Slapeloosheid

Slapeloosheid – Oorzaken, Diagnose, Behandeling

Slapeloosheid is een van de meest voorkomende medische klachten. Vaak wordt onderscheid gemaakt tussen ‘moeite met inslapen’ en ‘moeite met doorslapen’.

Dit artikel gaat over oorzaken, diagnose en behandeling van slaapklachten.

slapeloosheid

De medische naam voor slapeloosheid is ‘insomnie’.

Oorzaken slapeloosheid

Er zijn zeer veel verschillende oorzaken voor slapeloosheid. Ze staan samengevat in onderstaand overzicht.

oorzaken slapeloosheid
oorzaken slapeloosheid

In de eerste plaats kunnen omgevingsfactoren een rol spelen, zoals een lawaaiige omgeving.

Ook het werken in ploegendiensten is een beruchte oorzaak voor slaapproblemen.

Slapeloosheid kan ook worden veroorzaakt door andere symptomen, zoals pijn, benauwdheid (kortademigheid) of heftige jeuk.

Gebruik van bepaalde genotsmiddelen, zoals alcohol, roken en koffie, kan ook tot een slechte slaap aanleiding geven. Hetzelfde geldt voor bepaalde drugs, zoals XTC (ecstasy).

Er zijn een groot aantal ziektebeelden waarbij slapeloosheid als symptoom voorkomt. Bekende voorbeelden zijn hyperthyreoïdie (versneld werkende schildklier), slaapapneusyndroom en het rusteloze benen syndroom.

Ten slotte zijn er nogal wat medicijnen die slaapproblemen kunnen veroorzaken. Voorbeelden zijn prednison en methylfenidaat. Ook het stoppen met het (langdurig) gebruik van bepaalde geneesmiddelen kan slaapklachten geven.

Ritalin (methylfenidaat) tabletten
Ritalin (methylfenidaat) kan slaapproblemen geven (bron:

Kijk voor een uitgebreid overzicht van oorzaken onderaan deze webpagina (slapeloosheid – differentiaaldiagnose).

Hoe vaak komt het voor?

Slapeloosheid is een van de meest voorkomende medische klachten. Net als koorts, misselijkheid en hoofdpijn heeft vrijwel iedereen wel eens te maken met slapeloosheid. Ongeveer een kwart van alle mensen heeft gedurende het leven een periode van langdurig slecht slapen.

Aanhoudende slaapklachten komen vooral voor op oudere leeftijd, en vaker bij vrouwen dan bij mannen.

Symptomen slapeloosheid

Slecht slapen kan, vooral als het langere tijd duurt, klachten veroorzaken. De volgende klachten kunnen voorkomen:

  • Slaperigheid overdag, wat kan leiden tot een verhoogd risico op het veroorzaken van een verkeersongeval
  • Minder energie (lusteloosheid)
  • Snel geïrriteerd reageren
  • Zich depressief voelen
  • Moeit met concentreren
  • Traag reageren

Bij langdurig slaapgebrek neemt de lichamelijke weerstand af. Dat leidt tot een verhoogde vatbaarheid voor infecties.

Hoe wordt een diagnose gesteld?

De huisarts zal willen weten wat de oorzaak van de slaapklachten is. Om daar achter te komen zal de arts vragen stellen.

Als niet direct duidelijk wordt wat de oorzaak is kan de arts nader onderzoek laten doen. Voor uitgebreid slaaponderzoek kan de arts doorverwijzen naar een slaapcentrum.

Gespecialiseerde slaapcentra

Er zijn in Nederland verschillende gespecialiseerde slaapcentra. Mensen met slaapproblemen die niet door de huisarts kunnen worden geholpen kunnen naar deze slaapcentra worden verwezen. Daar heeft men speciale kennis en kunde om slaapstoornissen te kunnen diagnosticeren en behandelen.

Wat is de behandeling?

In principe is de behandeling van slapeloosheid afhankelijk van de oorzaak. Het is dus in eerste instantie van belang om vast te stellen wat de oorzaak is. Als de oorzaak bekend is moet worden geprobeerd deze weg te nemen of te behandelen.

Als de oorzaak niet bekend is of niet direct behandelbaar is zijn er een aantal dingen die je zelf kunt doen. Als die niet helpen is het raadzaam de huisarts te raadplegen.

Wat kun je zelf doen?

Er zijn zelfzorgmiddelen tegen slaapproblemen beschikbaar. Zelfzorgmiddelen kunt u bij de drogist halen of online bestellen bij verschillende webwinkels. Voor geneesmiddelen heeft u een recept van een arts nodig.

Voorbeelden van zelfzorgmiddelen die helpen tegen slapeloosheid zijn Pleegzuster Bloedwijn, Melisana, en Sedinal. Deze middelen bevatten plantenextracten die een rustgevende werking hebben. Ze moeten vóór het slapen ingenomen worden. Zo zorgen ze ervoor dat je makkelijker tot rust komt en inslaapt.

Wat kan de arts doen?

Als zelfzorgmiddelen niet helpen kunnen medicijnen uitkomst bieden. Voorbeelden van receptplichtige slaapmiddelen zijn oxazepam, lorazepam, temazepam, en diazepam. Deze werkzame stoffen worden ook wel benzodiazepinen genoemd.

Naast benzodiazepinen zijn er ook nieuwere slaapmiddelen, zoals zolpidem (merknaam: Stilnox), zopiclone, en zaleplon. Deze middelen worden vooral gebruikt bij doorslaapproblemen.

zolpidem (Stilnox) tegen slapeloosheid
zolpidem (Stilnox) tabletten

Andere talen

Engelse vertaling

insomnia

Duitse vertaling

Schlaflosigkeit


Slapeloosheid (insomnia) – Differentiaal Diagnose (DD)

Hieronder een differentiële diagnose van insomnia. De lijst bevat méér dan 400 verschillende oorzaken voor slapeloosheid. Het getal achter de oorzaak geeft een schatting van het aantal mensen dat jaarlijks in Nederland vanwege die oorzaak uit hun slaap worden gehouden.

Zeer vaak voorkomende oorzaken van slapeloosheid: >10.000/jaar

  • werken in ploegendienst – 147.500
  • jetlag – 127.500
  • depressie (depressieve stoornis) – 62.550
  • ontstoken keelamandelen (acute tonsillitis) – 51.625
  • dronkenschap (alcoholintoxicatie (intentioneel)) – 31.250
  • burnout – 27.550
  • zwangerschap (graviditeit) – 23.750
  • gebruik van XTC (ecstasy) (ecstasy gebruik) – 22.500
  • chronische hyperventilatie syndroom – 17.700
  • stress (psychische of emotionele stress) – 16.000
  • gegeneraliseerde angststoornis – 15.080
  • stoppen met het gebruik van kalmerende middelen / slaapmiddelen (benzodiazepineonttrekkingssyndroom) – 14.250
  • overgang (menopauze) – 12.905
  • primaire slaapstoornis (primaire insomnia) – 12.063
  • rusteloze benen syndroom (restless legs syndrome) – 11.815
  • overdosis cafeïne (acute cafeïne-intoxicatie) – 11.400
  • veel koffie drinken (overmatige consumptie van koffie) – 10.250
  • gebruik van sint-janskruid – 10.000

Vaak voorkomende oorzaken van slapeloosheid: >1.000/jaar

Minder vaak voorkomende oorzaken van slapeloosheid: <1.000/jaar

  • gebruik van paroxetine (Seroxat) – 990
  • geneesmiddelenhoofdpijn (medicijnafhankelijke hoofdpijn) – 990
  • gebruik van propranolol (Inderal) – 950
  • manische depressie (bipolaire stoornis) – 950
  • gebruik van prednisolon (Diadreson-F) – 950
  • gebruik van cocaïne – 938
  • nachtelijke paniekaanval (pavor nocturnus) – 938
  • stoppen met het gebruik van hormoonvervangende therapie (HRT) – 870
  • gebruik van anabole steroïden – 840
  • hoge bloeddruk (essentiële hypertensie) – 825
  • ziekte van Graves (morbus Graves) – 760
  • gebruik van Zyprexa (olanzapine) – 750
  • zweer van de dunne darm (ulcus duodeni) – 750
  • gebruik van LSD – 738
  • gebruik van isosorbidemononitraat (Mono-cedocard) – 720
  • blootstelling aan harde geluiden – 700
  • syndroom van Cushing – 698
  • blootstelling aan SSRI’s in de baarmoeder (blootstelling aan SSRI’s tijdens de foetale periode) – 625
  • gemengde dementie (gemengde dementiesyndroom) – 625
  • onregelmatig slaap-waak ritme – 625
  • boezemfibrilleren (atriumfibrilleren) – 600
  • voortijdige overgang (premature menopauze) – 590
  • gebruik van varenicline (Champix) – 575
  • gebruik van nifedipine (Adalat) – 563
  • schizoaffectieve stoornis – 527
  • gebruik van cafeïnepillen (gebruik van voedingssupplementen met cafeïne) – 513
  • overgevoeligheidsreactie op insectenbeet (strophulus) – 513
  • postcommotioneel syndroom – 500
  • stoppen met het (langdurig) gebruik van cocaïne (cocaïne onttrekkingssyndroom) – 473
  • cyclothyme stoornis – dysthyme episode – 453
  • buitenbaarmoederlijke zwangerschap (extra-uteriene graviditeit) – 438
  • anorexia nervosa – 429
  • borderline persoonlijkheidsstoornis – 413
  • gebruik van fluoxetine (Prozac) – 390
  • gebruik van 4-FA (gebruik van 4-fluoramfetamine) – 368
  • gebruik van simvastatine (Zocor) – 360
  • ontsteking van de hersenen (encefalitis) – 354
  • night eating syndrome – 348
  • gebruik van Symbicort (budesonide/formoterol) – 338
  • stoppen met het (langdurig) gebruik van heroïne (heroïne-abstinentiesyndroom ) – 338
  • ontsteking van het schouderkapsel (adhesieve capsulitis van de schouder) – 323
  • premenstruele dysfore stoornis – 313
  • gebruik van bisoprolol (Emcor) – 300
  • stoppen met het gebruik van GHB (GHB-onthoudingssyndroom) – 297
  • gebruik van levothyroxine (merknamen: Thyrax, Euthyrox, Eltroxin etc.) – 288
  • gebruik van perindopril (Coversyl) – 285
  • blootstelling aan hoogfrequente elektromagnetische straling – 270
  • cyclothyme stoornis – 263
  • gebruik van salmeterol/fluticason (Seretide) – 231
  • post herniorraphy pain syndrome – 220
  • postnatale depressie (postpartum depressie) – 219
  • gebruik van dexamfetamine (Amfexa) – 218
  • obesitas-hypoventilatie syndroom – 213
  • ziekte van Plummer (toxisch multinodulair struma) – 191
  • galstuwing tijdens de zwangerschap (zwangerschapscholestase) – 190
  • gebruik van sertraline (Zoloft) – 188
  • gebruik van amlodipine (Norvasc) – 188
  • GHB-vergiftiging (GHB-intoxicatie) – 188
  • schijnzwangerschap (pseudocyesis) – 188
  • PDD-NOS (pervasieve ontwikkelingsstoornis niet anders omschreven) – 186
  • gebruik van sofosbuvir (Sovaldi) – 180
  • boezemflutter (atriumflutter) – 180
  • autisme (autistische stoornis) – 175
  • tekort aan foliumzuur (foliumzuurdeficiëntie) – 175
  • gebruik van Strattera (atomoxetine) – 174
  • gebruik van pantoprazol (Pantozol) – 174
  • serotoninesyndroom – 165
  • myofasciaal pijnsyndroom van de kauwspieren – 148
  • hoogteziekte (acute hoogteziekte) – 125
  • alcoholvergiftiging (alcoholintoxicatie (niet intentioneel)) – 125
  • hartaanval van de achterwand van het hart (achterwandinfarct) – 125
  • gebruik van clomipramine – 120
  • foetaal alcoholsyndroom – 113
  • bloeding tussen het harde hersenvlies en het spinnewebvlies (acuut subduraal hematoom) – 113
  • buikmigraine (abdominale migraine) – 110
  • HIV-infectie (acute HIV-infectie) – 103

Zeldzame oorzaken van slapeloosheid: <100/jaar

Zeer zeldzame oorzaken van slapeloosheid: <10/jaar

  • gebruik van pregabaline (Lyrica) – 9
  • chiari-misvorming type I (chiari-I-malformatie) – 9
  • vitamine B1-tekort (thiaminedeficiëntie) – 9
  • gebruik van Invega® (paliperidon) – 8
  • gebruik van modafinil (Modiodal, Aspendos) – 8
  • gebruik van Alvesco (ciclesonide) inhalator – 8
  • gebruik van Foster NEXThaler inhalator (beclometason en formoterol) – 8
  • compartimentsyndroom van de buik (abdominaal compartimentsyndroom) – 8
  • gebruik van Glivec (imatinib) – 8
  • chronische vergiftiging met dichloormethaan (chronische dichloormethaanintoxicatie) – 7
  • gebruik van indinavir (Crixivan) – 7
  • gebruik van labetalol (tabletten) – 7
  • gebruik van biperideen – 7
  • gebruik van Xeplion® (paliperidon) – 7
  • gebruik van Spiolto Respimat (combinatie tiotropium / olodaterol per inhalatie) – 7
  • gebruik van mesalazine (Asacol, Pentasa, Salofalk) – 6
  • allergisch astma door Aspergillus (Aspergillus-astma) – 6
  • ontsteking van de hersenen met antistoffen tegen de NMDA-receptor (anti-NMDA-receptor encefalitis) – 6
  • gebruik van lenvatinib (Lenvima) – 6
  • gebruik van Certican (everolimus) – 5
  • gebruik van Cibacen (benazepril) – 5
  • gebruik van rabeprazol – 5
  • stoppen met het gebruik van van morfine of morfine-achtige geneesmiddelen (opiaatonttrekking) – 5
  • ziekte van Huntington (chorea van Huntington) – 5
  • syndroom van Prader-Willi (Prader-Willi-syndroom) – 4
  • te snel werkende schildklier door gebruik van schildklierhormoontabletten (exogene hyperthyreoïdie door schildklierhormoontabletten) – 4
  • gebruik van Caprelsa (vandetanib) – 4
  • gebruik van DuaklirGenuair (aclidinium bromide/formoterol) – 4
  • gebruik van levofloxacine infusievloeistof – 4
  • roze ziekte (acrodynie) – 4
  • tubulointerstitiële nefritis met uveïtis – 4
  • inenting met Havrix (hepatitis A-vaccin) – 4
  • gebruik van Daklinza (daclatasvir) – 4
  • gebruik van piroxicam – 4
  • verwonding van de hersenen (hersenletsel) – 4
  • syndroom van Eisenmenger – 4
  • syndroom van Rett – 4
  • gebruik van Retrovir (zidovudine) – 4
  • gebruik van trazodon (Trazolan) – 4
  • acute koolmonoxideintoxicatie – 4
  • gebruik van Revolade (eltrombopag) – 4
  • gebruik van moxifloxacine (Avelox) tabletten – 4
  • gebruik van Halaven (eribulin) – 4
  • chronische blootstelling aan hoge concentraties zwavelkoolstof (chronische koolstofdisulfide intoxicatie) – 3
  • vitamine B3-tekort (pellagra) – 3
  • syndroom van Smith-Magenis – 3
  • gebruik van Toviaz (fesoterodine) – 3
  • kwaadaardig feochromocytoom (maligne feochromocytoom) – 3
  • te snel werkende schildklier door eten van met schildklier verontreinigd vlees (exogene hyperthyreoïdie door eten van met schildklier verontreinigd vlees) – 3
  • syndroom van De Morsier (septo-optische dysplasie) – 3
  • syndroom van Williams (idiopathische infantiele hypercalciëmie) – 3
  • overdosis acetylsalicylzuur (salicylaatintoxicatie) – 3
  • vergiftiging met formaldehyde (formaldehydeintoxicatie) – 3
  • gebruik van midodrine (Gutron) – 3
  • aantasting van de hersenen bij de ziekte van Hashimoto (Steroid-Responsive Encephalopathy associated with Autoimmune Thyroiditis (SREAT)) – 3
  • gebruik van imiquimod (Aldara, Zyclara) – 3
  • gebruik van Dapson (diafenylsulfon) – 3
  • gebruik van tolvaptan (merknaam: Jinarc) – 3
  • te snel werkende schildklier door andere oorzaak van buitenaf (exogene hyperthyreoïdie) – 3
  • gebruik van pergolide (Permax) – 3
  • gebruik van urapidil (Ebrantil) – 3
  • gebruik van pindolol (Viskeen) – 2
  • syndroom van Morgagni-Morel – 2
  • gebruik van Levact (bendamustine) – 2
  • gebruik van parecoxib (Dynastat) – 2
  • craniofaryngioom – 2
  • gebruik van pimozide (Orap) – 2
  • vernauwing van de mitraalklep (mitralisstenose) – 2
  • gebruik van Inspra (eplerenon) – 2
  • ziekte van Creutzfeldt-Jakob – 2
  • Hymenolepis infectie (hymenolepiasis) – 2
  • tekort aan alfa-1-antitrypsine (alfa-1-antitrypsine deficiëntie) – 2
  • vergiftiging met fenol (fenol intoxicatie) – 2
  • gebruik van voriconazol (Vfend) – 2
  • gebruik van Zyvoxid (linezolid) – 2
  • periodieke verlamming tijdens thyreotoxische crisis (thyreotoxische periodieke paralyse) – 2
  • syndroom van Kleefstra – 2
  • gebruik van Esbriet (pirfenidon) – 2
  • syndroom van Worster-Drought (congenitaal perisylvian syndroom) – 2
  • ziekte van Dercum (lipomatosis dolorosa) – 2
  • gebruik van pembrolizumab (Keytruda) – 2
  • Afrikaanse slaapziekte (trypanosomiasis) – 2
  • gebruik van Vimpat (lacosamide) – 2
  • gebruik van betahistine (Betaserc) – 2
  • gebruik van isoniazide – 2
  • gebruik van quinapril – 2
  • gebruik van ramipril – 2
  • gebruik van nilotinib (Tasigna) – 1
  • ziekte van Canavan (spongiforme leukodystrofie van Canavan) – 1
  • gebruik van cladribine via infuus (Leustatin) – 1
  • syndroom van Landau-Kleffner (verworven epileptische afasie) – 1
  • gebruik van Eviplera (rilpivirine/tenofovir/emtricitabine) – 1
  • syndroom van Smith-Lemli-Opitz – 1
  • erythroblastosis foetalis – 1
  • aangeboren vernauwing van de grote lichaamsslagader (coarctatio aortae) – 1
  • gebruik van budesonide (Entocort) klysma – 1
  • fatale familiaire insomnie – 1
  • mannenkraambed (couvade) – 1
  • syndroom van Angelman – 1
  • gebruik van Cymevene (ganciclovir) – 1

Extreem zeldzame oorzaken van slapeloosheid: <1/jaar

  • gebruik van tacrine – 0,9
  • gebruik van Tazocin (piperacilline + tazobactam) – 0,9
  • fistel tussen grote lichaamsslagader en slokdarm (oesofago-aortale fistel) – 0,8
  • autosomaal dominante spinocerebellaire ataxie type 3 – 0,8
  • gebruik van Edurant (rilpivirine) – 0,8
  • hart met onderontwikkelde linker kamer (hypoplastisch linkerhart syndroom) – 0,8
  • syndroom van Morvan – 0,8
  • verbindweefseling van het spierweefsel van het hart (endomyocardiale fibrose) – 0,8
  • ziekte van Rendu-Osler-Weber (hereditaire hemorrhagische teleangiëctasie) – 0,8
  • gebruik van Arimidex (anastrozol) – 0,8
  • gebruik van Daliresp / Libertek (roflumilast) – 0,8
  • gebruik van doxylamine – 0,8
  • gebruik van duloxetine (Cymbalta) – 0,8
  • gebruik van Inegy (ezetimibe + simvastatine) – 0,8
  • gebruik van tacrolimus (Prograf) – 0,8
  • gebruik van theofylline (Theolair) – 0,8
  • gebruik van peginterferon beta-1a – 0,7
  • episodische spontane hypothermie met hyperhidrose – 0,6
  • zwelling van de hersenen door hoogteziekte (hoogte-hersenoedeem) – 0,6
  • primaire alveolaire hypoventilatie – 0,6
  • asbestziekte (asbestose) – 0,6
  • syndroom van Heyde – 0,6
  • stoppen met het gebruik van Xyrem (natriumoxybaat) – 0,6
  • gebruik van cyproheptadine – 0,6
  • thyreotoxische crisis – 0,6
  • ziekte van Chagas – 0,5
  • gebruik van Combivir (lamivudine/zidovudine) – 0,5
  • gebruik van lamivudine – 0,5
  • gebruik van Evoxac (cevimeline) – 0,4
  • opsoclonus-myoclonussyndroom – 0,4
  • spierdystrofie van Duchenne (musculaire dystrofie van Duchenne) – 0,4
  • syndroom van Sanfilippo (mucopolysacharidose III) – 0,4
  • toediening van urapidil injectievloeistof – 0,4
  • gebruik van Simponi (golimumab) – 0,4
  • proximale myotone myopathie (myotone dystrofie type 2) – 0,3
  • syndroom van Denys-Drash – 0,3
  • loopgravenkoorts (infectie met Bartonella quintana) – 0,3
  • gebruik van ofloxacine (Tarivid) – 0,3
  • gebruik van zonisamide – 0,3
  • syndroom van Schaaf-Yang – 0,3
  • ziekte van Batten (juveniele neuronale ceroïdlipofuscinose) – 0,3
  • mijnworminfectie (ancylostomiasis) – 0,3
  • gebruik van ketoconazol tabletten – 0,3
  • chronisch lijmsnuiven – 0,3
  • ciguatera vergiftiging (ciguatera intoxicatie) – 0,3
  • glucagon producerende tumor (glucagonoom) – 0,3
  • infantiele NCL – 0,3
  • ziekte van Keshan – 0,3
  • CREST-syndroom (limited cutaneous sclerosis) – 0,2
  • gebruik van Atripla (emtricitabine/tenofovir/efavirenz) – 0,2
  • gebruik van paricalcitol (Zemplar) – 0,2
  • syndroom van Aicardi–Goutières – 0,1
  • aangeboren verhoging van het insulinegehalte in het bloed (congenitaal hyperinsulinisme) – 0,1
  • koortsaanvallen na tekenbeet (febris recurrens door Borrelia recurrentis) – 0,1
  • aangeboren tekort aan carnitine (primaire carnitinedeficiëntie) – 0,1
  • koortsaanvallen na luizenbeet (febris recurrens door Borrelia duttoni) – 0,09
  • lymfeklierkanker in de bloedvaten (intravasculair lymfoom) – 0,08
  • refeeding-syndroom – 0,08
  • 1q21.1-deletiesyndroom – 0,07
  • syndroom van Brunner (MAO-A deficiëntie) – 0,07
  • gebruik van Votubia (everolimus) – 0,07
  • gebruik van Prialt (ziconotide) – 0,06
  • gebruik van Stribild (elvitegravir-cobicistat-gemcitabine-tenofovir) – 0,05
  • syndroom van Alström – 0,03
  • gebruik van Fampyra (fampridine) – 0,03
  • gebruik van Firdapse (amifampridine) – 0,03
  • gebruik van Leganto (rotigotine) – 0,03
  • gebruik van ticlopidine – 0,03
  • gebruik van Ultibro Breezhaler (indacaterol/glycopyrronium) – 0,03
  • hart met drie boezems (cor triatriatum) – 0,02
  • syndroom van Axenfeld-Rieger – 0,02
  • syndroom van Barth (3-methylglutaconacidurie type 2) – 0,02
  • gele koorts – 0,002

Synoniemen van slapeloosheid zijn slecht slapen, moeite met slapen, insomnie, insomnia, gestoorde slaap, slaapstoornissen, slaapstoornis, moeite met inslapen, moeite met doorslapen, nauwelijks slapen, slaapproblemen, inslaapstoornis, ik slaap slecht, slaap slecht, slaapt slecht, moeite met slapen, moeite met inslapen, slapeloze nachten, slapeloze nacht, niet slapen, niet kunnen slapen, ‘s nacht niet slapen, slaapstoornis, ik kan niet slapen, en slapeloze nachten.


Gepubliceerd door: Simpto.nl
Datum van publicatie: 27 maart 2018
Auteur: Erwin Douwes
Laatst bijgewerkt op: 27 maart 2018

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *