Wat zijn koude rillingen?

Met koude rillingen wordt bedoeld een gevoel van kou dat gepaard gaat met bibberen.

Bibberen is het snel aanspannen en weer ontspannen van skeletspieren. Meestal gaat het om spieren van de dijbenen en de rug. Soms doen ook de kauwspieren mee. Dat leidt tot klappertanden.

Het bibberen is een natuurlijke reactie van het lichaam op kou. Door de spieren snel samen te trekken en te ontspannen wordt warmte opgewekt. Het lichaam zal dus door het bibberen opwarmen.

Koude rillingen komen meestal voor bij infectieziekten met koorts, zoals bijvoorbeeld griep. Er zijn echter ook veel andere oorzaken voor het optreden van koude rillingen.

Oorzaken koude rillingen

Er zijn veel verschillende oorzaken voor het optreden van koude rillingen. De meeste oorzaken zijn in te delen in één van de volgende categoriën:

  • Infectieziekten met koorts: bijvoorbeeld griep, longontsteking, prostaatontsteking, bloedvergiftiging en malaria;
  • Abcessen: bijvoorbeeld longabces, hersenabces, nierabces en leverabces;
  • Gebruik van bepaalde geneesmiddelen: bijvoorbeeld;
  • Psychische aandoeningen: angststoornissen;
  • Vergiftigingen (intoxicaties).

Regeling van de lichaamstemperatuur

In de normale situatie wordt de lichaamstemperatuur door ons lichaam in stand gehouden op 36,5-37,0 °C. De lichaamstemperatuur wordt in stand gehouden door de ‘inwendige thermostaat’. Bij infecties komen stofjes vrij – ‘pyrogenen’ genoemd – die ervoor zorgen dat de lichaamstemperatuur in stand gehouden wordt op een hoge niveau, namelijk 38-40 °C. De inwendige thermostaat wordt dus een aantal graden hoger ingesteld. Om deze nieuw ingestelde lichaamstemperatuur te halen gaan de spieren in het lichaam snel achter elkaar samentrekken en ontspannen.

Behandeling koude rillingen

Koude rillingen duren meestal één tot enkele minuten. Vaak zijn ze op zichzelf geen reden voor behandeling.

Om van de koude rillingen af te komen is het van belang om te weten wat de onderliggende oorzaak is.

Wat kan ik zelf doen?

Gebruik van warmtedekens en het nemen van een warm bad kunnen snel verlichting geven.

warmtedeken van aluminium bij koude rillingen
warmtedeken van aluminium

Als het om een griep gaat kunnen koort en koude rillingen vaak worden onderdrukt met paracetamol.

Wat kan de arts doen?

De arts zal willen weten wat de onderliggende oorzaak van de koude rillingen is.

Als het gaat om een bacteriële infectie zullen meestal antibiotica worden voorgeschreven. Om erachter te komen welke bacterie de infectie veroorzaakt wordt vaak een bacteriekweek gedaan. Zodra de uitslag daarvan bekend is kan de arts een antibioticum voorschrijven dat speciaal gericht is tegen die bacterie.

In noodgevallen kan een arts besluiten om opiaten via een injectie of een infuus toe te dienen. Daarmee kan een aanval van koude rillingen snel worden gestopt.

Engelse vertaling

chills

ICD10-code

R50.8 / R68.8

Duitse vertaling

Schüttelfrost


Koude Rillingen – Differentiaal Diagnose (DD)

Hieronder een uitgebreide lijst met oorzaken van koude rillingen. Het getal achter de oorzaak is een schatting van het aantal mensen dat jaarlijks in Nederland vanwege die oorzaak koude rillingen krijgt.

Zeer vaak voorkomende oorzaken van koude rillingen: >10.000/jaar

Vaak voorkomende oorzaken van koude rillingen: >1.000/jaar

Minder vaak voorkomende oorzaken van koude rillingen: <1.000/jaar

  • roodvonk (scarlatina) – 869
  • alcoholverslaving (chronisch alcoholisme) – 858
  • borstontsteking (mastitis) – 848
  • septische shock – 684
  • keelabces (peritonsillair abces) – 631
  • wondroos (erysipelas) – 628
  • buikvliesontsteking (peritonitis) – 574
  • ontstoken divertikel (acute diverticulitis) – 573
  • stoppen met het (langdurig) gebruik van heroïne (heroïne-abstinentiesyndroom ) – 569
  • enterovirusinfectie – 556
  • bloedvergiftiging door een katheter in een bloedvat (lijnsepsis) – 550
  • alcoholonthoudingsverschijnselen (alcoholonttrekkingssyndroom) – 538
  • gebruik van Zovirax (aciclovir) – 525
  • infectie van de darm door Clostridium-bacterie (C. difficile-infectie) – 523
  • onderkoeling (hypothermie) – 504
  • griepprik (griepvaccinatie) – 500
  • wondroos van het onderbeen (erysipelas van het onderbeen) – 424
  • aanpassingsstoornis – 378
  • kraamvrouwenkoorts (maternale sepsis) – 356
  • niersteen (nefrolithiasis) – 356
  • migraine – 351
  • ontsteking in de borstholte (mediastinitis) – 348
  • ontsteking van de plasbuis (urethritis) – 336
  • salmonellose (Salmonella enterocolitis) – 336
  • gordelroos op het hoofd (herpes zoster op het behaarde hoofd) – 299
  • borstvliesontsteking (pleuritis) – 263
  • gebruik van rituximab (MabThera) – 233
  • gebruik van LSD – 231
  • galgangontsteking (acute cholangitis) – 227
  • Addison crisis (acute bijnierschorsinsufficiëntie) – 224
  • afsterven van de nierbuisjes (acute tubulusnecrose) – 217
  • wondroos van het gezicht (erysipelas van het gezicht) – 212
  • infectie in het hart (infectieuze endocarditis) – 203
  • longabces (pulmonaal abces) – 202
  • blootstelling aan SSRI’s in de baarmoeder (tijdens de foetale periode) – 198
  • ontsteking van de slijmbeurs van de elleboog (bursitis olecrani) – 197
  • abces van de vulva – 190
  • nierabces – 181
  • ziekte van Parkinson (morbus Parkinson) – 178
  • abces bij de anus (perianaal abces) – 175
  • paniekstoornis met pleinvrees (paniekstoornis met agorafobie) – 166
  • leverabces (pyogeen leverabces) – 157
  • migraine met aura – 156
  • ziekte van Graves (morbus Graves) – 150
  • gebruik van amfotericine B – 150
  • buikvliesontsteking bij buikspoelen (peritonitis bij peritoneaal dialyse) – 149
  • alcoholonttrekkingsdelier (delirium tremens) – 143
  • malaria – 139
  • ophoping van pus tussen de borstvliezen (pleura-empyeem) – 135
  • bloedvergiftiging door streptokokken (streptokokkensepsis) – 133
  • serotoninesyndroom – 132
  • langdurige dubbelzijdige verstopping van de urinewegen (chronische bilaterale obstructieve uropathie) – 127
  • wondroos van de bil (erysipelas van de bil) – 127
  • baby van moeder met suikerziekte (diabetes) – 124
  • gebruik van nitrofurantoïne (Furabid / Furadantine) – 113
  • spontane buikvliesontsteking door bacteriën (spontane bacteriële peritonitis) – 112
  • gebruik van Zelitrex (valaciclovir) – 105
  • ernstige warmtestuwing (hitteberoerte) – 105
  • foetaal alcoholsyndroom – 104
  • pleinvrees (agorafobie) – 101

Zeldzame oorzaken van koude rillingen: <100/jaar

  • schildklieradenoom – 99
  • Jarisch-Herxheimerreactie – 91
  • stoppen met het gebruik van GHB (GHB-onthoudingssyndroom) – 91
  • ontsteking van de alvleesklier (acute pancreatitis) – 89
  • transfusiereactie (hemolytische transfusiereactie) – 82
  • boerenlong (extrinsieke allergische alveolitis) – 78
  • hersenvliesontsteking door virussen (virale meningitis) – 78
  • syndroom van Löfgren (acute sarcoïdose) – 72
  • gebruik van venlafaxine (Efexor) – 71
  • longontsteking door Klebsiella (Klebsiella-pneumonie) – 70
  • wondroos van de arm (erysipelas van de arm) – 70
  • wondroos van het bovenbeen – 70
  • papegaaienziekte (psittacose) – 70
  • nierbekkenontsteking met granulomen (xanthogranulomateuze pyelonefritis) – 66
  • alvleesklierabces (pancreasabces) – 65
  • galgangkanker (cholangiocarcinoom) – 62
  • gordelroos op het voorhoofd (herpes zoster op het behaarde voorhoofd) – 60
  • ontsteking van het onderhuidse bindweefsel van de voet (cellulitis van de voet) – 59
  • ontsteking van het onderhuidse bindweefsel van het onderbeen (cellulitis van het onderbeen) – 59
  • veteranenziekte (legionella-pneumonie) – 56
  • afbraak van rode bloedcellen door geneesmiddelen (auto-immuun hemolytische anemie door geneesmiddelen) – 55
  • knokkelkoorts (dengue) – 52
  • gebruik van diclofenac (Voltaren, Cataflam, Arthrotec) – 50
  • etternier (pyonefrose) – 50
  • lymfebaanontsteking van de arm (lymfangitis) – 50
  • chronische nierbekkenontsteking (chronische pyelonefritis) – 49
  • abces in de buikholte (intra-abdominaal abces) – 48
  • ontsteking van het hartzakje door bacterie (bacteriële pericarditis) – 47
  • nierbekkenontsteking met gasvorming rond de nieren (emfysemateuze pyelonefritis) – 45
  • gebruik van claritromycine (Klacid) – 44
  • afsterven van weefsel in de milt door slechte doorbloeding (miltinfarct) – 42
  • gebruik van Humira (adalimumab) – 40
  • abces rond de nier (perirenaal abces) – 38
  • Stafylokokken in het bloed (Stafylococcus aureus-bacteriëmie) – 36
  • zonlichtovergevoeligheid (polymorfe lichteruptie) – 35
  • abces in de borst (mamma abces) – 32
  • schistosomiasis – 32
  • kwikvergiftiging (kwikintoxicatie) – 31
  • gebruik van hydrochloorthiazide – 31
  • abces onder het middenrif (subfrenisch abces) – 30
  • geïnfecteerde slijmbeurs van de elleboog (geïnfecteerde bursitis olecrani) – 30
  • hersenvliesontsteking door herpesvirus (virale meningitis door herpesvirus) – 30
  • lymfebaanontsteking van het been (lymfangitis van het been) – 30
  • ontsteking van het onderhuidse bindweefsel van de hand (cellulitis van de hand) – 30
  • infectie van het zenuwstelsel door de Borrelia bacterie (neuroborreliose) – 29
  • mondbodemabces (angina van Ludwig) – 29
  • bloedvergiftiging door Streptococcus pyogenes (Streptococcus pyogenes sepsis) – 27
  • HIV-infectie (acute HIV-infectie) – 24
  • halskliertuberculose – 24
  • afsterven van nierpapillen (nierpapilnecrose) – 22
  • listeriose – 22
  • amoebenabces van de lever – 21
  • meervoudige systeematrofie (multisysteematrofie) – 21
  • gebruik van Perjeta (pertuzumab) – 20
  • gebruik van omeprazol (Losec) – 20
  • abces achter het buikvlies (retroperitoneaal abces) – 20
  • erysipeloïd – 20
  • vernauwing van de darmslagader (stenose van de A. mesenterica) – 19
  • gebruik van amiodaron (Cordarone) – 19
  • ziekte van Weil (leptospirose) – 18
  • gescheurde baarmoeder (uterusruptuur) – 18
  • darmschistosomiasis (intestinale schistosomiasis) – 18
  • abces in de psoasspier (psoasabces) – 18
  • toxische-shocksyndroom (toxic shock syndrome) – 18
  • infectie van het heupgewricht door een bacterie (septische coxartritis) – 18
  • stoppen met het gebruik van van morfine of morfine-achtige geneesmiddelen (opiaatonttrekking) – 17
  • gebruik van furosemide (Lasix) – 17
  • zandvliegkoorts (pappatacikoorts) – 17
  • ontsteking van de poortader (flebitis van de vena portae) – 17
  • gebruik van fentanyl tabletten of zuigtabletten (Abstral, Actiq, Breakyl, Effentora, Recivit) – 17
  • IgG4-ziekte – 16
  • ontsteking van de zaadbal (orchitis) – 16
  • gezwel in de borstholte (tumor in het mediastinum) – 16
  • ziekte van Hodgkin (Hodgkin-lymfoom) – 16
  • metaaldampkoorts – 15
  • koudeallergie (primaire koude urticaria) – 15
  • schildklierontsteking van De Quervain (subacute thyreoïditis van DeQuervain) – 15
  • afgenomen doorbloeding van de darmslagader (ischemie van de darmen) – 15
  • bloedvergiftiging na miltverwijdering (postsplenectomiesepsis) – 14
  • blaasschistosomiasis – 14
  • aspergillose van de longen (invasieve pulmonale aspergillose) – 14
  • ontsteking van de luchtpijp (acute tracheïtis) – 13
  • hersenabces (cerebraal abces) – 13
  • gebruik van flucloxacilline (Floxapen) – 13
  • buiktyfus – 13
  • gebruik van enalapril (Renitec) – 13
  • gebruik van Implanon / Implanon NXT – 12
  • gebruik van Victrelis (boceprevir) – 12
  • verdikt hartzakje (constrictieve pericarditis) – 12
  • dumpingsyndroom (postgastrectomiesyndroom) – 11
  • trombose van de darmslagader (trombose van de A. mesenterica) – 10
  • gebruik van naproxen (Aleve, Femex, Naprosyne, Naprovite) – 10
  • Lady Windermere-syndroom (pulmonale Mycobacterium avium complex infectie) – 10
  • paddenstoelvergiftiging – 10
  • aanvalsgewijze koude hemoglobinurie (paroxismale koude hemoglobinurie) – 10
  • ontsteking van het onderhuidse bindweefsel van het gezicht (cellulitis van het gezicht) – 10

Zeer zeldzame oorzaken van koude rillingen: <10/jaar

  • verspreiding van gonorroe door het lichaam (gedissemineerde gonorroe) – 9
  • refluxnefropathie – 9
  • ziekte van Bornholm – 9
  • rattenbeetziekte (streptobacillose) – 9
  • gebruik van lisinopril (Zestril) – 8
  • tekenbeetkoorts (fièvre boutonneuse) – 8
  • Mexicaanse griep (nieuwe influenza A (H1N1)) – 7
  • infectie van het kniegewricht door bacteriën (septische artritis van het kniegewricht) – 7
  • ontsteking van een gewricht in de voet door bacteriën (septische artritis van de voet) – 7
  • ontsteking van het polsgewricht door bacteriën (septische artritis van het polsgewricht) – 7
  • gebruik van gabapentine – 7
  • ontsteking van het onderhuidse bindweefsel van de vinger (cellulitis van de vinger) – 7
  • stille schildklierontsteking (stille thyreoïditis) – 7
  • gebruik van esomeprazol (Nexium) – 7
  • cytokine release syndroom – 7
  • hantavirus-infectie – 7
  • bagassose – 6
  • galgangvernauwing (stenose van de ductus choledochus) – 6
  • teflonkoorts (PTFE-toxicose) – 6
  • lymfogranuloma venereum – 6
  • gebruik van pembrolizumab (Keytruda) – 6
  • abces van de milt (miltabces) – 6
  • thalliumvergiftiging (thalliumintoxicatie) – 6
  • Middellandse zeekoorts (familiaire mediterrane koorts) – 6
  • ontsteking van de schildklier door een bacterie (acute bacteriële thyreoïditis) – 6
  • status migrainosus – 6
  • infectie van het enkelgewricht (septische artritis van het enkelgewricht) – 6
  • ontsteking van een gewricht van de teen door bacteriën (septische artritis van een teengewricht) – 6
  • ontsteking van een vingergewricht door bacteriën (septische artritis van de vinger) – 6
  • moutwerkersziekte (allergische alveolitis (moutwerkersziekte)) – 6
  • Afrikaanse slaapziekte (trypanosomiasis) – 6
  • gebruik van sunitinib (Sutent) – 5
  • cryptogene organiserende pneumonie – 5
  • thyreotoxische crisis – 5
  • ontsteking van het schoudergewricht door bacteriën (septische artritis van het schoudergewricht) – 5
  • gebruik van voriconazol (Vfend) – 5
  • koortsaanvallen na tekenbeet (febris recurrens door Borrelia recurrentis) – 5
  • abces links naast de dikke darm (paracolisch abces links) – 5
  • abces rechts naast de dikke darm (paracolisch abces rechts) – 5
  • syndroom van Goodpasture – 5
  • impetigo herpetiformis – 5
  • tropische malaria (malaria door Plasmodium falciparum) – 5
  • gebruik van Halaven (eribulin) – 5
  • aseptische meningitis door geneesmiddelen (geneesmiddelen-geïnduceerde aseptische meningitis) – 4
  • koortsaanvallen na luizenbeet (febris recurrens door Borrelia duttoni) – 4
  • invasieve aspergillose (gedissemineerde aspergillose) – 4
  • subcutaan panniculitis-achtig T-cellymfoom – 4
  • ziekte van Pierre Marie-Bamberger (hypertrofische osteoartropathie) – 4
  • gangreen van Fournier (necrotiserende fasciitis van scrotum en perineum) – 4
  • ontsteking van het strotklepje (acute epiglottitis) – 4
  • infectie van het ellebooggewricht (septische artritis van het ellebooggewricht) – 4
  • spontane gangreneuze myositis van het bovenbeen – 4
  • gebruik van perindopril (Coversyl) – 4
  • gebruik van captopril (Capoten) – 4
  • lidocaïneoverdosering (lidocaïne-intoxicatie) – 4
  • gebruik van ranitidine (Zantac) – 4
  • rickettsia-pokken – 4
  • gebruik van Levact (bendamustine) – 3
  • ontsteking van het onderhuidse bindweefsel van de teen (cellulitis van de teen) – 3
  • spierabcessen (pyomyositis) – 3
  • Afrikaanse tekenkoorts – 3
  • gebruik van fluconazol (Diflucan) – 3
  • gebruik van Tafinlar (dabrafenib) – 3
  • tekort aan bloedplaatjes door heparine (heparine-geïnduceerde trombocytopenie) – 3
  • insulinoom – 3
  • gewrichtsontsteking door bacteriën (septische artritis (polyarticulair)) – 3
  • ontsteking van een gewricht in de hand door bacteriën (septische artritis van een gewricht in de hand) – 3
  • Rocky Mountain spotted fever – 3
  • gebruik van meloxicam (Movicox) – 3
  • histoplasmose – 3
  • ruggenmergabces (intraspinaal abces) – 3
  • aseptische meningitis – 2
  • gebruik van allopurinol – 2
  • babesiose – 2
  • paddestoelenwerkerslong (allergische alveolitis door contact met paddestoelen) – 2
  • endemische vlektyfus – 2
  • OPSI – 2
  • afwezigheid van granulocyten in het bloed (agranulocytose) – 2
  • primaire scleroserende cholangitis – 2
  • blastomycose – 2
  • gebruik van metronidazol (Flagyl) – 2
  • gebruik van propranolol (Inderal) – 2
  • spontane gangreneuze myositis van het onderbeen – 2
  • acute coccidioïdomycose – 2
  • gebruik van Revolade (eltrombopag) – 2
  • anaplasmose (humane granulocytaire anaplasmose) – 2
  • paragonimiasis – 2
  • esdoornschillerslong (acute allergische alveolitis – esdoornschillerslong) – 2
  • West-Nijl koorts – 2
  • gebruik van L-dopa – 2
  • gedissemineerde histoplasmose – 1
  • blindedarmontsteking bij een niet-gedraaide dikkedarm (acute appendicitis bij non-rotatie van het colon) – 1
  • persisterende aura zonder herseninfarct – 1
  • ehrlichiose (humane monocytaire ehrlichiose) – 1
  • gebruik van Cymevene (ganciclovir) – 1
  • te snel werkende schildklier door gebruik van schildklierhormoontabletten (exogene hyperthyreoïdie door schildklierhormoontabletten) – 1
  • gebruik van pegfilgrastim (Neulasta) – 1
  • hersenvliesontsteking door Toscana-virus (meningitis door Toscana-virus) – 1
  • mazelen (morbilli) – 1
  • gebruik van chloortalidon – 1
  • gebruik van rifampicine – 1
  • gebruik van clomipramine – 1
  • gebruik van clopidogrel (Plavix) – 1
  • descenderende necrotiserende mediastinitis – 1
  • gordelroos (herpes zoster) – 1
  • gebruik van Copaxone (glatirameer) – 1
  • ziekte van Whipple – 1
  • ziekte van Binswanger (subcorticale leukencefalopathie) – 1
  • fenylketonurie – 1
  • gebruik van albendazol – 1
  • gebruik van chloroquine (Nivaquine) – 1
  • gebruik van nitrazepam (Mogadon) – 1
  • infectie met het Oropouche-virus (Oropouche-virusziekte) – 1
  • gebruik van fenylbutazon – 1
  • te snel werkende schildklier door eten van met schildklier verontreinigd vlees (exogene hyperthyreoïdie door eten van met schildklier verontreinigd vlees) – 1
  • brucellose – 1
  • tubulointerstitiële nefritis met uveïtis – 1
  • gebruik van amitriptyline (Tryptizol, Sarotex) – 1
  • tetanus – 1
  • aangeboren verhoging van het insulinegehalte in het bloed (congenitaal hyperinsulinisme) – 1
  • O’nyong-nyong virusinfectie – 1
  • gebruik van fenytoïne (Diphantoïne) – 1
  • gebruik van spironolacton (Aldacton) – 1
  • mangaanvergiftiging (mangaanintoxicatie) – 1
  • te snel werkende schildklier door andere oorzaak van buitenaf (exogene hyperthyreoïdie) – 1

Extreem zeldzame oorzaken van koude rillingen: <1/jaar

  • gebruik van cabozantinib (Cometriq) – 0,8
  • gebruik van carbamazepine (Tegretol) – 0,7
  • gebruik van etidroninezuur (Didrokit, Didronel) – 0,7
  • gebruik van chelatietherapie met EDTA – 0,7
  • vogelgriep (aviaire influenza) – 0,7
  • ziekte van Creutzfeldt-Jakob – 0,7
  • sequoiose – 0,6
  • MERS (MERS-CoV infectie) – 0,6
  • gebruik van peginterferon beta-1a – 0,6
  • miliaire tuberculose – 0,6
  • gebruik van chlooramfenicol – 0,6
  • hyper-IgD syndroom – 0,6
  • periodieke verlamming tijdens thyreotoxische crisis (thyreotoxische periodieke paralyse) – 0,6
  • gebruik van pregabaline (Lyrica) – 0,5
  • gebruik van Zyvoxid (linezolid) – 0,5
  • gebruik van primaquine – 0,5
  • epidemische vlektyfus – 0,4
  • ziekte van Brill-Zinsser – 0,4
  • gebruik van lansoprazol (Prezal, Prevacid) – 0,4
  • gebruik van valproïnezuur (Depakine, Convulex) – 0,4
  • gebruik van methyldopa – 0,4
  • trichinose – 0,4
  • bacillaire angiomatose van de huid (cutane bacillaire angiomatose) – 0,3
  • gebruik van methotrexaat – 0,3
  • cadmiumvergiftiging (cadmiumintoxicatie) – 0,3
  • scrubtyfus – 0,3
  • gebruik van allergeenextract graspollen (Allergovit, Alutard, Pollinex, Purethal) – 0,3
  • herpes bij pasgeborenen (neonatale herpes) – 0,3
  • ziekte van Niemann-Pick – 0,3
  • gebruik van Yervoy (ipilimumab) – 0,3
  • gebruik van ramipril – 0,3
  • syndroom van Muckle-Wells – 0,2
  • byssinose – 0,2
  • difterie – 0,2
  • draaiing van de miltslagader (torsie van de arteria lienalis) – 0,2
  • murray-valley-encefalitis – 0,2
  • ontsteking van de hersenen door het St.-Louis-encefalitis virus (St.-Louis-encefalitis) – 0,2
  • VIPoom – 0,2
  • gebruik van alglucosidase alfa (Myozyme) – 0,2
  • gebruik van Arzerra (ofatumumab) – 0,2
  • gebruik van cimetidine (Tagamet) – 0,2
  • gebruik van leflunomide (Arava) – 0,2
  • ataxie van Friedreich – 0,2
  • melioïdose – 0,2
  • miltvuur (anthrax) – 0,2
  • gebruik van nilotinib (Tasigna) – 0,2
  • gebruik van Ethyol (amifostine) – 0,2
  • gebruik van infliximab (Remicade, Inflectra) – 0,2
  • ziekte van Hallervorden-Spatz – 0,1
  • aceruloplasminemie – 0,1
  • gebruik van propylthiouracil – 0,1
  • gebruik van NeoRecormon (epoëtine bèta) – 0,1
  • tularemie – 0,1
  • gebruik van famotidine – 0,1
  • gebruik van propafenon (Rytmonorm) – 0,1
  • gebruik van quinapril – 0,1
  • gebruik van Herceptin (trastuzumab) – 0,1
  • Omsk hemorragische koorts – 0,1
  • syndroom van Chédiak–Higashi – 0,1
  • syndroom van Hughes-Stovin – 0,1
  • gebruik van carbimazol – 0,1
  • gebruik van mycofenolzuur (Myfortic) – 0,1
  • gebruik van octocog alfa (Kogenate, Kovaltry, Advate, Helixate Nexgen) – 0,1
  • gebruik van indapamide – 0,05
  • gebruik van terbinafine – 0,05
  • gebruik van azathioprine – 0,05
  • gebruik van candesartan (Atacand) – 0,05
  • miltvuur van de longen (inhalatie-anthrax) – 0,05
  • builenpest (Yersinia pestis-infectie) – 0,04
  • gebruik van piroxicam – 0,04
  • vlaswerkersziekte – 0,04
  • gele koorts – 0,04
  • gebruik van deferipron (Ferriprox) – 0,04
  • ontsteking van de hersenen door het Kunjin virus (Kunjin-encefalitis) – 0,03
  • dirofilariasis van de longen (pulmonale dirofilariasis) – 0,02
  • gebruik van Dapson (diafenylsulfon) – 0,02
  • gebruik van terbinafine – 0,02
  • gebruik van Zutectra (humaan hepatitis B immunoglobuline) – 0,02
  • gebruik van kinine – 0,01
  • gebruik van Tazocin (piperacilline + tazobactam) – 0,01
  • gebruik van Tazocin (piperacilline + tazobactam) – 0,01
  • familial isolated vitamin E deficiency – 0,01
  • gebruik van Nulojix (belatacept)  – 0,005
  • gebruik van ofatumumab – 0,005
  • gebruik van rifabutine – 0,005
  • gebruik van nortriptyline – 0,004
  • gebruik van aceclofenac – 0,002
  • gebruik van aldesleukine – 0,002
  • gebruik van aurothiobarnsteenzuur – 0,002
  • gebruik van benznidazol – 0,002
  • gebruik van ceftazidim – 0,002
  • gebruik van cilazapril – 0,002
  • gebruik van dacarbazine – 0,002
  • gebruik van dexhloorfeniramine – 0,002
  • gebruik van dexibuprofen – 0,002
  • gebruik van doxepine – 0,002
  • gebruik van ethosuzimide – 0,002
  • gebruik van imipenem – 0,002
  • gebruik van interferon alfa 2a – 0,002
  • gebruik van kaliumperchloraat – 0,002
  • gebruik van lamotrigine – 0,002
  • gebruik van maprotiline – 0,002
  • gebruik van mianserine – 0,002
  • gebruik van nazatidine – 0,002
  • gebruik van oxatomide – 0,002
  • gebruik van zafirlukast – 0,002

Synoniemen voor koude rillingen zijn bibberen, beven van het lichaam, beven, rillen, bibberkoorts, rillerig gevoel, rillerig, rillerigheid, rillingen, koude rilling, rillingen, koorts met koude rillingen, koude rillingen bij koorts, en koude koorts.


Gepubliceerd door: Simpto.nl
Datum van publicatie: 10 juli 2017
Auteur: Erwin Douwes
Laatst bijgewerkt op: 10 juli 2017

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *