Onvruchtbaarheid bij de man

Oorzaken onvruchtbaarheid bij de man

Er zijn zeer veel oorzaken voor onvruchtbaarheid of verminderde vruchtbaarheid bij de man. Hieronder volgt een lijst van oorzaken. Achter de oorzaak staat een getal. Dit getal is een schatting van het aantal gevallen dat jaarlijks in Nederland optreedt.

  • sterilisatie bij de man (vasectomie) – 8973
  • gebruik van Androcur (cyproteronacetaat) – 1350
  • andropauze (partial androgen deficiency in ageing men) – 900
  • gebruik van anabole steroïden – 840
  • ontsteking van de bijbal (acute epididymitis) – 624
  • retrograde ejaculatie – 400
  • ziekte van Hashimoto (auto-immuun thyreoïditis) – 322
  • spataderbreuk (varicocèle) – 260
  • niet ingedaalde zaadbal – 192
  • ontsteking van de plasbuis (urethritis) – 189
  • syndroom van Noonan – 110
  • verstopping van het spuitbuisje (obstructie van de ductus ejaculatorius) – 87
  • ziekte van Graves – 84
  • chronische ontsteking van de bijbal (chronische epididymitis) – 63
  • schildklieradenoom – 60
  • slecht werkende bijnier veroorzaakt door geneesmiddelen – 56
  • verstopping van de zaadleider (obstructie van de ductus deferens) – 44
  • gebruik van Propecia (finasteride) – 43
  • gebruik van trimethoprim (Monotrim) – 34
  • primaire ciliaire dyskinesie – 17
  • syndroom van Fröhlich (adiposogenitale dystrofie) – 16
  • infertile male syndrome – 16
  • gebruik van sulfasalazine – 13
  • chemische castratie – 9,0
  • gebruik van Proscar (finasteride) – 8,5
  • ontsteking van de zaadbal (orchitis) – 7,8
  • ongevoeligheid voor follikel-stimulerend hormoon (FSH-insensitiviteit) – 7,2
  • gebruik van mesalazine (Asacol, Pentasa, Salofalk) – 6,3
  • aangeboren afwezigheid van de zaadleider (agenesie van de ductus deferens) – 5,3
  • syndroom van Del Castillo – 5,0
  • syndroom van Kartagener – 5,0
  • stille schildklierontsteking (stille thyreoïditis) – 4,0
  • behandeling met chemotherapie op de kinderleeftijd – 2,5
  • bestraling van de buik op de kinderleeftijd – 2,5
  • ziekte van Kennedy (spinobulbaire musculaire atrofie) – 2,2
  • Leydigceltumor – 2,1
  • globozoöspermie – 1,9
  • Leydigcel-hypoplasie – 1,8
  • MASA-syndroom – 1,8
  • te langzaam werkende schildklier door bestraling in het halsgebied – 1,7
  • tekort aan het enzym 5-alfa-reductase – 1,6
  • taaislijmziekte (cystische fibrose) – 1,2
  • antistoffen spermatozoa – 1,1
  • persisterende buis van Müller – 0,9
  • stralingsziekte – 0,8
  • te snel werkende schildklier door gebruik van schildklierhormoontabletten – 0,8
  • te langzaam werkende schildklier door geneesmiddel – 0,6
  • te snel werkende schildklier door eten van met schildklier verontreinigd vlees – 0,6
  • adrenomyeloneuropathie – 0,5
  • syndroom van Young – 0,5
  • te snel werkende schildklier door andere oorzaak van buitenaf – 0,4
  • aangeboren bijnierhyperplasie – 0,4
  • notenkraker syndroom – 0,4
  • trichothiodystrofie – 0,3
  • SAHA-syndroom – 0,2
  • tekort aan het enzym 17,20-lyase – 0,2
  • BIDS syndroom (niet-fotosensitieve trichothiodystrofie 1) – 0,2
  • schildklierontsteking van Riedel – 0,1
  • Mulibrey-nanisme – 0,1
  • syndroom van Bloom – 0,01

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *