Wat is obstipatie?

Obstipatie betekent dat je minder vaak moet poepen. Het wordt ook wel verstopping, darmverstopping of constipatie genoemd. Obstipatie is een van de meest voorkomende medische klachten.

Hoe vaak de ontlasting komt is voor iedereen verschillend. Sommige mensen hebben niet elke dag ontlasting, anderen drie keer per dag. Officieel wordt gesproken van obstipatie als je minder dan drie keer per week moet poepen.

Als de klachten van obstipatie langer dan drie maanden aanhouden wordt gesproken van aanhoudende verstopping of chronische obstipatie.

Hoe vaak komt ‘t voor?

Obstipatie komt zeer vaak voor. Geschat wordt dat 30-40% van de mensen er wel eens last van krijgt.

Bij wie?

Verstopping van de darm kan eigenlijk bij iedereen voorkomen. Dat betekent dat ook baby’s en jonge kinderen er last van kunnen hebben. Over het algemeen komt obstipatie iets vaker voor bij vrouwen dan bij mannen.

Oorzaken obstipatie

Er zijn heel veel verschillende oorzaken voor het minder vaak komen van de ontlasting. De meest voorkomende oorzaken zijn (1) te weinig drinken, (2) te weinig bewegen, en (3) voeding die weinig voedingsvezels bevat. Dit zijn gelukkig oorzaken waar je zelf iets aan kunt doen.

Daarnaast zijn er nogal wat ziektebeelden die darmverstopping kunnen geven. Bekende voorbeelden zijn spastische dikke darm, divertikelziekte van de darm (diverticulose), een traag werkende schildklier (hypothyreoïdie) en darmkanker.

Ook wordt verstopping regelmatig veroorzaakt door gebruik van bepaalde geneesmiddelen en drugs. Ten slotte kan zwangerschap ook leiden tot obstipatie.

Kijk voor een compleet overzicht met meer dan 400 verschillende oorzaken voor obstipatie onderaan deze webpagina.

Symptomen obstipatie

Behalve dat de ontlasting minder vaak komt kan darmverstopping ook tot andere klachten leiden, namelijk:

  • Doordat de ontlasting langer in de darm blijft zitten wordt deze ingedikt. Hierdoor wordt de ontlasting vaak harder.
  • Doordat de ontlasting hard wordt kan het nodig zijn om te persen; hierdoor kan het poepen ook pijn doen; soms kunnen er zelfs scheurtjes aan de anus ontstaan. Dit worden ‘anuskloofjes’ of ‘anusfissuren’ genoemd. Andersom kunnen anuskloofjes ook obstipatie veroorzaken of verergeren. De kloofjes doen namelijk pijn waardoor poepen erg onaangenaam wordt en daardoor vaak uitgesteld.
  • Ophoping van ontlasting in de darm kan leiden tot buikpijn of buikkrampen.
  • Soms kun je het gevoel hebben dat je niet alles uitgepoept hebt.
  • Soms kan steenharde ontlasting in de endeldarm ontstaan. Dit wordt fecoliet genoemd.

Bij laboratoriumonderzoek kan het urobilinogeen gehalte in de urine verhoogd zijn. Dat komt doordat de ontlasting bij mensen met darmverstopping langer in de darm blijft. De bilirubine die via de gal wordt uitgescheiden in de darm blijft daardoor ook langer in de darm. Daardoor is er meer tijd beschikbaar voor darmbacteriën om bilirubine om te zetten in urobilinogeen, en vervolgens om het urobilinogeen op te nemen in het bloed.

Hoe wordt de diagnose gesteld?

Het is niet moeilijk om zelf de diagnose ‘verstopping’ te stellen. Als de ontlasting minder vaak komt – minder dan drie keer per week – wordt gesproken van ‘obstipatie’.

Wanneer je met je klacht naar de huisarts gaat zal deze ook op grond van de klachten de diagnose ‘obstipatie’ kunnen stellen. Obstipatie is echter geen ziekte maar een symptoom. Vaak zal de arts daarom doorvragen om erachter te komen wat de oorzaak van de verstopping is. Zo kan gevraagd worden naar de voeding, de hoeveelheid vocht die dagelijks wordt ingenomen, het gebruik van geneesmiddelen en de mate van lichamelijke activiteit.

Soms kunnen bij lichamelijk onderzoek afwijkingen worden gevonden die obstipatie kunnen geven. Zo kunnen bij de anus soms anuskloofjes worden gezien. Anuskloofjes kunnen zowel de oorzaak als het gevolg zijn van darmverstopping.

Eventueel kan de arts aanvullend onderzoek aanvragen om zeldzamere oorzaken op het spoor te komen.

Behandeling obstipatie

Wat kun je zelf doen?

Vaak kun je obstipatieklachten zelf goed behandelen door aanpassingen van dieet en levensstijl. Probeer de onderstaande adviezen te volgen.

Leefstijladviezen

Meer bewegen

Verstopping van de darm wordt vaak veroorzaakt door gebrek aan beweging. Het advies is daarom meer te bewegen. Probeer in ieder geval elke dag minimaal 30 minuten te wandelen in stevig tempo. Lukt dat niet, probeer dan thuis meer te bewegen.

Meer drinken

Water houdt de ontlasting dun en gaat daardoor obstipatie tegen. Drink daarom minimaal 1,5 tot 2 liter op een dag. Drink niet alleen koffie, maar ook eens een glas water tussendoor.

water drinken tegen verstopping (obstipatie)
water drinken tegen verstopping (obstipatie)
Aanpassen dieet

Veel mensen eten voedsel waar weinig voedingsvezels in zitten. Dit kan eenvoudig worden aangepast door een aantal dieetmaatregelen te nemen.

Tips voor een vezelrijke voeding:

  • Vervang gewoon brood vaker door volkoren brood;
  • Neem eens een bakje yoghurt met müesli;
  • Eet voldoende verse groente en vers fruit;
  • Voeg extra vezels (bijvoorbeeld granen) toe aan het toetje;
  • Neem vaker producten waarvan bekend is dat ze veel voedingsvezels bevatten. Zie afbeelding hieronder.

voedingsvezels tegen obstipatie (darmverstopping)

Zelfzorgmiddelen

Als adviezen niet of onvoldoende helpen kunnen zelfzorgmiddelen worden gebruikt.

Er zijn verschillende producten beschikbaar waarvoor geen doktersrecept nodig is. Hieronder een overzicht van zelfzorgmiddelen tegen obstipatie. De meeste producten werken doordat ze de hoeveelheid vocht in de ontlasting verhogen. Hierdoor wordt de ontlasting zachter en kan zo makkelijker de darm passeren.

Bij gebruik van onderstaande middelen is het van belang om goed te blijven drinken. Hou er ook rekening mee dat de ontlasting meestal niet direct weer op gang komt. Dat kan één tot enkele dagen duren.

Middelen die vocht opnemen
Psylliumzaad

Psylliumzaad bevat veel natuurlijke vezels. Producten die psylliumzaad bevatten zorgen ervoor dat de ontlasting vocht vasthoudt. De ontlasting wordt hierdoor zachter en zal makkelijker de darm passeren.

psylliumzaad bij obstipatie (darmverstopping)
psylliumzaad
Sterculiagom

Producten die sterculiagom bevatten werken op dezelfde manier als psylliumzaad.

sterculiagom bij obstipatie (darmverstopping)
sterculiagom
Middelen die vocht aantrekken
Lactulose

Lactulose trekt vocht aan. Dat betekent dat in de darmen de ontlasting zich gaat mengen met dit vocht. Hierdoor zal de ontlasting zachter worden en makkelijke de darm passeren.

Macrogol

Producten die macrogol bevatten werken op dezelfde manier als lactulose. Ze zorgen ervoor dat de ontlasting dunner wordt en zo makkelijker de darm passeert.

Middelen die de darmwand prikkelen

Producten die bisacodyl of senna bevatten prikkelen de darmwand. De darmwand gaat hierdoor meer vocht aanmaken. Het vocht mengt zich in de darm met de ontlasting waardoor deze zachter wordt.

Klysma / microklysma

Een klysma is een tubetje met vloeistof dat direct in de anus wordt ingebracht. De vloeistof mengt zich met de ontlasting en maakt deze zachter.

Microlax klysma voor baby's met obstipatie (darmverstopping)
Microlax klysma voor baby’s met obstipatie

Wat kan de arts doen?

Naast het geven van adviezen kan de arts geneesmiddelen voorschrijven tegen obstipatie. Dergelijke middelen worden laxeermiddelen of laxantia genoemd. Als er sprake is van aanhoudende obstipatie zal de arts willen weten of een ziekte de oorzaak van de verstopping is. Er kan dan aanvullend onderzoek worden gedaan om erachter te komen of dat zo is. Welk onderzoek zal worden gedaan hangt af van de mogelijke oorzaken waar de arts aan denkt.

Engelse vertaling

constipation

ICD10-code

K59.0


Lijst van oorzaken

Er zijn meer dan 400 verschillende oorzaken voor obstipatie. Sommige oorzaken komen zeer vaak voor, anderen zijn zeer zeldzaam. Hieronder een uitgebreide lijst van mogelijke oorzaken. Het getal achter de oorzaak is een schatting van het aantal mensen dat jaarlijks in Nederland vanwege die oorzaak darmverstopping krijg.

Oorzaken obstipatie >10.000/jaar

Oorzaken obstipatie >1.000/jaar

  • verklevingen in de buik (adhesies in de buikholte) – 9.900
  • aantasting van het perifere zenuwstelsel (perifere neuropathie) – 9.800
  • depressie (depressieve stoornis) – 9.000
  • encoprese door verstopping (retentieve encoprese) – 7.676
  • ziekte van Hashimoto (auto-immuun thyreoïditis) – 7.395
  • uitdroging (dehydratie) – 5.400
  • premenstrueel syndroom (premenstruele stoornis) – 5.200
  • vleesboom (myoma uteri) – 5.200
  • verhoogd calcium gehalte in het bloed (hypercalciëmie) – 5.184
  • gebruik van diclofenac (Voltaren, Cataflam, Arthrotec) – 5.000
  • anuskloofje (fissura ani) – 4.900
  • functionele verstopping (chronische functionele obstipatie) – 4.900
  • ontstoken divertikel (acute diverticulitis) – 4.365
  • galsteenaanval (galsteenkoliek) – 4.270
  • stoppen met het gebruik van SSRI’s (SSRI onttrekkingssyndroom) – 4.000
  • gebruik van geneesmiddelen tegen psychoses (gebruik van antipsychotica) – 3.600
  • heroïneverslaving (heroïne-addictie) – 3.450
  • verlamming van de darm (paralytische ileus) – 3.404
  • gebruik van aluminiumhydroxide (Algeldraat) – 3.250
  • gebruik van omeprazol (Losec) – 3.000
  • fecoliet (steenharde ontlasting in de endeldarm) – 2.500
  • dikkedarmkanker (coloncarcinoom) – 2.460
  • chronische hyperventilatie (chronische hyperventilatie syndroom) – 2.400
  • vastzittende ontlasting (fecale impactie) – 2.393
  • obstructieve defecatiepatroon – 2.156
  • gebruik van antikankermiddelen (chemotherapie) – 2.000
  • te weinig lichaamsbeweging (inactiviteit) – 2.000
  • verzakking van de endeldarm in de vagina (rectocele) – 1.810
  • gebruik van sint-janskruid – 1.600
  • gebruik van prednisolon (Diadreson-F) – 1.500
  • weinig drinken – 1.500
  • gebruik van ibuprofen (Brufen) – 1.480
  • ziekte van Parkinson (morbus Parkinson) – 1.413
  • vroeggeboorte (prematuriteit) – 1.350
  • boulimie (bulimia nervosa) – 1.320
  • aantasting van de zenuwen door langdurig alcoholgebruik (alcoholische neuropathie) – 1.050
  • gebruik van heroïne (heroïnegebruik) – 1.050

Oorzaken obstipatie >100/jaar

Oorzaken obstipatie >10/jaar

Oorzaken obstipatie >1/jaar

  • gebruik van Emselex (darifenacine) – 10
  • gebruik van ibandroninezuur (Bonviva, Bondenza, etc.) – 10
  • perifere diabetes insipidus – 10
  • gebruik van roxitromycine – 10
  • feochromocytoom – 10
  • gebruik van pembrolizumab (Keytruda) – 9
  • syndroom van Rett – 9
  • gebruik van Arcoxia (etoricoxib) – 9
  • syndroom van Chilaiditi (hepatodiafragmatische interpositie) – 9
  • gebruik van Trulicity (dulaglutide) – 9
  • carcinoïd – 8
  • syndroom van Guillain-Barré – 8
  • infectie met Strongyloides stercoralis (strongyloidiasis) – 8
  • gebruik van Glivec (imatinib) – 8
  • gebruik van misoprostol (Cytotec) – 8
  • gebruik van methyldopa – 8
  • neuronal intestinal dysplasia type B – 7
  • acute intermitterende porfyrie – 7
  • gebruik van pregabaline (Lyrica) – 7
  • gebruik van Spiolto Respimat (combinatie tiotropium / olodaterol per inhalatie) – 7
  • verwonding aan de nier (nierletsel) – 7
  • gebruik van Invokana (canagliflozine) – 7
  • gebruik van Mimpara (cinacalcet) – 7
  • buiktyfus – 7
  • gebruik van baclofen – 7
  • ziekte van Addison (primaire bijnierschorsinsufficiëntie) – 7
  • granulosaceltumor – 6
  • gebruik van Anoro (umeclidinium + vilanterol) – 6
  • gebruik van zoledroninezuur (Aclasta) – 6
  • gebruik van zoledroninezuur (Zometa) – 6
  • gebruik van Rupafin (rupatadine) – 6
  • gebruik van chloorpromazine (Largactil) – 6
  • aangeboren middenrifverslapping (congenitale relaxatio diaphragmatica) – 6
  • gebruik van Betmiga (mirabegron) – 6
  • sarcoom van de baarmoeder (uterussarcoom) – 6
  • verworven middenrifverslapping (verworven relaxatio diaphragmatica) – 6
  • gebruik van biperideen – 5
  • lymfocytaire hypofysitis – 5
  • gebruik van nilotinib (Tasigna) – 5
  • ontsteking van het ruggenmerg (myelitis) – 5
  • gebruik van famotidine – 5
  • gebruik van rosiglitazon – 5
  • sclerodermie (systemische sclerose) – 5
  • zoutverlies door aandoening van de hersenen (syndroom van cerebraal zoutverlies) – 5
  • syndroom van Sotos – 5
  • desmoïdtumor – 4
  • draaiing van de dunne darm (volvulus van de dunne darm) – 4
  • gebruik van voriconazol (Vfend) – 4
  • gaatje in het laatste deel van de dunne darm (ileumperforatie) – 4
  • gebruik van hydroxycarbamide (Hydrea) – 4
  • gebruik van Rapamune (sirolimus) – 4
  • blaasontsteking met gasvorming in de blaaswand (emfysemateuze cystitis) – 4
  • darmtuberculose (intestinale tuberculose) – 4
  • gebruik van crizotinib – 4
  • gebruik van tetrabenazine (Tetmodis, Xenazine) – 4
  • syndroom van Williams (idiopathische infantiele hypercalciëmie) – 4
  • syndroom van Opitz-Kaveggia – 4
  • blindedarmontsteking bij een niet-gedraaide dikkedarm (acute appendicitis bij non-rotatie van het colon) – 4
  • gebruik van Brintellix (vortioxetine) – 4
  • gebruik van Toviaz (fesoterodine) – 4
  • gebruik van modafinil (Modiodal, Aspendos) – 4
  • gebruik van Daklinza (daclatasvir) – 3
  • progressieve supranucleaire verlamming – 3
  • gebruik van duloxetine (Cymbalta) – 3
  • botulisme – 3
  • bindweefselvorming achter het buikvlies (retroperitoneale fibrose) – 3
  • gebruik van Adasuve (loxapine) – 3
  • gebruik van Olysio (simeprevir) – 3
  • hemangioom van de dikke darm (hemangioom van het colon) – 3
  • gebruik van Dificlir (fidaxomicine) – 3
  • syndroom van Smith-Magenis – 3
  • gebruik van celecoxib (Celebrex) – 3
  • ziekte van Steinert (myotone dystrofie type 1) – 3
  • gebruik van umeclidinium (Incruse) – 3
  • gebruik van piroxicam – 3
  • syndroom van Lambert-Eaton (Lambert-Eaton myastheen syndroom) – 3
  • schildklierontsteking van Riedel (chronische fibreuze thyreoïditis van Riedel) – 3
  • bloeding achter het buikvlies (retroperitoneaal hematoom) – 3
  • diabetes insipidus door aandoening in de hersenen (centrale diabetes insipidus) – 3
  • Wilms’ tumor (nefroblastoom) – 3
  • gebruik van topiramaat – 3
  • ziekte van Simmonds (necrose van de hypofysevoorkwab) – 2
  • cri-du-chat syndroom – 2
  • neuronal intestinal dysplasia type A – 2
  • glucose-galactose resorptiestoornis syndroom – 2
  • sucrose intolerantie – 2
  • infectie van de darm door Balantidium coli (balantidiasis) – 2
  • mesenteriale cyste – 2
  • gebruik van exenatide (Byetta, Bydureon) – 2
  • gebruik van levofloxacine infusievloeistof – 2
  • gebruik van Vesicare (solifenacine) – 2
  • gebruik van Vimpat (lacosamide) – 2
  • gebruik van Vesomni (solifenacine / tamsulosine) – 2
  • gebruik van pimozide (Orap) – 2
  • gebruik van Zyvoxid (linezolid) – 2
  • gebruik van parecoxib (Dynastat) – 2
  • syndroom van Waardenburg – 2
  • primaire amyloïdose – 2
  • Middellandse zeekoorts (familiaire mediterrane koorts) – 2
  • mesenteric inflammatory veno-occlusive disease – 2
  • syndroom van Mowat-Wilson – 2
  • syndroom van Ochoa (urofaciaal syndroom) – 2
  • porphyria variegata – 2
  • gebruik van Cymevene (ganciclovir) – 2
  • gebruik van telmisartan (Micardis) – 2
  • gebruik van Copaxone (glatirameer) – 1,4
  • syndroom van Zuelzer-Wilson – 1,4
  • mixed connective tissue disease – 1,4
  • gebruik van Exjade (deferasirox) – 1,4
  • gebruik van Ezetrol (ezetimibe) – 1,3
  • ziekte van Chagas – 1,3
  • gebruik van doxylamine – 1,3
  • gebruik van Mimpara (cinacalcet) – 1,2
  • gebruik van Plenaxis (abarelix) – 1,2
  • gebruik van Victrelis (boceprevir) – 1,2
  • gebruik van zonisamide – 1,2
  • syndroom van Rubinstein-Taybi – 1,2
  • gebruik van tolvaptan (merknaam: Jinarc) – 1,1
  • gebruik van Levact (bendamustine) – 1,1

Oorzaken obstipatie <1/jaar


Synoniemen van obstipatie zijn niet of weinig poepen, weinig poepen, niet kunnen poepen, verstopping, constipatie, defecatiefrequentie verminderd, verminderde defecatiefrequentie, ontlasting blijft uit, geen ontlasting meer, uitblijven van ontlasting, uitblijven van defecatie, zelden poepen, haast nooit poepen, nooit poepen, hardlijvigheid, geen ontlasting, niet poepen, darmverstopping, verstopping van de darm, trage ontlasting, moeilijke stoelgang, moeite met poepen, moeizame stoelgang, moeizame ontlasting, en obstipatieklachten.


Gepubliceerd door: Simpto.nl
Datum van publicatie: 18 januari 2017
Auteur: Erwin Douwes
Laatst bijgewerkt op: 18 januari 2017

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *