Kortademigheid

Wat is kortademigheid?

Kortademigheid is het gevoel dat je te weinig lucht binnenkrijgt, waardoor je sneller en dieper gaat ademen.

De medische term voor kortademigheid is ‘dyspnoe’.

Oorzaken kortademigheid

Er zijn zeer veel verschillende oorzaken voor kortademigheid. De meeste van deze oorzaken vallen onder één van de onderstaande categorieën:

  • Ziekten van de longen: astma, longontsteking, longemfyseem, longkanker;
  • Ziekten van de bronchiën: bronchitis, bronchiolitis;
  • Ziekten van het strottenhoofd: ontsteking van het strottenhoofd (laryngitis)
  • Ziekten van het hart: slecht werkend hart (hartfalen), bijvoorbeeld door cardiomyopathie of hartaanval (myocardinfarct);
  • Gebruik van bepaalde geneesmiddelen.

Onderaan deze webpagina staat een uitgebreid overzicht van oorzaken voor kortademigheid (‘Kortademigheid – differentiaal diagnose‘).

Hoe wordt een diagnose gesteld?

Een arts kan verschillende methoden gebruiken om de oorzaak kortademigheid vast te stellen, namelijk vraaggesprek met de patiënt (anamnese), lichamelijk onderzoek, en aanvullend onderzoek (laboratoriumonderzoek, beeldvormend onderzoek).

Vraaggesprek met de patiënt

Om erachter te komen wat de oorzaak van de kortademigheid zou kunnen zijn zal de arts bepaalde vragen stellen:

  • Hoe lang bestaat de kortademigheid?
  • Is er een aanleiding geweest voor het ontstaan van de kortademigheid?
  • Ben je alleen kortademig bij inspanning, of ook in rust?
  • Is de kortademigheid continu aanwezig of komt deze in aanvallen? Is er sprake van kortademigheid bij liggen?
  • Zijn er ook andere klachten, bijvoorbeeld koorts, piepende ademhaling, hoesten (droge hoest of hoesten met opgeven van slijm)?

Lichamelijk onderzoek

Bij het lichamelijk onderzoek zal de arts vooral onderzoeken of er afwijkingen aan longen of hart zijn. Door te kloppen op de borstkas kunnen bijvoorbeeld vocht achter de longen (pleuravocht), een vergroot hart, en laagstaande longgrenzen worden vastgesteld. Deze afwijkingen geven een aanwijzing voor de mogelijke oorzaak van de kortademigheid.

Door met een stethoscoop naar hart en longen te luisteren kunnen ook afwijkingen worden gevonden. Zo kan het ademgeruis over de longen zachter zijn dan normaal. Dat kan wijzen op longemfyseem.

kortademigheid onderzoeken met behulp van stethoscoop
stethoscoop

Ook kan een krakend geluid worden gehoord, meestal aan de onderkant van de longen. Dit wijst op vocht in de longblaasjes. Het wordt meestal veroorzaakt door een slecht werkend hart. Afwijkingen van het ritme van het hart, de harttonen, of ruisjes aan het hart kunnen een aanwijzing geven voor een hartafwijking.

Beeldvormend onderzoek

Met behulp van een röntgenfoto van de borstkas kunnen afwijkingen van de longen worden opgespoord. Ook kunnen afwijkingen van de contouren van het hart worden gezien.

kortademigheid door longemfyseem - X-thorax met hyperinflatie
röntgenfoto van de borstkas – laagstaande longgrenzen bij longemfyseem

Een CT-scan of MRI-scan van de borstkas kan eveneens afwijkingen van longen en hart in beeld brengen.

Aanvullend onderzoek

Er zijn nog verschillende andere onderzoeken die kunnen worden aangevraagd om de oorzaak van de kortademigheid te vinden. Voorbeelden zijn een hartfilmpje (ECG) en een pleurapunctie.

Pleurapunctie

Als er sprake is van vocht achter de longen kan de arts besluiten een beetje vocht af te tappen. Dit kan dan vervolgens in het laboratorium worden onderzocht en door een patholoog-anatoom onder de microscoop worden bekeken. Afhankelijk van wat daarbij gevonden wordt kan vaak een diagnose worden gesteld.

Wat is de behandeling?

De behandeling van kortademigheid is afhankelijk van de gevonden oorzaak.

Engelse vertaling

shortness of breath, dyspnea

ICD10-code

Synoniemen voor kortademigheid zijn kortademig, benauwd, benauwdheid, snel buiten adem, kort van adem, buiten adem, ademtekort, snel hijgen, dyspnoe en dyspneu.

Kortademigheid – differentiaal diagnose

Hieronder een uitgebreid overzicht van oorzaken voor kortademigheid. Het getal achter de oorzaak geeft een schatting van het aantal mensen dat jaarlijks in Nederland vanwege die reden kortademig is.

Zeer vaak voorkomende oorzaken van kortademigheid: >10.000/jaar

  • longontsteking (pneumonie) – 123.266
  • griep (influenza) – 97.750
  • gestuwde longen (pulmonaal oedeem) – 69.200
  • longontsteking door overige virussen (virale pneumonie) – 40.800
  • verslikpneumonie (aspiratiepneumonie) – 32.550
  • zwangerschap (graviditeit) – 31.350
  • ontsteking van het strottenhoofd (acute laryngitis) – 25.200
  • bronchiolitis (acute bronchiolitis) – 25.025
  • astma – 21.613
  • ontsteking van de bronchiën (acute bronchitis) – 20.220
  • chronische hyperventilatie (chronische hyperventilatie syndroom) – 18.900
  • hyperventilatie (hyperventilatiesyndroom) – 16.625
  • paniekaanval (paniekstoornis) – 15.750
  • astma aanval (acute astma aanval) – 14.800
  • bloedarmoede door een tekort aan ijzer (ijzergebreksanemie) – 13.200
  • hartaanval (myocardinfarct) – 12.505
  • onbegrepen klachten (functionele klachten) – 11.875
  • longemfyseem – 11.310
  • buikgriep door norovirus (norovirusinfectie) – 11.250
  • ontsteking van het hart (myocarditis) – 10.725

Vaak voorkomende oorzaken van kortademigheid: >1.000/jaar

Regelmatig voorkomende oorzaken van kortademigheid: >100/jaar

  • ziekte van Pfeiffer (mononucleosis infectiosa) – 920
  • zwelling van het strottenhoofd (larynxoedeem) – 869
  • chronische overgevoeligheids pneumonitis (chronische allergische alveolitis) – 858
  • sarcoïdose – 851
  • harttamponade – 838
  • chronische ontsteking van het strottenhoofd (chronische laryngitis) – 780
  • goedaardig gezwel van de bijschildklier (bijschildklieradenoom) – 776
  • anafylactische reactie – 715
  • slecht werkende nieren (acute nierinsufficiëntie) – 696
  • borstvliesontsteking (pleuritis) – 693
  • boezemfibrilleren (atriumfibrilleren) – 688
  • sociale angststoornis (sociale fobie) – 675
  • lymfangitis carcinomatosa – 651
  • gebruik van metoprolol (Selokeen, Lopresor) – 625
  • ontsteking van het hartzakje door virus (acute virale pericarditis) – 615
  • gebruik van antikankermiddelen (gebruik van chemotherapie) – 600
  • vocht achter de longen (pleuravocht) – 557
  • gedilateerde cardiomyopathie – 548
  • lekkende mitraalklep (mitralisinsufficiëntie) – 539
  • obesitas-hypoventilatie syndroom – 537
  • hoogteziekte (acute hoogteziekte) – 523
  • klaplong door ongeval (traumatische pneumothorax) – 501
  • longziekte door overgevoeligheid voor Aspergillus-schimmel (allergische bronchopulmonale aspergillose) – 501
  • eierstokcyste (ovariumcyste) – 480
  • galbulten (urticaria) – 480
  • hartblock (AV-block) – 480
  • gebruik van minocycline (Minocin) – 480
  • verlaagd kalium gehalte in het bloed (hypokaliëmie) – 475
  • aantasting van het hart door hoge bloeddruk (hypertensieve hartziekte) – 473
  • viskruikinfarct (takotsubo cardiomyopathie) – 445
  • kleincellig longkanker (kleincellig bronchuscarcinoom) – 416
  • gebruik van doxorubicine – 407
  • hepatopulmonaal syndroom – 405
  • reuma (reumatoïde artritis) – 395
  • verhoogde druk in de longslagader veroorzaakt door andere ziekte (secundaire pulmonale hypertensie) – 378
  • schijnzwangerschap (pseudocyesis) – 353
  • lage bloeddruk (hypotensie) – 350
  • inappropriate sinus tachycardia – 335
  • verstopping van de bovenste holle ader (vena cava superior syndroom) – 321
  • vernauwing van de kransslagaderen na dotteren (restenose van de coronairvaten na dotteren) – 315
  • dunner worden van het middenrif (diafragma atrofie) – 313
  • spanningspneumothorax – 313
  • verwonding aan de luchtwegen (letsel van de luchtwegen) – 306
  • vernauwing van de aortaklep (aortakleptstenose) – 306
  • bloedarmoede door een tekort aan vitamine B12 (pernicieuze anemie) – 302
  • verwijding van de bronchiën (bronchiectasieën) – 297
  • stembandkramp (laryngospasme) – 296
  • toxocariasis – 288
  • maagzuur in de luchtwegen (maagzuuraspiratie) – 273
  • hartaanval van de achterwand van het hart (achterwandinfarct) – 265
  • verzuring door alcoholgebruik (alcoholische ketoacidose) – 261
  • veteranenziekte (legionella-pneumonie) – 259
  • dichtklappen van een deel van de long (atelectase van de long) – 259
  • status asthmaticus – 246
  • littekenvorming van de stembanden – 245
  • overgevoelig voor geneesmiddelen (geneesmiddelallergie) – 240
  • klephemolyse – 236
  • aantasting van de hartspier door langdurig alcoholgebruik (alcoholische cardiomyopathie) – 232
  • para-oesofageale hiatushernia – 230
  • ziekte van Graves (morbus Graves) – 228
  • parainfluenzavirusinfectie – 207
  • boerenlong (extrinsieke allergische alveolitis) – 207
  • lekkende aortaklep (aortaklepinsufficiëntie) – 198
  • gebruik van doxycycline (Vibramycine, Efracea, Doxy Disp) – 194
  • gaatje in de slokdarm (oesofagusperforatie) – 193
  • bloedvergiftiging bij pasgeboren baby (neonatale sepsis) – 189
  • ophoping van pus tussen de borstvliezen (pleura-empyeem) – 183
  • transfusiegerelateerde acute longbeschadiging – 180
  • overgevoelig voor isocyanaat (isocyanaat-allergie) – 179
  • vernauwing van het strottenhoofd (larynxstenose) – 179
  • azijnzuurvergiftiging (azijnzuurintoxicatie) – 176
  • tekort aan foliumzuur (foliumzuurdeficiëntie) – 175
  • longabces (pulmonaal abces) – 175
  • overdosis XTC (ecstasy intoxicatie) – 174
  • verlamming van het middenrif (diafragmaparalyse) – 149
  • gebruik van ibuprofen (Brufen) – 148
  • koemelkeiwitallergie – 145
  • kneuzing van het strottenhoofd (contusie van de larynx) – 145
  • longontsteking door inwerking van schadelijke stoffen (chemische pneumonitis) – 142
  • buitenbaarmoederlijke zwangerschap (extra-uteriene graviditeit) – 140
  • paroxismale supraventriculaire tachycardie – 140
  • tuberculose – 138
  • somatisatiestoornis – 138
  • ventrikeltachycardie – 138
  • syndroom van Wolff-Parkinson-White – 137
  • gebarsten aneurysma van de buikaorta (geruptureerd aneurysma van de abdominale aorta) – 135
  • ophoping van bloed in de borstholte (hematothorax) – 134
  • borstvlieskanker (pleuraal mesothelioom) – 129
  • te veel kooldioxide in het bloed (hypercapnie) – 128
  • ALS (amyotrofische lateraalsclerose) – 126
  • interstitiële pneumonitis – 125
  • overgevoelig voor soja-eiwit (soja-eiwitallergie) – 125
  • gebruik van cisplatina – 114
  • afwijkende rechter ondersleutelbeenslagader (aberrante arteria subclavia dexter) – 113
  • beroepsastma – 112
  • bakkersastma – 107
  • eierstokkanker (ovariumcarcinoom) – 105
  • HELLP-syndroom – 105
  • maagkanker (maagcarcinoom) – 104
  • septische shock – 103
  • splijting van de wand van de grote lichaamsslagader (dissectie van de aorta) – 102
  • gebruik van naproxen (Aleve, Femex, Naprosyne, Naprovite) – 100

Zeldzame oorzaken van kortademigheid: <100/jaar

  • ontsteking van het hartzakje door bacterie (bacteriële pericarditis) – 98
  • gebruik van Avastin (bevacizumab) – 98
  • nierziekte door NSAID’s (NSAID nefropathie) – 95
  • verdikt hartzakje (constrictieve pericarditis) – 95
  • ziekte van Plummer (toxisch nodulair struma) – 94
  • globusgevoel – 90
  • gebruik van nitrofurantoïne (Furabid / Furadantine) – 90
  • polycytemie (polycytemia vera) – 89
  • baby van moeder met suikerziekte (baby van moeder met diabetes) – 88
  • torsade de pointes – 87
  • chronische hepatitis C – 86
  • overgevoelig voor penicilline (penicilline-allergie) – 86
  • verbranding van de luchtwegen (inhalatietrauma) – 86
  • gebruik van levocetirizine (Xyzal) – 86
  • ophoping van lucht tussen de longen (pneumomediastinum) – 84
  • tekort aan fosfaat in het bloed (hypofosfatemie) – 81
  • vitamine B1-tekort (thiaminedeficiëntie) – 80
  • verstijving van de hartspier (restrictieve cardiomyopathie) – 80
  • gebruik van nifedipine (Adalat) – 75
  • gebruik van diclofenac (Voltaren, Cataflam, Arthrotec) – 75
  • infectie met atypische mycobacteriën (infectie met atypische mycobacteriën) – 74
  • stembandverlamming (enkelzijdig) (stembandparalyse (unilateraal)) – 73
  • syndroom van Dressler (postinfarct pericarditis) – 72
  • aangeboren uitstulping aan de achterzijkant van het middenrif (congenitale hernia diafragmatica (Bochdalek hernia)) – 72
  • malaria – 71
  • tuberculose van de longen (pulmonale tuberculose) – 70
  • aantasting van de hersenen door hoge bloeddruk (hypertensieve encefalopathie) – 69
  • vernauwing van de mitraalklep (mitralisstenose) – 68
  • blootstelling aan blauwalgen (blootstelling aan cyanobacterien) – 66
  • vogel-ei-syndroom – 63
  • vernauwing van de tricuspidaalklep (tricuspidalisstenose) – 63
  • onderontwikkelde longen (pulmonale hypoplasie) – 63
  • kramp in de kransslagaders (Prinzmetal angina) – 63
  • bronchopulmonale dysplasie (bronchopulmonale dysplasie) – 60
  • overgevoelig voor appels (appelallergie) – 60
  • maligne hypertensie – 60
  • acute myeloïde leukemie – 59
  • verwonding aan de lever (leverletsel) – 58
  • bronchusadenoom – 57
  • reumatische longziekte – 56
  • blootstelling aan traangas (traangasexpositie) – 56
  • afwijkend bloedvat in de dikke darm (angiodysplasie in het colon) – 56
  • secundaire amyloïdose – 56
  • longontsteking door Pneumocystis (Pneumocystis pneumonie) – 55
  • infectie in het hart (infectieuze endocarditis) – 54
  • syndroom van Löfgren (acute sarcoïdose) – 54
  • kanker van het strottenhoofd (larynxcarcinoom) – 54
  • kleurstoffenovergevoeligheid (kleurstoffenallergie) – 53
  • sick sinus syndroom – 52
  • auto-immuun hemolytische anemie – 50
  • gebruik van enalapril (Renitec) – 50
  • gebruik van propranolol (Inderal) – 50
  • ziekte van Wegener (granulomatose met polyangiitis) – 50
  • serotoninesyndroom – 49
  • syndroom van Eisenmenger – 49
  • non-Hodgkin lymfoom – 49
  • afbraak van rode bloedcellen door geneesmiddelen (auto-immuun hemolytische anemie door geneesmiddelen) – 48
  • verzuring door ophoping van melkzuur (lactaatacidose) – 48
  • aspirine-intolerantie (intolerantie voor NSAID’s) – 47
  • gaatje tussen de boezems van het hart (atriumseptumdefect) – 47
  • verzuring door suikerziekte (diabetische ketoacidose) – 47
  • blootstelling aan formaldehydedamp – 45
  • gebruik van Symbicort (budesonide/formoterol) – 45
  • refractaire anemie met excess aan blasten – 45
  • hartzwakte rond de bevalling (peripartum-cardiomyopathie) – 43
  • invasieve aspergillose (gedissemineerde aspergillose) – 43
  • aangeboren vernauwing van de grote lichaamsslagader (coarctatio aortae) – 42
  • ectopische-ACTH-syndroom – 41
  • tekort aan alfa-1-antitrypsine (alfa-1-antitrypsine deficiëntie) – 41
  • gebruik van bisoprolol (Emcor) – 40
  • bronchiolitis obliterans – 39
  • aspergillose van de longen (invasieve pulmonale aspergillose) – 39
  • hyperthyreotische fase van de ziekte van Hashimoto – 39
  • longontsteking met ophoping van eosinofiele bloedcellen (acute eosinofiele pneumonie) – 38
  • refractaire cytopenie met multilijnendysplasie – 38
  • syndroom van Guillain-Barré – 38
  • tekort aan het enzym glucose-6-fosfaat dehydrogenase (glucose-6-fosfaat dehydrogenase deficiëntie) – 38
  • blauwe babyziekte (methemoglobinemie) – 37
  • gescheurde luchtpijp (trachearuptuur) – 37
  • blootstelling aan hoogfrequente elektromagnetische straling – 36
  • ophoping van pus in de borstholte (thoraxempyeem) – 36
  • gescheurde slokdarm (oesofagusruptuur) – 35
  • koudeallergie (primaire koude urticaria) – 35
  • refractaire anemie – 34
  • hypertrofische obstructieve cardiomyopathie – 34
  • allergisch astma door Aspergillus (Aspergillus-astma) – 33
  • asbestziekte (asbestose) – 33
  • compensatoir emfyseem van de longen (compensatoir pulmonaal emfyseem) – 33
  • transpositie van de grote vaten – 32
  • hoogtelongoedeem – 32
  • cyste onder de stembanden (subglottische larynxcyste) – 32
  • chronische door geneesmiddelen veroorzaakte interstitiele longziekte – 32
  • gebruik van rituximab (MabThera) – 32
  • syndroom van Klippel-Feil (fusie van cervicale wervels) – 31
  • gebruik van bleomycine – 30
  • multifocale boezemtachycardie (multifocale atriale tachycardie) – 30
  • overgevoelig voor schelpdieren (allergie voor schelpdieren) – 30
  • gebruik van doxycycline (Vibramycine, Efracea, Doxy Disp) – 29
  • methemoglobinemie (verworven methemoglobinemie) – 29
  • aspergilloom in de longen (pulmonaal aspergilloom) – 29
  • stapeling van eiwitten in de longblaasjes (pulmonale alveolaire proteïnose) – 29
  • abces onder het middenrif (subfrenisch abces) – 29
  • mondbodemabces (angina van Ludwig) – 28
  • longontsteking door cytomegalovirus (CMV-pneumonie) – 27
  • gaatje tussen de kamers van het hart (ventrikelseptumdefect) – 27
  • wratjes op de stembanden – juveniele vorm (laryngeale papillomatose – juveniele vorm) – 27
  • vernauwing van de grote lichaamsslagader door aderverkalking (atherosclerose van de aorta) – 26
  • aangeboren middenrifverslapping (congenitale relaxatio diaphragmatica) – 26
  • gebruik van Zaltrap (aflibercept) – 26
  • lekkende tricuspidaalklep (tricuspidalisinsufficiëntie) – 25
  • overgevoelig voor gluten (coeliakie) – 25
  • stoflongen (chronische silicose) – 25
  • vernauwing van de slokdarm (oesofagusstrictuur) – 25
  • spoelworminfectie (ascariasis) – 25
  • gebruik van methotrexaat (gebruik van methotrexaat) – 23
  • ziekte van Kahler (multipel myeloom) – 23
  • papegaaienziekte (psittacose) – 23
  • afwijkende bloedvaatjes in de dunne darm (angiodysplasie in de dunne darm) – 23
  • hartaanval van de boezem van het hart (boezeminfarct) – 23
  • meerdere ribben gebroken (multipele ribfracturen) – 22
  • lymfeklierkanker in de borstholte (mediastinaal lymfoom) – 22
  • gebruik van memantine (Ebixa, Nemdatine en merkloos) – 22
  • verhoogde druk in de longslagader door onbekende oorzaak (primaire pulmonale hypertensie) – 21
  • ontsteking van het strotklepje (acute epiglottitis) – 21
  • methanolvergiftiging (methanolintoxicatie) – 21
  • wratjes op de stembanden – volwassen vorm (laryngeale papillomatose – adulte vorm) – 20
  • scheur in het middenrif (diafragmaruptuur) – 20
  • syndroom van Churg-Strauss (eosinofiele granulomateuze polyangiitis) – 20
  • kanker van de stembanden (stembandcarcinoom) – 19
  • open ductus arteriosus (open ductus arteriosus) – 19
  • chronische eosinofiele longontsteking (chronische eosinofiele pneumonie) – 19
  • autonome hyperreflexie – 18
  • stoflongen door inademen van kiezelstof (acute silicose) – 17
  • compartimentsyndroom van de buik (abdominaal compartimentsyndroom) – 17
  • ziekte van Rendu-Osler-Weber (hereditaire hemorrhagische teleangiëctasie) – 17
  • primaire amyloïdose – 17
  • syndroom van Da Costa – 17
  • Chinees restaurant syndrome – 17
  • microscopische polyangiitis – 17
  • levercyste (simpele levercyste) – 17
  • vernauwing van de liesslagader door een bloedstolsel (tromboembolie van de arteria iliaca) – 16
  • leverabces (pyogeen leverabces) – 16
  • gebruik van geneesmiddelen tegen epilepsie (gebruik van anti-epileptica) – 16
  • hypofyseadenoom – 16
  • fistel tussen luchtpijp en slokdarm (oesofagotracheale fistel) – 16
  • inademing van formaldehyde-gas (inhalatie van formaldehyde-gas) – 16
  • verbindweefseling van het spierweefsel van het hart (endomyocardiale fibrose) – 16
  • lymfoedeem in het gezicht en/of de nek – 16
  • nicotinevergiftiging (nicotine-intoxicatie) – 16
  • gebruik van voriconazol (Vfend) – 16
  • mijnwerkerslong (anthracose) – 15
  • bifasciculair block – 15
  • overgevoelig voor schaaldieren (allergie voor schaaldieren) – 15
  • kobaltvergiftiging door metaal-op-metaalheupprothese (kobaltintoxicatie door metaal-op-metaalheupprothese) – 15
  • erythroblastosis foetalis – 15
  • ziekte van Moschcowitz (trombotische trombocytopenische purpura) – 15
  • gezwel in de borstholte (tumor in het mediastinum) – 14
  • moutwerkersziekte (allergische alveolitis (moutwerkersziekte)) – 14
  • blootstelling aan aromatische koolwaterstoffen – 14
  • gebruik van Cymevene (ganciclovir) – 14
  • gebruik van amiodaron (Cordarone) – 14
  • ziekte van Pierre Marie-Bamberger (hypertrofische osteoartropathie) – 14
  • te langzaam werkende bijschildklier (hypoparathyreoïdie) – 14
  • gebruik van Perjeta (pertuzumab) – 14
  • methotrexaat overdosering (methotrexaatintoxicatie) – 14
  • gebruik van allergeenextract graspollen (Allergovit, Alutard, Pollinex, Purethal) – 14
  • viscerale larva migrans – 14
  • verbindweefseling van het beenmerg (primaire myelofibrose) – 13
  • gebruik van pemetrexed (Alimta) – 13
  • ovariële hyperstimulatiesyndroom – 13
  • gebruik van levothyroxine (merknamen: Thyrax, Euthyrox, Eltroxin etc.) – 13
  • toediening van fentanyl – 13
  • gebruik van clomipramine – 12
  • hart met onderontwikkelde linker kamer (hypoplastisch linkerhart syndroom) – 12
  • gebruik van Copaxone (glatirameer) – 12
  • gebruik van Olysio (simeprevir) – 12
  • vernauwing van de longslagaderklep (pulmonalisstenose) – 12
  • kropgezwel achter het borstbeen (retrosternaal struma) – 11
  • verworven middenrifverslapping (verworven relaxatio diaphragmatica) – 11
  • hypertrofische niet-obstructieve cardiomyopathie (hypertrofische cardiomyopathie) – 11
  • gebruik van paclitaxel – 11
  • abces onder de tong (mondbodemabces) – 11
  • stille schildklierontsteking (stille thyreoïditis) – 11
  • sikkelcelziekte (sikkelcelanemie) – 11
  • syndroom van Goodpasture – 11
  • gebruik van varenicline (Champix) – 10
  • langdurig gebruik van maagzuurremmers (chronisch gebruik van protonpompremmers) – 10
  • tetralogie van Fallot – 10
  • syndroom van Potter – 10
  • carcinoïd – 10
  • gebruik van Victrelis (boceprevir) – 10

Zeer zeldzame oorzaken van kortademigheid: <10/jaar

  • paddestoelenwerkerslong (allergische alveolitis door contact met paddestoelen) – 9
  • gebruik van Humira (adalimumab) – 9
  • acute lymfatische leukemie – 9
  • gebruik van cetuximab (Erbitux) – 9
  • gebruik van quinapril – 9
  • gebruik van ramipril – 9
  • aangeboren sferocytaire anemie (congenitale sferocytose) – 9
  • ophoping van vethoudend lymfevocht in de borstholte (chylothorax) – 8
  • gebruik van Onbrez Breezhaler (indacaterol) – 8
  • digoxine overdosering (digoxine intoxicatie) – 8
  • aangeboren fistel tussen de luchtpijp en de slokdarm (congenitale oesofagotracheale fistel) – 8
  • kanker van de luchtpijp (tracheakanker) – 8
  • nocardiose van de longen (pulmonale nocardiose) – 8
  • respiratory bronchiolitis-associated interstitial lung disease – 8
  • vaatstrengen rond de luchtpijp en slokdarm (vasculaire ring) – 8
  • syndroom van Hamman-Rich (acute interstitiële pneumonitis) – 8
  • cryptogene organiserende pneumonie – 8
  • blijvende truncus arteriosus (persisterende truncus arteriosus) – 8
  • aardbeivlek in de hals (infantiel hemangioom in de hals) – 8
  • myasthenia gravis – 7
  • myxoom van de linkerboezem (myxoom van het linker atrium) – 7
  • overdosis acetylsalicylzuur (salicylaatintoxicatie) – 7
  • botulisme – 7
  • Middellandse zeekoorts (familiaire mediterrane koorts) – 7
  • haarcelleukemie (hairy-cell leukemie) – 7
  • niet aangelegde choane (choane atresie) – 7
  • aanvalsgewijze koude hemoglobinurie (paroxismale koude hemoglobinurie) – 7
  • darmschistosomiasis (intestinale schistosomiasis) – 7
  • gebruik van Brilique (ticagrelor) – 7
  • verslapping van de luchtpijp (tracheomalacie) – 7
  • postpartum eclampsie – 6
  • aangeboren cyste van het strottenhoofd (congenitale sacculaire cyste van de larynx) – 6
  • vuurspuwerslong (lipoïde pneumonitis) – 6
  • gebruik van salmeterol/fluticason (Seretide) – 6
  • feochromocytoom – 6
  • IgG4-syndroom – 6
  • gebruik van feneticilline (Broxil) – 6
  • vogelfokkerslong (extrinsieke allergische alveolitis bij blootstelling aan vogels) – 6
  • verslapping van de bronchiën (primaire bronchomalacie) – 6
  • syndroom van Heyde – 6
  • bindweefselvorming achter het buikvlies (retroperitoneale fibrose) – 6
  • Burkholderia cepacia-infectie – 6
  • hemifaciale microsomie – 6
  • overgevoelig voor honden (honden-allergie) – 6
  • overgevoelig voor katten (katten-allergie) – 6
  • paraneoplastische pemfigus – 6
  • vruchtwaterembolie – 6
  • bagassose – 6
  • alfa-thalassemie – 6
  • beta-thalassemie – 6
  • gezwel van de zwezerik (thymoom) – 5
  • mestcelziekte (systemische mastocytose) – 5
  • ontsteking rondom het strottenhoofd (perichondritis van de larynx) – 5
  • overgevoelig voor slakken (allergie voor slakken) – 5
  • desmoïdtumor – 5
  • gebruik van Mimpara (cinacalcet) – 5
  • refractaire anemie met ringsideroblasten – 5
  • zygomycose – 5
  • gebruik van Certican (everolimus) – 5
  • gebruik van dutasteride (Avodart) – 5
  • ziekte van Weil (leptospirose) – 5
  • gebruik van pembrolizumab (Keytruda) – 5
  • inademen van chloorgas (inhalatie van chloorgas) – 5
  • neerslag van talk in de longen (pulmonale talcose) – 5
  • promyelocytenleukemie – 5
  • ganglioneuroom – 5
  • desquamatieve interstitiële pneumonie – 5
  • ziekte van Takayasu (takayasu-arteriitis) – 5
  • blauwzuurvergiftiging (cyanide intoxicatie) – 5
  • ATRA syndroom – 5
  • post-pneumonectomie syndroom – 4
  • middenrifbreuk met buikorganen in de borstholte (hernia diafragmatica met intrathoracale buikorganen) – 4
  • terugkerende kraakbeenontsteking (recidiverende polychondritis) – 4
  • ziekte van Hashimoto (auto-immuun thyreoïditis) – 4
  • niet aangelegde tricuspidaalklep (tricuspidalisatresie) – 4
  • wondergezwel in de borstholte (mediastinaal teratoom) – 4
  • vernauwing van de bronchiën (verworven bronchiale stenose) – 4
  • aplastische anemie – 4
  • vergiftiging met fenol (fenol intoxicatie) – 4
  • blastomycose – 4
  • cystelever (polycysteuze lever) – 4
  • leukostase – 4
  • scimitar-syndroom (partiële anomalie van de pulmonale veneuze vaten) – 4
  • chronische ontsteking van de spieren (polymyositis) – 4
  • acute reumatische endocarditis – 4
  • ijzerstapeling in de longen (primaire pulmonale hemosiderose) – 4
  • anaplastische schildklierkanker (anaplastische schildkliercarcinoom) – 4
  • gebruik van Xyrem (natriumoxybaat) – 4
  • spontaan pneumomediastinum – 4
  • aanvalsgewijze nachtelijke hemoglobinurie (paroxismale nachtelijke hemoglobinurie) – 4
  • erfelijke eierstokkanker (hereditair ovariumcarcinoom) – 4
  • syndroom van Zieve – 4
  • ontsteking van de schildklier door een bacterie (acute bacteriële thyreoïditis) – 4
  • aangeboren vernauwing van de luchtpijp (congenitale tracheastenose) – 4
  • fistel tussen slagader en ader in de longen (pulmonale arterioveneuze fistel) – 4
  • ziekte van Werdnig-Hoffmann (spinale musculaire atrofie type I) – 4
  • ontsteking van de slokdarm door inname van etsende stoffen (caustische oesofagitis) – 4
  • endometriose van de longen (pulmonale endometriose) – 4
  • gebruik van praziquantel (Biltricide) – 4
  • sclerodermie (systemische sclerose) – 4
  • acute chest syndroom – 4
  • gebruik van Roaccutane (isotretinoïne) – 4
  • actinomycose van de longen (pulmonale actinomycose) – 3
  • gebruik van Tobi Podhaler (tobramycine) – 3
  • gebruik van tocilizumab (merknaam: RoActemra) – 3
  • ontwrichting van het gewricht tussen sleutelbeen en borstbeen met verplaatsing van het sleutelbeen naar achteren (posterieure luxatie van het sternoclaviculaire gewricht) – 3
  • syndroom van Meigs – 3
  • histoplasmose – 3
  • erfelijke elliptocytose (hereditaire elliptocytose) – 3
  • loodvergiftiging (chronische loodintoxicatie) – 3
  • infectie met Strongyloides stercoralis (strongyloidiasis) – 3
  • kaasmakerslong (allergische alveolitis door kaasschimmels) – 3
  • hantavirus-infectie – 3
  • tonerziekte – 3
  • syndroom van Jeune – 3
  • gebruik van lenalidomide (Revlimid) – 3
  • acuut pulmonaal syndroom bij gebruik van nitrofurantoïne – 3
  • dermatomyositis – 3
  • syndroom van Caplan – 3
  • acuut reuma – 3
  • spierdystrofie van Duchenne (musculaire dystrofie van Duchenne) – 3
  • tekort aan bloedplaatjes door heparine (heparine-geïnduceerde trombocytopenie) – 3
  • leukostase in de long (pulmonaire leukostase) – 3
  • myelodysplastisch syndroom met 5q- afwijking (myelodysplastisch syndroom met 5q- afwijking) – 3
  • vitamine B5-tekort (panthoteenzuurdeficiëntie) – 3
  • aangeboren methemoglobinemie (congenitale methemoglobinemie) – 3
  • miliaire tuberculose – 3
  • nocardiose verspreid door het lichaam (gedissemineerde nocardiose) – 3
  • gebruik van sotalol (Sotacor) – 3
  • barotrauma van de long (pulmonaal barotrauma) – 2
  • gebruik van Opsumit (macitentan) – 2
  • mijnworminfectie (ancylostomiasis) – 2
  • gebruik van Victrelis (boceprevir) – 2
  • urticariële vasculitis (urticariële vasculitis) – 2
  • aantasting van de longen door amiodaron (Cordarone) (amiodaron-geïnduceerde pulmonale toxiciteit) – 2
  • antisynthetase syndroom – 2
  • neuroblastoom in de borstholte (neuroblastoom in de thorax) – 2
  • esdoornschillerslong (acute allergische alveolitis) – 2
  • strychninevergiftiging (strychnine-intoxicatie) – 2
  • myxoom van de rechterboezem (myxoom van het rechter atrium) – 2
  • acute erytremie en erytroleukemie – 2
  • gebruik van amfotericine B – 2
  • gebruik van fentanyl tabletten of zuigtabletten (Abstral, Actiq, Breakyl, Effentora, Recivit) – 2
  • gebruik van Halaven (eribulin) – 2
  • gebruik van Tamiflu (oseltamivir) – 2
  • syndroom van Marfan – 2
  • gebruik van propafenon (Rytmonorm) – 2
  • mixed connective tissue disease – 2
  • coccidioïdomycose (acute coccidioïdomycose) – 2
  • luchtwegbrand – 2
  • ronde atelectase – 2
  • stimulatie van de nervus vagus (vagusstimulatie) – 2
  • tropische pulmonale eosinofilie – 2
  • aangeboren uitstulping aan de voorkant van het middenrif (congenitale hernia diafragmatica (Morgagni hernia)) – 2
  • kwaadaardig gezwel van de zwezerik (maligne thymoom) – 2
  • aangeboren longcysten (congenitale pulmonale cysten) – 2
  • Lady Windermere-syndroom (pulmonale Mycobacterium avium complex infectie) – 2
  • lymfangioleiomyomatose – 2
  • aceetaldehyde syndroom – 2
  • essentiële cryoglobulinemische vasculitis – 2
  • gebruik van Afinitor (everolimus) – 2
  • gebruik van methylhexanamine – 2
  • gebruik van trazodon (Trazolan) – 2
  • cytokine release syndroom – 1,5
  • ziekte van Chagas – 1,5
  • marginalezonelymfoom (milt-marginale zone B-cel lymfoom) – 1,5
  • MERS (MERS-CoV infectie) – 1,5
  • chronisch lijmsnuiven (chronisch lijmsnuiven) – 1,4
  • descenderende necrotiserende mediastinitis (descenderende necrotiserende mediastinitis) – 1,4
  • verbindweefseling van de longen door bauxiet (bauxietfibrose) – 1,4
  • ziekte van Keshan – 1,4
  • longziekte door inademen van zand (pneumonie door inhalatie van zand) – 1,4
  • erytrocytaire aplasie – 1,4
  • ziekte van Ebstein (anomalie van Ebstein) – 1,4
  • microscopische polyangiitis – 1,4
  • aangeboren cystische adenomatoïde misvorming van de long (pulmonale congenitale cystische adenomatoïde misvorming) – 1,4
  • erfelijk angio-oedeem (hereditair angio-oedeem) – 1,4
  • thyreotoxische crisis – 1,3
  • methylmalonzuur in het bloed (methylmalonacidemie) – 1,3
  • koolstofdioxidevergiftiging (exogene CO2-intoxicatie) – 1,3
  • verstopping van de longaderen (pulmonale veno-occlusieve ziekte) – 1,3
  • gebruik van denosumab (Prolia) – 1,3
  • gebruik van topiramaat – 1,3
  • gebruik van Yondelis (trabectedine) – 1,2
  • syndroom van Budd-Chiari – 1,2
  • vitamine B2-tekort (vitamine B2-deficiëntie) – 1,2
  • difterie – 1,2
  • aantasting van de zenuwschede van zenuwcellen in de hersenstam (centrale pontiene myelinolyse) – 1,2
  • gebruik van Ventavis (iloprost) – 1,2
  • hypereosinofilie syndroom – 1,1
  • aangeboren verwijding van de lymfevaten van de longen (congenitale pulmonale lymfangiectasieën) – 1,1
  • gebruik van tolvaptan (merknaam: Jinarc) – 1,1
  • byssinose – 1,1
  • tropische malaria (malaria door Plasmodium falciparum) – 1,1
  • gebruik van Daklinza (daclatasvir) – 1,0
  • gebruik van filgrastim – 1,0
  • kaposisarcoom bij HIV-infectie – 1,0
  • lymfangioom in de hals (hygroma cysticum colli) – 1,0
  • gebruik van Levact (bendamustine) – 1,0

Extreem zeldzame oorzaken van kortademigheid: <1/jaar

  • voorwerp in een bloedvat (intravasculair corpus alienum) – 0,9
  • brucellose – 0,9
  • neuroendocrine cell hyperplasia of infancy – 0,9
  • aangeboren tekort aan carnitine (primaire carnitinedeficiëntie) – 0,9
  • gebruik van Mimpara (cinacalcet) – 0,9
  • kanker van restantjes moederkoek (choriocarcinoom) – 0,9
  • sequoiose – 0,8
  • Rocky Mountain spotted fever – 0,8
  • neonatal severe primary hyperparathyroidism – 0,8
  • gebruik van denosumab (Xgeva) – 0,8
  • lymfeklierkanker van de schildklier (primair lymfoom van de schildklier) – 0,8
  • aangeboren myasthenie (congenitale myasthenie) – 0,8
  • maligne antipsychoticasyndroom – 0,8
  • bloedvergiftiging door Capnocytophaga canimorsus (Capnocytophaga canimorsus sepsis) – 0,8
  • overgevoelig voor garnalen (allergie voor garnalen) – 0,8
  • gebruik van fosinopril (Monopril) – 0,8
  • gebruik van levofloxacine tabletten – 0,8
  • gebruik van pindolol (Viskeen) – 0,8
  • gebruik van nilotinib (Tasigna) – 0,7
  • ontsteking van het hart door acuut reuma (acute reumatische myocarditis) – 0,7
  • histiocytose (Langerhans-cel histiocytose) – 0,7
  • longontsteking door Chlamydia (pneumonie door Chlamydia) – 0,7
  • longontsteking door Escherichia coli (pneumonie door Escherichia coli) – 0,7
  • longontsteking door Haemophilus influenzae (pneumonie door Haemophilus influenzae) – 0,7
  • longontsteking door overige aërobe Gram-negatieve bacteriën (pneumonie door overige aërobe Gram-negatieve bacteriën) – 0,7
  • longontsteking door overige streptokokken (pneumonie door overige streptokokken) – 0,7
  • longontsteking door Pseudomonas (pneumonie door Pseudomonas) – 0,7
  • longontsteking door Staphylococcus (pneumonie door Staphylococcus) – 0,7
  • longontsteking door Streptococcus pneumoniae (pneumonie door Streptococcus pneumoniae) – 0,7
  • longontsteking door Streptococcus, groep B (pneumonie door Streptococcus, groep B) – 0,7
  • wondbotulisme – 0,7
  • aangeboren vernauwing van de bronchiën (congenitale bronchiale stenose) – 0,7
  • gebruik van octreotide (Sandostatine, Siroctid) – 0,7
  • tetanus – 0,7
  • niercrisis bij sclerodermie (renale crise bij systemische sclerose) – 0,7
  • pseudomyxoom van het buikvlies (pseudomyxoma peritonei) – 0,7
  • partiële trisomie 3p – 0,7
  • uitstulping in het strottenhoofd (laryngocele) – 0,6
  • vossenlintworm infectie (alveolaire echinococcose) – 0,6
  • kwaadaardig feochromocytoom (maligne feochromocytoom) – 0,6
  • syndroom van Lown-Ganong-Levine (LGL-syndroom) – 0,6
  • kaposisarcoom bij gebruik van afweeronderdrukkende geneesmiddelen (iatrogeen kaposisarcoom) – 0,6
  • klassiek kaposisarcoom – 0,6
  • chorioncarcinoom van de zaadbal (testiculair chorioncarcinoom) – 0,6
  • gele nagel syndroom – 0,6
  • lymfeklierkanker in de bloedvaten (intravasculair lymfoom) – 0,6
  • syndroom van Kniest (dysplasie van Kniest) – 0,6
  • voedselvergiftiging door eten van schaaldieren – 0,6
  • koolmonoxidevergiftiging (acute koolmonoxideintoxicatie) – 0,6
  • vlaswerkersziekte – 0,5
  • stemplooiweb (laryngeaal web) – 0,5
  • refeeding-syndroom – 0,5
  • gebruik van Adasuve (loxapine) – 0,5
  • gebruik van pegfilgrastim (Neulasta) – 0,5
  • gebruik van Retrovir (zidovudine) – 0,5
  • wondergezwel in de neuskeelholte (nasopharyngeal teratoma) – 0,5
  • syndroom van Coffin-Lowry – 0,5
  • benigne metastaserend leiomyoom – 0,5
  • Strongyloides hyperinfectie syndroom – 0,5
  • ziekte van Pompe (glycogeenstapelingsziekte type II) – 0,5
  • hart met drie boezems (cor triatriatum) – 0,5
  • bronchiale atresie – 0,5
  • HSE-syndroom (hemorragische shock encefalopathie-syndroom) – 0,5
  • gebruik van Adenuric® (febuxostat) – 0,5
  • infectie van de hersenstam door Listeria bacterie (rombencefalitis door Listeria monocytogenes) – 0,4
  • Afrikaanse slaapziekte (trypanosomiasis) – 0,4
  • CREST-syndroom (limited cutaneous sclerosis) – 0,4
  • gebruik van metamizol – 0,4
  • hypofosfatasie – perinatale vorm – 0,4
  • hypofosfatasie – vroeg-infantiele vorm – 0,4
  • ataxie van Friedreich – 0,4
  • kopervergiftiging (koperintoxicatie) – 0,4
  • stralingsziekte (acute stralingsziekte) – 0,4
  • miltvuur (anthrax) – 0,4
  • microsporidiose – 0,4
  • gebruik van Yervoy (ipilimumab) – 0,4
  • syndroom van Ivemark II – 0,4
  • tularemie – 0,4
  • auto-immuun necrotiserende myopathie – 0,4
  • aangeboren spondyloepifysaire dysplasie (congenitale spondyloepifysaire dysplasie) – 0,3
  • epignathus – 0,3
  • loopgravenkoorts (infectie met Bartonella quintana) – 0,3
  • spierdystrofie van Becker (musculaire dystrofie van Becker) – 0,3
  • verbindweefseling van de longen door blootstelling aan grafiet (grafietfibrose van de longen) – 0,3
  • duikersziekte (decompressieziekte) – 0,3
  • gebruik van Levitra (vardenafil) – 0,3
  • kobaltvergiftiging door inname van kobalt (kobaltintoxicatie door ingestie van kobalt) – 0,3
  • ziekte van Whipple – 0,3
  • gebruik van cabergoline (Dostinex) – 0,3
  • syndroom van Cornelia de Lange – 0,2
  • paraquat vergiftiging (paraquat intoxicatie) – 0,2
  • vogelgriep (aviaire influenza) – 0,2
  • cement in de longslagaders na werveloperatie (pulmonale cementembolie na vertebroplastiek) – 0,2
  • hyper IgM syndroom type 3 – 0,2
  • lassakoorts – 0,2
  • endemische vlektyfus – 0,2
  • syndroom van Miller-Fisher – 0,2
  • tekort aan het enzym VLCAD (VLCAD-deficiëntie) – 0,2
  • gebruik van labetalol (tabletten) – 0,2
  • gebruik van zoledroninezuur (Aclasta) – 0,2
  • gebruik van zoledroninezuur (Zometa) – 0,2
  • melioïdose – 0,2
  • syndroom van Schwartz-Jampel type II – 0,2
  • gebruik van Bosulif (bosutinib) – 0,2
  • brozebottenziekte type 3 (osteogenesis imperfecta type 3) – 0,2
  • cadmiumvergiftiging (cadmiumintoxicatie) – 0,2
  • linguatulose van de neuskeelholte (nasofaryngeale linguatulose) – 0,2
  • gebruik van Votubia (everolimus) – 0,2
  • overgevoelig voor tarwe (tarwe allergie) – 0,2
  • silovullersziekte – 0,2
  • NK-cellymfocytose – 0,2
  • syndroom van Ross – 0,2
  • toxisch oliesyndroom – 0,2
  • syndroom van Alström – 0,2
  • campomele dysplasie – 0,2
  • erfelijk angio-oedeem type 3 (hereditair angio-oedeem type 3) – 0,2
  • vergiftiging met formaldehyde (formaldehydeintoxicatie) – 0,2
  • vergiftiging met stekelpapaver (Argemone mexicana-vergiftiging) – 0,2
  • tekort aan koper (koperdeficiëntie) – 0,15
  • chronische coccidioïdomycose – 0,15
  • syndroom van Yunis–Varon – 0,14
  • mesothelioom van het hartzakje (pericardiaal mesothelioom) – 0,14
  • tekort aan cytochroom-B5 (hereditaire cytochroom-B5-deficiëntie) – 0,13
  • chronische eosinofiele leukemie – 0,13
  • tekenverlamming – 0,12
  • infantiele NCL – 0,12
  • mansonellose – 0,12
  • hyper IgM syndroom type 4 – 0,12
  • koortsaanvallen na tekenbeet (febris recurrens door Borrelia recurrentis) – 0,12
  • blootstelling aan hoge concentraties zwavelkoolstof (koolstofdisulfide intoxicatie) – 0,12
  • spondyloepifysaire dysplasie – late vorm (spondyloepifysaire dysplasie tarda) – 0,12
  • spondyloepimetafysaire dysplasie – Strudwick type – 0,12
  • geïnfecteerde laryngocele – 0,11
  • ziekte van Ullrich (congenitale musculaire dystrofie type Ullrich) – 0,11
  • gebruik van mesalazine (Asacol, Pentasa, Salofalk) – 0,11
  • gebruik van pregabaline (Lyrica) – 0,11
  • syndroom van Gorham (idiopathische progressieve osteolyse) – 0,10
  • cysteadenoom van de lever – 0,10
  • gebruik van brentuximab (Adcetris) – 0,10
  • koortsaanvallen na luizenbeet (febris recurrens door Borrelia duttoni) – 0,10
  • tekort aan het enzym pyruvaatcarboxylase (pyruvaatcarboxylase deficiëntie) – 0,10
  • sarcocystose van de ingewanden (intestinale sarcocystose) – 0,10
  • syndroom van Fazio-Londe – 0,10
  • gnathostomiasis – 0,09
  • ehrlichiose (humane monocytaire ehrlichiose) – 0,09
  • syndroom van Hurler (mucopolysacharidose type I-H) – 0,08
  • endemisch kaposisarcoom – 0,08
  • cannabinose – 0,08
  • tyrosinemie type I – 0,08
  • gebruik van levofloxacine infusievloeistof – 0,08
  • gebruik van telmisartan (Micardis) – 0,08
  • tekort aan het enzym carnitine-acylcarnitine translocase (carnitine-acylcarnitine translocase deficientie) – 0,07
  • syndroom van Hermansky-Pudlak – 0,07
  • syndroom van Hughes-Stovin – 0,07
  • gebruik van Incivo (telaprevir) – 0,07
  • Wakana syndrome – 0,07
  • ziekte van Farber (ceramidase deficiëntie) – 0,07
  • echinostomiasis – 0,06
  • tetra-amelie syndrome – 0,06
  • vergiftiging met seleen (seleniumintoxicatie) – 0,06
  • gebruik van adrenaline autoinjector (EpiPen) – 0,06
  • miltvuur van de longen (inhalatie-anthrax) – 0,06
  • allescheriasis – 0,05
  • mitochondrial trifunctional protein deficiency – 0,05
  • metatrofische kleingroei – 0,05
  • syndroom van Leigh – 0,05
  • vergiftiging met ricine (orale ricine intoxicatie) – 0,05
  • ziekte van Jansky-Bielschowsky (laat infantiele NCL) – 0,05
  • tekort aan het enzym MTHFR (MTHFR deficiëntie) – 0,04
  • opsismodysplasie – 0,04
  • infectie van de hersenen met Naegleria fowleri (primaire amoeben meningoencefalitis) – 0,04
  • syndroom van Axenfeld-Rieger – 0,03
  • syndroom van Barth (3-methylglutaconacidurie type 2) – 0,03
  • syndroom van Brown-Vialetto-Van Laere – 0,03
  • atelosteogenese type II – 0,03
  • frontometafysaire dysplasie – 0,03
  • eczema vaccinatum – 0,03
  • vergiftiging met zwaveldioxide (zwaveldioxide intoxicatie) – 0,03
  • fibrochondrogenese type 2 – 0,03
  • anaplasmose (humane granulocytaire anaplasmose) – 0,03
  • syndroom van Marshall-Smith – 0,02
  • cysteadenocarcinoom van de lever – 0,02
  • tekort aan het enzym holocarboxylase synthetase (holocarboxylase synthetase deficiëntie) – 0,02
  • syndroom van Alpers – 0,02
  • builenpest (Yersinia pestis-infectie) – 0,02
  • familial isolated vitamin E deficiency – 0,005
  • syndroom van Liddle – 0,005
  • gele koorts – 0,003
  • gebruik van octocog alfa (Kogenate, Kovaltry, Advate, Helixate Nexgen) – 0,003

Gepubliceerd door: Simpto.nl
Publicatiedatum: 20 mei 2017
Auteur: Erwin Douwes
Laatst bijgewerkt op: 20 mei 2017

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *