Moeite met slikken – een veel voorkomende klacht

Moeite met slikken komt vaak voor. Meestal wordt deze klacht veroorzaakt door een ontsteking in de keel of de omliggende weefsels. Er zijn echter zeer veel andere oorzaken voor slikklachten. Op deze webpagina vind je een uitgebreid overzicht van deze oorzaken.

moeite met slikken (dysfagie)

De medische term voor ‘moeite met slikken’ is ‘dysfagie’.

Oorzaken moeite met slikken

Hieronder een uitgebreid overzicht van oorzaken voor slikklachten. Het getal achter elke oorzaak geeft een schatting van het aantal mensen dat jaarlijks in Nederland vanwege die oorzaak moeite hebben met slikken.

Vaak voorkomende oorzaken voor moeite met slikken

Minder vaak voorkomende oorzaken voor moeite met slikken

Zeldzame oorzaken voor moeite met slikken

Zeer zeldzame oorzaken voor moeite met slikken (<10/jaar)

Extreem zeldzame oorzaken voor moeite met slikken (<1/jaar)

  • syfilis van het zenuwstelsel (neurosyfilis) – 1,0
  • cysten in de long (bronchogene cysten) – 1,0
  • gebruik van Invega® (paliperidon) – 1,0
  • laterale sclerose (primaire laterale sclerose) – 1,0
  • juveniele dermatomyositis – 0,9
  • ontsteking van de hersenstam (Bickerstaff) (hersenstamencefalitis van Bickerstaff) – 0,9
  • ziekte van Thomsen (autosomaal dominante congenitale myotonie van Thomsen) – 0,9
  • aconitine-vergiftiging (aconitine-intoxicatie) – 0,9
  • oculofaryngeale spierdystrofie (oculofaryngeale musculaire dystrofie) – 0,9
  • ataxie van Friedreich – 0,9
  • kanker van spierweefsel in de keelholte (rabdomyosarcoom in de keelholte) – 0,9
  • syndroom van Gradenigo – 0,9
  • antisynthetase syndroom – 0,8
  • cri-du-chat syndroom – 0,8
  • gebruik van Xeplion® (paliperidon) – 0,8
  • craniofaryngioom – 0,8
  • glomus vagale tumor – 0,8
  • wondbotulisme – 0,7
  • gebruik van Victrelis (boceprevir) – 0,7
  • kinderverlamming (poliomyelitis) – 0,7
  • ziekte van Pompe (glycogeenstapelingsziekte type II) – 0,6
  • ziekte van Unverricht Lundborg (progressieve myoclonus epilepsie type 1) – 0,6
  • vergiftiging door Dieffenbachia plant (intoxicatie door Dieffenbachia plant) – 0,6
  • adrenoleukodystrofie – 0,6
  • erfelijk angio-oedeem type 3 (hereditair angio-oedeem type 3) – 0,6
  • aangeboren myasthenie (congenitale myasthenie) – 0,6
  • syndroom van Cornelia de Lange – 0,5
  • ziekte van Canavan (spongiforme leukodystrofie van Canavan) – 0,5
  • nemaline myopathie – 0,5
  • stellatumblokkade (zenuwblokkade van het ganglion stellatum) – 0,5
  • periodieke verlamming tijdens thyreotoxische crisis (thyreotoxische periodieke paralyse) – 0,5
  • ziekte van Krabbe – 0,5
  • auto-immuun necrotiserende myopathie – 0,4
  • ziekte van Batten (juveniele neuronale ceroïdlipofuscinose) – 0,4
  • bilaterale perisylvische polymicrogyrie – 0,4
  • parkinsonisme na een ontsteking aan de hersenen (postencefalitisch parkinsonisme) – 0,4
  • syndroom van Fazio-Londe – 0,4
  • cyste boven de stembanden (supraglottische larynxcyste) – 0,3
  • syndroom van Riley-Day (familiaire dysautonomie) – 0,3
  • gebruik van allergeenextract graspollen (Allergovit, Alutard, Pollinex, Purethal) – 0,3
  • gebruik van pregabaline (Lyrica) – 0,3
  • syndroom van Leigh – 0,3
  • tekort aan het enzym pyruvaatdehydrogenase (pyruvaatdehydrogenase deficiëntie) – 0,3
  • tekort aan BH4 (BH4-deficiëntie) – 0,3
  • lassakoorts – 0,2
  • ziekte van Alexander (dysmyelogenetische leukodystrofie) – 0,2
  • aantasting van de zenuwschede van zenuwcellen in de hersenstam (centrale pontiene myelinolyse) – 0,2
  • ziekte van Hallervorden-Spatz – 0,2
  • tetanus – 0,14
  • syndroom van Moebius – 0,14
  • syndroom van Aicardi–Goutières – 0,14
  • syndroom van Pallister-Killian (tetrasomie 12p mosaïcisme) – 0,14
  • Leishmania-infectie van de slijmvliezen (mucocutane leishmaniasis) – 0,13
  • Leishmania-infectie van de huid (cutane leishmaniasis) – 0,13
  • infectie van de hersenstam door Listeria bacterie (rombencefalitis door Listeria monocytogenes) – 0,12
  • tekort aan het enzym PTPS (PTPS deficiëntie) – 0,12
  • ziekte van Farber (ceramidase deficiëntie) – 0,12
  • campomele dysplasie – 0,11
  • neuroferritinopathie – 0,10
  • metachromatische leukodystrofie – 0,08
  • syndroom van Alpers – 0,07
  • paramyotonia congenita – 0,06
  • spinale spieratrofie type IV (spinale musculaire atrofie type IV) – 0,06
  • motorneuronziekte van Madras – 0,06
  • ziekte van Jansky-Bielschowsky (laat infantiele NCL) – 0,05
  • infantiele NCL – 0,05
  • spinocerebellaire ataxie type 13 – 0,05
  • juveniele primaire laterale sclerose – 0,04
  • familial isolated vitamin E deficiency – 0,03
  • aangeboren tekort aan het enzym lysosomaal beta-mannosidase (beta-mannosidose) – 0,03
  • toxisch oliesyndroom – 0,03
  • hondsdolheid (rabies) – 0,004
  • kuru – 0,001

Engelse vertaling voor ‘moeite met slikken’

difficulty swallowing, dysphagia

Synoniemen

Andere namen voor moeite met slikken zijn slikklachten, slikproblemen, problemen met slikken, moeilijk slikken, slikmoeilijkheden, niet kunnen slikken, dysfagie, disfagie, orofaryngeale dysfagie, slikstoornis, slikstoornissen, moeilijkheden bij het slikken


Gepubliceerd door: Simpto.nl
Datum van publicatie: 1 juni 2016
Auteur: Erwin Douwes
Laatst bijgewerkt op: 5 november 2018