Oorpijn

Oorpijn is een zeer vaak voorkomende klacht met veel verschillende oorzaken. In de meeste gevallen zal een ontsteking de oorzaak zijn, bijvoorbeeld een ontsteking van de gehoorgang, een ontsteking van het trommelvlies of een middenoorontsteking.

Er zijn echter talloze andere oorzaken mogelijk, waaronder oorzaken die buiten het oor liggen. Zo kunnen aandoeningen in de keel, de kaak, het gebit, het strottenhoofd, de schildklier, en zelfs het hart uitstralende pijn in het oor geven.

Onder ‘Oorzaken oorpijn’ volgt een overzicht van alle mogelijke oorzaken van pijn in het oor.

De medische term voor pijn in het oor is ‘otalgie’.

Oorzaken oorpijn

De onderstaande lijst met oorzaken van pijn in het oor is gerangschikt naar frequentie van voorkomen. Het getal achter de oorzaak geeft een schatting van het aantal mensen dat jaarlijks vanwege die oorzaak oorpijn krijgt.

  • ontsteking van de uitwendige gehoorgang (acute otitis externa) – 204975
  • lijmoor (otitis media serosa) – 42000
  • ontstoken keelamandelen (acute tonsillitis) – 27650
  • middenoorontsteking (acute otitis media) – 26271
  • kaakholteontsteking (acute sinusitis maxillaris) – 22140
  • oorsmeerprop (cerumenprop) – 21780
  • chronische middenoorontsteking (chronische otitis media) – 16200
  • verstopte buis van Eustachius – 6000
  • loopoor (otitis media met effusie) – 5000
  • TMD-syndroom (temporomandibulaire dysfunctie) – 4000
  • gaatje in het trommelvlies (trommelvliesperforatie) – 3289
  • ontsteking van de tandpulpa (pulpitis) – 3000
  • ontsteking van het trommelvlies (acute tympanitis) – 2763
  • keelabces (peritonsillair abces) – 2482
  • zesde ziekte (exanthema subitum) – 1590
  • longontsteking door Mycoplasma-bacterie (mycoplasma pneumonie) – 1440
  • botwoekering in het oor (exostosen in het oor) – 1080
  • atypische aangezichtspijn (persisterende idiopathische faciale pijn) – 1000
  • slecht sluitend gebit (malocclusie) – 1000
  • vergrote neusamandel (adenoïdhypertrofie) – 900
  • gordelroos van het oor (herpes zoster oticus) – 760
  • furunkulose – 750
  • tandenknarsen (bruxisme) – 666
  • slijtage van het kaakgewricht (temporomandibulaire artrose) – 648
  • lawaaidoofheid (lawaaitrauma) – 645
  • ontstoken oorschelp (perichondritis) – 630
  • chronische ontsteking van de uitwendige gehoorgang (chronische otitis externa) – 515
  • hand-voet-mondziekte – 500
  • barotrauma van het oor (barotitis media) – 495
  • wondroos van het oor (erysipelas van het oor) – 460
  • ontsteking van de tandwortel (periapicaal abces) – 450
  • winteroren (perniones) – 375
  • metabool syndroom – 350
  • verwonding aan het oor (oorletsel) – 287
  • bevriezing van de oren (frostbite) – 278
  • angina pectoris – 260
  • ziekte van Pfeiffer (mononucleosis infectiosa) – 240
  • voorwerp in het oor (corpus alienum in de gehoorgang) – 225
  • steenpuist in het oor (furunkel in de gehoorgang) – 208
  • schildklierontsteking van De Quervain (subacute thyreoïditis van DeQuervain) – 207
  • amandelsteen (tonsilloliet) – 200
  • instabiele angina pectoris – 185
  • ontsteking van de tong (glossitis) – 178
  • cholesteatoom – 171
  • herpes van de mond (herpes stomatitis) – 120
  • bof (parotitis epidemica) – 115
  • wiggebeenholteontsteking (acute sinusitis sfenoidalis) – 80
  • kanker van de amandelen (tonsilcarcinoom) – 65
  • plaatsen van trommelvliesbuisjes – 50
  • neuralgie van de tong-keelzenuw (glossofaryngeusneuralgie) – 48
  • bubblebad folliculitis – 45
  • ontsteking van het rotsbeen (acute mastoïditis) – 41
  • gebruik van amiodaron (Cordarone) – 32
  • mondbodemabces (angina van Ludwig) – 29
  • kanker van het strottenhoofd (larynxcarcinoom) – 28
  • terugkerende kraakbeenontsteking (recidiverende polychondritis) – 28
  • brughoektumor (acusticusneurinoom) – 27
  • blootstelling aan blauwalgen (blootstelling aan cyanobacterien) – 27
  • ziekte van Wegener (granulomatose met polyangiitis) – 20
  • cyste in het oor – 16
  • maligne otitis externa – 15
  • tongkanker (plaveiselcelcarcinoom van de tong) – 15
  • kanker in de neuskeelholte (nasofarynxcarcinoom) – 14
  • ziekte van Kawasaki – 13
  • syndroom van Sluder (Sluder’s neuralgie) – 13
  • chronische wiggebeenholteontsteking (chronische sinusitis sfenoïdalis) – 10
  • kanker van de stembanden (stembandcarcinoom) – 10
  • vorming van koude-agglutininen – 10
  • syndroom van Gradenigo – 10
  • kanker aan de basis van de tong (tongbasiscarcinoom) – 9
  • ontsteking van de luchtpijp (acute tracheïtis) – 9
  • zenuwpijn van de N. laryngeus superior (N. laryngeus superior neuralgie) – 7
  • lymfoedeem in het gezicht en/of de nek – 7
  • ontsteking van de schildklier door een bacterie (acute bacteriële thyreoïditis) – 6
  • syndroom van Eagle – 6
  • ganglionitis geniculata (neuralgie van de nervus intermedius) – 6
  • SUNCT – 5
  • Warthin-tumor (adenolymfoom van de glandula parotidea) – 5
  • gevoeligheid van de halsslagader (carotidynie) – 2,5
  • acromegalie – 1,8
  • syndroom van Vernet – 1,0
  • glomus tympanicum tumor (glomus tympanicum tumor) – 0,8
  • linguatulose van de neuskeelholte (nasofaryngeale linguatulose) – 0,3
  • cervicocraniaal syndroom – 0,3
  • kanker van spierweefsel in het oor (rabdomyosarcoom in het oor) – 0,2

Behandeling oorpijn

De behandeling van oorpijn is in het algemeen afhankelijk van de onderliggende oorzaak. Daarom is het verstandig om eerst te proberen de oorzaak te achterhalen. Als deze niet direct kan worden gevonden kan een pijnstiller verlichting geven.

Wanneer naar de dokter?

Tekst volgt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *