Keelpijn

Keelpijn of een geïrriteerde keel

Keelpijn is een van de meest voorkomende medische klachten. Er zijn dan ook meer dan 300 verschillende oorzaken voor het krijgen van keelpijn.

Meestal gaat het om een infectie, zoals keelontsteking, ontstoken keelamandelen of griep. Maar ook blootstelling aan invloeden uit de omgeving kan leiden tot pijn in de keel. Denk bijvoorbeeld aan roken, uitlaatgassen, blootstelling aan droge lucht, of inademen van lachgas of pepperspray. Ook kunnen sommige geneesmiddelen als bijwerking keelpijn geven.

Kijk voor een zeer uitgebreid overzicht van oorzaken onderaan deze webpagina.


Oorzaken keelpijn

Hieronder een uitgebreid overzicht van oorzaken van keelpijn. Het getal achter de oorzaak geeft een schatting van het aantal mensen dat jaarlijks in Nederland vanwege die oorzaak keelpijn heeft.

Zeer vaak voorkomende oorzaken van keelpijn: >10.000/jaar

  • keelontsteking door virussen (virale faryngitis) – 295.800
  • verkoudheid (acute virale nasofaryngitis ) – 224.400
  • ontstoken keelamandelen (acute tonsillitis) – 144.550
  • verkeerd stemgebruik (geforceerd stemgebruik) – 142.000
  • keelontsteking door bacteriën (bacteriële faryngitis) – 138.900
  • griep (influenza) – 98.600
  • ontsteking van het strottenhoofd (acute laryngitis) – 85.920
  • narcose (algehele anesthesie) – 53.300
  • verwijdering van de keelamandelen (tonsillectomie) – 36.349
  • ontsteking van de uitwendige gehoorgang (acute otitis externa) – 26.100
  • roodvonk (scarlatina) – 19.712

Vaak voorkomende oorzaken van keelpijn: >1.000/jaar

Minder vaak voorkomende oorzaken van keelpijn: <1.000/jaar

  • ontsteking van de tong (glossitis) – 960
  • infectie door het humane metapneumovirus (HMPV-infectie) – 870
  • stembandknobbeltjes – 870
  • spruw (orale candidiasis) – 851
  • gebruik van partydrug meow meow (gebruik van mephedrone) – 795
  • gebruik van salmeterol/fluticason (Seretide) – 777
  • maagzuur in de luchtwegen (maagzuuraspiratie) – 716
  • ontsteking van de lymfeklieren in de buik (lymfadenitis mesenterica) – 630
  • inhaleren van lachgas (lachgasintoxicatie) – 570
  • blootstelling aan droge lucht (expositie aan droge lucht) – 540
  • kindermishandeling – 540
  • ontstoken tongamandelen (ontstoken tongtonsillen) – 463
  • abces achter de keel (retrofaryngeaal abces) – 458
  • Candida-infectie in de keel – 350
  • slokdarmkanker (oesofaguscarcinoom) – 347
  • gebruik van salmeterol (Seretide) – 342
  • abces in de hals – 283
  • schildklierontsteking van De Quervain (subacute thyreoïditis van DeQuervain) – 255
  • gebruik van diclofenac (Voltaren, Cataflam, Arthrotec) – 250
  • keelkanker (farynxcarcinoom) – 234
  • longontsteking door influenzavirus (influenzapneumonie) – 232
  • kanker van het strottenhoofd (larynxcarcinoom) – 200
  • kneuzing van het strottenhoofd (contusie van de larynx) – 195
  • postnasal drip – 175
  • kanker van de amandelen (tonsilcarcinoom) – 166
  • parainfluenzavirusinfectie – 166
  • bubblebad folliculitis – 162
  • erythema exsudativum multiforme – major variant – 158
  • syndroom van Gianotti-Crosti (papuleuze acrodermatitis van de kinderleeftijd) – 157
  • acute myeloïde leukemie – 156
  • gebruik van fexofenadine (Telfast) – 154
  • gebruik van Livocab (levocabastine) neusspray – 140
  • gebruik van Symbicort (budesonide/formoterol) – 135
  • gebruik van enalapril (Renitec) – 125
  • keelontsteking door gonococcen (gonokokkenfaryngitis) – 119
  • gordelroos van het oor (herpes zoster oticus) – 116
  • wurgletsel – 113
  • ontsteking van de luchtpijp (acute tracheïtis) – 112
  • bof (parotitis epidemica) – 110
  • ontsteking van de schildklier door een bacterie (acute bacteriële thyreoïditis) – 107
  • gebruik van rituximab (MabThera) – 107
  • roken – 104
  • syndroom van Eagle – 104
  • gonorroe (urethritis gonorroica) – 103
  • mondbodemabces (angina van Ludwig) – 102
  • HIV-infectie (acute HIV-infectie) – 100
  • gebruik van omeprazol (Losec) – 100

Zeldzame oorzaken van keelpijn: <100/jaar

  • gebruik van Humira (adalimumab) – 96
  • kattenkrabziekte – 87
  • non-Hodgkin lymfoom – 85
  • blootstelling aan blauwalgen (cyanobacterien) – 83
  • kanker van de stembanden (stembandcarcinoom) – 72
  • ontsteking van de pees van de lange nekspier (tendinitis longus colli) – 70
  • overgevoelig voor tarwe (tarwe allergie) – 70
  • vitamine B2-tekort (vitamine B2-deficiëntie) – 70
  • syfilis (primaire syfilis) – 69
  • gebruik van mitoxantron (Novantrone) – 64
  • blootstelling aan formaldehydedamp – 63
  • gebruik van hydrochloorthiazide – 62
  • gebruik van metronidazol (Flagyl) – 60
  • neuralgie van de tong-keelzenuw (glossofaryngeusneuralgie) – 54
  • gebruik van naproxen (Aleve, Femex, Naprosyne, Naprovite) – 50
  • stembandverlamming (enkelzijdig) (stembandparalyse (unilateraal)) – 48
  • gebruik van poppers (gebruik van alkylnitriet (‘poppers’)) – 46
  • ontsteking van het strotklepje (acute epiglottitis) – 44
  • zenuwpijn van de N. laryngeus superior (N. laryngeus superior neuralgie) – 43
  • gebruik van budesonide (Rhinocort, Pulmicort) – 42
  • strottenhoofdkanker boven de stembanden (supraglottisch carcinoom) – 41
  • gebruik van Onbrez Breezhaler (indacaterol) – 41
  • Mexicaanse griep (nieuwe influenza A (H1N1)) – 36
  • gebruik van esomeprazol (Nexium) – 35
  • metabool syndroom – 35
  • ijzerstapelingsziekte (hemochromatose) – 34
  • gebruik van furosemide (Lasix) – 34
  • gebruik van amiodaron (Cordarone) – 32
  • ontsteking van de slokdarm door inname van etsende stoffen (caustische oesofagitis) – 32
  • DRESS-syndroom – 30
  • paddenstoelvergiftiging (paddenstoelvergiftiging) – 30
  • hartkramp (angina pectoris) – 29
  • ziekte van Still – volwassen vorm – 27
  • malaria – 26
  • gebruik van flucloxacilline (Floxapen) – 26
  • gebruik van vancomycine (Vancocin) – 25
  • sick building syndroom – 25
  • SLE (systemische lupus erythematodes) – 25
  • hepatitis A – 23
  • syndroom van Lemierre – 23
  • gebruik van tiotropium (Spiriva) – 22
  • Zenker divertikel – 22
  • syndroom van Grisel (atlanto-axiale dislocatie door ontstekingsproces) – 20
  • splijting van de wand van de grote lichaamsslagader (dissectie van de aorta) – 20
  • gebruik van perindopril (Coversyl) – 19
  • instabiele angina pectoris – 19
  • gebruik van ranitidine (Zantac) – 18
  • PFAPA-syndroom – 18
  • ontsteking rondom het strottenhoofd (perichondritis van de larynx) – 18
  • ophoping van lucht tussen de longen (pneumomediastinum) – 17
  • gebruik van lisinopril (Zestril) – 16
  • inhalatie van formaldehyde-gas – 16
  • gebruik van fluconazol (Diflucan) – 15
  • terugkerende kraakbeenontsteking (recidiverende polychondritis) – 15
  • gebruik van meloxicam (Movicox) – 14
  • dubbelzijdige stembandverlamming (bilaterale stembandparalyse) – 14
  • stimulatie van de nervus vagus (vagusstimulatie) – 14
  • overdosis acetylsalicylzuur (salicylaatintoxicatie) – 14
  • cyclische neutropenie – 13
  • blootstelling aan pepperspray – 13
  • gebruik van allopurinol – 12
  • Stevens-Johnson syndroom – 12
  • herpes simplex infectie (HSV-infectie) – 12
  • gebruik van propranolol (Inderal) – 10
  • gebruik van varenicline (Champix) – 10

Zeer zeldzame oorzaken van keelpijn: <10/jaar

  • mediane halscyste – 9
  • infectie met Chlamydia pneumoniae – 9
  • ziekte van Bornholm – 9
  • ziekte van Ritter (dermatitis exfoliativa neonatorum) – 9
  • gevoeligheid van de halsslagader (carotidynie) – 9
  • gebruik van Zaltrap (aflibercept) – 8
  • gebruik van captopril (Capoten) – 8
  • gebruik van L-dopa – 8
  • stomatitis van Plaut-Vincent – 6
  • gebruik van clomipramine – 6
  • gebruik van clopidogrel (Plavix) – 6
  • ontstoken huig (uvulitis) – 6
  • achalasie van de slokdarm – 5
  • afwezigheid van granulocyten in het bloed (agranulocytose) – 5
  • gebruik van Revolade (eltrombopag) – 5
  • gebruik van albendazol – 5
  • gebruik van chloroquine (Nivaquine) – 5
  • paraneoplastische pemfigus – 5
  • gebruik van amitriptyline (Tryptizol, Sarotex) – 5
  • gebruik van fenytoïne (Diphantoïne) – 4
  • gebruik van spironolacton (Aldacton) – 4
  • spontaan pneumomediastinum – 4
  • ziekte van Weil (leptospirose) – 4
  • slijmvliespemfigoïd (cicatricieel pemfigoïd) – 4
  • gebruik van cabozantinib (Cometriq) – 4
  • gebruik van carbamazepine (Tegretol) – 4
  • gebruik van etidroninezuur (Didrokit, Didronel) – 4
  • verworven hemofagocytair syndroom (secundaire hemofagocytaire lymfohistiocytose) – 3
  • aseptische meningitis door geneesmiddelen (geneesmiddelen-geïnduceerde aseptische meningitis) – 3
  • gebruik van Anoro (umeclidinium + vilanterol) – 3
  • gebruik van chlooramfenicol – 3
  • gebruik van Glivec (imatinib) – 3
  • nocardiose van de longen (pulmonale nocardiose) – 3
  • descenderende necrotiserende mediastinitis – 3
  • gebruik van Foster NEXThaler inhalator (beclometason en formoterol) – 3
  • gebruik van chloortalidon – 3
  • gebruik van primaquine – 3
  • gebruik van rifampicine – 3
  • gebruik van fenylbutazon – 2
  • gebruik van Tysabri (natalizumab) – 2
  • cytokine release syndroom – 2
  • gebruik van Opsumit (macitentan) – 2
  • vuurspuwerslong (lipoïde pneumonitis) – 2
  • gebruik van Alvesco (ciclesonide) inhalator – 2
  • gebruik van duloxetine (Cymbalta) – 2
  • toxoplasmose (systemische toxoplasmose) – 2
  • gebruik van celecoxib (Celebrex) – 2
  • gebruik van lansoprazol (Prezal, Prevacid) – 2
  • gebruik van valproïnezuur (Depakine, Convulex) – 2
  • geïnfecteerde mediane halscyste – 2
  • gebruik van pentamidine – 2
  • gebruik van Victrelis (boceprevir) – 2
  • gebruik van Aubagio (teriflunomide) – 2
  • gebruik van Certican (everolimus) – 2
  • mazelen (morbilli) – 2
  • gebruik van penicillamine – 2
  • chronische myelomonocytaire leukemie – 1
  • coccidioïdomycose (acute coccidioïdomycose) – 1
  • lassakoorts – 1
  • gebruik van cimetidine (Tagamet) – 1
  • gebruik van DuaklirGenuair (aclidinium bromide/formoterol) – 1
  • gebruik van leflunomide (Arava) – 1
  • juveniele myelomonocytaire leukemie – 1
  • aseptische meningitis (acute aseptische meningitis) – 1
  • gebruik van Ventavis (iloprost) – 1
  • nocardiose verspreid door het lichaam (gedissemineerde nocardiose) – 1
  • gebruik van Toviaz (fesoterodine) – 1
  • difterie – 1
  • tuberculose van de keel (laryngitis tuberculosa) – 1
  • asymmetrisch periflexuraal exantheem – 1

Extreem zeldzame oorzaken van keelpijn: <1/jaar

  • aconitine-vergiftiging (aconitine-intoxicatie) – 0,8
  • babesiose – 0,8
  • gebruik van infliximab (Remicade, Inflectra) – 0,8
  • gebruik van methyldopa – 0,8
  • gebruik van mesalazine (Asacol, Pentasa, Salofalk) – 0,7
  • uitstulping in het strottenhoofd (laryngocele) – 0,7
  • infectie met Arcanobacterium haemolyticum – 0,7
  • gebruik van methotrexaat – 0,7
  • gebruik van thiamazol (Strumazol) – 0,7
  • kinderverlamming (poliomyelitis) – 0,6
  • Krim-Congo hemorragische koorts – 0,5
  • geïnfecteerde laryngocele – 0,5
  • gebruik van ipratropiumbromide (merknaam Atrovent) – 0,5
  • gebruik van famotidine – 0,5
  • gebruik van propafenon (Rytmonorm) – 0,5
  • gebruik van quinapril – 0,5
  • gebruik van ramipril – 0,5
  • gebruik van pembrolizumab (Keytruda) – 0,5
  • linguatulose van de neuskeelholte (nasofaryngeale linguatulose) – 0,4
  • West-Nijl koorts (West-Nijl virusinfectie) – 0,3
  • cadmiumvergiftiging (cadmiumintoxicatie) – 0,3
  • tularemie – 0,3
  • gebruik van Arzerra (ofatumumab) – 0,3
  • cyste boven de stembanden (supraglottische larynxcyste) – 0,3
  • gebruik van azathioprine – 0,3
  • gebruik van candesartan (Atacand) – 0,3
  • gebruik van propylthiouracil – 0,3
  • gebruik van voriconazol (Vfend) – 0,3
  • ziekte van Kikuchi – 0,2
  • paraquat vergiftiging (paraquat intoxicatie) – 0,2
  • ehrlichiose (humane monocytaire ehrlichiose) – 0,2
  • vergiftiging door Dieffenbachia plant (intoxicatie door Dieffenbachia plant) – 0,2
  • gebruik van nilotinib (Tasigna) – 0,2
  • Ebola koorts (Ebola hemorrhagische koorts) – 0,2
  • gebruik van piroxicam – 0,2
  • tubulointerstitiële nefritis met uveïtis – 0,2
  • vergiftiging met formaldehyde (formaldehydeintoxicatie) – 0,2
  • gebruik van carbimazol – 0,2
  • gebruik van mycofenolzuur (Myfortic) – 0,2
  • gebruik van Dapson (diafenylsulfon) – 0,1
  • gebruik van indapamide – 0,1
  • gebruik van terbinafine – 0,1
  • infectie van het onderhuidse vetweefsel door een vleesetende bacterie (necrotiserende fasciitis) – 0,1
  • gebruik van Ultibro Breezhaler (indacaterol/glycopyrronium) – 0,1
  • gebruik van deferipron (Ferriprox) – 0,1
  • lymfocytaire choriomeningitis – 0,06
  • gebruik van Cimzia (certolizumab pegol) – 0,05
  • gebruik van kinine – 0,05
  • gebruik van Tazocin (piperacilline + tazobactam) – 0,05
  • Marburg hemorrhagische koorts – 0,04
  • vogelgriep (aviaire influenza) – 0,04
  • epidemische slaapziekte (encephalitis lethargica) – 0,03
  • hondsdolheid (rabies) – 0,03
  • gebruik van nortriptyline – 0,02
  • gebruik van aceclofenac – 0,01
  • gebruik van aldesleukine – 0,01
  • gebruik van aurothiobarnsteenzuur – 0,01
  • gebruik van benznidazol – 0,01
  • gebruik van ceftazidim – 0,01
  • gebruik van cilazapril – 0,01
  • gebruik van dacarbazine – 0,01
  • gebruik van dexhloorfeniramine – 0,01
  • gebruik van dexibuprofen – 0,01
  • gebruik van doxepine – 0,01
  • gebruik van ethosuzimide – 0,01
  • gebruik van imipenem – 0,01
  • gebruik van interferon alfa 2a – 0,01
  • gebruik van kaliumperchloraat – 0,01
  • gebruik van lamotrigine – 0,01
  • gebruik van maprotiline – 0,01
  • gebruik van mianserine – 0,01
  • gebruik van nazatidine – 0,01
  • gebruik van Nulojix (belatacept) – 0,01
  • gebruik van ofatumumab – 0,01
  • gebruik van oxatomide – 0,01
  • gebruik van Qutenza-huidpleister (capsaïcine) – 0,01
  • gebruik van rifabutine – 0,01
  • gebruik van zafirlukast – 0,01
  • gebruik van Rupafin (rupatadine) – 0,01