Inleiding hoofdpijn

Samen met koorts behoort hoofdpijn tot de meest voorkomende medische klachten. Het is dan ook niet verwonderlijk dat er ontzettend veel verschillende oorzaken zijn. Op deze pagina vind je alles over oorzaken, onderzoek en behandeling van hoofdpijn.

oorzaken hoofdpijn

Welke oorzaken zijn er?

Er zijn ontzettend veel verschillende oorzaken voor het optreden van hoofdpijn. Sommige, zoals griep, komen zeer vaak voor. Andere oorzaken zijn extreem zeldzaam.

De meeste voorkomende oorzaken zijn infecties, vergiftigingen (intoxicaties), geneesmiddelen en aandoeningen van de hersenen. Daarnaast zijn er nog ze zogenaamde ‘primaire hoofdpijnsyndromen’.

Onderaan deze webpagina staat een uitgebreide lijst met bijna duizend verschillende oorzaken voor hoofdpijn.

Wanneer naar de dokter?

Bijna iedereen heeft wel eens hoofdpijn. Dat is niet direct een reden om naar de dokter te gaan. Maar wanneer kun je beter wel de huisarts bezoeken?

Er zijn een aantal omstandigheden die kunnen wijzen op een ernstige oorzaak van de hoofdpijn, namelijk:

  • De hoofdpijn ontstaat van het ene moment op het andere en is zeer heftig;
  • De hoofdpijn treedt ‘s nachts op;
  • De hoofdpijn neemt toe in ernst;
  • Er is sprake van nekstijfheid – de kin kan niet op de borst worden geduwd;
  • Er is sprake van ochtendbraken;
  • De hoofdpijn gaat gepaard met:
    • afwijkingen van het gezichtsvermogen
    • stuiptrekkingen (epileptische aanval)
    • uitval van bepaalde lichaamsfuncties, bijvoorbeeld krachtsverlies of niet meer kunnen praten
    • vlekken op de huid die snel groter worden

Behandeling hoofdpijn

Wat kun je zelf doen?

In eerste instantie kan een paracetamol worden genomen. Als dat niet helpt zijn er sterkere pijnstillers, zoals NSAID’s. Deze kunnen echter ook vervelende bijwerkingen geven.

Wat kan de arts doen?

De arts zal eerst willen weten wat de oorzaak van de hoofdpijn is. Om daarachter te komen zullen vragen worden gesteld:

  • Waar zit de hoofdpijn precies? Links? Rechts? Voor? Achter? Door het hele hoofd?
  • Is de pijn plotseling ontstaan of geleidelijk?
  • Is de hoofdpijn continu aanwezig? Of treedt de hoofdpijn op in aanvallen?
  • Is de hoofdpijn ‘gewoon’ of ondraaglijk?
  • Zijn er nog andere klachten, zoals bijvoorbeeld koorts, misselijkheid of braken?

Verder kan de arts aanvullend onderzoek aanvragen. In eerste instantie kan bloedonderzoek helpen bepalen of het om een infectie of ontsteking gaat. Beeldvormend onderzoek kan bepaalde aandoeningen aantonen of uitsluiten, zoals neusbijholteontsteking en aandoeningen van de hersenen.

Engelse vertaling

headache

Synoniemen voor hoofdpijn zijn koppijn, kop pijn, pijn in hoofd


Lijst met oorzaken van hoofdpijn

Hieronder een uitgebreide lijst met oorzaken voor hoofdpijn. Het getal achter de oorzaak is een schatting van het aantal mensen dat jaarlijks in Nederland vanwege die reden hoofdpijn heeft.

Oorzaken hoofdpijn >10.000/jaar

Oorzaken hoofdpijn >1.000/jaar

Oorzaken hoofdpijn <1.000/jaar

Oorzaken hoofdpijn <100/jaar

Oorzaken hoofdpijn <10/jaar

Oorzaken hoofdpijn <1/jaar

  • zwelling van de hersenen door hoogteziekte (hoogte-hersenoedeem) – 0,9
  • gebruik van biperideen – 0,9
  • gebruik van Toviaz (fesoterodine) – 0,9
  • histoplasmose – 0,9
  • Japanse encefalitis – 0,9
  • syndroom van Sipple (MEN-syndroom type II) – 0,9
  • koolstofdioxidevergiftiging (exogene CO2-intoxicatie) – 0,9
  • acute erytremie en erytroleukemie – 0,9
  • chronische eosinofiele leukemie – 0,9
  • NK-cellymfocytose – 0,9
  • Kyasanur forest disease – 0,8
  • stralingsziekte (acute stralingsziekte) – 0,8
  • infectie van de hersenstam door Listeria bacterie (rombencefalitis door Listeria monocytogenes) – 0,8
  • gebruik van Edurant (rilpivirine) – 0,8
  • Kunjin virusziekte – 0,8
  • gebruik van peginterferon beta-1a – 0,8
  • rivierblindheid (onchocerciasis) – 0,7
  • ziekte van Kikuchi – 0,7
  • gebruik van chelatietherapie met EDTA – 0,7
  • apenmalaria (Plasmodium knowlesi infectie) – 0,7
  • epidemische vlektyfus – 0,7
  • ziekte van Brill-Zinsser – 0,7
  • linguatulose van de neuskeelholte (nasofaryngeale linguatulose) – 0,7
  • mangaanvergiftiging (mangaanintoxicatie) – 0,6
  • mannenkraambed (couvade) – 0,6
  • MEN-syndroom type I – 0,6
  • gebruik van Yervoy (ipilimumab) – 0,6
  • ontsteking van de hersenen door het St.-Louis-encefalitis virus (St.-Louis-encefalitis) – 0,6
  • syndroom van Vogt-Koyanagi-Harada – 0,6
  • gebruik van octocog alfa (Kogenate, Kovaltry) – 0,6
  • gebruik van atovaquone  – 0,6
  • kinderverlamming (poliomyelitis) – 0,6
  • D-lactaatacidose – 0,6
  • gebruik van carbimazol – 0,6
  • periodieke verlamming tijdens thyreotoxische crisis (thyreotoxische periodieke paralyse) – 0,6
  • acute invasieve bijholteontsteking door een schimmel (acute invasieve mycotische sinusitis) – 0,6
  • Japanese spotted fever – 0,6
  • ziekte van Whipple – 0,6
  • gebruik van Benlysta (belimumab) – 0,6
  • bijnierschorskanker (bijnierschorscarcinoom) – 0,6
  • sequoiose – 0,6
  • essentiële cryoglobulinemische vasculitis – 0,6
  • gebruik van Exjade (deferasirox) – 0,6
  • hydroa vacciniforme – 0,6
  • cysticercose – 0,5
  • syndroom van Von Hippel-Lindau – 0,5
  • syndroom van Romberg (progressieve faciale hemiatrofie) – 0,5
  • gebruik van Arimidex (anastrozol) – 0,5
  • gebruik van Dificlir (fidaxomicine) – 0,5
  • gebruik van Inegy (ezetimibe + simvastatine) – 0,5
  • gebruik van norfloxacine – 0,5
  • gebruik van Rasilamlo (aliskiren/amlodipine) – 0,5
  • gebruik van Rasilez (aliskiren) – 0,5
  • gebruik van Rasilez HCT (aliskiren/hydrochloorthiazide) – 0,5
  • infectie door enterotoxigene Escherichia coli – 0,5
  • ziekte van Fahr (idiopathische calcificatie van de basale gangliën) – 0,5
  • stapeling van eiwitten in de longblaasjes (pulmonale alveolaire proteïnose) – 0,5
  • goudvergiftiging (goudintoxicatie) – 0,5
  • lassakoorts – 0,5
  • Krim-Congo hemorragische koorts – 0,5
  • O’nyong-nyong virusinfectie – 0,5
  • plasmacel leukemie – 0,5
  • gebruik van Votubia (everolimus) – 0,5
  • gebruik van amikacine injectie/infuus – 0,5
  • anaplastische schildklierkanker (anaplastische schildkliercarcinoom) – 0,4
  • histiocytose (Langerhans-cel histiocytose) – 0,4
  • gebruik van stavudine (Zerit) – 0,4
  • gebruik van adrenaline autoinjector (EpiPen) – 0,4
  • gebruik van cyproheptadine – 0,4
  • gebruik van sibutramine (Reductil) – 0,4
  • reuzengroei (gigantisme) – 0,4
  • gebruik van Tazocin (piperacilline + tazobactam) – 0,4
  • urticaria pigmentosa – 0,4
  • Nipah-virusinfectie – 0,4
  • tekort aan cytochroom-B5 (hereditaire cytochroom-B5-deficiëntie) – 0,4
  • gebruik van alglucosidase alfa (Myozyme) – 0,4
  • gebruik van Caprelsa (vandetanib) – 0,4
  • Hymenolepis infectie (hymenolepiasis) – 0,4
  • Argentijnse hemorragische koorts – 0,4
  • Boliviaanse hemorragische koorts – 0,4
  • Braziliaanse hemorragische koorts – 0,4
  • voedselvergiftiging door eten van schaaldieren – 0,4
  • blastomycose – 0,3
  • NK-LGL-leukemie – 0,3
  • T-cel prolymfocytaire leukemie – 0,3
  • verbindweefseling van het beenmerg met verlaagd aantal bloedcellen (acute panmyelose met myelofibrose) – 0,3
  • vogelgriep (aviaire influenza) – 0,3
  • trichinose – 0,3
  • infectie van de hersenen met Naegleria fowleri (primaire amoeben meningoencefalitis) – 0,3
  • ziekte van Dercum (lipomatosis dolorosa) – 0,3
  • syndroom van Bing-Neel – 0,3
  • cadmiumvergiftiging (cadmiumintoxicatie) – 0,3
  • gebruik van deferipron (Ferriprox) – 0,3
  • scrubtyfus – 0,3
  • sodoku (spirillose) – 0,3
  • syndroom van Kleine-Levin (recurrente primaire hypersomnia) – 0,3
  • fibromusculaire dysplasie – 0,3
  • gebruik van Vibativ (telavancine) – 0,3
  • syndroom van Camurati-Engelmann (progressieve diafysaire dysplasie) – 0,3
  • tumefactieve demyeliniserende afwijking – 0,3
  • bloedvergiftiging door Capnocytophaga canimorsus (Capnocytophaga canimorsus sepsis) – 0,3
  • ciguatera vergiftiging (ciguatera intoxicatie) – 0,3
  • ziekte van Baló (concentrische sclerose van Baló) – 0,3
  • gebruik van Evoxac (cevimeline) – 0,3
  • syndroom van Susac (retinocochleacerebrale vasculopathie) – 0,3
  • gebruik van midodrine (Gutron) – 0,3
  • overgevoelig voor kaneel (kaneelallergie) – 0,3
  • vergiftiging met dichloormethaan (acute dichloormethaanintoxicatie) – 0,3
  • gnathostomiasis – 0,2
  • kobaltvergiftiging door inname van kobalt (kobaltintoxicatie door ingestie van kobalt) – 0,2
  • nocardiose verspreid door het lichaam (gedissemineerde nocardiose) – 0,2
  • TRAPS (TNF receptor associated periodic syndrome) – 0,2
  • zenuwschedegezwel van een hersenzenuw (schwannoom) – 0,2
  • syndroom van Ross – 0,2
  • murray-valley-encefalitis – 0,2
  • neuroblastooom van de reukzenuw – 0,2
  • Omsk hemorragische koorts – 0,2
  • gebruik van Januvia (sitagliptine) – 0,2
  • neonatal-onset multisystem inflammatory disease – 0,2
  • ziekte van Lhermitte-Duclos – 0,2
  • riftdalkoorts – 0,2
  • tana-pokken (tana-pokken virusinfectie) – 0,2
  • vergiftiging met stekelpapaver (Argemone mexicana-vergiftiging) – 0,2
  • builenpest (Yersinia pestis-infectie) – 0,2
  • mestcelleukemie (agressieve mastocytose) – 0,2
  • lymfocytaire choriomeningitis – 0,2
  • gebruik van Firdapse (amifampridine) – 0,2
  • gebruik van ipratropiumbromide (merknaam Atrovent) – 0,2
  • eastern equine encephalitis – 0,14
  • steek door de haren van de rups van de “puss moth” (Megalopyge opercularis-rups) – 0,13
  • syndroom van Alpers – 0,12
  • gebruik van tirofiban (Aggrastat) – 0,11
  • familiair hyperaldosteronisme type 3 (familiair hyperaldosteronisme type 3) – 0,11
  • gebruik van Ultibro Breezhaler (indacaterol/glycopyrronium) – 0,10
  • gebruik van Fampyra (fampridine) – 0,08
  • syndroom van Bartter – 0,06
  • tekort aan koper (koperdeficiëntie) – 0,05
  • epidemische slaapziekte (encephalitis lethargica) – 0,04
  • infectie door het Al-Khurma-virus (Al-Khurma virus-infectie) – 0,04
  • Marburg hemorrhagische koorts – 0,04
  • hondsdolheid (rabies) – 0,03
  • ontsteking van de hersenen door het Kunjin virus (Kunjin-encefalitis) – 0,03
  • gele koorts – 0,03
  • gebruik van ticlopidine – 0,02
  • gebruik van Zutectra (humaan hepatitis B immunoglobuline) – 0,02
  • chronische coccidioïdomycose – 0,02
  • miltvuur (anthrax) – 0,02
  • miltvuur van de huid (cutane anthrax) – 0,01
  • miltvuur van de longen (inhalatie-anthrax) – 0,002
  • pokken (variola) – 0,001

Gepubliceerd door: Simpto.nl
Datum van publicatie: 6 maart 2017
Auteur: Erwin Douwes
Laatst bijgewerkt op: 7 maart 2017

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *