Niet kunnen ruiken

Niet kunnen ruiken (anosmie)

Niet kunnen ruiken of ‘minder goed ruiken’ is een veel voorkomende klacht. Op deze webpagina vind je een overzicht van de verschillende oorzaken van ‘slecht ruiken’.

Oorzaken van anosmie (niet kunnen ruiken)

Er zijn zeer veel verschillende oorzaken voor niet of slecht kunnen ruiken. Hieronder een lijst van mogelijke oorzaken met achter de oorzaak een schatting van het aantal gevallen van de betreffende aandoening waarbij dit als symptoom voorkomt.

  • verkoudheid (acute virale nasofaryngitis) – 330000
  • normale veroudering (ouderdom) – 28875
  • kaakholteontsteking (acute sinusitis maxillaris) – 22140
  • griep (influenza) – 22100
  • hooikoorts (seizoensgebonden allergische rinitis) – 12600
  • hersenschudding (commotio cerebri) – 3990
  • gebruik van amoxicilline – 3500
  • ziekte van Alzheimer (Alzheimer dementie) – 3438
  • gebruik van doxycycline (Vibramycine) – 3395
  • neuspoliep (polyposis nasi) – 3320
  • ontsteking van het neusslijmvlies door overgevoeligheid (allergische rhinitis) – 3000
  • chronische kaakholteontsteking (chronische sinusitis maxillaris) – 2050
  • ziekte van Hashimoto (auto-immuun thyreoïditis) – 1160
  • gebruik van claritromycine (Klacid) – 1015
  • gebruik van codeïne – 875
  • roken – 702
  • ziekte van Parkinson (morbus Parkinson) – 684
  • gemengde dementie (gemengde dementiesyndroom) – 625
  • gebruik van decongestieve neusspray – 600
  • hersenkneuzing (contusio cerebri) – 570
  • uitzaaiingen in de hersenen (hersenmetastasen) – 524
  • tekort aan zink (zinkdeficiëntie) – 500
  • syndroom van Sjögren – 372
  • kijkoperatie van de neusbijholten (endoscopische neusbijholte-operatie) – 320
  • bloedarmoede door een tekort aan vitamine B12 (pernicieuze anemie) – 300
  • lewy-lichaampjesdementie (Lewy body-dementie) – 292
  • ziekte van Pfeiffer (mononucleosis infectiosa) – 280
  • verwijding van een slagader in de hersenen (cerebraal aneurysma) – 248
  • ziekte van Paget van het bot (osteitis deformans) – 216
  • bestraling van het hoofd-hals gebied (radiotherapie van het hoofd-hals gebied) – 213
  • gebruik van Syntaris (flunisolide) neusspray – 200
  • ozaena (atrofische rhinitis) – 171
  • beschadiging van de reukzenuw (olfactoriusletsel) – 118
  • operatie aan de hersenen (hersenoperatie) – 112
  • bloeding tussen het zachte hersenvlies en het spinnewebvlies (subarachnoïdaal hematoom) – 99
  • schizofrenie – 94
  • gebruik van neusspray die zink bevat – 72
  • snuiven van cocaïne – 63
  • inademen van ammoniak – 62
  • gebruik van amiodaron (Cordarone) – 58
  • voorhoofdsholteontsteking (acute sinusitis frontalis) – 58
  • aspirine-intolerantie (intolerantie voor NSAID’s) – 48
  • glioom – 45
  • bloeding tussen het harde hersenvlies en het spinnewebvlies (acuut subduraal hematoom) – 41
  • ziekte van Wegener (granulomatose met polyangiitis) – 38
  • bloeding tussen het harde hersenvlies en de schedel (epiduraal hematoom) – 36
  • gebruik van roxitromycine – 35
  • aspirine-astma (aspirine-astma) – 34
  • gebroken schedelbasis (schedelbasisfractuur) – 31
  • multiple sclerose – 20
  • clusterhoofdpijn (neuralgie van Horton) – 19
  • schizofreniforme stoornis – 19
  • syndroom van Kallmann – 18
  • splijting van de binnenwand van de halsslagader (dissectie van de A. carotis) – 15
  • goedaardig gezwel van de hersenvliezen (meningeoom) – 15
  • gebruik van goudverbindingen (bij reuma) – 14
  • glioblastoom (glioblastoma multiforme) – 13
  • vergiftiging met acrylaat (acrylaatintoxicatie) – 12
  • sarcoïdose van het zenuwstelsel (neurosarcoïdose) – 11
  • chronische voorhoofdsholteontsteking (chronische sinusitis frontalis) – 11
  • parkinsonisme door aantasting van de bloedvaten (vasculair parkinsonisme) – 11
  • zeefbeenontsteking (acute sinusitis ethmoïdalis) – 10
  • esthesioneuroblastoom – 8
  • gebruik van propylthiouracil – 7
  • hersenabces (cerebraal abces) – 6
  • CHARGE-syndroom – 6
  • misvormde bloedvaten in de hersenen (arterioveneuze malformatie in de hersenen) – 5
  • pseudotumor cerebri (idiopathische intracraniële hypertensie) – 5
  • idiopathisch hypogonadotroop hypogonadisme – 5
  • syndroom van Turner – 5
  • gebroken zeefbeen (fractuur van het os ethmoideum) – 5
  • gezwel in de voorhoofdskwab (tumor in de voorhoofdskwab) – 5
  • gebruik van carbimazol – 4
  • primaire ciliaire dyskinesie – 4
  • syndroom van Foster-Kennedy – 4
  • ontsteking van de hersenen door herpes virus (herpes encefalitis) – 4
  • craniofaryngioom – 3
  • juveniel angiofibroom – 3
  • endoscopische sinus chirurgie
  • olfactory groove meningioma – 3
  • sinonasale tumor – 3
  • virale bovenste luchtweginfectie (virale bovenste luchtweginfectie) – 3
  • syndroom van Bardet-Biedl – 2
  • te langzaam werkende schildklier door bestraling in het halsgebied (radiotherapie-geïnduceerde hypothyreoïdie) – 2
  • inademen van chloorgas – 2
  • inademen van nitreuze dampen – 2
  • inademen van zwaveldioxide – 2
  • hersentrombose (cerebrale veneuze trombose) – 2
  • gebruik van streptomycine (gebruik van streptomycine) – 2
  • ziekte van Refsum – klassieke vorm (hereditaire motorische en sensorische polyneuropathie type IV) – 2
  • verwonding aan het zeefbeen (letsel van het os ethmoidale) – 2
  • chronische zeefbeenontsteking (chronische sinusitis ethmoïdalis) – 1,2
  • hersentumor in de frontaalkwab (hersentumor in de frontaalkwab) – 1,1
  • syndroom van Kartagener – 1,1
  • aangeboren stoornis van het reukvermogen (congenitale anosmie) – 1,0
  • te langzaam werkende schildklier door geneesmiddel (geneesmiddelen-geïnduceerde hypothyreoïdie) – 0,8
  • AIDS – 0,5
  • infectie van de hersenen met Naegleria fowleri (primaire amoeben meningoencefalitis) – 0,4
  • post-perfusion syndrome – 0,4
  • suprasellar meningioma – 0,4
  • gebruik van D-penicillamine – 0,4
  • gebruik van kanamycinesulfaat – 0,4
  • gebruik van tetracycline – 0,4
  • idiopathische dysosmie – 0,4
  • schildklierontsteking van Riedel (chronische fibreuze thyreoïditis van Riedel) – 0,3
  • stoppen met het gebruik van van alfa-blokkers (onttrekken van alfa-blokkers) – 0,3
  • cadmiumvergiftiging (cadmiumintoxicatie) – 0,1

Synoniemen

anosmie, niet kunnen ruiken, hyposmie, reukverlies, dysosmie, slecht ruiken, verminderd reukvermogen, verminderde reuk, verlies reukvermogen, verlies van reukvermogen, niet goed kunnen ruiken

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *