Wat is jeuk?

Jeuk is een gevoel waardoor je de neiging krijgt te gaan krabben.

krabben bij jeuk
Bron: Orrling and Tomer S

Bij ernstige jeuk kunnen mensen soms zo hard krabben dat er krassen in de huid ontstaan. Artsen noemen dit wel ‘krabeffecten’.

De medische naam voor ‘jeuk’ is ‘pruritus’.

Bij welke aandoeningen komt het voor?

Er zijn veel verschillende aandoeningen die jeuk kunnen veroorzaken. Meestal gaat het om aandoeningen van de huid.

Maar er zijn ook ziekten die jeuk geven doordat bepaalde stofjes in het bloed ophopen. Een voorbeeld van zo’n stofje is bilirubine. Het bilirubine gehalte in het bloed is verhoogd bij mensen met geelzucht (icterus). Dit gaat vaak gepaard met jeuk.

Ten slotte zijn er ook geneesmiddelen die jeuk als bijwerking kunnen hebben.

Onderaan deze webpagina staat een uitgebreid overzicht van oorzaken van jeuk.

Wat kun je er zelf tegen doen?

In eerste instantie kun je natuurlijk krabben. Dat geldt uiteraard alleen voor plekken waar je bij kunt. En soms maakt krabben de jeuk alleen maar erger.

Gelukkig zijn er een aantal zelfzorgproducten die jeuk tegengaan.

Wat kan de arts doen?

De arts zal eerst willen weten wat de oorzaak van de jeuk is. Als er sprake is van een huidafwijking is meestal snel duidelijk dat dat de oorzaak is. Maar als er geen huidafwijkingen zijn kan de arts besluiten om aanvullend onderzoek aan te vragen. Dan kan het bilirubine gehalte in het bloed worden bepaald.

Uiteindelijk zal de behandeling afhankelijk zijn van de oorzaak die wordt gevonden.

Daarnaast kan de arts ook anti-jeukmiddelen voorschrijven.

Engelse vertaling

itch, itching

ICD10-code

L29

Jeuk – Differentiaal Diagnose (DD)

Hieronder een uitgebreide lijst met oorzaken van jeuk. Het getal achter de oorzaak geeft een schatting van het aantal mensen dat jaarlijks in Nederland vanwege die oorzaak last heeft van jeuk.

Zeer vaak voorkomende oorzaken van jeuk: >10.000/jaar

Vaak voorkomende oorzaken van jeuk: >1.000/jaar

Minder vaak voorkomende oorzaken van jeuk: <1.000/jaar

Zeldzame oorzaken van jeuk: <1.000/jaar

Zeer zeldzame oorzaken van jeuk: <10/jaar

Extreem zeldzame oorzaken van jeuk: <1/jaar

  • syndroom van Rotor – 0,9
  • gebruik van octreotide (Sandostatine, Siroctid) – 0,9
  • mestcelcholangitis – 0,9
  • eosinofiele pustuleuze dermatose bij kinderen – 0,8
  • intra-arteriele chemotherapie – 0,8
  • ischemische cholangitis – 0,8
  • aantasting van de galwegen door AIDS (AIDS-geassocieerde cholangiopathie) – 0,8
  • portale biliopathie – 0,8
  • alopecia mucinosa bij kanker (alopecia mucinosa type III) – 0,8
  • kopervergiftiging (koperintoxicatie) – 0,8
  • ziekte van Wilson (hepatolenticulaire degeneratie) – 0,8
  • gebruik van Dificlir (fidaxomicine) – 0,8
  • gebruik van fenofibraat – 0,8
  • gebruik van vinorelbine – 0,8
  • gebruik van zoledroninezuur (Aclasta) – 0,8
  • gebruik van zoledroninezuur (Zometa) – 0,8
  • Afrikaanse slaapziekte (trypanosomiasis) – 0,7
  • arcoom van bloedvaten in de lever (hemangioendotheliaal sarcoom van de lever) – 0,7
  • eosinofiele fasciitis – 0,7
  • progressieve familiaire intrahepatische cholestase type 3 (PFIC-type 3) – 0,7
  • syndroom van Olmsted – 0,7
  • white sponge nevus (naevus spongiosus albus mucosae) – 0,7
  • amoebenabces van de lever – 0,6
  • syndroom van Alagille – 0,6
  • erfelijk angio-oedeem type 3 (hereditair angio-oedeem type 3) – 0,6
  • gebruik van Daklinza (daclatasvir) – 0,6
  • lichen striatus – 0,6
  • villeus adenoom van de papil van Vater – 0,6
  • Chinese leverbotinfectie (clonorchiasis) – 0,6
  • gebruik van ketoconazol tabletten – 0,6
  • gebruik van Exjade (deferasirox) – 0,6
  • gebruik van Tafinlar (dabrafenib) – 0,6
  • gebruik van Onglyza (saxagliptine) – 0,5
  • gebruik van propylthiouracil – 0,5
  • gebruik van Retrovir (zidovudine) – 0,5
  • gebruik van urapidil (Ebrantil) – 0,5
  • gebruik van Xtandi (enzalutamide) – 0,5
  • gnathostomiasis – 0,5
  • trichinose – 0,5
  • aconitine-vergiftiging (aconitine-intoxicatie) – 0,5
  • aanvalsgewijze nachtelijke hemoglobinurie (paroxismale nachtelijke hemoglobinurie) – 0,5
  • gebruik van Zyvoxid (linezolid) – 0,5
  • gebruik van Pradaxa (dabigatran) – 0,5
  • syndroom van Morvan – 0,4
  • gebruik van Incivo (telaprevir) – 0,4
  • stralingsziekte (acute stralingsziekte) – 0,4
  • erfelijk angio-oedeem (hereditair angio-oedeem) – 0,4
  • aangeboren herpesinfectie (congenitale herpes) – 0,4
  • lymfeklierkanker (maligne lymfoom) – 0,4
  • peliosis hepatis – 0,4
  • gebruik van vitamine B-complex – 0,4
  • gebruik van azelastine neusspray – 0,4
  • abnormaal schildklierweefsel in de eierstok (struma ovarii) – 0,3
  • syndroom van Bazex (acrokeratosis paraneoplastica) – 0,3
  • afwezigheid van granulocyten in het bloed (agranulocytose) – 0,3
  • hepatoblastoom – 0,3
  • gebruik van Onbrez Breezhaler (indacaterol) – 0,3
  • gebruik van Stribild (elvitegravir-cobicistat-gemcitabine-tenofovir) – 0,3
  • ziekte van Tarui – klassieke vorm (glycogeenstapelingsziekte type VII – klassieke vorm) – 0,3
  • koortsaanvallen na tekenbeet (febris recurrens door Borrelia recurrentis) – 0,3
  • ziekte van Niemann-Pick – 0,3
  • gebruik van Eliquis (apixaban) – 0,3
  • gebruik van levofloxacine infusievloeistof – 0,3
  • gebruik van gentamicine – 0,2
  • beet van de zwarte weduwe – 0,2
  • gebruik van Bosulif (bosutinib) – 0,2
  • normaal verschijnsel bij pasgeboren babies – 0,2
  • koortsaanvallen na luizenbeet (febris recurrens door Borrelia duttoni) – 0,2
  • gebruik van moclobemide (merknaam: Aurorix) – 0,2
  • gebruik van labetalol (tabletten) – 0,2
  • vossenlintworm infectie (alveolaire echinococcose) – 0,2
  • overgevoelig voor kaneel (kaneelallergie) – 0,2
  • gebruik van budenoside tabletten of capsules (Budenofalk, Cortiment, Entocort) – 0,2
  • erfelijke hemofagocytaire lymfohistiocytose (primaire hemofagocytaire lymfohistiocytose) – 0,2
  • Langerhanscelhistiocytose – 0,2
  • infectie met de kleine leverbot (opisthorchiasis) – 0,2
  • syndroom van Netherton – 0,2
  • niet aangelegde of onderontwikkelde galwegen (biliaire atresie) – 0,2
  • tekort aan koper (koperdeficiëntie) – 0,2
  • tana-pokken (tana-pokken virusinfectie) – 0,2
  • babesiose – 0,2
  • sarcocystose van de ingewanden (intestinale sarcocystose) – 0,2
  • tekort aan het enzym pyruvaatkinase (pyruvaatkinase deficiëntie) – 0,2
  • gebruik van Votubia (everolimus) – 0,2
  • endemische vlektyfus – 0,2
  • gebruik van DuaklirGenuair (aclidinium bromide/formoterol) – 0,2
  • gebruik van Exelon (rivastigmine) – 0,2
  • gebruik van macrogol (Forlax) – 0,2
  • toxisch oliesyndroom – 0,1
  • ruggenmergtering (tabes dorsalis) – 0,1
  • biliaire pseudolithiasis – 0,1
  • gebruik van Prialt (ziconotide) – 0,1
  • blootstelling aan hoge concentraties zwavelkoolstof (koolstofdisulfide intoxicatie) – 0,1
  • gebruik van alglucosidase alfa (Myozyme) – 0,1
  • schildklierontsteking van Riedel (chronische fibreuze thyreoïditis van Riedel) – 0,1
  • gebruik van acipimox (Nedios, Olbetam) – 0,1
  • gebruik van Emselex (darifenacine) – 0,1
  • gebruik van Hizentra (normaal immunoglobuline) – 0,1
  • gebruik van kinidine – 0,1
  • gebruik van pyrazinamide – 0,1
  • gebruik van Tazocin (piperacilline + tazobactam) – 0,1
  • gebruik van progestagenen – 0,1
  • eosinofiele cholangitis – 0,08
  • gebruik van procaïnamide (Pronestyl) – 0,08
  • gebruik van sibutramine (Reductil) – 0,08
  • syndroom van Dubin-Johnson – 0,08
  • toediening van urapidil injectievloeistof – 0,08
  • gebruik van Inegy (ezetimibe + simvastatine) – 0,08
  • gebruik van melfalan (Alkeran) intraveneus – 0,08
  • gebruik van melfalan (Alkeran) tabletten – 0,08
  • gebruik van NeoRecormon (epoëtine bèta) – 0,08
  • gebruik van tetrabenazine (Tetmodis, Xenazine) – 0,08
  • ciguatera vergiftiging (ciguatera intoxicatie) – 0,07
  • galactosemie (klassieke galactosemie) – 0,06
  • syndroom van Wiskott-Aldrich – 0,06
  • ziekte van Carrión – 0,06
  • syndroom van Crigler-Najjar type II – 0,06
  • Krim-Congo hemorragische koorts – 0,05
  • syndroom van Alpers – 0,04
  • syndroom van Crigler-Najjar – 0,04
  • apenmalaria (Plasmodium knowlesi infectie) – 0,04
  • syndroom van Von Hippel-Lindau – 0,03
  • syndroom van Omenn – 0,03
  • syndroom van Lucey-Driscoll – 0,02
  • gebruik van Levact (bendamustine) – 0,02
  • gebruik van octocog alfa (Kogenate, Kovaltry, Advate, Helixate Nexgen) – 0,01
  • ziekte van Tarui – late vorm (glycogeenstapelingsziekte type VII – late vorm) – 0,004
  • gele koorts – 0,003
  • gebruik van azilsartan – 0,002

Gepubliceerd door: Simpto.nl
Datum van publicatie: 20 november 2017
Auteur: Erwin Douwes
Laatst bijgewerkt op: 20 november 2017


 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *