Misselijkheid

Misselijkheid – inleiding

Misselijkheid behoort – samen met hoofdpijn en koorts – tot de meest voorkomende medische klachten. Vrijwel iedereen is wel eens misselijk. Ernstige misselijkheid leidt vaak tot overgeven (braken).

misselijkheid

Op deze pagina vind je informatie over oorzaken en behandeling van misselijkheid.

Oorzaken misselijkheid

Er zijn zeer veel verschillende oorzaken voor misselijkheid. De meeste oorzaken vallen in één van de onderstaande groepen.

  • Ontsteking of infectie in het maagdarmkanaal (gastro-enteritis) – meestal gaat het om een infectie met virussen (buikgriep), soms met bacteriën;
  • Voedselvergiftiging – voedselvergiftiging is een beruchte oorzaak van ernstige – maar gelukkig vaak kortdurende – misselijkheid;
  • Geneesmiddelen – er zijn zeer veel geneesmiddelen die misselijkheid als bijwerking kunnen geven; berucht zijn geneesmiddelen die bij de behandeling van kanker worden gebruikt (chemotherapie); soms kan ook het stoppen van het langdurig gebruik van een geneesmiddel leiden tot misselijkheid;
  • Aandoeningen van de ingewanden – bijvoorbeeld vernauwing of verstopping van de galwegen en nieren;
  • Zwangerschap
  • Aandoeningen van het binnenoor – hieronder vallen ook de zogenaamde ‘bewegingsziekten’ (wagenziekte, zeeziekte, luchtziekte);
  • Gebruik van alcohol of drugs;
  • Narcose;
  • Bepaalde aandoeningen van de (bloedvaten in de) hersenen, bijvoorbeeld migraine en hersenvliesontsteking;
  • Stofwisselingsziekten – er zijn een aantal zeldzame stofwisselingsziekten waarbij misselijkheid als symptoom kan optreden..

Onderaan deze pagina staat een uitgebreide lijst van oorzaken voor misselijkheid.

Wat kun je ertegen doen?

Wat kan ik zelf doen?

Er is niet zo veel dat je zelf kunt doen tegen misselijkheid. Soms is het mogelijk om de oorzaak weg te nemen, bijvoorbeeld bij wagenziekte. Ook zijn er een aantal drogisterijmiddelen of kruidengeneesmiddelen waarvan beweerd wordt dat ze misselijkheid tegengaan. De werkzaamheid van deze middelen valt in de praktijk echter tegen.

Wat kan de arts doen?

De arts zal willen weten wat de oorzaak van de misselijkheid is. Om daarachter te komen worden vragen gesteld:

  • Wanneer treedt de misselijkheid op? Vooral ‘s ochtends? Na de maaltijd? etc.
  • Gaat de misselijkheid gepaard met overgeven?
  • Zijn er nog andere klachten? Hoofdpijn? Koorts?
  • Zijn er mensen in de direct omgeving die ook misselijk zijn?

De arts kan eventueel besluiten om aanvullend onderzoek te laten doen, bijvoorbeeld bloedonderzoek, urineonderzoek of beeldvormend onderzoek.

Als duidelijk is wat de oorzaak van de misselijkheid is zal de arts beoordelen of daarvoor behandeling nodig is. Soms zal het niet duidelijk worden wat de oorzaak is. In dat geval kan de arts een geneesmiddel tegen misselijkheid voorschrijven. Geneesmiddelen tegen misselijkheid worden anti-emetica genoemd. Voorbeelden van anti-emetica zijn metoclopramide, domperidon en ondansetron.

metoclopramide tegen misselijkheid
metoclopramide tabletten

Engelse vertaling

nausea


Lijst met oorzaken misselijkheid

Hieronder een uitgebreide lijst met meer dan duizend oorzaken van misselijkheid. Het getal achter de oorzaak geeft een schatting van het aantal mensen dat jaarlijks in Nederland vanwege die oorzaak misselijk is.

Oorzaken misselijkheid >10.000/jaar

  • buikgriep door norovirus (norovirusinfectie) – 323.100
  • gebruik van NSAID’s  – 245.000
  • wagenziekte – 242.000
  • griep (influenza) – 185.300
  • narcose (algehele anesthesie) – 179.400
  • voedselvergiftiging (enteritis) – 162.000
  • zwangerschap (graviditeit) – 142.120
  • gebruik van een nieuw geneesmiddel – 115.000
  • dronkenschap (alcoholintoxicatie (intentioneel)) – 79.500
  • zeeziekte – 48.400
  • winterdepressie (seizoens-afhankelijke depressie) – 44.840
  • ruggenprik (lumbaalpunctie) – 44.550
  • blaasontsteking (acute cystitis) – 41.300
  • jetlag – 32.700
  • galsteenaanval (galsteenkoliek) – 25.515
  • luchtziekte – 24.200
  • premenstrueel syndroom (premenstruele stoornis) – 20.085
  • chronische hyperventilatie (chronische hyperventilatie syndroom) – 19.080
  • hersenschudding (commotio cerebri) – 18.516
  • keelontsteking door bacteriën (bacteriële faryngitis) – 17.700
  • infectie van het maagdarmkanaal door E. coli (E.coli enteritis) – 17.244
  • longontsteking (pneumonie) – 16.895
  • verhoging van de dosering van een geneesmiddel – 15.000
  • reizigersdiarree (enteritis veroorzaakt door E. coli) – 14.900
  • stoppen met het gebruik van kalmerende middelen / slaapmiddelen (benzodiazepineonttrekkingssyndroom) – 14.850
  • niersteenaanval (niersteenkoliek) – 14.592
  • uitdroging (dehydratie) – 13.500
  • infectie van de darm door Campylobacter-bacterie (Campylobacter enteritis) – 13.440
  • dubbelzijdige waterzaknier (bilaterale hydronefrose) – 13.024
  • chronische ontsteking van de maag (chronische gastritis) – 12.564
  • alcoholverslaving (chronisch alcoholisme) – 12.180
  • vasovagale collaps – 11.700
  • hartaanval (myocardinfarct) – 10.414
  • migraine – 10.368

Oorzaken misselijkheid >1.000/jaar

  • gebruik van antibiotica  – 9.800
  • gebruik van macrogol combinatiepreparaten – 9.796
  • verklevingen in de buik (adhesies in de buikholte) – 8.910
  • gebruik van geneesmiddelen tegen depressie (gebruik van antidepressiva) – 8.330
  • nierbekkenontsteking (acute pyelonefritis) – 8.286
  • roodvonk (scarlatina) – 7.876
  • gegeneraliseerde angststoornis – 7.696
  • gebruik van diclofenac (Voltaren, Cataflam, Arthrotec) – 7.000
  • menstruele migraine – 6.631
  • hartaanval van de voorwand van het hart (voorwandinfarct) – 6.350
  • gebruik van ijzertabletten – 6.150
  • blindedarmontsteking (acute appendicitis) – 6.098
  • ontsteking van het evenwichtsorgaan (labyrintitis) – 5.835
  • menstruatiepijn zonder onderliggende oorzaak (primaire dysmenorroe) – 5.760
  • magnesiumtekort (magnesiumdeficiëntie) – 5.620
  • gebruik van amoxicilline – 5.424
  • refluxziekte (gastro-oesofageale refluxziekte) – 5.355
  • gebruik van metformine (Glucophage, Diaformin) – 5.216
  • plotselinge dubbelzijdige verstopping van de urinewegen (acute bilaterale obstructieve uropathie) – 4.844
  • gebruik van omeprazol (Losec) – 4.800
  • warmtestuwing – 4.770
  • whiplash (post-whiplash-syndroom) – 4.768
  • stoppen met het gebruik van SSRI’s (SSRI onttrekkingssyndroom) – 4.720
  • gebruik van nitrofurantoïne (Furabid / Furadantine) – 4.635
  • gevoelige maag (functionele dyspepsie) – 4.525
  • ontsteking van de eileider (salpingitis) – 4.484
  • inenting (vaccinatie) – 4.400
  • aantasting van het perifere zenuwstelsel (perifere neuropathie) – 4.200
  • paniekaanval (paniekstoornis) – 4.116
  • angio-oedeem (verworven angio-oedeem) – 3.975
  • slecht werkende nieren (acute nierinsufficiëntie) – 3.816
  • gebruik van paddo’s (hallucinogene paddestoelen) – 3.780
  • gebruik van paroxetine (Seroxat) – 3.696
  • alkalose – 3.380
  • longontsteking door overige virussen (virale pneumonie) – 3.240
  • infectie van de dunne darm door Giardia lamblia (giardiasis) – 3.213
  • vruchtensuikerintolerantie (intestinale fructose-intolerantie) – 3.145
  • gebruik van doxycycline (Vibramycine, Efracea, Doxy Disp) – 3.104
  • verlaagd glucose gehalte in het bloed (hypoglycemie) – 3.000
  • gebruik van aluminiumhydroxide (Algeldraat) – 2.950
  • overdosis cafeïne (acute cafeïne-intoxicatie) – 2.920
  • verstopping (idiopathische obstipatie) – 2.880
  • gebruik van praziquantel (Biltricide) – 2.856
  • maagverlamming (gastroparese) – 2.835
  • runderlintworm (Taenia saginata-infectie) – 2.834
  • inhaleren van lachgas (lachgasintoxicatie) – 2.610
  • overdosis paracetamol (paracetamol-intoxicatie) – 2.600
  • gebruik van geneesmiddelen tegen epilepsie (anti-epileptica) – 2.544
  • galstenen (cholelithiasis) – 2.541
  • cannabis hyperemesis syndroom – 2.495
  • spastische dikkedarm (prikkelbare darm syndroom) – 2.419
  • gebruik van cisplatina – 2.388
  • salmonellose (Salmonella enterocolitis) – 2.363
  • ontstoken divertikel (acute diverticulitis) – 2.335
  • syndroom van cyclisch braken – 2.225
  • vertraagde maaglediging (gastroparese) – 2.142
  • buikvliesontsteking (peritonitis) – 2.059
  • ontsteking van de alvleesklier (acute pancreatitis) – 2.021
  • goedaardige houdingsgebonden duizeligheid (benigne paroxismale positieduizeligheid) – 2.010
  • ziekte van Hashimoto (auto-immuun thyreoïditis) – 2.001
  • alcoholonthoudingsverschijnselen (alcoholonttrekkingssyndroom) – 1.962
  • verhoogd calcium gehalte in het bloed (hypercalciëmie) – 1.956
  • slecht werkende bijnieren door geneesmiddelen (geneesmiddelen-geïnduceerde bijnierschorsinsufficiëntie) – 1.945
  • astma aanval (acute astma aanval) – 1.888
  • extreme zwangerschapsmisselijkheid (hyperemesis gravidarum) – 1.828
  • te hoog magnesium gehalte in het bloed (hypermagnesemie) – 1.794
  • vliegangst – 1.720
  • endometriose – 1.716
  • zwangerschapshypertensie – 1.656
  • ontsteking van de lymfeklieren in de buik (lymfadenitis mesenterica) – 1.630
  • ontsteking van de maag (acute gastritis) – 1.566
  • gemengde hoofdpijn (mixed tension migraine) – 1.536
  • overgevoelig voor geneesmiddelen (geneesmiddelallergie) – 1.536
  • gebruik van citalopram (Cipramil) – 1.512
  • shock door ondervulling van de bloedvaten (hypovolemische shock) – 1.490
  • gebruik van L-dopa – 1.485
  • postviraal syndroom – 1.485
  • gebruik van metronidazol (Flagyl) – 1.480
  • gebruik van ciprofloxacine (Ciproxin) – 1.450
  • gebruik van varenicline (Champix) – 1.440
  • boezemflutter (atriumflutter) – 1.416
  • chronische vermoeidheidssyndroom – 1.416
  • ontsteking van de bijbal (acute epididymitis) – 1.416
  • gebruik van prednisolon (Diadreson-F) – 1.400
  • bloeding tussen het zachte hersenvlies en het spinnewebvlies (subarachnoïdaal hematoom) – 1.382
  • eenzijdige verstopping van de urinewegen (acute unilaterale obstructieve uropathie) – 1.373
  • aortocavale compressie syndroom – 1.340
  • hersenkneuzing (contusio cerebri) – 1.340
  • lactose-intolerantie – 1.248
  • retinale migraine – 1.188
  • verzuring door alcoholgebruik (alcoholische ketoacidose) – 1.166
  • schijnzwangerschap (pseudocyesis) – 1.122
  • migraine met aura – 1.104
  • gebruik van claritromycine (Klacid) – 1.102
  • zwangerschapsdiabetes (diabetes gravidarum) – 1.088
  • gebruik van pethidine – 1.080
  • gebruik van vancomycine (Vancocin) – 1.075
  • herseninfarct (cerebraal infarct) – 1.058
  • geneesmiddelenhoofdpijn (medicijnafhankelijke hoofdpijn) – 1.010
  • gebarsten aneurysma in de hersenen (geruptureerd intracranieel aneurysma) – 1.005

Oorzaken misselijkheid <1.000/jaar

  • gebruik van geneesmiddelen tegen hartritmestoornissen (antiaritmica) – 980
  • gebruik van azitromycine (Zithromax) – 980
  • gebruik van bisfosfonaten – 972
  • zweer van de dunne darm (ulcus duodeni) – 966
  • gebruik van Lariam (mefloquine) – 960
  • cryptosporidiose – 946
  • maagzweer (ulcus ventriculi) – 945
  • buitenbaarmoederlijke zwangerschap (extra-uteriene graviditeit) – 938
  • bloedpropje in de long (longembolie) – 938
  • zwangerschapsvergiftiging (pre-eclampsie) – 936
  • gebruik van antikankermiddelen (chemotherapie) – 900
  • aantasting van de zenuwen door langdurig alcoholgebruik (alcoholische neuropathie) – 885
  • pleinvrees (agorafobie) – 885
  • eierstokcyste (ovariumcyste) – 870
  • stoppen met het gebruik van steroiden (steroïden onttrekkingssyndroom) – 870
  • behandeling met radioactief jodium – 852
  • afsluiting van de galgang (choledochus-obstructie) – 832
  • niersteen in de urineleider (uretersteen) – 828
  • bloedvergiftiging vanuit de urinewegen (urosepsis) – 819
  • gebruik van pravastatine (Selektine) – 816
  • maagkanker (maagcarcinoom) – 806
  • ziekte van Henoch-Schönlein (IgA vasculitis) – 805
  • gebruik van lithium – 795
  • syndrome of inappropriate ADH-secretion (SIADH) – 795
  • osteitis fibrosa cystica – 794
  • gebruik van doxycycline (Vibramycine, Efracea, Doxy Disp) – 776
  • gebruik van tramadol (Tramagetic) – 770
  • gebruik van fluoxetine (Prozac) – 768
  • fibromyalgie – 767
  • pityriasis rosea – 767
  • gebruik van fluconazol (Diflucan) – 765
  • gebruik van venlafaxine (Efexor) – 735
  • gebruik van Omnic (tamsulosine) – 732
  • ontsteking van de alvleesklier door alcohol (alcoholische pancreatitis) – 726
  • gebruik van sint-janskruid – 720
  • diabetisch hyperosmolair hyperglycemisch coma – 718
  • postcommotioneel syndroom – 712
  • uitzaaiingen in de hersenen (hersenmetastasen) – 699
  • shock door een hartafwijking (cardiogene shock) – 671
  • levercirrose – 666
  • gebruik van trimethoprim (Monotrim) – 663
  • anuskramp (proctalgia fugax) – 660
  • Addison crisis (acute bijnierschorsinsufficiëntie) – 646
  • gebruik van amoxicilline met enzymremmer (Augmentin) – 640
  • tekort aan foliumzuur (foliumzuurdeficiëntie) – 640
  • HELLP-syndroom – 635
  • afsluiting van de dunne darm door verklevingen (strengileus) – 629
  • wondroos (erysipelas) – 621
  • gebruik van morfine – 610
  • galstenen in de grote galgang (choledocholithiasis) – 609
  • operatie aan de buik – 595
  • bloeding tussen het harde hersenvlies en de schedel (epiduraal hematoom) – 592
  • herpangina – 560
  • bacteriële overgroei in de dunne darm – 552
  • alcoholonttrekkingsdelier (delirium tremens) – 550
  • goedaardig gezwel van de bijschildklier (bijschildklieradenoom) – 527
  • alvleesklierkanker (pancreascarcinoom) – 524
  • ziekte van Lyme (lymeborreliose) – 518
  • vestibulaire migraine – 516
  • zouttekort (hyponatriëmie) – 512
  • te snel werkende bijschildklier (hyperparathyreoïdie) – 507
  • afsterven van de nierbuisjes (acute tubulusnecrose) – 505
  • afsluiting van de dunne darm (mechanische ileus van de dunne darm) – 494
  • ontstoken evenwichtszenuw (neuritis vestibularis) – 494
  • ontsteking van de plasbuis (urethritis) – 493
  • gebruik van griseofulvine – 490
  • voedselvergiftiging door Bacillus cereus braak-toxine – 484
  • ontsteking van de hersenen (encefalitis) – 478
  • overgevoelig voor schelpdieren (allergie voor schelpdieren) – 468
  • slecht werkende bijnieren door operatie of bestraling (bijnierschorsinsufficiëntie door operatie of bestraling) – 449
  • alcoholische leverziekte – 442
  • hersenbloeding (intracraniële bloeding) – 422
  • draaiing van de zaadbal (torsio testis) – 418
  • gebruik van cyclofosfamide (handelsnaam: Endoxan®) – 416
  • paniekstoornis met pleinvrees (agorafobie) – 412
  • stoppen met het (langdurig) gebruik van heroïne (heroïne-abstinentiesyndroom ) – 405
  • voorwerp in het oog (corpus alienum in het oog) – 405
  • gebruik van indometacine (Indocid) – 400
  • ontsteking van de galblaas (acute cholecystitis) – 398
  • ziekte van Ménière – 396
  • ineengeschoven darm (invaginatie van de darm) – 385
  • gaatje in de dikke darm (colonperforatie) – 382
  • interstitiële nefritis (acute interstitiële nefritis) – 382
  • te hoog kalium gehalte in het bloed (hyperkaliëmie) – 380
  • anafylactische reactie – 378
  • gebruik van 4-FA (4-fluoramfetamine) – 378
  • gebruik van ranitidine (Zantac) – 378
  • spierafbraak (rabdomyolyse) – 378
  • chronisch nierfalen (chronische nierinsufficiëntie) – 376
  • cocaïne overdosis (cocaïne intoxicatie) – 376
  • afsterven van nierweefsel door slechte doorbloeding (nierinfarct) – 375
  • hoge bloeddruk door vernauwing van de nierslagaders (renovasculaire hypertensie) – 371
  • toediening van ketamine – 370
  • gebruik van Strattera (atomoxetine) – 368
  • premenstruele dysfore stoornis – 365
  • verlaagde druk van het hersenvocht (verlaagde liquordruk) – 359
  • gebruik van alendroninezuur (Fosamax) – 350
  • gebruik van sertraline (Zoloft) – 345
  • wondroos van het onderbeen (erysipelas van het onderbeen) – 345
  • gebruik van risedroninezuur (Actokit, Actonel) – 345
  • gebruik van levocetirizine (Xyzal) – 344
  • gebruik van dexrazoxaan (Cardioxane) – 342
  • bloedarmoede door een tekort aan vitamine B12 (pernicieuze anemie) – 336
  • gebruik van Zaldiar (tramadol + paracetamol) – 330
  • glioom – type astrocytoom – 329
  • verstopping van de galwegen (cholestase) – 320
  • alcoholvergiftiging (alcoholintoxicatie (niet intentioneel)) – 318
  • gebruik van poppers (gebruik van alkylnitriet) – 318
  • gebruik van vincristine (Oncovin) – 318
  • voorwerp in de dunne darm (corpus alienum in de dunne darm) – 318
  • hepatitis B – 317
  • gebruik van rituximab (MabThera) – 312
  • gebruik van cafeïnepillen (voedingssupplementen met cafeïne) – 295
  • eierstokkanker (ovariumcarcinoom) – 291
  • abces in de buikholte (intra-abdominaal abces) – 287
  • glioom – 286
  • buikvliesontsteking bij buikspoelen (peritonitis bij peritoneaaldialyse) – 285
  • gonorroe – 283
  • gebruik van esomeprazol (Nexium) – 280
  • diabetes type 1 – 280
  • vernauwing van de darmslagader (stenose van de A. mesenterica) – 280
  • para-oesofageale hiatushernia – 276
  • gebruik van LSD – 270
  • draaiing van de eierstok (torsie van het ovarium) – 262
  • blootstelling aan blauwalgen (cyanobacterien) – 262
  • ziekte van Graves (morbus Graves) – 258
  • hartaanval van de achterwand van het hart (achterwandinfarct) – 254
  • gebruik van fexofenadine (Telfast) – 252
  • niersteen (nefrolithiasis) – 252
  • vernauwing van de overgang van nierbekken naar urineleider (UPJ-stenose) – 251
  • gebruik van mitoxantron (Novantrone) (gebruik van mitoxantron (Novantrone)) – 248
  • hepatitis C (acute hepatitis C) – 248
  • gebruik van trimethoprim/sulfamethoxazol – 245
  • ziekte van Crohn (enteritis regionalis) – 245
  • hoogteziekte (acute hoogteziekte) – 243
  • gebruik van loperamide (Imodium) – 240
  • gesloten kamerhoek glaucoom (primair chronisch gesloten kamerhoek glaucoom) – 239
  • overdosis lithium (lithiumintoxicatie) – 239
  • gebruik van heroïne (heroïnegebruik) – 238
  • overgevoelig voor schaaldieren (allergie voor schaaldieren) – 234
  • gebruik van salbutamol (Ventolin) – 231
  • arachnoïdale cyste van de hersenen – 227
  • nierziekte door suikerziekte (diabetische nefropathie) – 224
  • gebruik van fluorouracil (Efudix) – 222
  • gebruik van ibuprofen (Brufen) – 222
  • afsluiting van de dikke darm (mechanische ileus van het colon) – 219
  • prolactinoom – 218
  • overgevoelig voor pinda’s (pinda-allergie) – 218
  • gebruik van geconjugeerde oestrogenen (Dagynil, Premarin) – 218
  • hyperthyreotische fase van de ziekte van Hashimoto – 217
  • verzuring door suikerziekte (diabetische ketoacidose) – 211
  • gebruik van flucloxacilline (Floxapen) – 208
  • voedselvergiftiging door Bacillus cereus diarree-toxine – 204
  • gaatje in het ovale venster van het oor (perilymfatische fistel) – 199
  • aarsmaden (oxyuriasis) – 198
  • ECHO-virusinfectie – 198
  • gebruik van bromocriptine (Parlodel) – 198
  • gebruik van ropinirol (Requip) – 198
  • gebruik van donepezil (Aricept) – 192
  • verwijding van de grote lichaamsslagader in de buik (aneurysma aortae abdominalis) – 191
  • aantasting van de hersenen door hoge bloeddruk (hypertensieve encefalopathie) – 191
  • ernstige warmtestuwing (hitteberoerte) – 191
  • overgevoelig voor tarwe (tarwe allergie) – 191
  • stoppen met het gebruik van GHB (GHB-onthoudingssyndroom) – 191
  • leverabces (pyogeen leverabces) – 185
  • gebruik van misoprostol (Cytotec) – 184
  • gebruik van sofosbuvir (Sovaldi) – 180
  • galbulten (urticaria) – 180
  • aantasting van het hart door hoge bloeddruk (hypertensieve hartziekte) – 177
  • chronische interstitiële nefritis – 174
  • gebruik van pantoprazol (Pantozol) – 174
  • gebruik van levofloxacine tabletten – 173
  • gebruik van spironolacton (Aldacton) – 172
  • spontane buikvliesontsteking door bacteriën (spontane bacteriële peritonitis) – 171
  • gebruik van cabergoline (Dostinex) – 168
  • gebruik van desmopressine (Minrin) – 168
  • gebruik van clomipramine – 168
  • gebruik van Exelon (rivastigmine) – 166
  • aanhoudende ontsteking van de alvleesklier (chronische pancreatitis) – 160
  • afgenomen doorbloeding van de darmslagader (ischemie van de darmen) – 159
  • infarct van de hersenstam (hersenstaminfarct) – 159
  • niercelkanker (niercelcarcinoom) – 157
  • overdosis XTC (ecstasy intoxicatie) – 154
  • levercyste (simpele levercyste) – 153
  • draaiing van het laatste deel van de dikke darm (volvulus van het sigmoid) – 153
  • gebruik van Livocab (levocabastine) neusspray – 150
  • nierabces – 150
  • gebruik van pramipexol (Sifrol, Mirapexin) – 149
  • ziekte van Kahler (multipel myeloom) – 149
  • methanolvergiftiging (methanolintoxicatie) – 148
  • gescheurde eileider (tubaruptuur) – 148
  • gebruik van capecitabine (Xeloda) – 148
  • ontsteking van de maag door alcoholgebruik (alcoholische gastritis) – 148
  • chronische ontsteking van de bijbal (chronische epididymitis) – 148
  • overgevoelig voor gluten (coeliakie) – 148
  • wondroos van het gezicht (erysipelas van het gezicht) – 148
  • zwelling van de hersenen (hersenoedeem) – 148
  • gebruik van Adenuric® (febuxostat) – 147
  • verzuring door ophoping van melkzuur (lactaatacidose) – 146
  • pseudocyste van de alvleesklier (pseudocyste van het pancreas) – 143
  • lekkage van hersenvocht door operatie of verwonding (liquorlekkage door (operatie)trauma) – 142
  • somatisatiestoornis – 142
  • gebruik van chloroquine (Nivaquine) – 140
  • galgangontsteking (acute cholangitis) – 139
  • gebruik van Humira (adalimumab) – 138
  • auto-immuunhepatitis door geneesmiddelen (geneesmiddelgeïnduceerde auto-immuunhepatitis) – 138
  • gaatje in de dunne darm (dunne darm perforatie) – 137
  • gebruik van Iressa (gefitinib) – 137
  • afsluiting van de darm door galstenen (galsteenileus) – 136
  • voedselvergiftiging door Stafylococcus aureus (Stafylococcus aureus enteritis) – 136
  • auto-immuun hepatitis – 136
  • goedaardig gezwel van de hersenvliezen (meningeoom) – 135
  • cholesterolpropjes die vastlopen in de bloedvaten (cholesterolembolieën) – 130
  • zonlichtovergevoeligheid (polymorfe lichteruptie) – 130
  • dumpingsyndroom (postgastrectomiesyndroom) – 129
  • gebruik van fentanyl tabletten of zuigtabletten (Abstral, Actiq, Breakyl, Effentora, Recivit) – 128
  • gebruik van lisinopril (Zestril) – 128
  • zouttekort door het drinken van bier (bierdrinkershyponatriëmie) – 128
  • kleincellig longkanker (kleincellig bronchuscarcinoom) – 127
  • toxische-shocksyndroom (toxic shock syndrome) – 127
  • gebruik van sulfasalazine – 124
  • meningokokkensepsis (acute meningokokkensepsis) – 124
  • gebruik van isosorbidedinitraat (Cedocard, Isordil) – 120
  • placentaloslating (abruptio placentae) – 118
  • bacillaire dysenterie (shigellose) – 114
  • gebruik van pemetrexed (Alimta) – 112
  • beklemde dijbreuk (beklemde hernia femoralis) – 111
  • trombose van de darmslagader (trombose van de A. mesenterica) – 111
  • verwonding aan de nier (nierletsel) – 111
  • hoge bloeddruk (essentiële hypertensie) – 110
  • hersenvliesontsteking door virussen (virale meningitis) – 109
  • bloeding tussen het harde hersenvlies en het spinnewebvlies (acuut subduraal hematoom) – 106
  • colitis ulcerosa – 105
  • ijzervergiftiging (acute ijzerintoxicatie) – 104
  • kwikvergiftiging (kwikintoxicatie) – 104
  • vitamine A-vergiftiging (hypervitaminose A) – 102
  • gebruik van amlodipine (Norvasc) – 100
  • gebruik van naproxen (Aleve, Femex, Naprosyne, Naprovite) – 100
  • bezoar – 100

Oorzaken misselijkheid <100/jaar

  • gebruik van basiliximab (Simulect) – 99
  • gebruik van pergolide (Permax) – 99
  • autonome neuropathie – 97
  • bijschildklierhyperplasie – 97
  • postnasal drip – 95
  • overgevoelig voor jodium (jodiumallergie) – 94
  • voorbijgaand geheugenverlies (transient global amnesia) – 92
  • ontsteking van de darmen door bestraling (bestralingsenteritis) – 91
  • gebruik van imipramine – 91
  • gordelroos van het oor (herpes zoster oticus) – 91
  • auto-immuun gastritis – 89
  • galstuwing tijdens de zwangerschap (zwangerschapscholestase) – 89
  • wondroos van de bil (erysipelas van de bil) – 89
  • GHB-vergiftiging (GHB-intoxicatie) – 87
  • status migrainosus – 86
  • hepatitis A – 86
  • antivriesvergiftiging (ethyleenglycolintoxicatie) – 85
  • eosinofiele maagdarmontsteking (eosinofiele gastroenteritis) – 85
  • gebruik van alfuzosine (Xatral en merkloze versies) – 84
  • gebruik van allopurinol – 84
  • hepatorenaal syndroom – 84
  • gebruik van baclofen – 83
  • malaria – 83
  • onderkoeling (hypothermie) – 83
  • bubblebad folliculitis (bubblebad folliculitis) – 81
  • aantasting van de hersenen door slecht werkende nieren (uremische encefalopathie) – 80
  • glioblastoom (glioblastoma multiforme) – 80
  • glioom – type ependymoom – 80
  • gebruik van oxybutynine tabletten – 79
  • gebruik van methotrexaat – 79
  • pseudotumor cerebri (idiopathische intracraniële hypertensie) – 78
  • truncus coeliacus compressie syndroom – 78
  • gebruik van amiodaron (Cordarone) – 76
  • Chinees restaurant syndrome – 75
  • acuut glaucoom – 75
  • koolmonoxidevergiftiging (acute koolmonoxideintoxicatie) – 75
  • temporaalkwabepilepsie (complexe partiële epilepsie (temporaalkwab)) – 73
  • afsterven van weefsel in de milt door slechte doorbloeding (miltinfarct) – 73
  • trombose van de nierader (niervenetrombose) – 72
  • gebruik van melfalan (Alkeran) intraveneus – 72
  • gebruik van melfalan (Alkeran) tabletten – 72
  • brughoektumor (acusticusneurinoom) – 72
  • syndroom van Gilbert – 71
  • gebruik van Glivec (imatinib) – 70
  • wondroos van de arm (erysipelas van de arm) – 69
  • wondroos van het bovenbeen (erysipelas van het bovenbeen) – 69
  • gebruik van epoëtine-alfa (Abseamed, Binocrit, Eprex) – 69
  • buikmigraine (abdominale migraine) – 68
  • gebruik van Symbicort (budesonide/formoterol) – 68
  • levercelkanker (hepatocellulair carcinoom) – 66
  • benzinevergiftiging na doorslikken benzine (acute benzine-intoxicatie) – 65
  • gebruik van Xyrem (natriumoxybaat) – 64
  • molazwangerschap (mola hydatidosa) – 63
  • Candida-infectie van de slokdarm (Candida oesofagitis) – 63
  • PUVA-lichtbehandeling (PUVA-therapie) – 62
  • uitzaaiingen in de hersenvliezen (meningeale metastasen) – 62
  • verbranding van de luchtwegen (inhalatietrauma) – 62
  • chronische hepatitis C – 62
  • gebruik van exenatide (Byetta, Bydureon) – 62
  • gebruik van gemfibrozil – 62
  • gebruik van penicilline – 60
  • maligne hypertensie – 60
  • clusterhoofdpijn (neuralgie van Horton) – 59
  • gebruik van Levitra (vardenafil) – 59
  • gebruik van methadon – 59
  • gebruik van Mimpara (cinacalcet) – 58
  • hepatitis E (acute hepatitis E) – 58
  • galgangcyste (choledochuscyste) – 56
  • gebruik van glimepiride (Amaryl) – 56
  • galblaaskanker (galblaascarcinoom) – 56
  • blootstelling aan formaldehydedamp – 56
  • leverbloeding (leverhematoom) – 55
  • cyste in de alvleesklier (pancreascyste) – 55
  • gebruik van Ammonaps (fenylbutyraat) – 54
  • gastrointestinale stromatumor van de maag (GIST van de maag) – 54
  • abces van eileider en eierstok (tubo-ovarieel abces) – 54
  • uitzaaiingen in het buikvlies (peritonitis carcinomatosa) – 54
  • digoxine overdosering (digoxine intoxicatie) – 54
  • gebruik van paclitaxel – 54
  • gebruik van fosinopril (Monopril) – 53
  • draaiing van de ingewanden (volvulus) – 52
  • gebruik van Brintellix (vortioxetine) – 52
  • melk-alkali syndroom – 52
  • trombose van de darmader (mesenteriaalvenetrombose) – 52
  • ziekte van Addison (primaire bijnierschorsinsufficiëntie) – 51
  • infarct van de kleine hersenen (cerebellair infarct) – 51
  • gebruik van levothyroxine (merknamen: Thyrax, Euthyrox, Eltroxin etc.) – 50
  • beschadiging van de gehoorzenuw (letsel van de N. cochlearis) – 50
  • beklemde middenrifbreuk (beklemde hernia diafragmatica) – 48
  • gebruik van fluvastatine – 48
  • gebruik van Victoza (liraglutide) – 48
  • aseptische meningitis door geneesmiddelen (geneesmiddelen-geïnduceerde aseptische meningitis) – 48
  • infectie door Blastocystis hominis (blastocystose) – 47
  • gebruik van Instanyl (intranasale fentanyl spray) – 45
  • gebruik van primaquine – 45
  • gebruik van roxitromycine – 45
  • chronische koolmonoxidevergiftiging (chronische koolmonoxideintoxicatie) – 45
  • nierbekkenontsteking met gasvorming rond de nieren (emfysemateuze pyelonefritis) – 45
  • craniofaryngioom – 44
  • niet-gedraaide dikke darm (malrotatie van het colon) – 44
  • autonome hyperreflexie – 44
  • gebruik van clodroninezuur (Bonefos, Ostac) – 44
  • ontsteking van lendenwervel en tussenwervelschijf (lumbale spondylodiscitis) – 43
  • doorgeslikt kunstgebit (doorgeslikte gebitsprothese) – 43
  • gebruik van mesalazine (Asacol, Pentasa, Salofalk) – 43
  • feochromocytoom – 43
  • gebruik van acetazolamide (Diamox) – 43
  • hersenvliesontsteking door herpesvirus (virale meningitis door herpesvirus) – 42
  • gebruik van Lixiana (edoxaban) – 42
  • blinde lis syndroom (blind loop syndrome) – 41
  • ovariële hyperstimulatiesyndroom – 40
  • galblaaspoliep – 40
  • gebruik van gliclazide (Diamicron) – 40
  • gebruik van zolmitriptan – 40
  • polyarteritis nodosa – 40
  • syndroom van Reye – 40
  • gebruik van Perjeta (pertuzumab) – 39
  • gebruik van Adenuric® (febuxostat) – 39
  • gebruik van anakinra (Kineret®) – 39
  • gebruik van irbesartan (Aprovel) – 39
  • MELAS-syndroom – 38
  • gebruik van perindopril (Coversyl) – 38
  • tekort aan fosfaat in het bloed (hypofosfatemie) – 38
  • serotoninesyndroom – 38
  • tropische spruw (tropische spruw) – 37
  • gebruik van lactulose (Legendal) – 36
  • gebruik van neomycine – 36
  • gebruik van rosuvastatine (Crestor) – 36
  • abces van de milt (miltabces) – 36
  • hersenvliesontsteking door meningokokken (meningokokken meningitis) – 36
  • knokkelkoorts (dengue) – 36
  • alvleesklierabces (pancreasabces) – 36
  • gebruik van methylfenidaat (Concerta, Ritalin) – 35
  • gebruik van Halaven (eribulin) – 35
  • gebruik van azathioprine – 35
  • gebruik van epirubicine – 35
  • overdosis acetylsalicylzuur (salicylaatintoxicatie) – 34
  • gebruik van furosemide (Lasix) – 34
  • polypose van de maag (fundic gland polyposis) – 34
  • papegaaienziekte (psittacose) – 34
  • gebruik van Dapson (diafenylsulfon) – 34
  • ontstoken divertikel van Meckel – 33
  • carcinoïd – 33
  • gebruik van Pregnyl (HCG) – 33
  • torsade de pointes – 33
  • ontsteking van wervel en tussenwervelschijf (spondylodiscitis) – 33
  • splijting van de wand van de grote lichaamsslagader (dissectie van de aorta) – 32
  • boerenlong (extrinsieke allergische alveolitis) – 32
  • gas in de wand van de darm (pneumatosis intestinalis) – 32
  • gebruik van prucalopride (Resolor) – 32
  • gebruik van Trulicity (dulaglutide) – 32
  • vernauwing van de maaguitgang (verworven pylorusstenose) – 32
  • reversibele cerebrale vasoconstrictiesyndroom – 31
  • gebruik van Esbriet (pirfenidon) – 31
  • trocart-hernia van de buikwand (abdominale trocart-hernia) – 30
  • bloedend divertikel van Meckel – 30
  • gebruik van pegfilgrastim (Neulasta) – 30
  • gebruik van topiramaat – 30
  • inspanningsgebonden hemoglobinurie – 30
  • abces in de psoasspier (psoasabces) – 29
  • gebruik van methyldopa – 29
  • hypofyse-infarct  – 29
  • gescheurde blaas (blaasruptuur) – 29
  • draaiing van de blinde darm (volvulus van het caecum) – 29
  • nicotinevergiftiging (nicotine-intoxicatie) – 29
  • gebruik van dexamfetamine (Amfexa) – 29
  • adrenerg postprandiaal syndroom – 28
  • glioom – type oligodendroglioom – 28
  • gebruik van Implanon / Implanon NXT – 28
  • contact met haren van de eikenprocessierups – 28
  • verwonding aan de urinewegen (letsel van de urinewegen) – 28
  • galgangvernauwing (stenose van de ductus choledochus) – 28
  • ontsteking van de zaadbal (orchitis) – 28
  • erythema nodosum – 27
  • verminderde doorbloeding van het achterste deel van de hersenen (vertebrobasilaire insufficiëntie) – 27
  • gebruik van Betmiga (mirabegron) – 27
  • gebruik van pembrolizumab (Keytruda) – 27
  • Jarisch-Herxheimerreactie – 27
  • goedaardige duizeligheid bij kinderen (benigne paroxismale vertigo bij kinderen) – 26
  • chronische ontsteking van de galblaas (chronische cholecystitis) – 26
  • ontsteking van de hersenen door herpes virus (herpes encefalitis) – 26
  • afbraak van rode bloedcellen door geneesmiddelen (auto-immuun hemolytische anemie door geneesmiddelen) – 26
  • hemolytisch uremisch syndroom (typische HUS) – 26
  • obstructieve uropathie – 26
  • gebruik van acarbose – 26
  • paradichloorbenzeen vergiftiging (paradichloorbenzeen intoxicatie) – 25
  • gebruik van codeïne (gebruik van preparaten die codeïne bevatten) – 25
  • gebruik van domperidon – 25
  • waterhoofd (hydrocephalus) ( – 25
  • eclampsie – 25
  • SLE (systemische lupus erythematodes) – 25
  • gebruik van digoxine – 24
  • gebruik van EPO – 24
  • magnesiumvergiftiging (magnesiumintoxicatie) – 24
  • hersenvliesontsteking door pneumococcen (pneumococcen meningitis) – 24
  • ziekte van Weil (leptospirose) – 24
  • gebruik van doxorubicine – 24
  • hypofyseadenoom – 23
  • reactieve hypoglycemie – 23
  • gastrointestinale stromatumor van de dunne darm (GIST van de dunne darm) – 22
  • gebruik van urapidil (Ebrantil) – 22
  • gebruik van Xarelto (rivaroxaban) – 22
  • syndroom van Ogilvie (idiopathische intestinale pseudo-obstructie) – 22
  • ontsteking van borstwervel en tussenwervelschijf (thoracale spondylodiscitis) – 22
  • gebruik van hydroxycarbamide (Hydrea) – 22
  • toediening van fentanyl – 22
  • gebruik van Lynparza (olaparib) – 21
  • gebruik van amfotericine B – 21
  • gebruik van erytromycine – 21
  • gebruik van famciclovir – 21
  • gebruik van zoledroninezuur (Aclasta) – 21
  • gebruik van zoledroninezuur (Zometa) – 21
  • ontsteking van het vetweefsel rond de darm (panniculitis mesenterica) – 21
  • gebruik van Aubagio (teriflunomide) – 21
  • ontsteking van het limbische systeem in de hersenen (limbische encefalitis) – 21
  • gebruik van Onglyza (saxagliptine) – 21
  • gebruik van feneticilline (Broxil) – 20
  • vernauwing van de aortaklep (aortakleptstenose) – 20
  • histaminevergiftiging (histamine-intoxicatie) – 20
  • gebruik van flumazenil (Anexate) – 20
  • hersenabces (cerebraal abces) – 19
  • gebruik van angel dust (PCP) – 19
  • gebruik van flutamide – 19
  • gebruik van itraconazol – 19
  • maagpoliep – 19
  • verhoogde druk in de longslagader veroorzaakt door andere ziekte (secundaire pulmonale hypertensie) – 19
  • infectie met de EHEC-bacterie – 19
  • gebruik van axitinib – 19
  • wandelende nier (ptosis van de nier) – 18
  • gebruik van budenoside tabletten of capsules (Budenofalk, Cortiment, Entocort) – 18
  • postural orthostatic tachycardia syndrome – 18
  • splijting van de wand van de bovenste darmslagader (dissectie van de A. mesenterica superior) – 18
  • gebruik van rabeprazol – 18
  • gebruik van triamtereen (Dytac) – 18
  • gebruik van allergeenextract graspollen (Allergovit, Alutard, Pollinex, Purethal) – 18
  • buiktyfus – 18
  • insulinoom – 18
  • infectie van de darm door cytomegalovirus (CMV-enteritis) – 18
  • gebruik van lenalidomide (Revlimid) – 18
  • blauwe babyziekte (methemoglobinemie) – 18
  • bloeding in de bijnier (bijnierbloeding) – 18
  • gebruik van carbamazepine (Tegretol) – 18
  • reversibele posterieure-leukencefalopathiesyndroom – 17
  • gebruik van levofloxacine infusievloeistof – 17
  • acute fluorvergiftiging (acute fluorose) – 17
  • infectie van het kaakgewricht (septische artritis temporomandibularis) – 17
  • gebruik van lenalidomide (Revlimid) – 17
  • MIDD-type diabetes (maternally inherited diabetes and deafness) – 17
  • viskruikinfarct (takotsubo cardiomyopathie) – 17
  • zandvliegkoorts (pappatacikoorts) – 17
  • gebruik van octreotide (Sandostatine, Siroctid) – 17
  • gebruik van valproïnezuur (Depakine, Convulex) – 16
  • darmtuberculose (intestinale tuberculose) – 16
  • syndroom van Mirizzi – 16
  • verbindweefseling van het spierweefsel van het hart (endomyocardiale fibrose) – 16
  • gebruik van Olysio (simeprevir) – 16
  • gebruik van Lertec (enalapril en lercanidipine) – 16
  • ketoacidose door hongeren (ketoacidose door vasten) – 15
  • aseptische meningitis (acute aseptische meningitis) – 15
  • gebruik van oxazepam (Seresta) – 15
  • gebruik van pindolol (Viskeen) – 15
  • haarbal (trichobezoar) – 15
  • gebruik van terbinafine – 15
  • kalkneerslag in de nieren (nefrocalcinose) – 15
  • toxisch megacolon – 15
  • urticariële vasculitis – 15
  • gebruik van macrogol (Forlax) – 15
  • syndroom van Zieve – 14
  • hoefijzernier – 14
  • erfelijk angio-oedeem (hereditair angio-oedeem) – 14
  • gebruik van Zoely (nomegestrol acetaat/estradiol) – 14
  • styreenvergiftiging (styreenintoxicatie) – 14
  • gebruik van parecoxib (Dynastat) – 14
  • blootstelling aan tolueen – 13
  • infectie met Strongyloides stercoralis (strongyloidiasis) – 13
  • gebruik van Avastin (bevacizumab) – 13
  • gebruik van bortezomib (Velcade) – 13
  • trombose van de sinus sagitalis in de hersenen (cerebrale trombose van de sinus sagittalis superior) – 13
  • ringvormige alvleesklier (pancreas annulare) – 12
  • stille schildklierontsteking (stille thyreoïditis) – 12
  • gebruik van Tykerb (lapatinib) – 12
  • gebruik van carvedilol – 12
  • gebruik van montelukast (Singulair) – 12
  • gebruik van Sabril (vigabatrine) – 12
  • gebruik van Vesomni (solifenacine / tamsulosine) – 12
  • inenting met Havrix (hepatitis A-vaccin) – 12
  • gebruik van miltefosine (merknaam: Impavido) – 12
  • acute intermitterende porfyrie – 12
  • aluminiumvergiftiging (aluminiumintoxicatie) – 12
  • gebruik van Copaxone (glatirameer) – 12
  • gebruik van Vimpat (lacosamide) – 12
  • zenuwpijn van de achterhoofdszenuw (occipitalisneuralgie) – 12
  • methemoglobinemie (verworven methemoglobinemie) – 12
  • gebruik van thiamazol (Strumazol) – 12
  • overgevoelig voor garnalen (allergie voor garnalen) – 12
  • overdosis colchicine – 12
  • bindweefselvorming achter het buikvlies (retroperitoneale fibrose) – 12
  • gebruik van colchicine (gebruik van colchicine) – 12
  • gespleten alvleesklier (pancreas divisum) – 12
  • gebruik van lercanidipine (Lerdip) – 12
  • vetlever tijdens de zwangerschap (zwangerschapssteatose) – 11
  • gebruik van Levact (bendamustine) – 11
  • gebruik van mycofenolaatmofetil (CellCept) – 11
  • ontstoken vetaanhangsel aan de dikke darm (appendagitis epiploica) – 11
  • gebruik van eprosartan (merknaam Teveten) – 11
  • syndroom van Chilaiditi (hepatodiafragmatische interpositie) – 11
  • ontsteking van nekwervel en tussenwervelschijf (cervicale spondylodiscitis) – 11
  • gebruik van Mimpara (cinacalcet) – 11
  • gebruik van Victrelis (boceprevir) – 11
  • stoppen met het gebruik van gabapentine – 11
  • electroconvulsieve therapie (ECT) – 11
  • verwijdering van de prostaat via de plasbuis (transurethrale prostatectomie) – 11
  • afsluiting van de blinde darm (mechanische ileus van het caecum) – 11
  • mengglioom (glioom – type mixed glioom) – 11
  • gebruik van senna – 11
  • erfelijke eierstokkanker (hereditair ovariumcarcinoom) – 10
  • te langzaam werkende schildklier door bestraling in het halsgebied (radiotherapie-geïnduceerde hypothyreoïdie) – 10
  • vitamine B5-tekort (panthoteenzuurdeficiëntie) – 10
  • cholesterolpropjes die vastlopen in de bloedvaten van de nieren (cholesterolembolieën in de nieren) – 10
  • gebruik van Arcoxia (etoricoxib) – 10
  • gebruik van pregabaline (Lyrica) – 10
  • ontsteking van de slokdarm door cytomegalovirus (CMV-oesofagitis) – 10
  • gebruik van nitrazepam (Mogadon) – 10
  • gebruik van sotalol (Sotacor) – 10
  • gebruik van filgrastim – 10
  • gebruik van Ethyol (amifostine) – 10
  • gebruik van entacapone – 10
  • gebruik van Dexaprine – 10
  • mestcelziekte (systemische mastocytose) – 10
  • gebruik van Daklinza (daclatasvir) – 10
  • gebruik van pyridostigmine (Mestinon) – 10
  • gebruik van tetrabenazine (Tetmodis, Xenazine) – 10

Oorzaken misselijkheid <10/jaar

  • gebruik van Toviaz (fesoterodine) – 9
  • syndroom van Wolff-Parkinson-White – 9
  • gebruik van Eliquis (apixaban) – 9
  • refluxnefropathie – 9
  • lymfocytaire hypofysitis – 9
  • hersenvliesontsteking door stafylokokken (stafylokokken meningitis) – 9
  • hartzwakte rond de bevalling (peripartum-cardiomyopathie) – 9
  • lidocaïneoverdosering (lidocaïne-intoxicatie) – 9
  • ontsteking van het limbische systeem in de hersenen met antistoffen tegen VGKC (limbische encefalitis met anti-VGKC-antistoffen) – 9
  • syndroom van Waterhouse-Friderichsen – 9
  • gebruik van oxaliplatine – 9
  • gebruik van Zyvoxid (linezolid) – 9
  • amoebenabces van de lever – 9
  • chronische hepatitis B – 9
  • syndroom van Goodpasture – 8
  • gebruik van nilotinib (Tasigna) – 8
  • chiari-misvorming type I (chiari-I-malformatie) – 8
  • zuurstofvergiftiging (hyperoxie) – 8
  • gebruik van EllaOne (ulipristalacetaat) – 8
  • gebruik van Esmya (ulipristalacetaat) – 8
  • gebruik van Invokana (canagliflozine) – 8
  • gebruik van magnesium oxide – 8
  • gebruik van Tamiflu (oseltamivir) – 8
  • gebruik van fomepizol (intraveneus) – 8
  • loodvergiftiging (chronische loodintoxicatie) – 8
  • blindedarmontsteking bij een niet-gedraaide dikkedarm (acute appendicitis bij non-rotatie van het colon) – 8
  • hantavirus-infectie – 8
  • metaaldampkoorts – 8
  • bijnierinfarct – 8
  • aanvalsgewijze koude hemoglobinurie (paroxismale koude hemoglobinurie) – 8
  • gebruik van DuaklirGenuair (aclidinium bromide/formoterol) – 8
  • gebruik van tacrine – 7
  • epiduraal abces – 7
  • hoogtelongoedeem – 7
  • Stevens-Johnson syndroom – 7
  • gebruik van Cholestagel (colesevelam) – 7
  • aspirine-intolerantie (intolerantie voor NSAID’s) – 7
  • nootmuskaatvergiftiging (nootmuskaatintoxicatie) – 7
  • slaaphoofdpijn (hypnische hoofdpijn) – 7
  • gebruik van Certican (everolimus) – 7
  • vislintworm (Diphyllobothrium latum-infectie) – 7
  • gebruik van quinapril – 7
  • gebruik van ramipril – 7
  • gebruik van deferoxamine (Desferal) – 7
  • gebruik van Rasilez HCT (aliskiren/hydrochloorthiazide) – 7
  • gebruik van thioguanine – 7
  • arteria mesenterica superior syndroom – 7
  • gebruik van pentamidine – 7
  • familiaire hemiplegische migraine – 6
  • sporadische hemiplegische migraine – 6
  • gebruik van neostigmine – 6
  • bloedvergiftiging na miltverwijdering (postsplenectomiesepsis) – 6
  • hersenvliesontsteking door cryptokokken (cryptokokkenmeningitis) – 6
  • medulloblastoom – 6
  • gebruik van Dificlir (fidaxomicine) – 6
  • sponsnieren (medullaire cystenieren) – 6
  • gebruik van chloorpromazine zetpil – 6
  • gebruik van labetalol (tabletten) – 6
  • gebruik van Prialt (ziconotide) – 6
  • nierfilterontsteking na infectie met streptococ-bacterie (acute poststreptokokkenglomerulonefritis) – 6
  • gebruik van Repatha (evolocumab) – 6
  • stoppen met het gebruik van van morfine of morfine-achtige geneesmiddelen (opiaatonttrekking) – 6
  • tekort aan biotine (biotine deficiëntie) – 6
  • zinkvergiftiging (zinkintoxicatie) – 6
  • gebruik van Baraclude (entecavir) – 6
  • gebruik van icatibant (merknaam: Firazyr) – 6
  • gebruik van Ventavis (iloprost) – 6
  • gebruik van Daliresp / Libertek (roflumilast) – 6
  • verstijving van de hartspier (restrictieve cardiomyopathie) – 6
  • gebruik van Combivir (lamivudine/zidovudine) – 6
  • ontsteking van het hartzakje door bacterie (bacteriële pericarditis) – 6
  • tubulointerstitiële nefritis met uveïtis – 6
  • gebruik van Retrovir (zidovudine) – 6
  • erfelijke maagkanker (erfelijke diffuse maagkanker) – 5
  • gebruik van Revolade (eltrombopag) – 5
  • ontsteking van de hersenen met antistoffen tegen de NMDA-receptor (anti-NMDA-receptor encefalitis) – 5
  • papilloom van de plexus chorioïdeus (plexuspapilloom) – 5
  • gebruik van fenofibraat – 5
  • gebruik van Vesicare (solifenacine) – 5
  • aplastische anemie – 5
  • vitamine B1-tekort (thiaminedeficiëntie) – 5
  • Middellandse zeekoorts (familiaire mediterrane koorts) – 5
  • ziekte van Fabry (alfa-galactosidase A deficiëntie) – 5
  • koortsaanvallen na tekenbeet (febris recurrens door Borrelia recurrentis) – 5
  • ruimteziekte (gewichtloosheidsyndroom) – 5
  • luchtembolie – 5
  • gebruik van crizotinib – 5
  • gebruik van Rapamune (sirolimus) – 5
  • stimulatie van de nervus vagus (vagusstimulatie) – 5
  • aantasting van de evenwichtszenuw (lesie van de N. vestibularis) – 5
  • primaire amyloïdose – 5
  • impetigo herpetiformis – 5
  • aanhoudende éénzijdige hoofdpijn (hemicrania continua) – 5
  • ziekte van Takayasu (takayasu-arteriitis) – 5
  • cholera – 5
  • zwarte koorts (viscerale leishmaniasis) – 5
  • gebruik van pimozide (Orap) – 5
  • gebruik van Votrient (pazopanib) – 5
  • gebruik van Tafinlar (dabrafenib) – 5
  • afsterven van leverweefsel door onvoldoende bloedtoevoer (leverinfarct) – 5
  • trombose van de ader van de eierstok (V. ovarica trombose) – 5
  • gebruik van theofylline (Theolair) – 5
  • gebruik van Pradaxa (dabigatran) – 5
  • zygomycose – 4
  • gebruik van Eucreas® (vildagliptine + metformine) – 4
  • gebruik van Eviplera (rilpivirine/tenofovir/emtricitabine) – 4
  • organisch psychosyndroom (chronische toxische encephalopathie) – 4
  • gastrinoom van de alvleesklier – 4
  • ketamineverslaving – 4
  • koortsaanvallen na luizenbeet (febris recurrens door Borrelia duttoni) – 4
  • kwaadaardig feochromocytoom (maligne feochromocytoom) – 4
  • hersenvliesontsteking door Toscana-virus (meningitis door Toscana-virus) – 4
  • mesenteric inflammatory veno-occlusive disease – 4
  • infectie van de dunne darm – 4
  • gebruik van modafinil (Modiodal, Aspendos) – 4
  • teflonkoorts (PTFE-toxicose) – 4
  • mesangiale proliferatieve glomerulonefritis – 4
  • duikersziekte (decompressieziekte) – 4
  • gebruik van piroxicam – 4
  • gebruik van Emselex (darifenacine) – 4
  • leverbotinfectie (fascioliasis) – 4
  • gebruik van Inspra (eplerenon) – 4
  • amfetaminevergiftiging (amfetamine-intoxicatie) – 4
  • cytokine release syndroom – 4
  • gebruik van biperideen – 4
  • endemische vlektyfus – 4
  • aanvalsgewijze nachtelijke hemoglobinurie (paroxismale nachtelijke hemoglobinurie) – 4
  • gebruik van Tazocin (piperacilline + tazobactam) – 4
  • syndroom van Budd-Chiari – 4
  • tekenencefalitis – 3
  • bijschildklierkanker (bijschildkliercarcinoom) – 3
  • te langzaam werkende schildklier door geneesmiddel (geneesmiddelen-geïnduceerde hypothyreoïdie) – 3
  • gebruik van Exjade (deferasirox) – 3
  • gebruik van Afinitor (everolimus) – 3
  • villeus adenoom van de papil van Vater – 3
  • bijnierschorskanker (bijnierschorscarcinoom) – 3
  • Wilms’ tumor (nefroblastoom) – 3
  • Colorado tekenkoorts – 3
  • gebruik van Yondelis (trabectedine) – 3
  • PFAPA-syndroom – 3
  • gebruik van Victrelis (boceprevir) – 3
  • gebruik van Yervoy (ipilimumab) – 3
  • MALT-lymfoom van de maag – 3
  • inademing van tetrachloorethyleen (inhalatie van tetrachloorethyleen) – 3
  • vergiftiging met formaldehyde (formaldehydeintoxicatie) – 3
  • gebruik van HIV-remmers (gebruik van antiretrovirale middelen) – 3
  • gebruik van ifosfamide – 3
  • histoplasmose – 3
  • dengue hemorrhagische koorts – 3
  • gebruik van candesartan (Atacand) – 3
  • mesenteriale cyste – 3
  • gebruik van galantamine – 3
  • gebruik van kinidine – 3
  • gebruik van Truvada (tenofovir/emtricitabine) – 3
  • terugkerende kraakbeenontsteking (recidiverende polychondritis) – 3
  • gebruik van Tysabri (natalizumab) – 3
  • gebruik van Bosulif (bosutinib) – 3
  • gebruik van duloxetine (Cymbalta) – 3
  • blaasontsteking met gasvorming in de blaaswand (emfysemateuze cystitis) – 3
  • vruchtwaterembolie – 3
  • ontsteking in de mond door overgevoeligheid (allergische contact stomatitis) – 3
  • zoutverlies door aandoening van de hersenen (syndroom van cerebraal zoutverlies) – 3
  • toxische encefalopathie bij buikgriep (toxische encefalopathie bij gastroenteritis) – 3
  • aconitine-vergiftiging (aconitine-intoxicatie) – 3
  • syndroom van Eisenmenger – 3
  • gebruik van budesonide (Entocort) klysma – 3
  • babesiose – 3
  • duplicatiecyste van de dunne darm – 3
  • ontsteking van het strotklepje (acute epiglottitis) – 3
  • parathyromatose – 3
  • gebruik van Cibacen (benazepril) – 3
  • gebruik van Galvus® (vildagliptine) – 3
  • gebruik van norfloxacine – 3
  • gebruik van propylthiouracil – 3
  • rattenbeetziekte (streptobacillose) – 2
  • syndroom van Miller-Fisher – 2
  • mixed connective tissue disease – 2
  • chyleuze peritonitis – 2
  • draaiing van de baarmoeder (torsie van de uterus) – 2
  • transient epileptic amnesia – 2
  • niercrisis bij sclerodermie (renale crise bij systemische sclerose) – 2
  • gebruik van Pravafenix (fenofibraat/pravastatine) – 2
  • gebruik van trazodon (Trazolan) – 2
  • sarcoom van bloedvaten in de lever (hemangioendotheliaal sarcoom van de lever) – 2
  • mijnworminfectie (ancylostomiasis) – 2
  • cryptokokkeninfectie van de longen (pulmonale cryptokokkeninfectie) – 2
  • ontsteking in de poortader ten gevolge van een ontstoken divertikel (pyleflebitis bij diverticulitis) – 2
  • gebruik van Invega® (paliperidon) – 2
  • gebruik van Rupafin (rupatadine) – 2
  • gebruik van voriconazol (Vfend) – 2
  • leiomyoom van de slokdarm (leiomyoom van de oesofagus) – 2
  • hersenvliesontsteking door Streptococcus suis (Streptococcus suis-meningitis) – 2
  • MEN-syndroom type I – 2
  • gebruik van demeclocycline – 2
  • acuut pulmonaal syndroom bij gebruik van nitrofurantoïne – 2
  • Rocky Mountain spotted fever – 2
  • gebruik van Janumet (sitagliptine / metformine) – 2
  • gebruik van amikacine injectie/infuus – 2
  • gebruik van carbimazol – 2
  • tropische malaria (malaria door Plasmodium falciparum) – 2
  • gebruik van deferipron (Ferriprox) – 2
  • erfelijke fructose-intolerantie (hereditaire fructose-intolerantie) – 2
  • Mexicaanse griep (nieuwe influenza A (H1N1)) – 2
  • ontsteking van de alvleesklier door gebruik van PEG-interferon met ribavirine (pancreatitis door gebruik van PEG-interferon met ribavirine) – 2
  • familiair hyperaldosteronisme type 1 – 2
  • gebruik van brentuximab (Adcetris) – 2
  • collageneuze enteritis – 2
  • gebruik van metamizol – 2
  • gebruik van Xeplion® (paliperidon) – 2
  • aangeboren afwijking in de ureumcyclus (congenitaal defect in de ureumcyclus) – 2
  • gastrinoom van de dunne darm – 2
  • adderbeet – 2
  • cryptokokkeninfectie door het lichaam (gedissemineerde cryptokokkeninfectie) – 2
  • dijbreuk van De Garengeot (De Garengeot hernia) – 2
  • erfelijk angio-oedeem type 3 (hereditair angio-oedeem type 3) – 2
  • hyper-IgD syndroom – 2
  • syndroom van Allgrove (triple-A syndroom) – 2
  • gebruik van lamivudine – 2
  • ciguatera vergiftiging (ciguatera intoxicatie) – 2
  • gebruik van Alvesco (ciclesonide) inhalator – 2
  • gebruik van Benlysta (belimumab) – 2
  • gebruik van chloorpromazine (Largactil) – 2
  • gebruik van hydroxychloroquine (Plaquenil) – 2
  • ehrlichiose (humane monocytaire ehrlichiose) – 1,4
  • Chinese leverbotinfectie (clonorchiasis) – 1,4
  • liposarcoom van het retroperitoneum – 1,4
  • pseudomyxoom van het buikvlies (pseudomyxoma peritonei) – 1,4
  • persisterende aura zonder herseninfarct – 1,4
  • tuberculeuze meningitis (meningitis tuberculosa) – 1,4
  • gebruik van Cymevene (ganciclovir) – 1,4
  • ziekte van Creutzfeldt-Jakob – 1,3
  • ziekte van Waldmann (primaire intestinale lymfangiëctasie) – 1,3
  • gebruik van ofloxacine (Tarivid) – 1,3
  • notenkraker syndroom (compressie van de linker v. renalis tussen de a. mesenterica superior en de aorta) – 1,3
  • vergiftiging door Dieffenbachia plant (intoxicatie door Dieffenbachia plant) – 1,3
  • vergiftiging met dichloormethaan (acute dichloormethaanintoxicatie) – 1,3
  • gebruik van Arimidex (anastrozol) – 1,3
  • gebruik van azelastine neusspray – 1,3
  • stralingsziekte (acute stralingsziekte) – 1,2
  • gebruik van Stribild (elvitegravir-cobicistat-gemcitabine-tenofovir) – 1,2
  • galbulten door blootstelling aan zonlicht (urticaria solaris) – 1,2
  • gebruik van cyproheptadine – 1,2
  • botulisme – 1,2
  • crush syndroom – 1,2
  • gebruik van Visanne (dienogest) – 1,2
  • gebruik van suramine (Germanin) – 1,1
  • difterie – 1,1
  • granulomateuze ontsteking van de hypofyse (granulomateuze hypofysitis) – 1,1
  • afscheuring van de banden waarmee de baarmoeder vastzit (ruptuur in het achterste blad van het ligamentum latum uteri) – 1,1
  • aangeboren methemoglobinemie (congenitale methemoglobinemie) – 1,1
  • infectie door enterotoxigene Escherichia coli – 1,1
  • tekort aan het enzym VLCAD (VLCAD-deficiëntie) – 1,1
  • syndroom van Lemierre – 1,0
  • compartimentsyndroom van de buik (abdominaal compartimentsyndroom) – 1,0
  • gebruik van doxylamine – 1,0
  • chikungunya – 1,0
  • secondary pseudo-obstruction – 1,0
  • afsluiting van de alvleeskliergang (obstructie van de ductus pancreaticus) – 1,0
  • atypical gastroesophageal reflux – 1,0
  • gastric outlet obstruction – 1,0
  • idiopathic functional dyspepsia / post-prandial distress syndrome – 1,0
  • primary pseudo-obstruction – 1,0
  • gebruik van Evoxac (cevimeline) – 1,0
  • trichinose – 1,0
  • gebruik van tenofovir (Viread, Reviro) – 1,0

Oorzaken misselijkheid <1/jaar

  • vernauwing van de mitraalklep (mitralisstenose) – 0,9
  • West-Nijl koorts (West-Nijl virusinfectie) – 0,9
  • cysteadenoom van de lever – 0,9
  • gebruik van fenazon – 0,9
  • supra-orbitalis neuralgie – 0,9
  • haringwormziekte (anisakiasis) – 0,9
  • aangeboren vernauwing van de grote lichaamsslagader (coarctatio aortae) – 0,8
  • Ebola koorts (Ebola hemorrhagische koorts) – 0,8
  • syndroom van Sipple (MEN-syndroom type II) – 0,8
  • tekort aan het enzym arginosuccinaatlyase (arginosuccinaatlyase deficiëntie) – 0,8
  • tekort aan het enzym arginosuccinaatsynthase (argininosuccinaatsynthase deficiëntie) – 0,8
  • vergiftiging met seleen (seleniumintoxicatie) – 0,8
  • mannenkraambed (couvade) – 0,8
  • gastrointestinale stromatumor van de slokdarm (GIST van de oesofagus) – 0,8
  • gebruik van chloorpropamide – 0,8
  • gebruik van lovastatine (Mevacor) – 0,8
  • Kunjin virusziekte (Kunjin virusziekte) – 0,8
  • gebruik van Orencia (abatacept) – 0,8
  • gebruik van Rupafin (rupatadine) drank – 0,8
  • sarcoïdose van de maag – 0,7
  • scleroserende mesenteritis – 0,7
  • epidemische vlektyfus – 0,7
  • infectie van de hersenstam door Listeria bacterie (rombencefalitis door Listeria monocytogenes) – 0,7
  • ziekte van Brill-Zinsser – 0,7
  • gebruik van alglucosidase alfa (Myozyme) – 0,7
  • aceetaldehyde syndroom – 0,7
  • sarcocystose van de ingewanden (intestinale sarcocystose) – 0,7
  • zwangerschapswaan – 0,7
  • esthesioneuroblastoom – 0,6
  • gebruik van Buccolam (midazolam) – 0,6
  • cervicocraniaal syndroom – 0,6
  • gebruik van adrenaline autoinjector (EpiPen) – 0,6
  • gebruik van zonisamide – 0,6
  • omentumcyste – 0,6
  • lymfeklierkanker in de bloedvaten (intravasculair lymfoom) – 0,6
  • syndroom van Foster-Kennedy – 0,6
  • tekort aan het enzym lipoproteïnelipase (familiaire lipoproteïnelipasedeficiëntie) – 0,6
  • voedselvergiftiging door eten van schaaldieren – 0,6
  • syndroom van Von Hippel-Lindau – 0,6
  • gebruik van argatroban (Arganova) – 0,6
  • gastrointestinale stromatumor van de dikke darm (GIST van de dikke darm) – 0,6
  • infectie met het Oropouche-virus (Oropouche-virusziekte) – 0,5
  • erfelijke alvleesklierontsteking (hereditaire pancreatitis) – 0,5
  • gebruik van Elonva (corifollitropine alfa) – 0,5
  • gebruik van Inegy (ezetimibe + simvastatine) – 0,5
  • infectie met de Guinea-worm (dracunculiasis) – 0,5
  • lassakoorts – 0,5
  • gebruik van dicycloverine – 0,5
  • erythroblastosis foetalis – 0,5
  • hepatoblastoom – 0,5
  • infectie met de kleine leverbot (opisthorchiasis) – 0,5
  • ophoping van hersenvocht na operatie (postoperatieve liquorcele) – 0,5
  • capillairleksyndroom – 0,5
  • overgevoelig voor kaneel (kaneelallergie) – 0,5
  • VIPoom – 0,4
  • ziekte van Krabbe – 0,4
  • lijmsnuiven – 0,4
  • zwelling van de hersenen door hoogteziekte (hoogte-hersenoedeem) – 0,4
  • draaiing van de miltslagader (torsie van de arteria lienalis) – 0,4
  • volwassen T-cel leukemie/lymfoom – acute vorm – 0,4
  • xiphoidalgie – 0,4
  • syndroom van Romberg (progressieve faciale hemiatrofie) – 0,4
  • gewone variabele immuundeficiëntie (common variable immunodeficiency) – 0,4
  • ziekte van Kikuchi – 0,4
  • vergiftiging met ricine (orale ricine intoxicatie) – 0,4
  • gebruik van Tobi Podhaler (tobramycine) – 0,4
  • gebruik van Votubia (everolimus) – 0,3
  • hyperparathyroidism-jaw tumor syndrome – 0,3
  • Japanse encefalitis – 0,3
  • tekort aan het enzym aldosteron synthase (aldosteron synthase deficiëntie) – 0,3
  • gebruik van Ezetrol (ezetimibe) – 0,3
  • gebruik van ipratropiumbromide (merknaam Atrovent) – 0,3
  • draaiing van een in de borstholte gelegen maag (volvulus van een intrathoracale maag) – 0,3
  • citrullinemie type 1 (argininesuccinaat synthetase deficiëntie) – 0,3
  • gebruik van sibutramine (Reductil) – 0,3
  • TRAPS (TNF receptor associated periodic syndrome) – 0,3
  • foie appendiculaire (pyleflebitis bij appendicitis) – 0,3
  • galblaascyste – 0,2
  • murray-valley-encefalitis – 0,2
  • spontane lekkage van hersenvocht (spontane liquorlekkage) – 0,2
  • cysteadenocarcinoom van de lever – 0,2
  • gebruik van Arzerra (ofatumumab) – 0,2
  • Brazilian purpuric fever – 0,2
  • gebruik van acipimox (Nedios, Olbetam) – 0,2
  • gebruik van Herceptin (trastuzumab) – 0,2
  • gebruik van Incivo (telaprevir) – 0,2
  • kobaltvergiftiging door inademen van kobalt (kobaltintoxicatie door inhalatie van kobalt) – 0,2
  • scrubtyfus – 0,2
  • gnathostomiasis – 0,2
  • gebruik van Cayston (aztreonam) – 0,2
  • infectie van de hersenen met Naegleria fowleri (primaire amoeben meningoencefalitis) – 0,2
  • asbestziekte (asbestose) – 0,2
  • syndroom van Bing-Neel – 0,2
  • retroperitoneaal teratoom – 0,2
  • adrenomyeloneuropathie – 0,2
  • gebruik van Fampyra (fampridine) – 0,2
  • lymfocytaire choriomeningitis – 0,2
  • familiaire progressieve vestibulocochleaire dysfunctie – 0,2
  • syndroom van Vogt-Koyanagi-Harada – 0,2
  • gebruik van Hizentra (normaal immunoglobuline) – 0,2
  • gebruik van pyrazinamide – 0,2
  • wondbotulisme – 0,2
  • vergiftiging met stekelpapaver (Argemone mexicana-vergiftiging) – 0,15
  • chronisch lijmsnuiven – 0,14
  • anaplasmose (humane granulocytaire anaplasmose) – 0,14
  • steek door de haren van de rups van de “puss moth” (Megalopyge opercularis) – 0,13
  • vogelgriep (aviaire influenza) – 0,13
  • gebruik van Firdapse (amifampridine) – 0,12
  • riftdalkoorts – 0,12
  • Marburg hemorrhagische koorts – 0,12
  • ziekte van Keshan – 0,11
  • Wakana syndrome – 0,10
  • gebruik van tirofiban (Aggrastat) – 0,10
  • hart met onderontwikkelde linker kamer (hypoplastisch linkerhart syndroom) – 0,10
  • ziekte van Rendu-Osler-Weber (hereditaire hemorrhagische teleangiëctasie) – 0,10
  • syndroom van Muckle-Wells – 0,10
  • toxisch oliesyndroom – 0,10
  • liposarcoom van de rug – 0,10
  • familiair hyperaldosteronisme type 3 – 0,08
  • gebruik van Vibativ (telavancine) – 0,08
  • syndroom van Heyde – 0,08
  • thyreotoxische crisis – 0,08
  • glutaaracidurie type 2 – 0,07
  • gele koorts – 0,06
  • miltvuur (anthrax) – 0,06
  • ziekte van Chagas – 0,06
  • aangeboren tekort aan carnitine (primaire carnitinedeficiëntie) – 0,06
  • Omsk hemorragische koorts – 0,06
  • mitochondrial neurogastrointestinal encephalopathy syndrome – 0,05
  • spierdystrofie van Duchenne (musculaire dystrofie van Duchenne) – 0,05
  • builenpest (Yersinia pestis-infectie) – 0,05
  • syndroom van Riley-Day (familiaire dysautonomie) – 0,04
  • loopgravenkoorts (infectie met Bartonella quintana) – 0,04
  • porfyrie door een tekort aan het enzym ALA dehydratase (ALA dehydratase deficiëntie) – 0,04
  • refeeding-syndroom – 0,03
  • ziekte van Degos (maligne atrofische papulose) – 0,03
  • ontsteking van de hersenen door het Kunjin virus (Kunjin-encefalitis) – 0,03
  • gebruik van azilsartan – 0,03
  • Afrikaanse slaapziekte (trypanosomiasis) – 0,02
  • CREST-syndroom (limited cutaneous sclerosis) – 0,02
  • hondsdolheid (rabies) – 0,02
  • gebruik van octocog alfa (Kogenate, Kovaltry, Advate, Helixate Nexgen) – 0,02
  • gebruik van ticlopidine (gebruik van ticlopidine) – 0,02
  • epidemische slaapziekte (encephalitis lethargica) – 0,02
  • syndroom van Alström (syndroom van Alström) – 0,011
  • gebruik van Striverdi Respimat (olodaterol) (gebruik van Striverdi Respimat (olodaterol)) – 0,010
  • hart met drie boezems (cor triatriatum) – 0,006
  • syndroom van Axenfeld-Rieger – 0,002
  • syndroom van Barth (3-methylglutaconacidurie type 2) – 0,002

Gepubliceerd door: Simpto.nl
Datum van publicatie: 9 maart 2017
Auteur: Erwin Douwes
Laatst bijgewerkt op: 9 maart 2017

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.