Inleiding hoofdpijn

Samen met koorts behoort hoofdpijn tot de meest voorkomende medische klachten. Het is dan ook niet verwonderlijk dat er ontzettend veel verschillende oorzaken zijn. Op deze pagina vind je alles over oorzaken, onderzoek en behandeling van hoofdpijn.

oorzaken hoofdpijn

Welke oorzaken zijn er?

Er zijn ontzettend veel verschillende oorzaken voor het optreden van hoofdpijn. Sommige, zoals griep, komen zeer vaak voor. Andere oorzaken zijn extreem zeldzaam.

De meeste voorkomende oorzaken zijn infecties, vergiftigingen (intoxicaties), geneesmiddelen en aandoeningen van de hersenen. Daarnaast zijn er nog ze zogenaamde ‘primaire hoofdpijnsyndromen’.

Onderaan deze webpagina staat een uitgebreide lijst met bijna duizend verschillende oorzaken voor hoofdpijn.

Wanneer naar de dokter?

Bijna iedereen heeft wel eens hoofdpijn. Dat is niet direct een reden om naar de dokter te gaan. Maar wanneer kun je beter wel de huisarts bezoeken?

Er zijn een aantal omstandigheden die kunnen wijzen op een ernstige oorzaak van de hoofdpijn, namelijk:

  • De hoofdpijn ontstaat van het ene moment op het andere en is zeer heftig;
  • De hoofdpijn treedt ‘s nachts op;
  • De hoofdpijn neemt toe in ernst;
  • Er is sprake van nekstijfheid – de kin kan niet op de borst worden geduwd;
  • Er is sprake van ochtendbraken;
  • De hoofdpijn gaat gepaard met:
    • afwijkingen van het gezichtsvermogen
    • stuiptrekkingen (epileptische aanval)
    • uitval van bepaalde lichaamsfuncties, bijvoorbeeld krachtsverlies of niet meer kunnen praten
    • vlekken op de huid die snel groter worden

Behandeling hoofdpijn

Wat kun je zelf doen?

In eerste instantie kan een paracetamol worden genomen. Als dat niet helpt zijn er sterkere pijnstillers, zoals NSAID’s. Deze kunnen echter ook vervelende bijwerkingen geven.

paracetamol
paracetamol

Wat kan de arts doen?

De arts zal eerst willen weten wat de oorzaak van de hoofdpijn is. Om daarachter te komen zullen vragen worden gesteld:

  • Waar zit de hoofdpijn precies? Links? Rechts? Voor? Achter? Door het hele hoofd?
  • Is de pijn plotseling ontstaan of geleidelijk?
  • Is de hoofdpijn continu aanwezig? Of treedt de hoofdpijn op in aanvallen?
  • Is de hoofdpijn ‘gewoon’ of ondraaglijk?
  • Zijn er nog andere klachten, zoals bijvoorbeeld koorts, misselijkheid of braken?

Verder kan de arts aanvullend onderzoek aanvragen. In eerste instantie kan bloedonderzoek helpen bepalen of het om een infectie of ontsteking gaat. Beeldvormend onderzoek kan bepaalde aandoeningen aantonen of uitsluiten, zoals neusbijholteontsteking en aandoeningen van de hersenen.

Engelse vertaling

headache

Synoniemen voor hoofdpijn zijn koppijn, kop pijn, pijn in hoofd


Lijst met oorzaken van hoofdpijn

Hieronder een uitgebreide lijst met oorzaken voor hoofdpijn. Het getal achter de oorzaak is een schatting van het aantal mensen dat jaarlijks in Nederland vanwege die reden hoofdpijn heeft.

Oorzaken hoofdpijn >10.000/jaar

  • griep (influenza) – 603.500
  • hoesthoofdpijn – 156.800
  • dronkenschap (alcoholintoxicatie (intentioneel)) – 122.500
  • ijsjeshoofdpijn – 99.000
  • ruggenprik (lumbaalpunctie) – 60.750
  • werken in ploegendienst – 60.000
  • ontstoken keelamandelen (acute tonsillitis) – 56.350
  • gebruik van een nieuw geneesmiddel – 50.000
  • buikgriep door norovirus (norovirusinfectie) – 49.500
  • koffiehoofdpijn (cafeïneafhankelijke hoofdpijn) – 49.000
  • hersenschudding (commotio cerebri) – 42.966
  • chronische hyperventilatie (chronische hyperventilatie syndroom) – 42.600
  • spanningshoofdpijn (spierspanningshoofdpijn) – 39.200
  • blootstelling aan luchtvervuiling – 33.000
  • longontsteking (pneumonie) – 25.860
  • infectie van de darm door Campylobacter-bacterie (Campylobacter enteritis) – 24.800
  • onbegrepen klachten (functionele klachten) – 23.750
  • zwangerschapsoedeem – 23.400
  • premenstrueel syndroom (premenstruele stoornis) – 22.100
  • kaakholteontsteking (acute sinusitis maxillaris) – 21.320
  • longontsteking door overige virussen (virale pneumonie) – 20.400
  • inspanningsgebonden hoofdpijn (inspanningsgerelateerde hoofdpijn) – 19.800
  • uitdroging (dehydratie) – 19.500
  • computer vision syndrome – 19.250
  • overgang (menopauze) – 18.690
  • jetlag – 16.500
  • migraine – 16.020
  • verhoging van de dosering van een geneesmiddel – 15.000
  • verkoudheid (acute virale nasofaryngitis ) – 14.400
  • stoppen met het gebruik van kalmerende middelen / slaapmiddelen (benzodiazepineonttrekkingssyndroom) – 14.250
  • roodvonk (scarlatina) – 12.980
  • stress (psychische of emotionele stress) – 12.700
  • gegeneraliseerde angststoornis – 11.960
  • gemengde hoofdpijn (mixed tension migraine) – 11.880
  • langdurig gebruik van pijnstillers (chronisch analgetica gebruik) – 11.000
  • voedselvergiftiging (enteritis) – 10.750

Oorzaken hoofdpijn >1.000/jaar

  • eten van drop (consumptie van drop) – 10.000
  • gebruik van diclofenac (Voltaren, Cataflam, Arthrotec) – 10.000
  • griepprik (griepvaccinatie) – 10.000
  • geneesmiddelenhoofdpijn (medicijnafhankelijke hoofdpijn) – 9.900
  • verlaagd glucose gehalte in het bloed (hypoglycemie) – 9.700
  • longontsteking door Mycoplasma-bacterie (mycoplasma pneumonie) – 9.612
  • astigmatisme – 9.500
  • gebruik van antikankermiddelen (chemotherapie) – 9.000
  • stoppen met roken (nicotineonttrekkingsverschijnselen) – 8.800
  • menstruele migraine – 8.455
  • menstruatiepijn zonder onderliggende oorzaak (primaire dysmenorroe) – 8.000
  • gebruik van Viagra (sildenafil) – 7.500
  • chronische hoofdpijn (chronische idiopathische hoofdpijn) – 7.388
  • migraine met aura – 6.720
  • bloedpropje in de hersenen (hersenembolie) – 6.688
  • zwangerschapshypertensie – 6.302
  • ziekte van Lyme (lymeborreliose) – 5.754
  • hooikoorts (seizoensgebonden allergische rinitis) – 5.400
  • slijtage van de nekwervels (cervicale spondylose) – 4.875
  • chronische kaakholteontsteking (chronische sinusitis maxillaris) – 4.838
  • warmtestuwing – 4.650
  • inenting (vaccinatie) – 4.400
  • retinale migraine – 4.260
  • gebruik van atorvastatine (Lipitor) – 4.000
  • gebruik van omeprazol (Losec) – 4.000
  • uitzaaiingen in de hersenen (hersenmetastasen) – 3.910
  • TMD-syndroom (temporomandibulaire dysfunctie) – 3.875
  • magnesiumtekort (magnesiumdeficiëntie) – 3.800
  • postcommotioneel syndroom – 3.784
  • chronische vermoeidheidssyndroom – 3.744
  • stoppen met het gebruik van pijnstillers (onttrekking van pijnstillers) – 3.550
  • whiplash (post-whiplash-syndroom) – 3.520
  • overgevoeligheids pneumonitis (acute allergische alveolitis) – 3.360
  • tandenknarsen (bruxisme) – 3.300
  • alcoholonthoudingsverschijnselen (alcoholonttrekkingssyndroom) – 3.195
  • zwangerschapsvergiftiging (pre-eclampsie) – 3.150
  • bloedarmoede door een tekort aan ijzer (ijzergebreksanemie) – 3.000
  • bloedtransfusie – 3.000
  • keelontsteking door bacteriën (bacteriële faryngitis) – 3.000
  • infectie van de dunne darm door Giardia lamblia (giardiasis) – 2.975
  • hersenbloeding (intracraniële bloeding) – 2.937
  • ontsteking van de slagader aan de slaap (arteriitis temporalis) – 2.925
  • gebruik van isosorbidedinitraatvaselinecrème – 2.800
  • gebruik van isosorbidemononitraat (Mono-cedocard) – 2.720
  • ontsteking van het neusslijmvlies door overgevoeligheid (allergische rhinitis) – 2.700
  • gebruik van het hormoonspiraaltje (Mirena) – 2.520
  • gebruik van salmeterol/fluticason (Seretide) – 2.520
  • waterpokken (varicella zoster-infectie) – 2.500
  • gebruik van geneesmiddelen tegen epilepsie (anti-epileptica) – 2.480
  • groeipijn – 2.400
  • vliegangst – 2.400
  • inhaleren van lachgas (lachgasintoxicatie) – 2.325
  • verziendheid (hypermetropie) – 2.300
  • overgevoelig voor huisstofmijt (huisstofmijtallergie) – 2.250
  • vastzittende kies (geïmpacteerde kies) – 2.250
  • TIA – 2.175
  • gebruik van methylfenidaat (Concerta, Ritalin) – 2.170
  • bloeding tussen het zachte hersenvlies en het spinnewebvlies (subarachnoïdaal hematoom) – 2.143
  • gebruik van domperidon – 2.125
  • gebruik van macrogol combinatiepreparaten – 2.046
  • gordelroos in het gezicht (herpes zoster in het gezicht) – 1.925
  • herpes van de geslachtsorganen (herpes genitalis) – 1.890
  • gebruik van nitrofurantoïne (Furabid / Furadantine) – 1.800
  • leeftijdsverziendheid (presbyopie) – 1.800
  • hersenkneuzing (contusio cerebri) – 1.750
  • hypochondrie – 1.736
  • infectie van de darm door adenovirus (enteritis door adenovirus) – 1.650
  • ontsteking van de tandwortel (periapicaal abces) – 1.650
  • ontsteking van het hart (myocarditis) – 1.650
  • ziekte van Raynaud (primair fenomeen van Raynaud) – 1.650
  • Q-koorts (acute Q-koorts) – 1.593
  • te hoog magnesium gehalte in het bloed (hypermagnesemie) – 1.470
  • maligne hypertensie – 1.428
  • te veel aldosteron in het bloed (secundair hyperaldosteronisme) – 1.403
  • lage bloeddruk (hypotensie) – 1.400
  • hoge bloeddruk (essentiële hypertensie) – 1.375
  • facetsyndroom van de nek (cervicaal facetsyndroom) – 1.373
  • herseninfarct (cerebraal infarct) – 1.334
  • nierziekte door suikerziekte (diabetische nefropathie) – 1.280
  • ziekte van Pfeiffer (mononucleosis infectiosa) – 1.280
  • stoppen met het gebruik van hormoonvervangende therapie (onttrekking van HRT) – 1.260
  • gebruik van metoprolol (Selokeen, Lopresor) – 1.250
  • obstructief slaapapneu syndroom – 1.248
  • overdosis cafeïne (acute cafeïne-intoxicatie) – 1.240
  • dragen van bril met te sterke glazen – 1.230
  • neuspoliep (polyposis nasi) – 1.220
  • munthoofdpijn (nummulaire hoofdpijn) – 1.163
  • zwelling van de hersenen (hersenoedeem) – 1.113
  • endometriose – 1.104
  • faalangst – 1.100
  • gebruik van nitrobaat – 1.100
  • gebarsten aneurysma in de hersenen (geruptureerd intracranieel aneurysma) – 1.064
  • gebruik van orlistat (Xenical, Alli) – 1.050
  • vestibulaire migraine – 1.024
  • bijziendheid (myopie) – 1.000
  • hand-voet-mondziekte – 1.000

Oorzaken hoofdpijn <1.000/jaar

  • sociale angststoornis (sociale fobie) – 990
  • ontsteking van de hersenen (encefalitis) – 984
  • gebruik van doxycycline (Vibramycine, Efracea, Doxy Disp) – 970
  • posttraumatische stressstoornis – 960
  • gebruik van Lariam (mefloquine) – 920
  • gebruik van Symbicort (budesonide/formoterol) – 900
  • ontsteking van de hersenen door virus (virale encefalitis) – 890
  • ziekte van Paget van het bot (osteitis deformans) – 854
  • gebruik van praziquantel (Biltricide) – 852
  • lekkage van hersenvocht door operatie of verwonding (liquorlekkage) – 852
  • gebruik van venlafaxine (Efexor) – 825
  • gebruik van lisinopril (Zestril) – 816
  • keelabces (peritonsillair abces) – 803
  • gebruik van amoxicilline met enzymremmer (Augmentin) – 800
  • gebruik van bisoprolol (Emcor) – 800
  • gebruik van sint-janskruid – 800
  • stoppen met het gebruik van SSRI’s (SSRI onttrekkingssyndroom) – 800
  • zouttekort (hyponatriëmie) – 800
  • gebruik van salbutamol (Ventolin) – 770
  • gebruik van enalapril (Renitec) – 750
  • gebruik van diazepam (Valium, Stesolid) – 750
  • niet doorgebroken kies (geretineerd gebitselement) – 750
  • gebruik van ibuprofen (Brufen) – 740
  • goedaardige thunderclap hoofdpijn (benigne thunderclap headache) – 735
  • fibromyalgie – 715
  • pityriasis rosea – 715
  • hoge bloeddruk door vernauwing van de nierslagaders (renovasculaire hypertensie) – 704
  • gebruik van citalopram (Cipramil) – 700
  • orthostatische hypotensie – 693
  • gebruik van pravastatine (Selektine)  – 680
  • bloeding tussen het harde hersenvlies en het spinnewebvlies (acuut subduraal hematoom) – 675
  • gebruik van pepermuntolie (Tempocol) – 650
  • gebruik van varenicline (Champix) – 650
  • syndrome of inappropriate ADH-secretion – 633
  • gebruik van loperamide (Imodium) – 615
  • gebruik van Livocab (levocabastine) neusspray – 610
  • empty sella syndroom – 602
  • verhoogde hersendruk (verhoogde intracraniële druk) – 602
  • bloeding tussen het harde hersenvlies en de schedel (epiduraal hematoom) – 602
  • enterovirusinfectie – 600
  • galbulten (urticaria) – 600
  • infectie met het cytomegalovirus (cytomegalie) – 600
  • tekort aan foliumzuur (foliumzuurdeficiëntie) – 600
  • gebruik van pantoprazol (Pantozol) – 580
  • hersenvliesontsteking door virussen (virale meningitis) – 579
  • gebruik van mometason neusspray (Nasonex en merkvrij) – 560
  • gebruik van valsartan (Diovan) – 560
  • functionele verstopping (chronische functionele obstipatie) – 550
  • langdurig gebruik van corticosteroïden (chronisch corticosteroïd-gebruik) – 544
  • alcoholonttrekkingsdelier (delirium tremens) – 536
  • vruchtensuikerintolerantie (intestinale fructose-intolerantie) – 527
  • clusterhoofdpijn (neuralgie van Horton) – 517
  • gebruik van desloratadine (Aerius) – 510
  • gebruik van indometacine (Indocid) – 500
  • gebruik van naproxen (Aleve, Femex, Naprosyne, Naprovite) – 500
  • gebruik van lisinopril (Zestril) – 496
  • gebruik van oxazepam (Seresta) – 495
  • alcoholvergiftiging (alcoholintoxicatie (niet intentioneel)) – 490
  • aantasting van de hersenen door hoge bloeddruk (hypertensieve encefalopathie) – 486
  • cocaïne overdosis (cocaïne intoxicatie) – 484
  • operatie aan de hersenen (hersenoperatie) – 480
  • open foramen ovale (persisterend foramen ovale) – 480
  • hoogteziekte (acute hoogteziekte) – 478
  • gebruik van isosorbidedinitraat (Cedocard, Isordil) – 475
  • verlamming van Bell (idiopathische perifere facialisparese) – 472
  • syndroom van cyclisch braken – 448
  • verlaagde druk van het hersenvocht (verlaagde liquordruk) – 445
  • gebruik van spironolacton (Aldacton) – 440
  • gebruik van levocetirizine (Xyzal) – 430
  • slijtage van het kaakgewricht (temporomandibulaire artrose) – 420
  • slecht werkende nieren (acute nierinsufficiëntie) – 420
  • gebruik van salmeterol (Seretide) – 418
  • gebruik van fluticason (Flixonase) – 410
  • prolactinoom – 407
  • syndroom van Cushing  – 405
  • premenstruele dysfore stoornis – 400
  • gebruik van alprazolam (Xanax) – 400
  • HELLP-syndroom – 400
  • ontsteking van het hoornvlies door UV-straling (fotokeratitis) – 396
  • gebruik van 4-FA (4-fluoramfetamine) – 385
  • obesitas-hypoventilatie syndroom – 384
  • ernstige warmtestuwing (hitteberoerte) – 366
  • gebruik van poppers (alkylnitriet) – 362
  • stoppen met het (langdurig) gebruik van heroïne (heroïne-abstinentiesyndroom ) – 360
  • herpangina – 360
  • gebruik van esomeprazol (Nexium) – 350
  • gebruik van fexofenadine (Telfast) – 350
  • chronische neusbijholteontsteking door allergie (allergische sinusitis) – 350
  • arachnoïdale cyste van de hersenen – 331
  • wondroos van het onderbeen (erysipelas van het onderbeen) – 325
  • gebruik van atenolol (Tenormin) – 320
  • lactose-intolerantie – 320
  • kattenkrabziekte – 313
  • gebruik van montelukast (Singulair) – 300
  • te veel cola drinken – 300
  • gebruik van fluconazol (Diflucan) – 300
  • benzinevergiftiging na inademen benzinedamp (chronische benzine-intoxicatie) – 295
  • vaatwandontsteking in de hersenen (cerebrale vasculitis) – 284
  • vitamine B12-tekort (vitamine B12-deficiëntie) – 280
  • glioom – 279
  • zwemmersjeuk (cercariëndermatitis) – 275
  • nierziekte door NSAID’s (NSAID nefropathie) – 267
  • gebruik van hydroxocobalamine (Hydrocobamine) – 260
  • gebruik van risedroninezuur (Actokit, Actonel) – 255
  • chronische nierbekkenontsteking (chronische pyelonefritis) – 254
  • blootstelling aan blauwalgen (blootstelling aan cyanobacterien) – 252
  • gebruik van alendroninezuur (Fosamax) – 250
  • gebruik van doxazosine – 250
  • kwikvergiftiging (kwikintoxicatie) – 249
  • ziekte van Conn (primair hyperaldosteronisme) – 249
  • verblijf op grote hoogte – 240
  • gebruik van Omnic (tamsulosine) – 240
  • wiggebeenholteontsteking (acute sinusitis sfenoidalis) – 236
  • gesloten kamerhoek glaucoom (primair chronisch gesloten kamerhoek glaucoom) – 233
  • ziekte van Graves (morbus Graves) – 228
  • gebruik van amfetamine (speed) – 225
  • Chinees restaurant syndrome – 224
  • hersenvliesontsteking door pneumococcen (pneumococcen meningitis) – 223
  • feochromocytoom – 223
  • hersenvliesontsteking door herpesvirus (virale meningitis door herpesvirus) – 223
  • gebruik van paroxetine (Seroxat) – 220
  • longontsteking door influenzavirus (influenzapneumonie) – 220
  • verwaarlozing door de ouders (emotionele verwaarlozing) – 220
  • veteranenziekte (legionella-pneumonie) – 218
  • gebruik van amlodipine (Norvasc) – 213
  • overgevoelig voor pinda’s (pinda-allergie) – 208
  • glioom – type astrocytoom – 205
  • chronische bronchitis – 200
  • Alice in Wonderland syndroom – 200
  • gebruik van metronidazol (Flagyl) – 200
  • zouttekort door het drinken van bier (bierdrinkershyponatriëmie) – 200
  • rode hond (rubella) – 198
  • gebruik van ciclosporine (Sandimmune, Neoral) – 190
  • gebruik van perindopril (Coversyl) – 190
  • chemische verbranding van de arm (chemische verbranding van de arm) – 180
  • blootstelling aan hoogfrequente elektromagnetische straling – 180
  • gebruik van carvedilol – 180
  • gebruik van donepezil (Aricept) – 180
  • gebruik van ranitidine (Zantac) – 180
  • gebruik van rituximab (MabThera) – 180
  • overdosis XTC (ecstasy intoxicatie) – 180
  • goedaardig gezwel van de hersenvliezen (meningeoom) – 179
  • aantasting van het netvlies door een hoge bloeddruk (hypertensieve retinopathie) – 179
  • gebruik van sofosbuvir (Sovaldi) – 175
  • gebruik van Levitra (vardenafil) – 168
  • gebruik van memantine (Ebixa, Nemdatine en merkloos) – 168
  • fenomeen van Raynaud (secundair fenomeen van Raynaud) – 165
  • gebruik van allergeenextract graspollen (Allergovit, Alutard, Pollinex, Purethal) – 165
  • wondroos van het gezicht (erysipelas van het gezicht) – 163
  • ontsteking van de oogkas (cellulitis orbitae) – 161
  • gebruik van lormetazepam (Loramet) – 161
  • voorhoofdsholteontsteking (acute sinusitis frontalis) – 156
  • infarct van de kleine hersenen (cerebellair infarct) – 156
  • splijting van de binnenwand van de halsslagader (dissectie van de A. carotis) – 151
  • gebruik van Avamys (fluticason) neusspray – 150
  • gebruik van lercanidipine (Lerdip) – 145
  • gebruik van clomipramine – 150
  • gebruik van zolpidem (Stilnoct) – 150
  • cholesteatoom – 150
  • gebruik van desmopressine (Minrin) – 140
  • gebruik van lidocaïne – 140
  • gebruik van meloxicam (Movicox) – 140
  • status migrainosus – 140
  • brughoektumor (acusticusneurinoom) – 140
  • splijting van de wand van de slagader in de halswervelkolom (dissectie van de A. vertebralis) – 139
  • aangezichtsverlamming door aantasting van de aangezichtszenuw (perifere facialysparalyse) – 138
  • dropverslaving – 135
  • bubblebad folliculitis – 135
  • gebruik van fosinopril (Monopril) – 135
  • knokkelkoorts (dengue) – 134
  • gegeneraliseerde epileptische aanval (gegeneraliseerd tonisch-clonisch insult) – 132
  • somatisatiestoornis – 132
  • pseudotumor cerebri (idiopathische intracraniële hypertensie) – 131
  • gebruik van fentanyl tabletten of zuigtabletten (Abstral, Actiq, Breakyl, Effentora, Recivit) – 130
  • gebruik van nitroglycerine (Nitrolingual) – 130
  • gebruik van alfuzosine (Xatral en merkloze versies) – 128
  • ontsteking van het limbische systeem in de hersenen (limbische encefalitis) – 124
  • hidradenitis suppurativa – 124
  • hypofyseadenoom – 123
  • postpartum eclampsie – 123
  • toegenomen weerstand in de bovenste luchtwegen (upper airway resistance syndroom) – 120
  • bof (parotitis epidemica) – 120
  • gebruik van bisfosfonaten – 120
  • vitamine D-vergiftiging (hypervitaminose D) – 120
  • slaaphoofdpijn (hypnische hoofdpijn) – 119
  • waterhoofd (hydrocefalus) – 118
  • gebruik van claritromycine (Klacid) – 116
  • glioblastoom (glioblastoma multiforme) – 116
  • postnatale depressie (postpartum depressie) – 116
  • voorbijgaand geheugenverlies (transient global amnesia) – 115
  • gebruik van famciclovir – 113
  • hepatitis C (acute hepatitis C) – 110
  • herpes van de mond (herpes stomatitis) – 110
  • lymfebaanontsteking van de arm (lymfangitis) – 110
  • chronische lymfatische leukemie (chronische lymfatische B-celleukemie) – 107
  • chronische subdurale bloeding (chronisch subduraal hematoom) – 107
  • glioom – type ependymoom – 106
  • polycytemie (polycytemia vera) – 101
  • gebruik van mirtazapine (Remeron) – 100
  • reactie na inenting – 100
  • gebruik van minoxidil tabletten (Lonnoten) – 100

Oorzaken hoofdpijn <100/jaar

  • eclampsie – 99
  • ziekte van Kahler (multipel myeloom) – 99
  • te langzaam werkende bijschildklier (hypoparathyreoïdie) – 98
  • wondroos van de bil (erysipelas van de bil) – 98
  • Addison crisis (acute bijnierschorsinsufficiëntie) – 96
  • gebruik van basiliximab (Simulect) – 95
  • zenuwpijn van de achterhoofdszenuw (occipitalisneuralgie) – 95
  • hersenabces (cerebraal abces) – 92
  • gebruik van Humira (adalimumab) – 90
  • slijtage van de tussenwervelschijven (discusdegeneratie) – 90
  • te veel kooldioxide in het bloed (hypercapnie) – 88
  • verlamming van het middenrif (diafragmaparalyse) – 87
  • acuut glaucoom – 85
  • hemangioom in de hersenen (caverneus hemangioom) – 85
  • syringomyelie – 84
  • gebruik van alfuzosine (Xatral en merkloze versies) – 84
  • chronische koolmonoxidevergiftiging (chronische koolmonoxideintoxicatie) – 83
  • vernauwing van de grote lichaamsslagader door aderverkalking (atherosclerose van de aorta) – 81
  • gebruik van levofloxacine tabletten – 80
  • secundaire syfilis – 80
  • aseptische meningitis door geneesmiddelen (geneesmiddelen-geïnduceerde aseptische meningitis) – 78
  • trombose van de sinus sagitalis in de hersenen (cerebrale trombose van de sinus sagittalis superior) – 78
  • boerenlong (extrinsieke allergische alveolitis) – 78
  • gebruik van pindolol (Viskeen) – 78
  • uitzaaiingen in de hersenvliezen (meningeale metastasen) – 78
  • acute myeloïde leukemie – 77
  • gebruik van anakinra (Kineret®) – 75
  • gebruik van cyclizine – 75
  • reversibele cerebrale vasoconstrictiesyndroom – 74
  • hersenvliesontsteking door meningokokken (meningokokken meningitis) – 71
  • gebruik van azitromycine (Zithromax) – 70
  • essentiële trombocytemie – 69
  • gebruik van modafinil (Modiodal, Aspendos) – 69
  • gebruik van eprosartan (merknaam Teveten) – 68
  • aantasting van de hersenen door slecht werkende nieren (uremische encefalopathie) – 67
  • ontsteking van de pees van de lange nekspier (tendinitis longus colli) – 66
  • overgevoelig voor tarwe (tarwe allergie) – 66
  • malaria – 65
  • gebruik van Xyrem (natriumoxybaat) – 65
  • erythema nodosum – 64
  • vitamine A-vergiftiging (hypervitaminose A) – 64
  • infectie in het hart (infectieuze endocarditis) – 61
  • gebruik van Zaldiar (tramadol + paracetamol) – 60
  • papegaaienziekte (psittacose) – 60
  • benzinevergiftiging na doorslikken benzine (acute benzine-intoxicatie) – 59
  • SUNCT – 58
  • gebruik van Instanyl (intranasale fentanyl spray) – 58
  • verstopping van de bovenste holle ader (vena cava superior syndroom) – 58
  • infectie van het zenuwstelsel door de Borrelia bacterie (neuroborreliose) – 57
  • zeefbeenontsteking (acute sinusitis ethmoïdalis) – 57
  • koolmonoxidevergiftiging (acute koolmonoxideintoxicatie) – 56
  • gebruik van pregabaline (Lyrica) – 56
  • gebruik van Adenuric® (febuxostat) – 56
  • gebruik van gemfibrozil – 56
  • gebruik van Glivec (imatinib) – 55
  • lymfebaanontsteking van het been (lymfangitis van het been) – 55
  • ontbreken van de bovenzijde van het halfcirkelvormige kanaal van het labyrint (SCDS) – 55
  • simulatie – 55
  • sarcoïdose – 54
  • craniofaryngioom – 54
  • ontsteking van het limbische systeem in de hersenen met antistoffen tegen VGKC (limbische encefalitis met anti-VGKC-antistoffen) – 53
  • methanolvergiftiging (methanolintoxicatie) – 51
  • gebruik van griseofulvine (gebruik van griseofulvine) – 50
  • gebruik van misoprostol (Cytotec) – 50
  • gebruik van nitrazepam (Mogadon) – 50
  • ziekte van Moschcowitz (trombotische trombocytopenische purpura) – 50
  • slijtage van het gewrichtje tussen de bovenste twee nekwervels (atlantodentaalsclerose) – 50
  • Jarisch-Herxheimerreactie – 50
  • aanhoudende aanvalsgewijze éénzijdige hoofdpijn (chronische paroxismale hemicrania) – 49
  • gebruik van Ammonaps (fenylbutyraat) – 48
  • hersenvliesontsteking door stafylokokken (stafylokokken meningitis) – 48
  • familiaire hemiplegische migraine – 47
  • reversibele posterieure-leukencefalopathiesyndroom – 47
  • acute gedissemineerde encefalomyelitis (ADEM) – 47
  • sporadische hemiplegische migraine – 46
  • stoppen met het gebruik van steroiden (steroïden onttrekkingssyndroom) – 45
  • gebruik van amitriptyline (Tryptizol, Sarotex) – 45
  • eierstokcyste (ovariumcyste) – 45
  • conversiestoornis – 44
  • electroconvulsieve therapie (ECT) – 44
  • reactieve hypoglycemie – 44
  • hoofdhuidkoeling – 43
  • gebruik van prucalopride (Resolor) – 40
  • gebruik van Zaltrap (aflibercept) – 40
  • glioom – type oligodendroglioom – 40
  • metallose van de heup – 40
  • gebruik van Seroquel (quetiapine) – 40
  • aanhoudende éénzijdige hoofdpijn (hemicrania continua) – 40
  • digoxine overdosering (digoxine intoxicatie) – 39
  • gebruik van urapidil (Ebrantil) – 39
  • herpes van de endeldarm (herpetische proctitis) – 39
  • gebruik van Sabril (vigabatrine) – 38
  • chiari-misvorming type I (chiari-I-malformatie) – 38
  • hypofyse-infarct – 38
  • acromegalie – 38
  • gebruik van EPO – 38
  • verminderde doorbloeding van het achterste deel van de hersenen (vertebrobasilaire insufficiëntie) – 38
  • MELAS-syndroom – 37
  • gebruik van baclofen – 37
  • blauwe babyziekte (methemoglobinemie) – 36
  • trombose van de sinus cavernosus in de hersenen (cerebrale trombose van de sinus cavernosus) – 36
  • chronische voorhoofdsholteontsteking (chronische sinusitis frontalis) – 36
  • ontsteking van de hersenen door herpes virus (herpes encefalitis) – 36
  • zandvliegkoorts (pappatacikoorts) – 36
  • gebruik van imipramine – 35
  • nekdystonie (cervicale dystonie) – 34
  • lucht in de schedel met verhoging van de hersendruk (spanningspneumocefalie) – 34
  • allergische schimmelsinusitis – 34
  • koraalrifsyndroom (aortastenose met calcificaties) – 34
  • SAPHO-syndroom – 34
  • syndroom van Waterhouse-Friderichsen – 33
  • chronisch nierfalen (chronische nierinsufficiëntie) – 33
  • gebruik van Gilenya (fingolimod) – 33
  • gebruik van sertraline (Zoloft) – 33
  • insulinoom – 32
  • gebruik van Xarelto (rivaroxaban) – 32
  • slecht werkende hypothalamus (hypothalamusdysfunctie) – 32
  • ontsteking van de hersenen met antistoffen tegen de NMDA-receptor (anti-NMDA-receptor encefalitis) – 32
  • cyste van Tarlov (sacrale perineurale cyste) – 32
  • gebruik van pegfilgrastim (Neulasta) – 31
  • perifere diabetes insipidus – 31
  • gebruik van quinapril – 30
  • gebruik van ramipril – 30
  • schildklieradenoom – 30
  • toediening van fentanyl – 30
  • gebruik van temazepam (Normison, Restoril) – 30
  • syfilis van het zenuwstelsel (neurosyfilis) – 30
  • chronische wiggebeenholteontsteking (chronische sinusitis sfenoïdalis) – 30
  • paddenstoelvergiftiging – 29
  • methemoglobinemie (verworven methemoglobinemie) – 28
  • lymfogranuloma venereum – 28
  • gonorroe in de keel (gonokokkenfaryngitis) – 28
  • inenting met Havrix (hepatitis A-vaccin) – 28
  • slecht werkende hypofyse (hypopituïtarisme) – 27
  • gebruik van sulfasalazine – 27
  • ziekte van Weil (leptospirose) – 26
  • gebruik van tacrolimus (Prograf) – 26
  • gebruik van Baraclude (entecavir) – 26
  • gebruik van dexamfetamine (Amfexa) – 26
  • acute lymfatische leukemie – 26
  • aseptische meningitis (acute aseptische meningitis) – 25
  • gebruik van levothyroxine (merknamen: Thyrax, Euthyrox, Eltroxin etc.) – 25
  • gebruik van primaquine – 25
  • gebruik van trimethoprim/sulfamethoxazol – 25
  • sexgebonden hoofdpijn (primaire seks-, hoest- en inspanningsgebonden hoofdpijn) – 25
  • epiduraal abces – 25
  • gebruik van Dapson (diafenylsulfon) – 24
  • subduraal hygroom – 24
  • ziekte van Waldenström (macroglobulinemie van Waldenström) – 23
  • gebruik van mesalazine (Asacol, Pentasa, Salofalk) – 23
  • gebruik van Zoely (nomegestrol acetaat/estradiol) – 23
  • gebruik van Perjeta (pertuzumab) – 23
  • gebruik van zoledroninezuur (Aclasta)  – 23
  • gebruik van zoledroninezuur (Zometa) – 23
  • kwaadaardig feochromocytoom (maligne feochromocytoom) – 22
  • gebruik van valproïnezuur (Depakine, Convulex) – 22
  • gebruik van roxitromycine – 22
  • hepatitis A – 22
  • gebruik van epoëtine-alfa (Abseamed, Binocrit, Eprex) – 22
  • ziekte van Henoch-Schönlein (IgA vasculitis) – 21
  • tekenbeetkoorts (fièvre boutonneuse) – 21
  • toxische-shocksyndroom – 21
  • lichtschade aan het netvlies (zonlicht-retinopathie) – 20
  • gebruik van Livocab (levocabastine) oogdruppels – 20
  • gebruik van Onglyza (saxagliptine) – 20
  • inenting tegen gordelroos (gebruik van Zostavax zostervaccin) – 20
  • gebruik van rabeprazol – 20
  • syndroom van Melkersson-Rosenthal – 20
  • progressieve multifocale leuko-encefalopathie – 20
  • magnesiumvergiftiging (magnesiumintoxicatie) – 20
  • gebruik van budenoside tabletten of capsules (Budenofalk, Cortiment, Entocort) – 20
  • nicotinevergiftiging (nicotine-intoxicatie) – 19
  • ophoping van pus tussen hersenen en hersenvliezen (subduraal empyeem) – 19
  • infectie door Blastocystis hominis (blastocystose) – 19
  • hemolytisch uremisch syndroom (typische HUS) – 19
  • Mexicaanse griep (nieuwe influenza A (H1N1)) – 19
  • gebruik van Daklinza (daclatasvir) – 18
  • gebruik van gabapentine – 18
  • verzuring door suikerziekte (diabetische ketoacidose) – 18
  • gebruik van Dexaprine – 18
  • paratyfus – 18
  • mestcelziekte (systemische mastocytose) – 18
  • gebruik van acipimox (Nedios, Olbetam) – 17
  • gebruik van Lynparza (olaparib) – 17
  • metaaldampkoorts – 17
  • misvormde bloedvaten in de hersenen (arterioveneuze malformatie in de hersenen) – 17
  • syndroom van Fröhlich (adiposogenitale dystrofie) – 17
  • sarcoïdose van het zenuwstelsel (neurosarcoïdose) – 17
  • gebruik van lenalidomide (Revlimid) – 17
  • gebruik van tolvaptan (merknaam: Jinarc) – 17
  • SLE (systemische lupus erythematodes) – 16
  • juveniel angiofibroom – 16
  • loopgravenkoorts (infectie met Bartonella quintana) – 16
  • gebruik van Betmiga (mirabegron) – 16
  • goedaardige duizeligheid bij kinderen (benigne paroxismale vertigo bij kinderen) – 16
  • hantavirus-infectie – 16
  • hemangioom van de kleine hersenen (hemangioom van de kleine hersenen) – 16
  • inademing van formaldehyde-gas (inhalatie van formaldehyde-gas) – 16
  • schotwond in het hoofd (schotwond in het hoofd) – 16
  • gebruik van Cibacen (benazepril) – 15
  • gebruik van octreotide (Sandostatine, Siroctid) – 15
  • gebruik van geconjugeerde oestrogenen (Dagynil, Premarin) – 15
  • gebruik van labetalol (tabletten) – 15
  • gebruik van lorazepam (Temesta) – 15
  • HIV-infectie (acute HIV-infectie) – 15
  • mengglioom (glioom – type mixed glioom) – 15
  • gebruik van EkliraGenuair (aclidinium bromide) – 14
  • gebruik van Rupafin (rupatadine) – 14
  • SUNA-syndroom – 14
  • gebruik van etanercept (Enbrel) – 14
  • paradichloorbenzeen vergiftiging (paradichloorbenzeen intoxicatie) – 14
  • loodvergiftiging (chronische loodintoxicatie) – 13
  • gebruik van ethambutol – 13
  • gebruik van Victrelis (boceprevir) – 13
  • gebruik van Vimpat (lacosamide) – 13
  • soja intolerantie – 13
  • syndroom van Grisel (atlanto-axiale dislocatie door ontstekingsproces) – 13
  • autonome hyperreflexie – 13
  • gebruik van candesartan (Atacand) – 13
  • histaminevergiftiging (histamine-intoxicatie) – 13
  • lymfocytaire hypofysitis – 13
  • gebruik van Cholestagel (colesevelam) – 13
  • mazelen (morbilli) – 12
  • ontsteking van het voorhoofdsbeen (osteomyelitis van het os frontale) – 12
  • gebruik van Mimpara (cinacalcet) – 12
  • gebruik van Copaxone (glatirameer) – 12
  • gebruik van Exelon (rivastigmine) – 12
  • gebruik van fluvastatine – 12
  • kobaltvergiftiging door metaal-op-metaalheupprothese (kobaltintoxicatie door metaal-op-metaalheupprothese) – 12
  • tekort aan intrinsic factor (verworven tekort aan intrinsic factor) – 12
  • gebruik van Onbrez Breezhaler (indacaterol) – 12
  • ischemische opticusneuropathie – 12
  • bloedvergiftiging na miltverwijdering (postsplenectomiesepsis) – 12
  • hoogtelongoedeem – 12
  • buiktyfus – 12
  • gebruik van exenatide (Byetta, Bydureon) – 12
  • gebruik van Roaccutane (isotretinoïne) – 12
  • styreenvergiftiging (styreenintoxicatie) – 12
  • tekenencefalitis – 11
  • ziekte van Cushing – 11
  • ziekte van Behçet – 11
  • ziekte van Von Recklinghausen (neurofibromatose type 1) – 11
  • gebruik van Olysio (simeprevir) – 11
  • dengue hemorrhagische koorts – 11
  • ontsteking van de zaadbal (orchitis) – 11
  • ontsteking van het ruggenmerg (myelitis) – 11
  • stille schildklierontsteking (stille thyreoïditis) – 11
  • gebruik van Invega® (paliperidon) – 11
  • gebruik van Combivir (lamivudine/zidovudine) – 11
  • gebruik van carbamazepine (Tegretol) – 11
  • gebruik van zopiclon (Imovane) – 11
  • gebruik van voriconazol (Vfend) – 10
  • lymfeklierkanker in de hersenen (primair lymfoom van de hersenen) – 10
  • gebruik van bromocriptine (Parlodel) – 10
  • gebruik van deferoxamine (Desferal) – 10
  • gebruik van ropinirol (Requip) – 10
  • gebruik van triamtereen (Dytac) – 10
  • gebruik van Xtandi (enzalutamide) – 10
  • gebruik van Foster NEXThaler inhalator (beclometasondipropionaat anhydraat en formoterolfumaraatdihydraat) () – 10
  • gebruik van clozapine (Leponex) – 10
  • gebruik van tacrine – 10
  • sick building syndroom – 10

Oorzaken hoofdpijn <10/jaar

  • granulomateuze ontsteking van de lip (cheilitis granulomatosa) – 9
  • aanvalsgewijze koude hemoglobinurie (paroxismale koude hemoglobinurie) – 9
  • gebruik van DuaklirGenuair (aclidinium bromide/formoterol) – 9
  • gebruik van Esbriet (pirfenidon) – 9
  • gebruik van Zyvoxid (linezolid) – 9
  • aplastische anemie – 9
  • hersenstamkanker (diffuus intrinsiek ponsganglioom) – 9
  • aangeboren sferocytaire anemie (congenitale sferocytose) – 9
  • gebruik van Xeplion® (paliperidon) – 9
  • teflonkoorts (PTFE-toxicose) – 9
  • moutwerkersziekte (allergische alveolitis (moutwerkersziekte)) – 9
  • zygomycose – 9
  • blikseminslag – 9
  • hersenvliesontsteking door cryptokokken (cryptokokkenmeningitis) – 9
  • gebruik van cabergoline (Dostinex) – 9
  • monocytenleukemie – 9
  • Afrikaanse tekenkoorts – 8
  • ziekte van Bornholm – 8
  • gebruik van Relvar Ellipta (vilanterol + fluticasonfuroaat) – 8
  • medulloblastoom – 8
  • blootstelling aan formaldehydedamp – 8
  • gebruik van Komboglyze (saxagliptine/metformine) – 8
  • gebruik van levofloxacine infusievloeistof – 8
  • gebruik van umeclidinium (merknaam: Incruse) – 8
  • antifosfolipidensyndroom – 8
  • syndroom van Miller-Fisher – 8
  • diabetes insipidus door aandoening in de hersenen (centrale diabetes insipidus) – 8
  • fistel tussen halsslagader en sinus cavernosus (caroticocaverneuze fistel) – 8
  • gebruik van NeoRecormon (epoëtine bèta) – 8
  • gebruik van Rupafin (rupatadine) drank – 8
  • gebruik van Cyress (barnidipine) – 8
  • gebruik van EllaOne (ulipristalacetaat) – 8
  • gebruik van Esmya (ulipristalacetaat) – 8
  • gebruik van pramipexol (Sifrol, Mirapexin) – 8
  • gebruik van Retrovir (zidovudine) – 8
  • kanker in de neuskeelholte (nasofarynxcarcinoom) – 8
  • gebruik van pembrolizumab (Keytruda) – 8
  • granulomateuze ontsteking van de hypofyse (granulomateuze hypofysitis) – 7
  • syndroom van Münchhausen – 7
  • dumpingsyndroom (postgastrectomiesyndroom) – 7
  • aangeboren vernauwing van de grote lichaamsslagader (coarctatio aortae) – 7
  • chronische zeefbeenontsteking (chronische sinusitis ethmoïdalis) – 7
  • spontane lekkage van hersenvocht (spontane liquorlekkage) – 7
  • syndroom van Tolosa-Hunt – 7
  • papilloom van de plexus chorioïdeus (plexuspapilloom) – 7
  • haarcelleukemie (hairy-cell leukemie) – 7
  • gebruik van betahistine (Betaserc) – 7
  • gebruik van Ventavis (iloprost) – 7
  • verlamming van de derde hersenzenuw (nervus oculomotorius parese) – 7
  • gebruik van fomepizol (intraveneus) – 6
  • glioom van de oogzenuw (opticus glioom) – 6
  • invasieve aspergillose (gedissemineerde aspergillose) – 6
  • ruimteziekte (gewichtloosheidsyndroom) – 6
  • gebruik van terbinafine – 6
  • aspirine-intolerantie (intolerantie voor NSAID’s) – 6
  • gebruik van mycofenolaatmofetil (CellCept) – 6
  • gebruik van mycofenolzuur (Myfortic) – 6
  • rattenbeetziekte (streptobacillose) – 6
  • gebruik van Strattera (atomoxetine) – 6
  • tuberculeuze meningitis (meningitis tuberculosa) – 6
  • bagassose – 6
  • gebruik van Certican (everolimus) – 6
  • hersentrombose (cerebrale veneuze trombose) – 6
  • overgevoelig voor honden (honden-allergie) – 6
  • overgevoelig voor katten (katten-allergie) – 6
  • stimulatie van de nervus vagus (vagusstimulatie) – 6
  • syndroom van Sweet (acute febriele neutrofiele dermatose) – 6
  • thalliumvergiftiging (thalliumintoxicatie) – 6
  • babesiose – 5
  • gebruik van tocilizumab (merknaam: RoActemra) – 5
  • Rocky Mountain spotted fever – 5
  • toxoplasmose (systemische toxoplasmose) – 5
  • organisch psychosyndroom (chronische toxische encephalopathie) – 5
  • gebruik van Emselex (darifenacine) – 5
  • gebruik van famotidine – 5
  • gebruik van hydroxychloroquine (Plaquenil) – 5
  • gebruik van pergolide (Permax) – 5
  • gebruik van Plenaxis (abarelix) – 5
  • gebruik van Zelboraf (vemurafenib) – 5
  • tekort aan groeihormoon (groeihormoondeficiëntie) – 5
  • koortsaanvallen na tekenbeet (febris recurrens door Borrelia recurrentis) – 5
  • hersenvliesontsteking door Toscana-virus (meningitis door Toscana-virus) – 5
  • gebruik van Revolade (eltrombopag) – 5
  • acute confusional migraine – 5
  • niet-functionerend macroadenoom van de hypofyse – 5
  • gebruik van nilotinib (Tasigna) – 5
  • gebruik van Afinitor (everolimus) – 5
  • hersenvliesontsteking door Streptococcus suis (Streptococcus suis-meningitis) – 5
  • gebruik van fenofibraat – 5
  • gebruik van Rapamune (sirolimus) – 5
  • gevoeligheid van de halsslagader (carotidynie) – 5
  • gebruik van Tafinlar (dabrafenib) – 4
  • ziekte van Takayasu (takayasu-arteriitis) – 4
  • koortsaanvallen na luizenbeet (febris recurrens door Borrelia duttoni) – 4
  • aceetaldehyde syndroom – 4
  • ontsteking van de hersenen door cryptokokken (cryptokokkenencefalitis) – 4
  • blauwzuurvergiftiging (cyanide intoxicatie) – 4
  • West-Nijl koorts (West-Nijl virusinfectie) – 4
  • Afrikaanse slaapziekte (trypanosomiasis) – 4
  • gebruik van amfotericine B – 4
  • gebruik van Invokana (canagliflozine) – 4
  • ontsteking van de luchtpijp (acute tracheïtis) – 4
  • rickettsia-pokken – 4
  • niercrisis bij sclerodermie (renale crise bij systemische sclerose) – 4
  • tropische malaria (malaria door Plasmodium falciparum) – 4
  • gebruik van Cymevene (ganciclovir) – 4
  • gebruik van pimozide (Orap) – 4
  • kopervergiftiging (koperintoxicatie) – 4
  • gebruik van Daliresp / Libertek (roflumilast) – 4
  • zoutverlies door aandoening van de hersenen (syndroom van cerebraal zoutverlies) – 4
  • moyamoya syndroom – 4
  • moyamoya ziekte – 4
  • paddestoelenwerkerslong (allergische alveolitis door contact met paddestoelen) – 4
  • gebruik van Tysabri (natalizumab) – 4
  • chronische blootstelling aan hoge concentraties zwavelkoolstof (chronische koolstofdisulfide intoxicatie) – 4
  • cryptokokkeninfectie door het lichaam (gedissemineerde cryptokokkeninfectie) – 4
  • endemische vlektyfus – 4
  • fibromusculaire dysplasie van de nierslagader (renovasculaire fibromusculaire dysplasie) – 4
  • cysticercose van het zenuwstelsel (neurocysticercose) – 4
  • gebruik van Galvus® (vildagliptine) – 4
  • fibromusculaire dysplasie van slagaders in de hals (cervicale fibromusculaire dysplasie) – 3
  • aconitine-vergiftiging (aconitine-intoxicatie) – 3
  • gebruik van Victrelis (boceprevir) – 3
  • PFAPA-syndroom – 3
  • gebruik van gentamicine – 3
  • sponsnieren (medullaire cystenieren) – 3
  • syndroom van Lambert-Eaton – 3
  • tropische splenomegalie-syndroom – 3
  • inademing van tetrachloorethyleen – 3
  • nocardiose van de hersenen (cerebrale nocardiose) – 3
  • vergiftiging met formaldehyde (formaldehydeintoxicatie) – 3
  • aangeboren methemoglobinemie (congenitale methemoglobinemie) – 3
  • cytokine release syndroom – 3
  • gebruik van icatibant (merknaam: Firazyr) – 3
  • blootstelling aan aromatische koolwaterstoffen – 3
  • darmschistosomiasis (intestinale schistosomiasis) – 3
  • chikungunya – 3
  • vergiftiging met fenol (fenol intoxicatie) – 3
  • tubulointerstitiële nefritis met uveïtis – 3
  • Colorado tekenkoorts – 3
  • gebruik van Yondelis (trabectedine) – 3
  • gebruik van Hizentra (normaal immunoglobuline) – 3
  • promyelocytenleukemie – 3
  • ophoping van hersenvocht na operatie (postoperatieve liquorcele) – 3
  • gebruik van Eucreas® (vildagliptine + metformine) – 3
  • tekort aan alfa-1-antitrypsine – 3
  • gezwel van de hypothalamus (hypothalamustumor) – 3
  • aanvalsgewijze nachtelijke hemoglobinurie (paroxismale nachtelijke hemoglobinurie) – 3
  • familiair hyperaldosteronisme type 1 – 3
  • gebruik van duloxetine (Cymbalta) – 3
  • luchtembolie – 3
  • syndroom van Morgagni-Morel – 3
  • gebruik van Opsumit (macitentan) – 3
  • cervicocraniaal syndroom – 3
  • gebruik van abciximab (ReoPro) – 3
  • gebruik van Elonva (corifollitropine alfa) – 3
  • gebruik van Eviplera (rilpivirine/tenofovir/emtricitabine) – 3
  • gebruik van topiramaat – 3
  • gebruik van trazodon (Trazolan) – 3
  • cryptokokkeninfectie van de longen (pulmonale cryptokokkeninfectie) – 2
  • gebruik van lamivudine – 2
  • blaasschistosomiasis – 2
  • syndroom van Cushing door bijniertumor – 2
  • ontsteking van het rotsbeen (acute mastoïditis) – 2
  • gebruik van methyldopa – 2
  • gebruik van tenofovir (Viread, Reviro) – 2
  • gebruik van Orencia (abatacept) – 2
  • te snel werkende schildklier door gebruik van schildklierhormoontabletten (exogene hyperthyreoïdie door schildklierhormoontabletten) – 2
  • gebruik van Mimpara (cinacalcet) – 2
  • zikakoorts (Zika-virus infectie) – 2
  • glucose-galactose resorptiestoornis syndroom – 2
  • sucrose intolerantie – 2
  • gebruik van Vesomni (solifenacine / tamsulosine) – 2
  • syndroom van Sturge-Weber – 2
  • gebruik van Spiolto Respimat (combinatie tiotropium / olodaterol per inhalatie) – 2
  • aangeboren tekort aan intrinsic factor (congenitale intrinsic factor deficiëntie) – 2
  • CADASIL – 2
  • ontsteking van de hersenstam (Bickerstaff) (hersenstamencefalitis van Bickerstaff) – 2
  • hypereosinofilie syndroom – 2
  • ross-river-virus infectie – 2
  • acute monocytaire leukemie – 2
  • T-LGL-leukemie – 2
  • megakaryoblastaire leukemie – 2
  • gebruik van Bosulif (bosutinib) – 2
  • anaplasmose (humane granulocytaire anaplasmose) – 2
  • ehrlichiose (humane monocytaire ehrlichiose) – 2
  • duikersziekte (decompressieziekte) – 2
  • diffuus grootcellig B-cellymfoom in de hersenen – 2
  • gebruik van Alvesco (ciclesonide) inhalator – 2
  • te snel werkende schildklier door eten van met schildklier verontreinigd vlees (exogene hyperthyreoïdie door eten van met schildklier verontreinigd vlees) – 2
  • gebruik van Arcoxia (etoricoxib) – 2
  • gebruik van diazoxide – 2
  • gebruik van Inspra (eplerenon) – 2
  • gebruik van Lertec (enalapril en lercanidipine) – 2
  • ontsteking in de mond door overgevoeligheid (allergische contact stomatitis) – 2
  • gebruik van Anoro (umeclidinium + vilanterol)  – 2
  • gebruik van hydroxyzine (Atarax®) – 2
  • esdoornschillerslong (acute allergische alveolitis – esdoornschillerslong) – 1,4
  • gebruik van Stribild (elvitegravir-cobicistat-gemcitabine-tenofovir) – 1,4
  • ziekte van Hartnup – 1,4
  • tetanus – 1,3
  • brucellose – 1,3
  • primaire alveolaire hypoventilatie – 1,3
  • gebruik van doxylamine – 1,3
  • difterie – 1,2
  • los botje op de plaats van de dens van de tweede halswervel (os odontoideum) – 1,2
  • te snel werkende schildklier door andere oorzaak van buitenaf (exogene hyperthyreoïdie) – 1,2
  • chronische myelomonocytaire leukemie – 1,2
  • juveniele myelomonocytaire leukemie – 1,2
  • esthesioneuroblastoom – 1,2
  • mansonellose – 1,2
  • coccidioïdomycose (acute coccidioïdomycose) – 1,1
  • sclerodermie (systemische sclerose) – 1,1
  • neurofibromatose type 2 – 1,1
  • tularemie – 1,1
  • cementoom – 1,1
  • gebruik van Ezetrol (ezetimibe)– 1,1
  • gordelroos (herpes zoster) – 1,1
  • verbenend fibroom (ossificerend fibroom) – 1,1
  • gedissemineerde histoplasmose – 1,1
  • mixed connective tissue disease – 1,1
  • Ebola koorts (Ebola hemorrhagische koorts) – 1,0
  • toxische encefalopathie bij buikgriep (toxische encefalopathie bij gastroenteritis) – 1,0
  • infectie met het Oropouche-virus (Oropouche-virusziekte) – 1,0
  • galbulten door blootstelling aan zonlicht (urticaria solaris) – 1,0
  • gebruik van Emend (aprepitant) – 1,0
  • gebruik van imiquimod (Aldara) – 1,0
  • gebruik van isoniazide – 1,0
  • gebruik van itraconazol – 1,0
  • gebruik van ofloxacine (Tarivid) – 1,0
  • gebruik van propafenon (Rytmonorm) – 1,0
  • gebruik van theofylline (Theolair) – 1,0
  • nocardiose van de longen (pulmonale nocardiose) – 1,0
  • stoppen met het gebruik van Xyrem (natriumoxybaat) (discontinueren van Xyrem (natriumoxybaat)) – 1,0
  • gebruik van kinidine – 1,0
  • astronautenhoofdpijn – 1,0
  • syndroom van Sneddon – 1,0
  • OPSI – 1,0
  • hyper-IgD syndroom – 1,0

Oorzaken hoofdpijn <1/jaar

  • zwelling van de hersenen door hoogteziekte (hoogte-hersenoedeem) – 0,9
  • gebruik van biperideen – 0,9
  • gebruik van Toviaz (fesoterodine) – 0,9
  • histoplasmose – 0,9
  • Japanse encefalitis – 0,9
  • syndroom van Sipple (MEN-syndroom type II) – 0,9
  • koolstofdioxidevergiftiging (exogene CO2-intoxicatie) – 0,9
  • acute erytremie en erytroleukemie – 0,9
  • chronische eosinofiele leukemie – 0,9
  • NK-cellymfocytose – 0,9
  • Kyasanur forest disease – 0,8
  • stralingsziekte (acute stralingsziekte) – 0,8
  • infectie van de hersenstam door Listeria bacterie (rombencefalitis door Listeria monocytogenes) – 0,8
  • gebruik van Edurant (rilpivirine) – 0,8
  • Kunjin virusziekte – 0,8
  • gebruik van peginterferon beta-1a – 0,8
  • rivierblindheid (onchocerciasis) – 0,7
  • ziekte van Kikuchi – 0,7
  • gebruik van chelatietherapie met EDTA – 0,7
  • apenmalaria (Plasmodium knowlesi infectie) – 0,7
  • epidemische vlektyfus – 0,7
  • ziekte van Brill-Zinsser – 0,7
  • linguatulose van de neuskeelholte (nasofaryngeale linguatulose) – 0,7
  • mangaanvergiftiging (mangaanintoxicatie) – 0,6
  • mannenkraambed (couvade) – 0,6
  • MEN-syndroom type I – 0,6
  • gebruik van Yervoy (ipilimumab) – 0,6
  • ontsteking van de hersenen door het St.-Louis-encefalitis virus (St.-Louis-encefalitis) – 0,6
  • syndroom van Vogt-Koyanagi-Harada – 0,6
  • gebruik van octocog alfa (Kogenate, Kovaltry) – 0,6
  • gebruik van atovaquone  – 0,6
  • kinderverlamming (poliomyelitis) – 0,6
  • D-lactaatacidose – 0,6
  • gebruik van carbimazol – 0,6
  • periodieke verlamming tijdens thyreotoxische crisis (thyreotoxische periodieke paralyse) – 0,6
  • acute invasieve bijholteontsteking door een schimmel (acute invasieve mycotische sinusitis) – 0,6
  • Japanese spotted fever – 0,6
  • ziekte van Whipple – 0,6
  • gebruik van Benlysta (belimumab) – 0,6
  • bijnierschorskanker (bijnierschorscarcinoom) – 0,6
  • sequoiose – 0,6
  • essentiële cryoglobulinemische vasculitis – 0,6
  • gebruik van Exjade (deferasirox) – 0,6
  • hydroa vacciniforme – 0,6
  • cysticercose – 0,5
  • syndroom van Von Hippel-Lindau – 0,5
  • syndroom van Romberg (progressieve faciale hemiatrofie) – 0,5
  • gebruik van Arimidex (anastrozol) – 0,5
  • gebruik van Dificlir (fidaxomicine) – 0,5
  • gebruik van Inegy (ezetimibe + simvastatine) – 0,5
  • gebruik van norfloxacine – 0,5
  • gebruik van Rasilamlo (aliskiren/amlodipine) – 0,5
  • gebruik van Rasilez (aliskiren) – 0,5
  • gebruik van Rasilez HCT (aliskiren/hydrochloorthiazide) – 0,5
  • infectie door enterotoxigene Escherichia coli – 0,5
  • ziekte van Fahr (idiopathische calcificatie van de basale gangliën) – 0,5
  • stapeling van eiwitten in de longblaasjes (pulmonale alveolaire proteïnose) – 0,5
  • goudvergiftiging (goudintoxicatie) – 0,5
  • lassakoorts – 0,5
  • Krim-Congo hemorragische koorts – 0,5
  • O’nyong-nyong virusinfectie – 0,5
  • plasmacel leukemie – 0,5
  • gebruik van Votubia (everolimus) – 0,5
  • gebruik van amikacine injectie/infuus – 0,5
  • anaplastische schildklierkanker (anaplastische schildkliercarcinoom) – 0,4
  • histiocytose (Langerhans-cel histiocytose) – 0,4
  • gebruik van stavudine (Zerit) – 0,4
  • gebruik van adrenaline autoinjector (EpiPen) – 0,4
  • gebruik van cyproheptadine – 0,4
  • gebruik van sibutramine (Reductil) – 0,4
  • reuzengroei (gigantisme) – 0,4
  • gebruik van Tazocin (piperacilline + tazobactam) – 0,4
  • urticaria pigmentosa – 0,4
  • Nipah-virusinfectie – 0,4
  • tekort aan cytochroom-B5 (hereditaire cytochroom-B5-deficiëntie) – 0,4
  • gebruik van alglucosidase alfa (Myozyme) – 0,4
  • gebruik van Caprelsa (vandetanib) – 0,4
  • Hymenolepis infectie (hymenolepiasis) – 0,4
  • Argentijnse hemorragische koorts – 0,4
  • Boliviaanse hemorragische koorts – 0,4
  • Braziliaanse hemorragische koorts – 0,4
  • voedselvergiftiging door eten van schaaldieren – 0,4
  • blastomycose – 0,3
  • NK-LGL-leukemie – 0,3
  • T-cel prolymfocytaire leukemie – 0,3
  • verbindweefseling van het beenmerg met verlaagd aantal bloedcellen (acute panmyelose met myelofibrose) – 0,3
  • vogelgriep (aviaire influenza) – 0,3
  • trichinose – 0,3
  • infectie van de hersenen met Naegleria fowleri (primaire amoeben meningoencefalitis) – 0,3
  • ziekte van Dercum (lipomatosis dolorosa) – 0,3
  • syndroom van Bing-Neel – 0,3
  • cadmiumvergiftiging (cadmiumintoxicatie) – 0,3
  • gebruik van deferipron (Ferriprox) – 0,3
  • scrubtyfus – 0,3
  • sodoku (spirillose) – 0,3
  • syndroom van Kleine-Levin (recurrente primaire hypersomnia) – 0,3
  • fibromusculaire dysplasie – 0,3
  • gebruik van Vibativ (telavancine) – 0,3
  • syndroom van Camurati-Engelmann (progressieve diafysaire dysplasie) – 0,3
  • tumefactieve demyeliniserende afwijking – 0,3
  • bloedvergiftiging door Capnocytophaga canimorsus (Capnocytophaga canimorsus sepsis) – 0,3
  • ciguatera vergiftiging (ciguatera intoxicatie) – 0,3
  • ziekte van Baló (concentrische sclerose van Baló) – 0,3
  • gebruik van Evoxac (cevimeline) – 0,3
  • syndroom van Susac (retinocochleacerebrale vasculopathie) – 0,3
  • gebruik van midodrine (Gutron) – 0,3
  • overgevoelig voor kaneel (kaneelallergie) – 0,3
  • vergiftiging met dichloormethaan (acute dichloormethaanintoxicatie) – 0,3
  • gnathostomiasis – 0,2
  • kobaltvergiftiging door inname van kobalt (kobaltintoxicatie door ingestie van kobalt) – 0,2
  • nocardiose verspreid door het lichaam (gedissemineerde nocardiose) – 0,2
  • TRAPS (TNF receptor associated periodic syndrome) – 0,2
  • zenuwschedegezwel van een hersenzenuw (schwannoom) – 0,2
  • syndroom van Ross – 0,2
  • murray-valley-encefalitis – 0,2
  • neuroblastooom van de reukzenuw – 0,2
  • Omsk hemorragische koorts – 0,2
  • gebruik van Januvia (sitagliptine) – 0,2
  • neonatal-onset multisystem inflammatory disease – 0,2
  • ziekte van Lhermitte-Duclos – 0,2
  • riftdalkoorts – 0,2
  • tana-pokken (tana-pokken virusinfectie) – 0,2
  • vergiftiging met stekelpapaver (Argemone mexicana-vergiftiging) – 0,2
  • builenpest (Yersinia pestis-infectie) – 0,2
  • mestcelleukemie (agressieve mastocytose) – 0,2
  • lymfocytaire choriomeningitis – 0,2
  • gebruik van Firdapse (amifampridine) – 0,2
  • gebruik van ipratropiumbromide (merknaam Atrovent) – 0,2
  • eastern equine encephalitis – 0,14
  • steek door de haren van de rups van de “puss moth” (Megalopyge opercularis-rups) – 0,13
  • syndroom van Alpers – 0,12
  • gebruik van tirofiban (Aggrastat) – 0,11
  • familiair hyperaldosteronisme type 3 (familiair hyperaldosteronisme type 3) – 0,11
  • gebruik van Ultibro Breezhaler (indacaterol/glycopyrronium) – 0,10
  • gebruik van Fampyra (fampridine) – 0,08
  • syndroom van Bartter – 0,06
  • tekort aan koper (koperdeficiëntie) – 0,05
  • epidemische slaapziekte (encephalitis lethargica) – 0,04
  • infectie door het Al-Khurma-virus (Al-Khurma virus-infectie) – 0,04
  • Marburg hemorrhagische koorts – 0,04
  • hondsdolheid (rabies) – 0,03
  • ontsteking van de hersenen door het Kunjin virus (Kunjin-encefalitis) – 0,03
  • gele koorts – 0,03
  • gebruik van ticlopidine – 0,02
  • gebruik van Zutectra (humaan hepatitis B immunoglobuline) – 0,02
  • chronische coccidioïdomycose – 0,02
  • miltvuur (anthrax) – 0,02
  • miltvuur van de huid (cutane anthrax) – 0,01
  • miltvuur van de longen (inhalatie-anthrax) – 0,002
  • pokken (variola) – 0,001

Gepubliceerd door: Simpto.nl
Datum van publicatie: 6 maart 2017
Auteur: Erwin Douwes
Laatst bijgewerkt op: 7 maart 2017

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *