) – 15
  • gebruik van Roaccutane (isotretinoïne) – 15
  • gebruik van Victrelis (boceprevir) – 15
  • gebruik van rasagiline (merknaam: Azilect) – 15
  • bloedvergiftiging na miltverwijdering (postsplenectomiesepsis) – 14
  • pyoderma gangrenosum – 14
  • gebruik van terbinafine – 14
  • gebruik van budenoside tabletten of capsules (Budenofalk, Cortiment, Entocort) – 14
  • psychogeen – 14
  • gebruik van epoëtine-alfa (Abseamed, Binocrit, Eprex) – 13
  • gebruik van flucloxacilline (Floxapen) – 13
  • kobaltvergiftiging door metaal-op-metaalheupprothese (kobaltintoxicatie door metaal-op-metaalheupprothese) – 12
  • Middellandse zeekoorts (familiaire mediterrane koorts) – 12
  • perifere diabetes insipidus – 12
  • ziekte van Addison (primaire bijnierschorsinsufficiëntie) – 12
  • gebruik van filgrastim – 12
  • gebruik van zoledroninezuur (Aclasta) – 11
  • gebruik van zoledroninezuur (Zometa) – 11
  • periodieke verlamming tijdens thyreotoxische crisis (thyreotoxische periodieke paralyse) – 11
  • vitamine B5-tekort (panthoteenzuurdeficiëntie) – 11
  • syndroom van Elsberg (urineretentie door sacrale myeloradiculitis bij HSV-type 2 infectie) – 11
  • gebruik van Halaven (eribulin) – 11
  • ziekte van Bornholm – 10
  • gebruik van levofloxacine tabletten – 10
  • Mexicaanse griep (nieuwe influenza A (H1N1)) – 10
  • gebruik van DuaklirGenuair (aclidinium bromide/formoterol) – 10
  • gebruik van eprosartan (merknaam Teveten) – 10
  • gebruik van quinapril – 10
  • gebruik van ramipril – 10
  • gebruik van gabapentine – 9
  • gebruik van denosumab (Prolia) – 9
  • blikseminslag (blikseminslag) – 9
  • tekort aan het enzym myoadenylate deaminase (myoadenylate deaminase deficiëntie) – 9
  • syndroom van Churg-Strauss (eosinofiele granulomateuze polyangiitis) – 8
  • microscopische polyangiitis – 8
  • teflonkoorts (PTFE-toxicose) – 8
  • gebruik van rabeprazol – 8
  • paratyfus – 8
  • dengue hemorrhagische koorts – 8
  • mixed connective tissue disease – 8
  • gebruik van pegfilgrastim (Neulasta) – 8
  • gebruik van nilotinib (Tasigna) – 7
  • ziekte van Wegener (granulomatose met polyangiitis) – 7
  • gebruik van Zelboraf (vemurafenib) – 7
  • loopgravenkoorts (infectie met Bartonella quintana) – 6
  • hantavirus-infectie (hantavirus-infectie) – 6
  • gebruik van pembrolizumab (Keytruda) – 6
  • te langzaam werkende schildklier door geneesmiddel (geneesmiddelen-geïnduceerde hypothyreoïdie) – 6
  • gebruik van fluvastatine – 6
  • gebruik van Levitra (vardenafil) – 6
  • duikersziekte (decompressieziekte) – 6
  • mazelen (morbilli) – 6
  • tekort aan biotine (biotine deficiëntie) – 6
  • babesiose – 6
  • gebruik van topiramaat – 6
  • West-Nijl koorts (West-Nijl virusinfectie) – 6
  • blastomycose – 6
  • chikungunya – 6
  • gebruik van Revolade (eltrombopag) – 5
  • histoplasmose – 5
  • dermatomyositis – 5
  • gebruik van Implanon / Implanon NXT – 5
  • gebruik van Tafinlar (dabrafenib) – 5
  • gebruik van thiamazol (Strumazol) – 5
  • juveniele dermatomyositis – 5
  • gebruik van Onglyza (saxagliptine) – 5
  • longontsteking door cytomegalovirus (CMV-pneumonie) – 5
  • aseptische meningitis door geneesmiddelen (geneesmiddelen-geïnduceerde aseptische meningitis) – 5
  • gebruik van Plenaxis (abarelix) – 5
  • ziekte van Pierre Marie-Bamberger (hypertrofische osteoartropathie) – 5
  • tekenencefalitis – 5
  • ziekte van Takayasu (takayasu-arteriitis) – 5
  • cytokine release syndroom – 5
  • syndroom van Reiter (reactieve artritis) – 5
  • bagassose – 5
  • gebruik van Adenuric® (febuxostat) – 5
  • gebruik van Foster NEXThaler inhalator (beclometason en formoterol) – 5
  • gebruik van denosumab (Xgeva) – 4
  • gebruik van Mimpara (cinacalcet) – 4
  • syndroom van Münchhausen – 4
  • chronische eosinofiele longontsteking (chronische eosinofiele pneumonie) – 4
  • bijnierschorskanker (bijnierschorscarcinoom) – 4
  • gebruik van risperidon (Risperdal) – 4
  • proximale myotone myopathie (myotone dystrofie type 2) – 4
  • proximale renale tubulaire acidose (type 2 renale tubulaire acidose) – 4
  • brucellose – 4
  • syndroom van Ehlers-Danlos – 4
  • eosinofielie myalgiesyndroom – 4
  • toxoplasmose (systemische toxoplasmose) – 4
  • Colorado tekenkoorts – 4
  • syndroom van Isaac (neuromyotonie) – 3
  • tropische malaria (malaria door Plasmodium falciparum) – 3
  • aseptische meningitis (acute aseptische meningitis) – 3
  • sikkelcelziekte (sikkelcelanemie) – 3
  • gebruik van famotidine – 3
  • buiktyfus – 3
  • gebruik van lercanidipine (Lerdip) – 3
  • diabetes insipidus door aandoening in de hersenen (centrale diabetes insipidus) – 3
  • acute intermitterende porfyrie – 3
  • sclerodermie (systemische sclerose) – 3
  • gebruik van Combivir (lamivudine/zidovudine) – 3
  • gebruik van Yondelis (trabectedine) – 3
  • Rocky Mountain spotted fever – 2
  • ziekte van Whipple – 2
  • cryoglobulinemie type II – 2
  • koortsaanvallen na tekenbeet (febris recurrens door Borrelia recurrentis) – 2
  • tubulointerstitiële nefritis met uveïtis – 2
  • gebruik van pregabaline (Lyrica) – 2
  • gebruik van Daklinza (daclatasvir) – 2
  • gebruik van Rupafin (rupatadine) – 2
  • tekort aan selenium (seleniumdeficiëntie) – 2
  • zikakoorts (Zika-virus infectie) – 2
  • coccidioïdomycose (acute coccidioïdomycose) – 2
  • koortsaanvallen na luizenbeet (febris recurrens door Borrelia duttoni) – 2
  • cryoglobulinemie type III – 2
  • spierziekte door afwijking van het RYR1-gen (RYR1-gerelateerde myopathie) – 2
  • MEN-syndroom type I – 2
  • rattenbeetziekte (streptobacillose) – 2
  • ziekte van McArdle (glycogeenstapelingsziekte type V) – 2
  • syndroom van Brody (Brody-myopathie) – 2
  • ziekte van Brody (erfelijke Brody-myopathie) – 2
  • anaplasmose (humane granulocytaire anaplasmose) – 2
  • ross-river-virus infectie – 2
  • syndroom van Marfan – 2
  • antisynthetase syndroom – 2
  • mangaanvergiftiging (mangaanintoxicatie) – 2
  • gebruik van allergeenextract graspollen (Allergovit, Alutard, Pollinex, Purethal) – 2
  • gebruik van Cymevene (ganciclovir) – 2
  • gebruik van imiquimod (Aldara) – 2
  • gebruik van propylthiouracil – 2
  • inenting met Havrix (hepatitis A-vaccin) – 2
  • bijnierinfarct – 1
  • gebruik van tacrine – 1
  • ciguatera vergiftiging (ciguatera intoxicatie) – 1
  • gebruik van mesalazine (Asacol, Pentasa, Salofalk) – 1
  • hersenvliesontsteking door Toscana-virus (meningitis door Toscana-virus) – 1
  • gebruik van fenofibraat – 1
  • cryoglobulinemie type I – 1
  • eosinofiele fasciitis – 1
  • tetanus – 1
  • esdoornschillerslong (acute allergische alveolitis) – 1
  • ehrlichiose (humane monocytaire ehrlichiose) – 1
  • gebruik van Aubagio (teriflunomide) – 1
  • gedissemineerde histoplasmose – 1
  • gebruik van lovastatine (Mevacor) – 1
  • gebruik van Cibacen (benazepril) – 1
  • gebruik van levofloxacine infusievloeistof – 1
  • gebruik van Onbrez Breezhaler (indacaterol) – 1
  • tularemie – 1
  • OPSI – 1
  • gebruik van carbimazol – 0,9
  • lokale spierontsteking in het bovenbeen (focale myositis van de M. quadriceps) – 0,9
  • lokale spierontsteking van de adductor (focale myositis van de Mm. adductores) – 0,9
  • essentiële cryoglobulinemische vasculitis – 0,8
  • gebruik van lamivudine – 0,8
  • buikvliesontsteking door tuberculose (peritonitis tuberculosa) – 0,8
  • bloedvergiftiging door Capnocytophaga canimorsus (Capnocytophaga canimorsus sepsis) – 0,8
  • gebruik van Cholestagel (colesevelam) – 0,8
  • parkinsonisme na een ontsteking aan de hersenen (postencefalitisch parkinsonisme) – 0,7
  • gebruik van Benlysta (belimumab) – 0,7
  • lassakoorts – 0,7
  • Kunjin virusziekte – 0,7
  • kinderverlamming (poliomyelitis) – 0,6
  • ziekte van Dercum (lipomatosis dolorosa) – 0,6
  • gebruik van Yervoy (ipilimumab) – 0,6
  • MERS (MERS-CoV infectie) – 0,6
  • tekort aan het enzym carnitine palmitoyltransferase II (carnitine palmitoyltransferase deficiëntie type II) – 0,6
  • tekort aan het enzym lipoproteïnelipase (familiaire lipoproteïnelipasedeficiëntie) – 0,6
  • schildklierontsteking van Riedel (chronische fibreuze thyreoïditis van Riedel) – 0,6
  • rickettsia-pokken – 0,6
  • lokale spierontsteking in de hals (focale myositis van de M. sternocleidomastoïdeus) – 0,6
  • lokale spierontsteking in de kuit (focale myositis van de M. gastrocnemius) – 0,6
  • infectie met het Oropouche-virus (Oropouche-virusziekte) – 0,6
  • vogelgriep (aviaire influenza) – 0,5
  • gebruik van Daliresp / Libertek (roflumilast) – 0,5
  • gebruik van Ezetrol (ezetimibe) – 0,5
  • gebruik van Inegy (ezetimibe + simvastatine) – 0,5
  • gebruik van teriparatide (merknaam: Forsteo) – 0,5
  • cysticercose van het zenuwstelsel (neurocysticercose) – 0,5
  • infectie door enterotoxigene Escherichia coli – 0,5
  • trichinose – 0,5
  • sequoiose – 0,5
  • Krim-Congo hemorragische koorts – 0,4
  • sarcocystose van de ingewanden (intestinale sarcocystose) – 0,4
  • kaliumgevoelige myotonie – 0,4
  • gebruik van alglucosidase alfa (Myozyme) – 0,4
  • Argentijnse hemorragische koorts – 0,4
  • Boliviaanse hemorragische koorts – 0,4
  • Braziliaanse hemorragische koorts – 0,4
  • Ebola koorts (Ebola hemorrhagische koorts) – 0,3
  • tekort aan het enzym fosfoglyceraatmutase (fosfoglyceraatmutase deficiëntie) – 0,3
  • cadmiumvergiftiging (cadmiumintoxicatie) – 0,3
  • epidemische vlektyfus – 0,3
  • scrubtyfus – 0,3
  • ziekte van Brill-Zinsser – 0,3
  • gebruik van acipimox (Nedios, Olbetam) – 0,3
  • TRAPS (TNF receptor associated periodic syndrome) – 0,3
  • gebruik van Certican (everolimus) – 0,3
  • verruga peruana (cutane en mucocutane bartonellose) – 0,3
  • syndroom van Muckle-Wells – 0,3
  • Kyasanur forest disease – 0,3
  • miltvuur (anthrax) – 0,2
  • kobaltvergiftiging door inname van kobalt (kobaltintoxicatie door ingestie van kobalt) – 0,2
  • melioïdose – 0,2
  • capillairleksyndroom – 0,2
  • murray-valley-encefalitis – 0,2
  • syndroom van Gorham (idiopathische progressieve osteolyse) – 0,2
  • gebruik van Bosulif (bosutinib) – 0,2
  • Barmah Forest virus infectie – 0,2
  • goudvergiftiging (goudintoxicatie) – 0,2
  • lymfocytaire choriomeningitis – 0,2
  • riftdalkoorts – 0,2
  • toxisch oliesyndroom – 0,1
  • gebruik van tranylcypromine (merknaam: Tracydan) – 0,1
  • syndroom van Allgrove (triple-A syndroom) – 0,1
  • gebruik van Prialt (ziconotide) – 0,08
  • gebruik van procaïnamide (Pronestyl) – 0,08
  • syndroom van Susac (retinocochleacerebrale vasculopathie) – 0,08
  • gebruik van ketoconazol tabletten – 0,08
  • gebruik van paricalcitol (Zemplar) – 0,08
  • Omsk hemorragische koorts – 0,07
  • ziekte van Günther (congenitale erythropoietische porfyrie) – 0,07
  • eastern equine encephalitis – 0,06
  • mitochondrial trifunctional protein deficiency – 0,06
  • infectie door het Al-Khurma-virus (Al-Khurma virus-infectie) – 0,04
  • builenpest (Yersinia pestis-infectie) – 0,03
  • gebruik van Tazocin (piperacilline + tazobactam) – 0,03
  • gele koorts – 0,03
  • ontsteking van de hersenen door het Kunjin virus (Kunjin-encefalitis) – 0,03
  • epidemische slaapziekte (encephalitis lethargica) – 0,02
  • gebruik van Ultibro Breezhaler (indacaterol/glycopyrronium) – 0,02
  • porfyrie door een tekort aan het enzym ALA dehydratase (porfyrie door ALA dehydratase deficiëntie) – 0,01

Uitgegeven door: Simpto.nl
Datum van publicatie: 24 november 2017
Auteur: Erwin Douwes
Laatst bijgewerkt op: 24 november 2017


Synoniemen van de spierpijn zijn pijn in de spieren, pijnlijke spieren en myalgie.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *