Moeite met slikken – een veel voorkomende klacht

Moeite met slikken komt vaak voor. Meestal wordt deze klacht veroorzaakt door een ontsteking in de keel of de omliggende weefsels. Er zijn echter zeer veel andere oorzaken voor slikklachten. Op deze webpagina vind je een uitgebreid overzicht van deze oorzaken.

moeite met slikken (dysfagie)

De medische term voor ‘moeite met slikken’ is ‘dysfagie’.

Oorzaken moeite met slikken

Hieronder een uitgebreid overzicht van oorzaken voor slikklachten. Het getal achter elke oorzaak geeft een schatting van het aantal mensen dat jaarlijks in Nederland vanwege die oorzaak moeite hebben met slikken.

Vaak voorkomende oorzaken voor moeite met slikken

Minder vaak voorkomende oorzaken voor moeite met slikken

  • gebruik van haloperidol (Haldol) – 810
  • herseninfarct (cerebraal infarct) – 805
  • slokdarmkramp (oesofagusspasme) – 793
  • refluxziekte (gastro-oesofageale refluxziekte) – 765
  • maagbloeding – 625
  • slokdarmkanker (oesofaguscarcinoom) – 611
  • Schatzki-ring – 600
  • lewy-lichaampjesdementie (Lewy body-dementie) – 473
  • afwijkende rechter ondersleutelbeenslagader (aberrante arteria subclavia dexter) – 465
  • abces achter de keel (retrofaryngeaal abces) – 432
  • zwelling van het strottenhoofd (larynxoedeem) – 400
  • operatie aan de slokdarm (oesofagusoperatie) – 394
  • gebruik van alendroninezuur (Fosamax) – 375
  • vernauwing van de slokdarm (oesofagusstrictuur) – 360
  • syndroom van Sjögren (primair Sjögren-syndroom) – 354
  • zwarte haartong (lingua villosa nigra) – 336
  • multi-infarct dementie – 332
  • voorwerp in de keel (corpus alienum in de keel) – 325
  • maagkanker (maagcarcinoom) – 320
  • herpes van de mond (herpes stomatitis) – 320
  • bloedpropje in de hersenen (hersenembolie) – 308
  • syndroom van Wernicke-Korsakoff – 300
  • Candida-infectie van de slokdarm (Candida oesofagitis) – 295
  • vergrote neusamandel (adenoïdhypertrofie) – 278
  • gemengde dementie (gemengde dementiesyndroom) – 275
  • sarcoïdose – 270
  • schildklierontsteking van De Quervain (subacute thyreoïditis van DeQuervain) – 269
  • amandelsteen (tonsilloliet) – 260
  • eosinofiele oesofagitis – 246
  • keelkanker (farynxcarcinoom) – 234
  • aantasting van de zenuwen door langdurig alcoholgebruik (alcoholische neuropathie) – 225
  • niet-kleincellig longkanker (niet-kleincellig bronchuscarcinoom) – 225
  • TIA – 195
  • spruw (orale candidiasis) – 185
  • ontwrichting van de onderkaak (kaakluxatie) – 180
  • secundair parkinsonisme – 176
  • voorwerp in de slokdarm (corpus alienum in de oesofagus) – 161
  • kleincellig longkanker (kleincellig bronchuscarcinoom) – 156
  • syndroom van Wallenberg (dorsolaterale medulla oblongatasyndroom) – 150
  • kanker van het strottenhoofd (larynxcarcinoom) – 147
  • somatisatiestoornis – 144
  • ziekte van Plummer (toxisch nodulair struma) – 144
  • Zenker divertikel – 141
  • slikangst – 141
  • kneuzing van het strottenhoofd (contusie van de larynx) – 134
  • trombose van de sleutelbeenader (vena subclavia trombose) – 120
  • hersenbloeding (intracraniële bloeding) – 116
  • ontsteking van de schildklier door een bacterie (acute bacteriële thyreoïditis) – 113
  • tardieve dyskinesie – 104
  • abces onder de tong (mondbodemabces) – 102

Zeldzame oorzaken voor moeite met slikken

Zeer zeldzame oorzaken voor moeite met slikken (<10/jaar)

  • syndroom van Ogilvie (idiopathische intestinale pseudo-obstructie) – 10
  • verwijding van de grote lichaamsslagader in de borstkas (aneurysma aortae thoracalis) – 10
  • mediane halscyste – 10
  • wratjes op de stembanden – juveniele vorm (laryngeale papillomatose – juveniele vorm) – 10
  • leiomyoom van de slokdarm (leiomyoom van de oesofagus) – 9
  • stimulatie van de nervus vagus (vagusstimulatie) – 9
  • vaatstrengen rond de luchtpijp en slokdarm (vasculaire ring) – 8
  • ziekte van Werdnig-Hoffmann (spinale musculaire atrofie type I) – 8
  • gebruik van Pradaxa (dabigatran) – 8
  • lymfoedeem in het gezicht en/of de nek – 8
  • ontsteking van de hersenen door herpes virus (herpes encefalitis) – 8
  • syndroom van Grisel (atlanto-axiale dislocatie door ontstekingsproces) – 8
  • sarcoïdose van het zenuwstelsel (neurosarcoïdose) – 7
  • syndroom van Pierre Robin – 7
  • slijmcyste in de hals (cervicale ranula) – 7
  • dermatomyositis – 7
  • ophoping van lucht tussen de longen (pneumomediastinum) – 7
  • kanker in de neuskeelholte (nasofarynxcarcinoom) – 6
  • spinale spieratrofie type II (spinale musculaire atrofie type II) – 6
  • erfelijk angio-oedeem (hereditair angio-oedeem) – 5
  • syndroom van Worster-Drought (congenitaal perisylvian syndroom) – 5
  • gebruik van lenalidomide (Revlimid) – 5
  • mixed connective tissue disease – 5
  • botulisme – 5
  • ziekte van Behçet – 5
  • chorea van Sydenham (chorea minor) – 4
  • CHARGE-syndroom – 4
  • gebroken eerste nekwervel (fractuur van de atlas) – 4
  • gebruik van Humira (adalimumab) – 4
  • spontaan pneumomediastinum – 4
  • medullair schildklierkanker (medullair schildkliercarcinoom) – 4
  • ziekte van Huntington (chorea van Huntington) – 4
  • ontwrichting van de eerste halswervel (atlanto-axiale dislocatie) – 4
  • gastrointestinale stromatumor van de slokdarm (GIST van de oesofagus) – 4
  • anaplastische schildklierkanker (anaplastische schildkliercarcinoom) – 4
  • verwonding aan de nervus laryngeus (letsel van de nervus laryngeus) – 4
  • struma van de tong – 4
  • ontsteking van de hersenen met antistoffen tegen de NMDA-receptor (anti-NMDA-receptor encefalitis) – 3
  • MELAS-syndroom – 3
  • papilloom van de huig (uvulapapilloom) – 3
  • syndroom van Rett – 3
  • syndroom van Plummer-Vinson – 3
  • gezwel van de zwezerik (thymoom) – 3
  • lymfangioom in de hals (hygroma cysticum colli) – 3
  • gladde hersenen (klassieke lissencefalie) – 3
  • ontwrichting van het gewricht tussen sleutelbeen en borstbeen met verplaatsing van het sleutelbeen naar achteren (posterieure luxatie van het sternoclaviculaire gewricht) – 2
  • syndroom van Stickler – 2
  • ziekte van Wilson (hepatolenticulaire degeneratie) – 2
  • vertraagde post-hypoxische leukencefalopathie (vertraagde post-hypoxische leukencefalopathie) – 2
  • ziekte van Kennedy (spinobulbaire musculaire atrofie) – 2
  • papilloom van het wangslijmvlies (papilloom van het wangslijmvlies) – 2
  • papilloom van het zachte gehemelte (papilloom van het palatum molle) – 2
  • syndroom van Lambert-Eaton (Lambert-Eaton myastheen syndroom) – 2
  • kwaadaardig gezwel van de zwezerik (maligne thymoom) – 2
  • syndroom van Smith-Magenis – 2
  • chronische inflammatoire demyeliniserende polyneuropathie – 2
  • erfelijke maagkanker (erfelijke diffuse maagkanker) – 2
  • geïnfecteerde mediane halscyste – 2
  • gezwel van de hersenstam (tumor van de hersenstam) – 2
  • ontsteking van de onderkaak (osteomyelitis van de mandibula) – 2
  • syndroom van Vernet – 2
  • slijmvliespemfigoïd (cicatricieel pemfigoïd) – 2
  • inclusion body myositis – 2
  • lymfeklierkanker van de schildklier (primair lymfoom van de schildklier) – 2
  • vergiftiging met fenol (fenol intoxicatie) – 2
  • ziekte van Chagas – 2
  • schildklier achter op de tong (linguale schildklier) – 2
  • autosomaal dominante spinocerebellaire ataxie type 3 – 2
  • divertikel van Killian-Jamieson – 2
  • papilloom van de keelamandelen (tonsilpapilloom) – 2
  • primaire amyloïdose – 2
  • gebruik van Cymevene (ganciclovir) – 2
  • syndroom van Allgrove (triple-A syndroom) – 1,4
  • ziekte van Steinert (myotone dystrofie type 1) – 1,4
  • lymfeklierkanker in de hersenen (primair lymfoom van de hersenen) – 1,2

Extreem zeldzame oorzaken voor moeite met slikken (<1/jaar)

Engelse vertaling voor ‘moeite met slikken’

difficulty swallowing, dysphagia

Andere namen voor moeite met slikken zijn slikklachten, slikproblemen, problemen met slikken, moeilijk slikken, slikmoeilijkheden, niet kunnen slikken, dysfagie, disfagie, orofaryngeale dysfagie, slikstoornis, slikstoornissen, moeilijkheden bij het slikken


Gepubliceerd door: Simpto.nl
Datum van publicatie: 1 juni 2016
Auteur: Erwin Douwes
Laatst bijgewerkt op: 5 november 2018