Liespijn

Pijn in de lies is een zeer vaak voorkomende klacht met veel verschillende oorzaken. Op jonge leeftijd wordt het vooral veel gezien bij sporters. Bij ouderen is slijtage van het heupgewricht een veel voorkomende oorzaak van liespijn.

Het wordt geschat dat bij bijna de helft van de sporters met liespijn meerdere onderliggende oorzaken aanwezig zijn.

Oorzaken van pijn in de lies

Er zijn veel verschillende oorzaken voor het optreden van liespijn.

Hieronder een lijst met mogelijke oorzaken van liespijn met daarachter een schatting van het aantal mensen dat jaarlijks in Nederland vanwege die oorzaak pijn in de lies heeft.

  • versleten heup (coxartrose) – 18.000
  • afsterven van botweefsel van de heup (osteonecrose van het heupgewricht) – 7.392
  • hidradenitis suppurativa – 4.650
  • liesbreuk (hernia inguinalis) – 4.356
  • ontsteking van de slijmbeurs van de heup (trochanterpijnsyndroom) – 4.250
  • ontsteking van de bijbal (acute epididymitis) – 3.168
  • coxitis fugax – 2.723
  • aantasting van zenuwen in de lies (neuropathie van de N. iliohypogastricus en/of N. ilioinguinalis) – 2.670
  • groeipijn – 2.400
  • bekkeninstabiliteit (bekkenpijnsyndroom) – 2.061
  • post herniorraphy pain syndrome (post herniorraphy pain syndrome) – 1.966
  • dubbelzijdige waterzaknier (bilaterale hydronefrose) – 1.954
  • ontsteking van de slijmbeurs in de lies (bursitis iliopectinea) – 1.800
  • ontsteking of irritatie van de pees in de lies (adductoren tendinitis) – 1.350
  • spataderbreuk (varicocèle) – 1.200
  • ontsteking van de pees van de iliopsoas spier (iliopsoas tendinitis) – 1.176
  • aangeboren heupdysplasie (congenitale heupdysplasie) – 788
  • ontsteking van de slijmbeurs van de psoasspier (iliopsoas bursitis) – 720
  • chronische ontsteking van de prostaat (chronische prostatitis) – 660
  • zweetklierontsteking in de lies (hidradenitis in de lies) – 650
  • dijbreuk (hernia femoralis) – 625
  • chronisch bekkenpijn syndroom – 600
  • beschadiging van het kraakbeen in het heupgewricht (labrumletsel van het acetabulum) – 550
  • ziekte van Bechterew (spondylitis ankylopoëtica) – 480
  • beknelling van de nervus obturatorius (obturatorius-neuralgie) – 441
  • beklemde liesbreuk (beklemde hernia inguinalis) – 437
  • operatie aan de blaas – 435
  • ontsteking van het schaambeen (osteïtis pubis) – 430
  • infectie van het heupgewricht door een bacterie (septische coxartritis) – 408
  • heup impingement syndroom (femoroacetabulair impingement) – 363
  • facetsyndroom van de onderrug (lumbaal facetsyndroom) – 351
  • zenuwknobbel in de lies (neuroom in de lies) – 333
  • ophoping van gewrichtsvocht in de bursa iliopectinea (ophoping van synoviaalvocht in de bursa iliopectinea) – 320
  • chronische ontsteking van de bijbal (chronische epididymitis) – 300
  • beknelling van zenuw in de lies (compressie van de nervus ilio-inguinalis) – 293
  • rughernia met beknelling zenuwwortel op niveau L1 (hernia nuclei pulposi niveau L1) – 250
  • cyste van Tarlov (perineurale cyste) – 248
  • verrekte of gescheurde spier in de lies (ruptuur van de M. adductor longus) – 243
  • verkleving van een zenuw aan operatiemat (verkleving van een zenuw aan operatiemat) – 230
  • niersteen (nefrolithiasis) – 200
  • meralgia paraesthetica – 195
  • gebroken bovenbeen (femurschachtfractuur) – 160
  • bloeding in de psoasspier (hematoom in de M. iliopsoas) – 153
  • cyste van de eierstok (ovariumcyste) – 150
  • gebroken schaambeen (fractuur van het os pubis) – 144
  • spataderen in de baarmoeder (varices van het ligamentum teres uteri) – 144
  • endometriose – 125
  • draaiing van de zaadbal (torsio testis) – 120
  • abces van de vulva – 100
  • niersteen in de urineleider (uretersteen) – 100
  • ontwrichting van de heup (heupdislocatie) – 86
  • ziekte van Perthes (ziekte van Legg-Calvé-Perthes) – 81
  • niercelkanker (niercelcarcinoom) – 80
  • afgegleden heupkop (epifysiolyse van de femurkop) – 69
  • wandelende nier (nefroptose) – 68
  • avulsiefractuur van schaambeen (avulsiefractuur van het os pubis) – 60
  • gordelroos van het geslachtsorgaan (herpes zoster genitalis) – 55
  • niersteen in de plasbuis (urethrasteen) – 54
  • zenuwpijn van de nervus genitofemoralis (neuralgie van de N. genitofemoralis) – 48
  • infectie van het schaambeen (osteomyelitis pubis) – 43
  • vermoeidheidsbreuk van de heup (stressfractuur van de femurhals) – 39
  • seminoom – 38
  • spondylolyse – 36
  • syndroom van Maigne (beknelling van de N. Ilio-inguinalis of N. Ilio-hypogastricus) – 36
  • reactieve ontsteking van het SI-gewricht (reactieve sacro-iliitis) – 30
  • abces rond de nier (perirenaal abces) – 20
  • SI-gewricht syndroom – 19
  • blokkade van het gewricht tussen heiligbeen en bekken (blokkade van het SI-gewricht) – 16
  • ontsteking van het SI-gewricht door bacterie (septische sacro-iliitis) – 15
  • verschoven rugwervel (spondylolisthese) – 14
  • ontsteking van de zaadbal (orchitis) – 11
  • abces in de psoasspier (psoas abces) – 7
  • bindweefselvorming achter het buikvlies (retroperitoneale fibrose) – 6
  • gescheurde iliopsoasspier (ruptuur van de M. iliopsoas) – 6
  • uitpuilen van de heupkop in het bekken (protrusio acetabuli) – 6
  • jeugdreuma (juveniele idiopathische arthritis) – 6
  • ontsteking van de lymfeklieren in de lies (lymfadenitis in de lies) – 6
  • verspreiding van gonorroe door het lichaam (gedissemineerde gonorroe) – 5
  • ontsteking van lendenwervel en tussenwervelschijf (lumbale spondylodiscitis) – 4
  • irritatie van de pees van de adductoren van het bovenbeen (irritatie van de pezen van de adductoren) – 3
  • osteochondritis dissecans van de heup (osteochondritis dissecans van de heup) – 3
  • sportershernia – 3
  • vorming van stukjes kraakbeen in de heup (synoviale chondromatose van het heupgewricht) – 3
  • fibreuze dysplasie van de heup (fibreuze dysplasie van de femurkop) – 3
  • pseudotumor door heupprothese – 3
  • verwijding van de liesslagader (aneurysma van arteria iliaca) – 3
  • ontsteking van wervel en tussenwervelschijf (spondylodiscitis) – 3
  • osteosarcoom van de heup (osteosarcoom van het collum femoris) – 2
  • kraakbeenkanker van de heup (chondrosarcoom van de heup) – 1
  • voorwerp in een bloedvat (intravasculair corpus alienum) – 0,6
  • notenkraker syndroom (compressie van de linker v. renalis tussen de a. mesenterica superior en de aorta) – 0,5
  • hechting door het periost van het tuberculum pubicum (hechting door het periost van het tuberculum pubicum) – 0,4
  • hemofilie A (factor VIII-deficiëntie) – 0,4
  • spermatocytair seminoom – 0,1
  • hemofilie B (factor IX-deficiëntie) – 0,1
  • syndroom van Marshall – 0,02

Gepubliceerd door: Simpto.nl
Datum van publicatie: 3 december 2016
Auteur: Erwin Douwes
Laatst bijgewerkt op: 3 december 2016

1 reactie

  1. L.S. Zeker 5 á 6 jhr. geleden geopereerd van liesbreuk daar is een matje bij ingebracht
    Heb nu vreselijke pijnen in mijn bovenbeen, heb artrose in mijn heup gewricht.
    Kan die pijn soms zoals je tegenwoordig wel meer hoort soms door dat matje veroorzaakt worden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *