Loopneus

Met ‘loopneus’ wordt bedoeld dat er een heldere afscheiding uit de neus komt. Een loopneus is een hinderlijke klacht, maar meestal onschuldig.

loopneus
loopneus

Oorzaken loopneus

Meestal wordt een loopneus veroorzaakt door een verkoudheid. Er zijn echter nogal wat andere aandoeningen waarbij een heldere afscheiding uit de neus kan voorkomen. Zo kunnen bijvoorbeeld overgevoeligheidsreacties (allergiën) en bepaalde geneesmiddelen ook een loopneus veroorzaken. Heldere afscheiding uit de neus is niet altijd onschuldig. Het kan ook veroorzaakt worden door lekkage van hersenvocht, bijvoorbeeld bij een schedelbasisfractuur.

Hieronder een overzicht van mogelijke oorzaken.

  • verkoudheid (acute virale nasofaryngitis) – 890400
  • griep (influenza) – 110500
  • hooikoorts (seizoensgebonden allergische rinitis) – 49200
  • longontsteking door overige virussen (virale pneumonie) – 27000
  • ontsteking van het neusslijmvlies door overgevoeligheid (allergische rhinitis) – 24600
  • bronchiolitis (acute bronchiolitis) – 11200
  • griepprik (griepvaccinatie) – 10000
  • overgevoelig voor huisstofmijt (huisstofmijtallergie) – 9375
  • niet-allergische rinitis (niet-allergische rhinitis) – 9000
  • ontsteking van de bronchiën (acute bronchitis) – 7260
  • vergrote keelamandelen (hypertrofische tonsillen) – 6250
  • ontstoken neusamandel (adenoïditis) – 4800
  • keelontsteking door bacteriën (bacteriële faryngitis) – 4500
  • infectie door het humane metapneumovirus (HMPV-infectie) – 2400
  • chronische kaakholteontsteking (chronische sinusitis maxillaris) – 2337
  • kinkhoest (pertussis) – 2310
  • infectie van de luchtwegen door adenovirus (adenovirusinfectie van de luchtwegen) – 2250
  • neuspoliep (polyposis nasi) – 1500
  • gebruik van Viagra (sildenafil) – 1200
  • gebruik van orlistat (Xenical, Alli) – 500
  • voorwerp in de neus (corpus alienum in de neus) – 375
  • stoppen met het (langdurig) gebruik van heroïne (heroïne-abstinentiesyndroom ) – 348
  • gebruik van Avastin (bevacizumab) – 325
  • overgevoelig voor pinda’s (pinda-allergie) – 310
  • rode hond (rubella) – 297
  • koemelkeiwitallergie – 225
  • clusterhoofdpijn (neuralgie van Horton) – 188
  • parainfluenzavirusinfectie (parainfluenzavirusinfectie) – 186
  • lekkage van hersenvocht door operatie of verwonding (liquorlekkage door (operatie)trauma) – 144
  • stoppen met het gebruik van GHB (GHB-onthoudingssyndroom) – 126
  • kleurstoffenovergevoeligheid (kleurstoffenallergie) – 125
  • gebruik van Omnic (tamsulosine) – 120
  • acute myeloïde leukemie – 113
  • gebroken schedelbasis (schedelbasisfractuur) – 111
  • Chinees restaurant syndrome – 95
  • empty sella syndroom – 83
  • verhoogde productie van mannelijke geslachtshormonen door de eierstokken (verhoogde testosteronproductie door de ovaria) – 75
  • aspirine-astma – 73
  • vogel-ei-syndroom – 72
  • postnasal drip – 63
  • gebruik van Zyprexa (olanzapine) – 60
  • zeefbeenontsteking (acute sinusitis ethmoïdalis) – 58
  • blootstelling aan blauwalgen (blootstelling aan cyanobacterien) – 54
  • aspirine-intolerantie (intolerantie voor NSAID’s) – 48
  • mestcelziekte van de neus (nasale mastocytose) – 36
  • voorwerp in de neusbijholte (corpus alienum in de sinus) – 32
  • gonorroe in de keel (gonokokkenfaryngitis) – 30
  • gaatje in het neustussenschot (septumperforatie) – 29
  • Mexicaanse griep (nieuwe influenza A (H1N1)) – 24
  • ziekte van Wegener (granulomatose met polyangiitis) – 22
  • neuskanker (neuscarcinoom) – 21
  • syndroom van Sluder (Sluder’s neuralgie) – 20
  • juveniel angiofibroom – 17
  • eosinofiele paratoxicose – 17
  • hersenvliesontsteking door virussen (virale meningitis) – 16
  • overgevoelig voor honden (honden-allergie) – 16
  • overgevoelig voor katten (katten-allergie) – 16
  • gebruik van rabeprazol – 14
  • aanhoudende aanvalsgewijze éénzijdige hoofdpijn (chronische paroxismale hemicrania) – 13
  • overgevoelig voor slakken (allergie voor slakken) – 13
  • mazelen (morbilli) – 12
  • reactieve hypoglycemie – 10
  • gebruik van etanercept (Enbrel) – 9
  • ontsteking van het voorhoofdsbeen (osteomyelitis van het os frontale) – 9
  • chronische zeefbeenontsteking (chronische sinusitis ethmoïdalis) – 7
  • gebruik van celecoxib (Celebrex) – 7
  • terugkerende kraakbeenontsteking (recidiverende polychondritis) – 7
  • gebruik van Zaltrap (aflibercept) – 6
  • hersenvliesontsteking door herpesvirus (virale meningitis door herpesvirus) – 6
  • SUNA-syndroom – 6
  • stoppen met het gebruik van van morfine of morfine-achtige geneesmiddelen (opiaatonttrekking) – 6
  • syndroom van Churg-Strauss – 6
  • gebruik van quinapril – 5
  • gebruik van ramipril – 5
  • aanhoudende éénzijdige hoofdpijn (hemicrania continua) – 5
  • gebruik van Daliresp / Libertek (roflumilast) – 4
  • gebruik van topiramaat – 3
  • ziekte van Lyell (toxische epidermale necrolyse) – 2
  • ijzerstapeling in de longen (primaire pulmonale hemosiderose) – 2
  • gebruik van Rasilamlo (aliskiren/amlodipine) – 2
  • gebruik van Rasilez (aliskiren) – 2
  • gebruik van Rasilez HCT (aliskiren/hydrochloorthiazide) – 2
  • gebruik van Trajenta (linagliptine) – 2
  • gebruik van tacrine – 2
  • hyper-IgE syndroom – 2
  • niet aangelegde choane (choane atresie) – 2
  • spontane lekkage van hersenvocht (spontane liquorlekkage) – 1,3
  • dermoïdcyste van de neus (nasale dermoïdcyste) – 1,1
  • gebruik van Opsumit (macitentan) – 1,1
  • supra-orbitalis neuralgie – 1,0
  • histaminevergiftiging (histamine-intoxicatie) – 0,9
  • coccidioïdomycose (acute coccidioïdomycose) – 0,7
  • capillairleksyndroom – 0,7
  • Leishmania-infectie van de huid (cutane leishmaniasis) – 0,6
  • esthesioneuroblastoom – 0,6
  • rinosporidiose – 0,5
  • ophoping van hersenvocht na operatie (postoperatieve liquorcele) – 0,5
  • aangeboren syfilis (congenitale syfilis) – 0,3
  • difterie – 0,2
  • gebruik van Ultibro Breezhaler (indacaterol/glycopyrronium) – 0,2
  • Leishmania-infectie van de slijmvliezen (mucocutane leishmaniasis) – 0,1
  • neuroblastooom van de reukzenuw – 0,1
  • vogelgriep (aviaire influenza) – 0,1
  • syndroom van Hunter (mucopolysacharidose type II) – 0,03

Behandeling loopneus

De behandeling is afhankelijk van de onderliggende oorzaak.

Engelse term

runny nose, rhinorrhea, rhinorrhoea

Synoniemen

neusloop, afscheiding uit de neus, waterige afscheiding uit de neus, lopende neus, rinorroe, rhinorrhoe, rhinorrhoea, waterige rinorroe, waterige rhinorroe, helder vocht uit de neus, neusuitvloed, snotneus

2 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *