Slaperigheid

Slaperigheid

Met ‘slaperigheid’ als symptoom wordt bedoeld de neiging om in slaap te vallen op een moment dat dat ongewenst is. Als iemand zich aan het einde van de avond slaperig voelt is dat normaal. Als iemand overdag vaak slaperig is kan dat door gebrek aan slaap komen. Er kan echter ook iets anders aan de hand zijn.

Het symptoom ‘slaperigheid’ komt veel voor en heeft vele oorzaken. Op deze webpagina vindt u een overzicht van ruim tweehonderd verschillende oorzaken voor slaperigheid. Medische termen voor slaperigheid zijn ‘hypersomnie’ en ‘somnolentie’.

slaperigheid

Slaperigheid moet niet worden verward met ‘moeheid‘ of ‘vermoeidheid‘. Iemand kan zich moe voelen zonder dat daarbij sprake is van een neiging om in slaap te vallen.

Hoe wordt een diagnose gesteld?

Vaak zal een arts door vragen te stellen een idee krijgen van de oorzaak van de slaperigheid. Soms zal het nodig zijn om aanvullend onderzoek te doen.

Een veel voorkomende oorzaak van slaperigheid overdag bij mannen boven de 50 jaar is OSAS (obstructief slaap apneu syndroom). Hierbij is de slaap onrustig doordat ‘s nachts regelmatig ‘ademstops’ optreden. Dit kan worden vastgesteld met een apparaatje dat tijdens de slaap metingen verricht.

Wat is de behandeling?

De behandeling is afhankelijk van de oorzaak. Bij slaapgebrek is duidelijk dat iemand moet streven naar een betere slaap. Er zijn verschillende oorzaken voor slecht slapen. Kijk voor een uitgebreid overzicht hiervan op de webpagina over slapeloosheid.

Voor veel oorzaken van slaperigheid zijn behandelingen beschikbaar. Zo zal iemand die slaperig is vanwege een winterdepressie vaak baat hebben bij lichttherapie.

Iemand die overdag vaak slaperig is vanwege slaapapneu kan worden geholpen met een snurkbeugel of een speciaal slaapmasker. Dit masker zorgt door middel van overdruk dat de ademwegen open blijven staan. Hierdoor zullen minder ademstops optreden.

Ook zijn er manieren om slaperigheid door reizen in verschillende tijdzones (jetlag) tegen te gaan. Kijk hiervoor op de webpagina over jetlag.

Oorzaken slaperigheid

Hieronder een overzicht van oorzaken van slaperigheid. Het getal achter de oorzaak geeft een schatting van het aantal mensen dat jaarlijks in Nederland vanwege die oorzaak last heeft van slaperigheid.

Zeer vaak voorkomende oorzaken van slaperigheid

Vaak voorkomende oorzaken van slaperigheid

  • obstructief slaapapneu syndroom – 9.864
  • delier – 9.750
  • chronische hyperventilatie (chronische hyperventilatie syndroom) – 9.000
  • gebruik van GHB – 9.000
  • slaapgebrek (chronisch slaaptekort) – 9.000
  • stoppen met het gebruik van SSRI’s (SSRI onttrekkingssyndroom) – 8.800
  • hersenschudding (commotio cerebri) – 7.673
  • zeeziekte – 7.500
  • toegenomen weerstand in de bovenste luchtwegen (upper airway resistance syndroom) – 6.976
  • rusteloze benen syndroom (restless legs syndrome) – 6.545
  • uitdroging (dehydratie) – 6.000
  • tandenknarsen (bruxisme) – 5.340
  • bronchiolitis (acute bronchiolitis) – 5.250
  • gebruik van nitrofurantoïne (Furabid / Furadantine) – 5.175
  • gebruik van omeprazol (Losec) – 5.000
  • luchtziekte – 3.750
  • ontsteking van het neusslijmvlies door overgevoeligheid (allergische rhinitis) – 3.750
  • gebruik van cinnarizine – 3.600
  • onregelmatig slaap-waak ritme – 3.500
  • herseninfarct (cerebraal infarct) – 3.450
  • aarsmaden (oxyuriasis) – 3.399
  • gebruik van paroxetine (Seroxat) – 3.080
  • gebruik van temazepam (Normison, Restoril) – 2.550
  • gebruik van alprazolam (Xanax) – 2.400
  • periodic limb movement disorder – 2.224
  • uitgestelde slaapfase-syndroom – 1.860
  • gebruik van geneesmiddelen tegen psychoses (gebruik van antipsychotica) – 1.800
  • slecht werkende nieren (acute nierinsufficiëntie) – 1.800
  • kinkhoest (pertussis) – 1.600
  • gebruik van mirtazapine (Remeron) – 1.500
  • geelzucht bij pasgeboren baby’s (icterus neonatorum) – 1.500
  • tekort aan chroom (chroomdeficiëntie) – 1.500
  • bloedpropje in de hersenen (hersenembolie) – 1.320
  • gebruik van diazepam (Valium, Stesolid) – 1.245
  • ontsteking van het schouderkapsel (adhesieve capsulitis van de schouder) – 1.241
  • gebruik van indometacine (Indocid) – 1.150
  • gebruik van naproxen (Aleve, Femex, Naprosyne, Naprovite) – 1.150
  • gebruik van L-dopa – 1.125
  • infectie door het humane metapneumovirus (HMPV-infectie) – 1.125
  • TIA – 1.125
  • vergrote neusamandel (adenoïdhypertrofie) – 1.125
  • gebruik van oxazepam (Seresta) – 1.050
  • verlaagd glucose gehalte in het bloed (hypoglycemie) – 1.050
  • goedaardig gezwel van de bijschildklier (bijschildklieradenoom) – 1.013
  • gebruik van zolpidem (Stilnoct) – 1.000

Zeldzame oorzaken voor slaperigheid

Zeer zeldzame oorzaken voor slaperigheid

  • hersenvliesontsteking door virussen (virale meningitis) – 98
  • gebruik van valproïnezuur (Depakine, Convulex) – 90
  • ziekte van Kahler (multipel myeloom) – 90
  • bevriezing (frostbite (lichaam)) – 80
  • gebruik van clozapine (Leponex) – 75
  • gebruik van pergolide (Permax) – 75
  • verlamming van het middenrif (diafragmaparalyse) – 75
  • verwonding aan de blaas (traumatisch blaasletsel) – 68
  • gecombineerde strengziekte (gecombineerde strengziekte) – 60
  • toediening van fentanyl – 60
  • waterhoofd (hydrocefalus) – 60
  • gebruik van zolmitriptan – 58
  • gebruik van Rupafin (rupatadine) – 53
  • verbranding van de luchtwegen (inhalatietrauma) – 50
  • gebruik van Seroquel (quetiapine) – 46
  • gebruik van Strattera (atomoxetine) – 46
  • syndroom van Reye – 40
  • aantasting van de hersenen door ziekte van de lever (hepatische encefalopathie) – 38
  • acute gedissemineerde encefalomyelitis (ADEM) – 38
  • gebruik van barbituraten (gebruik van barbituraten) – 38
  • gebruik van pimozide (Orap) – 38
  • hersenvliesontsteking door herpesvirus (virale meningitis door herpesvirus) – 38
  • bloedvergiftiging door streptokokken bij pasgeboren baby’s (neonatale sepsis door groep B streptokokken) – 35
  • blauwe babyziekte (methemoglobinemie) – 34
  • gebruik van gemfibrozil – 32
  • gebruik van methadon – 31
  • blootstelling aan formaldehydedamp – 30
  • gebruik van topiramaat – 30
  • gebruik van lormetazepam (Loramet) – 26
  • gebruik van lercanidipine (Lerdip) – 25
  • sponsnieren (medullaire cystenieren) – 24
  • gebruik van rabeprazol – 23
  • gebruik van Vesomni (solifenacine / tamsulosine) – 23
  • gebruik van Exelon (rivastigmine) – 23
  • misvormde bloedvaten in de hersenen (arterioveneuze malformatie in de hersenen) – 23
  • gebruik van clonidine (Dixarit) – 22
  • tekort aan alfa-1-antitrypsine (alfa-1-antitrypsine deficiëntie) – 21
  • gebruik van hydroxyzine (Atarax®) – 19
  • MELAS-syndroom – 18
  • gebruik van pemetrexed (Alimta) – 18
  • gebruik van trazodon (Trazolan) – 18
  • thalamusdementie – 17
  • aseptische meningitis door geneesmiddelen (geneesmiddelen-geïnduceerde aseptische meningitis) – 15
  • gebruik van doxylamine – 15
  • kalkneerslag in de nieren (nefrocalcinose) – 15
  • stimulatie van de nervus vagus (vagusstimulatie) – 15
  • nachtelijke aanvalsgewijze dystonie (nachtelijke paroxismale dystonie) – 14
  • blootstelling aan tolueen – 14
  • methemoglobinemie (verworven methemoglobinemie) – 14
  • gebruik van Roaccutane (isotretinoïne) – 12
  • gebruik van quinapril – 12
  • gebruik van ramipril – 12
  • gebruik van voriconazol (Vfend) – 10
  • gebruik van zonisamide – 10

Extreem zeldzame oorzaken voor slaperigheid

  • gebruik van Invega® (paliperidon) – 9
  • magnesiumvergiftiging (magnesiumintoxicatie) – 8
  • ziekte van Steinert (myotone dystrofie type 1) – 7
  • gebruik van Xeplion® (paliperidon) – 7
  • salicylaat vergiftiging (acute salicylaat intoxicatie) – 7
  • gezwel van de hypothalamus (hypothalamustumor) – 7
  • verwonding van de hypothalamus (hypothalamusletsel) – 6
  • gebruik van telmisartan (Micardis) – 6
  • gebruik van Vesicare (solifenacine) – 6
  • gebruik van duloxetine (Cymbalta) – 5
  • gebruik van cyproheptadine – 5
  • aseptische meningitis (acute aseptische meningitis) – 5
  • kernicterus (bilirubine-encefalopathie) – 5
  • operatie aan de hypofyse (operatie aan de hypofyse) – 4
  • tekenencefalitis – 4
  • gebruik van chloorpromazine (Largactil) – 4
  • gebruik van Vimpat (lacosamide) – 4
  • te langzaam werkende schildklier door bestraling in het halsgebied (radiotherapie-geïnduceerde hypothyreoïdie) – 4
  • inademing van tetrachloorethyleen – 3
  • syndroom van Smith-Magenis – 3
  • gebruik van Trobalt (retigabine) – 3
  • ziekte van Creutzfeldt-Jakob – 3
  • gebruik van ofloxacine (Tarivid) – 2
  • gebruik van pentamidine – 2
  • gebruik van Ethyol (amifostine) – 2
  • gebruik van Janumet (sitagliptine / metformine) – 2
  • tekort aan het enzym VLCAD (VLCAD-deficiëntie) – 2
  • gebruik van tacrine – 2
  • Afrikaanse slaapziekte (trypanosomiasis) – 2
  • gebruik van ipratropiumbromide (merknaam Atrovent) – 2
  • ontsteking van de hersenstam (Bickerstaff) (hersenstamencefalitis van Bickerstaff) – 2
  • gebruik van Buccolam (midazolam) – 1,3
  • te langzaam werkende schildklier door geneesmiddel (geneesmiddelen-geïnduceerde hypothyreoïdie) – 1,3
  • aantasting van de zenuwschede van zenuwcellen in de hersenstam (centrale pontiene myelinolyse) – 1,2
  • aangeboren afwijking in de ureumcyclus (congenitaal defect in de ureumcyclus) – 1,1
  • tekort aan het enzym arginosuccinaatlyase (arginosuccinaatlyase deficiëntie) – 1,1
  • tekort aan het enzym arginosuccinaatsynthase (argininosuccinaatsynthase deficiëntie) – 1,1
  • tekort aan het enzym carbamoylfosfaatsyntethase I (carbamoylfosfaatsyntethase I-deficiëntie) – 1,0
  • aangeboren methemoglobinemie (congenitale methemoglobinemie) – 1,0
  • episodische spontane hypothermie met hyperhidrose – 1,0
  • fatale familiaire insomnie – 0,9
  • syndroom van Kleine-Levin (recurrente primaire hypersomnia) – 0,9
  • tekort aan het enzym N-acetylglutamaatsynthetase (NAGS-deficiëntie) – 0,8
  • cholera – 0,8
  • erfelijke fructose-intolerantie (hereditaire fructose-intolerantie) – 0,8
  • primaire alveolaire hypoventilatie – 0,7
  • syndroom van Morvan – 0,5
  • gebruik van Prialt (ziconotide) – 0,5
  • syndroom van Prader-Willi – 0,4
  • volwassen T-cel leukemie/lymfoom – acute vorm – 0,3
  • schildklierontsteking van Riedel (chronische fibreuze thyreoïditis van Riedel) – 0,3
  • gebruik van Leganto (rotigotine) – 0,2
  • tekort aan het enzym succinyl-semialdehyde dehydrogenase (succinyl-semialdehyde dehydrogenase deficiëntie) – 0,1
  • epidemische slaapziekte (encephalitis lethargica) – 0,1
  • eastern equine encephalitis  – 0,1

Engelse term

somnolence

ICD10-code

R40.0

Synoniemen zijn slaperig, overmatige slaperigheid, overmatige slaperigheid overdag, slaperigheid overdag, slaperig overdag, behoefte aan slaap, verhoogde slaapneiging, somnolent, somnolentie, abnormaal slaperig, abnormale slaperigheid, hypersomnie, hypersomnolentie, moeite om wakker te blijven overdag, moeite om wakker te blijven


Gepubliceerd door: Simpto.nl
Publicatiedatum: 2 februari 2016
Auteur: Erwin Douwes
Laatst bijgewerkt: 25 maart 2018

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *