Overmatig zweten

Overmatig zweten – een veel voorkomend symptoom

Overmatig zweten is een veel voorkomende klacht met veel verschillende oorzaken. Vaak komt het voor bij aandoeningen die koorts geven. Maar er zijn ook oorzaken waarbij het zonder koorts voorkomt.

Als overmatig zweten vooral ‘s nachts voorkomt wordt gesproken van nachtzweten. Klik hiervoor door naar de webpagina over nachtzweten.

overmatig zweten

De medische term voor overmatig zweten is ‘hyperhidrose’. Het tegengestelde is hypohidrose (weinig zweten) of anhidrose (helemaal niet kunnen zweten).

Oorzaken overmatig zweten

Er zijn zeer veel verschillende oorzaken voor overmatig zweten. De meeste oorzaken vallen in één van onderstaande groepen:

  • Koorts – bijvoorbeeld bij virusinfecties; verdamping van zweet onttrekt warmte aan de huid; zweten is dus een manier van het lichaam om de lichaamstemperatuur te verlagen;
  • Infecties door bacteriën – vooral longontsteking, infectie van het bloed (sepsis) en abcessen leiden vaak tot overmatig zweten;
  • Gebruik van geneesmiddelen – er zijn veel geneesmiddelen die toename van zweetproductie als bijwerking hebben; de bekendste is paracetamol;
  • Schildklierziekten – aandoeningen die leiden tot een versnelde werking van de schildklier (hyperthyreoïdie) leiden vaak tot overvloedig zweten;
  • Lymfeklierkanker – hoewel lymfeklierkanker niet zo heel vaak voorkomt zal een arts bij overmatig zweten altijd moeten denken aan deze mogelijkheid;
  • Angststoornissen – bij de verschillende soorten angststoornissen kan zweten voorkomen, bijvoorbeeld tijdens een paniekaanval;
  • Aandoeningen van het zenuwstelsel – het autonome zenuwstelsel regelt de aanmaak en uitscheiding van zweet door zweetklieren; aandoeningen of beschadigingen van het autonome zenuwstelsel kunnen toename van de zweetproductie geven;
  • Gebruik van drugs – gebruik van drugs, maar ook het stoppen met gebruik van drugs kan tot overmatige transpiratie leiden;
  • Vergiftigingen – verschillende vergiftigingen hebben als symptoom zweten;
  • Stofwisselingsziekten – er zijn een aantal zeldzame stofwisselingsziekten waarbij zweten als symptoom kan optreden.

Onder aan deze pagina staat een uitgebreid overzicht met oorzaken van overmatig transpireren.

Wat kan ik er zelf tegen doen?

Er zijn niet zoveel dingen die je zelf kunt doen tegen overmatig zweten. Als duidelijk is dat het wordt veroorzaakt door geneesmiddelen kan in overleg met de behandelend arts naar een alternatief middel worden gezocht. Als duidelijk is dat het wordt veroorzaakt door drugs kan gestopt worden met het gebruik van de drugs.

Wat kan de arts ertegen doen?

De arts zal er in eerste instantie achter willen komen wat de oorzaak van het overmatige zweten is. Om daar achter te komen zal de arts vragen stellen en eventueel lichamelijk onderzoek doen en/of aanvullend onderzoek aanvragen. Bij aanhoudend overmatig zweten kan de huisarts besluiten patiënt door te verwijzen naar een dermatoloog.

Oxybutynine

Oxybutynine is een geneesmiddel dat eigenlijk bedoeld is voor de behandeling van een overactieve blaas. Het heeft echter als bijwerking dat het de aanmaak van zweet vermindert. Daarom wordt het ook voorgeschreven als behandeling van overmatig zweten.

overmatig zweten - behandeling met oxybutynine tabletten
oxybutynine tabletten

Overige

Er zijn verschillende behandelingen die kunnen worden toegepast bij plaatselijk overmatig zweten (lokale hyperhidrose). Hieronder een overzicht.

  • Aluminiumchloride – wanneer de huid wordt ingesmeerd met aluminiumchloride-oplossingen zal de zweetproductie afnemen;
  • Urotropine – zalf die urotropine bevat kan worden gebruikt voor de behandeling van zweetplekken;
  • Botuline-toxine – bij plaatselijk zweten kunnen injectie met botuline-toxine tijdelijk helpen; botuline-toxine remt de zweetproductie;

Engelse vertaling

excessive sweating, hyperhidrosis

ICD10-code

R61


Lijst met oorzaken overmatig zweten

Het getal achter de oorzaak geeft een schatting van het aantal mensen dat jaarlijks vanwege die oorzaak last heeft van overmatig zweten.

Oorzaken overmatig zweten >10.000/jaar

Oorzaken overmatig zweten >1.000/jaar

Oorzaken overmatig zweten <1.000/jaar

Oorzaken overmatig zweten <100/jaar

  • bloedarmoede door een tekort aan vitamine B12 (pernicieuze anemie) – 96
  • wondroos van het onderbeen (erysipelas van het onderbeen) – 95
  • adrenerg postprandiaal syndroom – 94
  • Addison crisis (acute bijnierschorsinsufficiëntie) – 86
  • schildklierontsteking van De Quervain (subacute thyreoïditis van DeQuervain) – 86
  • leverabces (pyogeen leverabces) – 85
  • gebruik van Avastin (bevacizumab) – 85
  • koudvuur (gasgangreen) – 85
  • te hoog magnesium gehalte in het bloed (hypermagnesemie) – 84
  • gebruik van pethidine – 80
  • gebruik van clomipramine – 78
  • gebruik van haloperidol (Haldol) – 78
  • verwijding van de grote lichaamsslagader in de buik (aneurysma aortae abdominalis) – 77
  • bloedvergiftiging door een katheter in een bloedvat (lijnsepsis) – 68
  • gebruik van doxorubicine – 65
  • maligne hypertensie – 65
  • longziekte door overgevoeligheid voor Aspergillus-schimmel (allergische bronchopulmonale aspergillose) – 62
  • tuberculose van de longen (pulmonale tuberculose) – 59
  • splijting van de wand van de grote lichaamsslagader (dissectie van de aorta) – 59
  • knokkelkoorts (dengue) – 59
  • gebruik van claritromycine (Klacid) – 58
  • kleincellig longkanker (kleincellig bronchuscarcinoom) – 57
  • chronische myeloïde leukemie – 57
  • reactieve hypoglycemie – 57
  • verwonding aan de lever (leverletsel) – 54
  • syringomyelie – 53
  • ontsteking van de hersenen (encefalitis) – 53
  • ontsteking van het hartzakje door bacterie (bacteriële pericarditis) – 53
  • gebruik van schildklierhormoon (thyroxine) – 53
  • alcoholvergiftiging (alcoholintoxicatie) – 52
  • hyperhidrose van Hexsel – 49
  • toediening van fentanyl – 49
  • buitenbaarmoederlijke zwangerschap (extra-uteriene graviditeit) – 46
  • gebruik van imipramine – 46
  • temporaalkwabepilepsie (complexe partiële epilepsie – temporaalkwab) – 45
  • secundaire manie – 43
  • status migrainosus – 43
  • verhoogd natrium gehalte in het bloed (hypernatriëmie) – 43
  • spontaan gescheurde milt (spontane miltruptuur) – 42
  • aantasting van de zenuwen door suikerziekte (diabetische neuropathie) – 42
  • blootstelling aan blauwalgen (blootstelling aan cyanobacterien) – 40
  • autonome neuropathie – 38
  • nicotinevergiftiging (nicotine-intoxicatie) – 37
  • acromegalie – 36
  • autonome hyperreflexie – 36
  • gebruik van pimozide (Orap) – 36
  • abces rond de nier (perirenaal abces) – 35
  • postural orthostatic tachycardia syndrome – 29
  • vernauwing van de aortaklep (aortakleptstenose) – 29
  • syndroom van Guillain-Barré – 28
  • abces onder het middenrif (subfrenisch abces) – 27
  • geïnfecteerde slijmbeurs van de elleboog (geïnfecteerde bursitis olecrani) – 27
  • angioimmunoblastair T-cel lymfoom – 27
  • verwonding aan de blaas (traumatisch blaasletsel) – 26
  • te snel werkende schildklier door gebruik van schildklierhormoontabletten – 25
  • beschadiging van het ruggenmerg (ruggenmergletsel) – 24
  • infectie met atypische mycobacterien – 23
  • abces achter het buikvlies (retroperitoneaal abces) – 23
  • gebruik van rituximab (MabThera) – 23
  • kwaadaardig feochromocytoom (maligne feochromocytoom) – 22
  • gebruik van poppers (alkylnitriet) – 22
  • verwonding aan de urinewegen (letsel van de urinewegen) – 22
  • insulinoom – 21
  • ineengeschoven darm (invaginatie van de darm) – 21
  • gebruik van neostigmine – 20
  • gebruik van bisoprolol (Emcor) – 20
  • gebruik van testosteronverlagende middelen (gebruik van anti-androgenen) – 20
  • wondroos van de arm (erysipelas van de arm) – 19
  • wondroos van het bovenbeen (erysipelas van het bovenbeen) – 19
  • verdikt hartzakje (constrictieve pericarditis) – 19
  • te snel werkende schildklier door eten van met schildklier verontreinigd vlees – 18
  • kwikvergiftiging (kwikintoxicatie) – 17
  • stoppen met het gebruik van van morfine of morfine-achtige geneesmiddelen (opiaatonttrekking) – 17
  • ziekte van Pierre Marie-Bamberger (hypertrofische osteoartropathie) – 17
  • gebruik van amiodaron (Cordarone) – 16
  • overdosis XTC (ecstasy intoxicatie) – 16
  • gebruik van geconjugeerde oestrogenen (Dagynil, Premarin) – 15
  • gebruik van venlafaxine (Efexor) – 15
  • te snel werkende schildklier door andere oorzaak van buitenaf (exogene hyperthyreoïdie) – 14
  • gebruik van ciclosporine (Sandimmune, Neoral) – 13
  • tekort aan fosfaat in het bloed (hypofosfatemie) – 13
  • levercelkanker (hepatocellulair carcinoom) – 12
  • endocarditis lenta – 12
  • onttrekkingssyndroom bij pasgeborenen (onttrekkingssyndroom bij neonaten) – 12
  • stoppen met het gebruik van gabapentine – 12
  • vernauwing van de darmslagader (stenose van de A. mesenterica) – 12
  • infectie in het hart (infectieuze endocarditis) – 12
  • goedaardige duizeligheid bij kinderen (benigne paroxismale vertigo bij kinderen) – 11
  • viskruikinfarct (takotsubo cardiomyopathie) – 10
  • gebruik van varenicline (Champix) – 10
  • ziekte van Kahler (multipel myeloom) – 10
  • MIDD-type diabetes (maternally inherited diabetes and deafness) – 10

Oorzaken overmatig zweten <10/jaar

Oorzaken overmatig zweten <1/jaar

  • periodieke verlamming tijdens thyreotoxische crisis (thyreotoxische periodieke paralyse) – 0,9
  • allergisch astma door Aspergillus (Aspergillus-astma) – 0,9
  • persisterende aura zonder herseninfarct (persisterende aura zonder herseninfarct) – 0,9
  • aangeboren vernauwing van de grote lichaamsslagader (coarctatio aortae) – 0,8
  • gewrichtsontsteking door tuberculose (tuberculeuze artritis) – 0,8
  • syndroom van Sipple (MEN-syndroom type II) – 0,8
  • tetanus – 0,8
  • syndroom van Allgrove (triple-A syndroom) – 0,8
  • gebruik van tamoxifen – 0,8
  • gebruik van pregabaline (Lyrica) – 0,7
  • syndroom van Bureau-Barrière-Thomas – 0,7
  • gebruik van Revolade (eltrombopag) – 0,68
  • syndroom van Shapiro (spontane periodieke hypothermie) – 0,7
  • syndroom van Ross – 0,7
  • neuroblastoom van de bijnier – 0,7
  • hart met onderontwikkelde linker kamer (hypoplastisch linkerhart syndroom) – 0,7
  • verbindweefseling van het spierweefsel van het hart (endomyocardiale fibrose) – 0,7
  • ziekte van Rendu-Osler-Weber (hereditaire hemorrhagische teleangiëctasie) – 0,7
  • fenylketonurie – 0,6
  • erfelijke fructose-intolerantie (hereditaire fructose-intolerantie) – 0,6
  • glycogenose type I, III, VI – 0,6
  • syndroom van Morvan – 0,6
  • rickettsia-pokken – 0,6
  • ehrlichiose (humane monocytaire ehrlichiose) – 0,6
  • brozebottenziekte type 5 (osteogenesis imperfecta type 5) – 0,5
  • bloedvergiftiging door Capnocytophaga canimorsus (Capnocytophaga canimorsus sepsis) – 0,5
  • chorioncarcinoom van de zaadbal (testiculair chorioncarcinoom) – 0,5
  • syndroom van Von Hippel-Lindau – 0,5
  • asbestziekte (asbestose) – 0,5
  • syndroom van Heyde – 0,5
  • gebruik van duloxetine (Cymbalta) – 0,5
  • gebruik van levofloxacine infusievloeistof – 0,5
  • gebruik van pegfilgrastim (Neulasta) – 0,5
  • gebruik van tetrabenazine (Tetmodis, Xenazine) – 0,5
  • gebruik van Xyrem (natriumoxybaat) – 0,5
  • syndroom van Harlequin – 0,5
  • cryptokokkeninfectie door het lichaam (gedissemineerde cryptokokkeninfectie) – 0,4
  • ziekte van Chagas – 0,4
  • gebruik van adrenaline autoinjector (EpiPen) – 0,4
  • verbinding tussen grote lichaamsslagader en longslagader (aortopulmonaal septumdefect) – 0,3
  • spierdystrofie van Duchenne (musculaire dystrofie van Duchenne) – 0,3
  • ziekte van Hers (glycogeenstapelingsziekte type VI) – 0,3
  • gebruik van Zyvoxid (linezolid) – 0,3
  • loopgravenkoorts (infectie met Bartonella quintana) – 0,3
  • ziekte van Cori (glycogeenstapelingsziekte type III) – 0,3
  • ziekte van Von Gierke (glycogeenstapelingsziekte type I) – 0,3
  • syndroom van Riley-Day (familiaire dysautonomie) – 0,2
  • blijvende truncus arteriosus (persisterende truncus arteriosus) – 0,2
  • mijnworminfectie (ancylostomiasis) – 0,2
  • reuzengroei (gigantisme) – 0,2
  • neuroblastoom – 0,2
  • abnormaal schildklierweefsel in de eierstok (struma ovarii) – 0,2
  • ciguatera vergiftiging (ciguatera intoxicatie) – 0,2
  • gebruik van Emselex (darifenacine) – 0,2
  • gebruik van parecoxib (Dynastat) – 0,2
  • syndroom van Segawa – recessieve vorm (dopa-responsieve dystonie (recessieve vorm)) – 0,2
  • brozebottenziekte type 1 (osteogenesis imperfecta type 1) – 0,2
  • brozebottenziekte type 2 (osteogenesis imperfecta type 2) – 0,2
  • brozebottenziekte type 3 (osteogenesis imperfecta type 3) – 0,2
  • brozebottenziekte type 4 (osteogenesis imperfecta type 4) – 0,2
  • brozebottenziekte type 6 (osteogenesis imperfecta type 6) – 0,2
  • gebruik van Evoxac (cevimeline) – 0,2
  • ruggenmergtering (tabes dorsalis) – 0,2
  • syndroom van Olmsted – 0,2
  • littoral-cell angioma – 0,2
  • CREST-syndroom (limited cutaneous sclerosis) – 0,2
  • glutaaracidurie type 1 – 0,13
  • gebruik van denosumab (Xgeva) – 0,13
  • proximale myotone myopathie (myotone dystrofie type 2) – 0,12
  • tularemie – 0,11
  • gebruik van Levact (bendamustine) – 0,10
  • gebruik van tacrine – 0,10
  • gebruik van Copaxone (glatirameer) – 0,10
  • koortsaanvallen na tekenbeet (febris recurrens door Borrelia recurrentis) – 0,09
  • ziekte van Keshan – 0,09
  • koortsaanvallen na luizenbeet (febris recurrens door Borrelia duttoni) – 0,08
  • chronisch lijmsnuiven – 0,07
  • lymfeklierkanker in de bloedvaten (intravasculair lymfoom) – 0,07
  • refeeding-syndroom – 0,07
  • gebruik van alglucosidase alfa (Myozyme) – 0,06
  • neuroblastoom in de nek – 0,04
  • gebruik van Prialt (ziconotide) – 0,04
  • ziekte van Meleda (keratosis palmoplantaris and transgradiens of Siemens) – 0,03
  • aangeboren tekort aan carnitine (primaire carnitinedeficiëntie) – 0,02
  • gebruik van octocog alfa (Kogenate, Kovaltry) – 0,02
  • chronische coccidioïdomycose – 0,02
  • miltvuur van de longen (inhalatie-anthrax) – 0,01
  • porfyrie door een tekort aan het enzym ALA dehydratase (porfyrie door ALA dehydratase deficiëntie) – 0,01
  • hart met drie boezems (cor triatriatum) – 0,01
  • syndroom van Axenfeld-Rieger – 0,01
  • syndroom van Barth (3-methylglutaconacidurie type 2) – 0,01
  • gele koorts (gele koorts) – 0,01
  • glomus vagale tumor (glomus vagale tumor) – 0,01
  • fucosidose type I – 0,01
  • fucosidose type II – 0,01
  • syndroom van Alström – 0,01
  • mazelenencefalitis (subacute scleroserende panencefalitis) – 0,003

Synoniemen voor overmatig zweten zijn veel zweten, zweten, transpireren, profuus zweten, overmatig transpireren, bovenmatig zweten, overdadig zweten, overmatig transpireren, overmatige transpiratie, meer zweten, veel transpireren, toegenomen transpiratie, bovenmatig zweten, hypertranspiratie, diaforese, pertranspiratie


Gepubliceerd door: Simpto.nl
Datum van publicatie: 7 maart 2017
Auteur: Erwin Douwes
Laatst bijgewerkt op: 7 maart 2017

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *