Inleiding hoofdpijn

Samen met koorts behoort hoofdpijn tot de meest voorkomende medische klachten. Het is dan ook niet verwonderlijk dat er ontzettend veel verschillende oorzaken zijn. Op deze pagina vind je alles over oorzaken, onderzoek en behandeling van hoofdpijn.

oorzaken hoofdpijn

Welke oorzaken zijn er?

Er zijn ontzettend veel verschillende oorzaken voor het optreden van hoofdpijn. Sommige, zoals griep, komen zeer vaak voor. Andere oorzaken zijn extreem zeldzaam.

De meeste voorkomende oorzaken zijn infecties, vergiftigingen (intoxicaties), geneesmiddelen en aandoeningen van de hersenen. Daarnaast zijn er nog ze zogenaamde ‘primaire hoofdpijnsyndromen’.

Onderaan deze webpagina staat een uitgebreide lijst met bijna duizend verschillende oorzaken voor hoofdpijn.

Wanneer naar de dokter?

Bijna iedereen heeft wel eens hoofdpijn. Dat is niet direct een reden om naar de dokter te gaan. Maar wanneer kun je beter wel de huisarts bezoeken?

Er zijn een aantal omstandigheden die kunnen wijzen op een ernstige oorzaak van de hoofdpijn, namelijk:

  • De hoofdpijn ontstaat van het ene moment op het andere en is zeer heftig;
  • De hoofdpijn treedt ‘s nachts op;
  • De hoofdpijn neemt toe in ernst;
  • Er is sprake van nekstijfheid – de kin kan niet op de borst worden geduwd;
  • Er is sprake van ochtendbraken;
  • De hoofdpijn gaat gepaard met:
    • afwijkingen van het gezichtsvermogen
    • stuiptrekkingen (epileptische aanval)
    • uitval van bepaalde lichaamsfuncties, bijvoorbeeld krachtsverlies of niet meer kunnen praten
    • vlekken op de huid die snel groter worden

Behandeling hoofdpijn

Wat kun je zelf doen?

In eerste instantie kan een paracetamol worden genomen. Als dat niet helpt zijn er sterkere pijnstillers, zoals NSAID’s. Deze kunnen echter ook vervelende bijwerkingen geven.

Wat kan de arts doen?

De arts zal eerst willen weten wat de oorzaak van de hoofdpijn is. Om daarachter te komen zullen vragen worden gesteld:

  • Waar zit de hoofdpijn precies? Links? Rechts? Voor? Achter? Door het hele hoofd?
  • Is de pijn plotseling ontstaan of geleidelijk?
  • Is de hoofdpijn continu aanwezig? Of treedt de hoofdpijn op in aanvallen?
  • Is de hoofdpijn ‘gewoon’ of ondraaglijk?
  • Zijn er nog andere klachten, zoals bijvoorbeeld koorts, misselijkheid of braken?

Verder kan de arts aanvullend onderzoek aanvragen. In eerste instantie kan bloedonderzoek helpen bepalen of het om een infectie of ontsteking gaat. Beeldvormend onderzoek kan bepaalde aandoeningen aantonen of uitsluiten, zoals neusbijholteontsteking en aandoeningen van de hersenen.

Engelse vertaling

headache

Synoniemen voor hoofdpijn zijn koppijn, kop pijn, pijn in hoofd


Lijst met oorzaken van hoofdpijn

Hieronder een uitgebreide lijst met oorzaken voor hoofdpijn. Het getal achter de oorzaak is een schatting van het aantal mensen dat jaarlijks in Nederland vanwege die reden hoofdpijn heeft.

Oorzaken hoofdpijn >10.000/jaar

  • griep (influenza) – 603.500
  • hoesthoofdpijn – 156.800
  • dronkenschap (alcoholintoxicatie (intentioneel)) – 122.500
  • ijsjeshoofdpijn – 99.000
  • ruggenprik (lumbaalpunctie) – 60.750
  • werken in ploegendienst – 60.000
  • ontstoken keelamandelen (acute tonsillitis) – 56.350
  • gebruik van een nieuw geneesmiddel – 50.000
  • buikgriep door norovirus (norovirusinfectie) – 49.500
  • koffiehoofdpijn (cafeïneafhankelijke hoofdpijn) – 49.000
  • hersenschudding (commotio cerebri) – 42.966
  • chronische hyperventilatie (chronische hyperventilatie syndroom) – 42.600
  • spanningshoofdpijn (spierspanningshoofdpijn) – 39.200
  • blootstelling aan luchtvervuiling – 33.000
  • longontsteking (pneumonie) – 25.860
  • infectie van de darm door Campylobacter-bacterie (Campylobacter enteritis) – 24.800
  • onbegrepen klachten (functionele klachten) – 23.750
  • zwangerschapsoedeem – 23.400
  • premenstrueel syndroom (premenstruele stoornis) – 22.100
  • kaakholteontsteking (acute sinusitis maxillaris) – 21.320
  • longontsteking door overige virussen (virale pneumonie) – 20.400
  • inspanningsgebonden hoofdpijn (inspanningsgerelateerde hoofdpijn) – 19.800
  • uitdroging (dehydratie) – 19.500
  • computer vision syndrome – 19.250
  • overgang (menopauze) – 18.690
  • jetlag – 16.500
  • migraine – 16.020
  • verhoging van de dosering van een geneesmiddel – 15.000
  • verkoudheid (acute virale nasofaryngitis ) – 14.400
  • stoppen met het gebruik van kalmerende middelen / slaapmiddelen (benzodiazepineonttrekkingssyndroom) – 14.250
  • roodvonk (scarlatina) – 12.980
  • stress (psychische of emotionele stress) – 12.700
  • gegeneraliseerde angststoornis – 11.960
  • gemengde hoofdpijn (mixed tension migraine) – 11.880
  • langdurig gebruik van pijnstillers (chronisch analgetica gebruik) – 11.000
  • voedselvergiftiging (enteritis) – 10.750

Oorzaken hoofdpijn >1.000/jaar

Oorzaken hoofdpijn <1.000/jaar

Oorzaken hoofdpijn <100/jaar

Oorzaken hoofdpijn <10/jaar

  • granulomateuze ontsteking van de lip (cheilitis granulomatosa) – 9
  • aanvalsgewijze koude hemoglobinurie (paroxismale koude hemoglobinurie) – 9
  • gebruik van DuaklirGenuair (aclidinium bromide/formoterol) – 9
  • gebruik van Esbriet (pirfenidon) – 9
  • gebruik van Zyvoxid (linezolid) – 9
  • aplastische anemie – 9
  • hersenstamkanker (diffuus intrinsiek ponsganglioom) – 9
  • aangeboren sferocytaire anemie (congenitale sferocytose) – 9
  • gebruik van Xeplion® (paliperidon) – 9
  • teflonkoorts (PTFE-toxicose) – 9
  • moutwerkersziekte (allergische alveolitis (moutwerkersziekte)) – 9
  • zygomycose – 9
  • blikseminslag – 9
  • hersenvliesontsteking door cryptokokken (cryptokokkenmeningitis) – 9
  • gebruik van cabergoline (Dostinex) – 9
  • monocytenleukemie – 9
  • Afrikaanse tekenkoorts – 8
  • ziekte van Bornholm – 8
  • gebruik van Relvar Ellipta (vilanterol + fluticasonfuroaat) – 8
  • medulloblastoom – 8
  • blootstelling aan formaldehydedamp – 8
  • gebruik van Komboglyze (saxagliptine/metformine) – 8
  • gebruik van levofloxacine infusievloeistof – 8
  • gebruik van umeclidinium (merknaam: Incruse) – 8
  • antifosfolipidensyndroom – 8
  • syndroom van Miller-Fisher – 8
  • diabetes insipidus door aandoening in de hersenen (centrale diabetes insipidus) – 8
  • fistel tussen halsslagader en sinus cavernosus (caroticocaverneuze fistel) – 8
  • gebruik van NeoRecormon (epoëtine bèta) – 8
  • gebruik van Rupafin (rupatadine) drank – 8
  • gebruik van Cyress (barnidipine) – 8
  • gebruik van EllaOne (ulipristalacetaat) – 8
  • gebruik van Esmya (ulipristalacetaat) – 8
  • gebruik van pramipexol (Sifrol, Mirapexin) – 8
  • gebruik van Retrovir (zidovudine) – 8
  • kanker in de neuskeelholte (nasofarynxcarcinoom) – 8
  • gebruik van pembrolizumab (Keytruda) – 8
  • granulomateuze ontsteking van de hypofyse (granulomateuze hypofysitis) – 7
  • syndroom van Münchhausen – 7
  • dumpingsyndroom (postgastrectomiesyndroom) – 7
  • aangeboren vernauwing van de grote lichaamsslagader (coarctatio aortae) – 7
  • chronische zeefbeenontsteking (chronische sinusitis ethmoïdalis) – 7
  • spontane lekkage van hersenvocht (spontane liquorlekkage) – 7
  • syndroom van Tolosa-Hunt – 7
  • papilloom van de plexus chorioïdeus (plexuspapilloom) – 7
  • haarcelleukemie (hairy-cell leukemie) – 7
  • gebruik van betahistine (Betaserc) – 7
  • gebruik van Ventavis (iloprost) – 7
  • verlamming van de derde hersenzenuw (nervus oculomotorius parese) – 7
  • gebruik van fomepizol (intraveneus) – 6
  • glioom van de oogzenuw (opticus glioom) – 6
  • invasieve aspergillose (gedissemineerde aspergillose) – 6
  • ruimteziekte (gewichtloosheidsyndroom) – 6
  • gebruik van terbinafine – 6
  • aspirine-intolerantie (intolerantie voor NSAID’s) – 6
  • gebruik van mycofenolaatmofetil (CellCept) – 6
  • gebruik van mycofenolzuur (Myfortic) – 6
  • rattenbeetziekte (streptobacillose) – 6
  • gebruik van Strattera (atomoxetine) – 6
  • tuberculeuze meningitis (meningitis tuberculosa) – 6
  • bagassose – 6
  • gebruik van Certican (everolimus) – 6
  • hersentrombose (cerebrale veneuze trombose) – 6
  • overgevoelig voor honden (honden-allergie) – 6
  • overgevoelig voor katten (katten-allergie) – 6
  • stimulatie van de nervus vagus (vagusstimulatie) – 6
  • syndroom van Sweet (acute febriele neutrofiele dermatose) – 6
  • thalliumvergiftiging (thalliumintoxicatie) – 6
  • babesiose – 5
  • gebruik van tocilizumab (merknaam: RoActemra) – 5
  • Rocky Mountain spotted fever – 5
  • toxoplasmose (systemische toxoplasmose) – 5
  • organisch psychosyndroom (chronische toxische encephalopathie) – 5
  • gebruik van Emselex (darifenacine) – 5
  • gebruik van famotidine – 5
  • gebruik van hydroxychloroquine (Plaquenil) – 5
  • gebruik van pergolide (Permax) – 5
  • gebruik van Plenaxis (abarelix) – 5
  • gebruik van Zelboraf (vemurafenib) – 5
  • tekort aan groeihormoon (groeihormoondeficiëntie) – 5
  • koortsaanvallen na tekenbeet (febris recurrens door Borrelia recurrentis) – 5
  • hersenvliesontsteking door Toscana-virus (meningitis door Toscana-virus) – 5
  • gebruik van Revolade (eltrombopag) – 5
  • acute confusional migraine – 5
  • niet-functionerend macroadenoom van de hypofyse – 5
  • gebruik van nilotinib (Tasigna) – 5
  • gebruik van Afinitor (everolimus) – 5
  • hersenvliesontsteking door Streptococcus suis (Streptococcus suis-meningitis) – 5
  • gebruik van fenofibraat – 5
  • gebruik van Rapamune (sirolimus) – 5
  • gevoeligheid van de halsslagader (carotidynie) – 5
  • gebruik van Tafinlar (dabrafenib) – 4
  • ziekte van Takayasu (takayasu-arteriitis) – 4
  • koortsaanvallen na luizenbeet (febris recurrens door Borrelia duttoni) – 4
  • aceetaldehyde syndroom – 4
  • ontsteking van de hersenen door cryptokokken (cryptokokkenencefalitis) – 4
  • blauwzuurvergiftiging (cyanide intoxicatie) – 4
  • West-Nijl koorts (West-Nijl virusinfectie) – 4
  • Afrikaanse slaapziekte (trypanosomiasis) – 4
  • gebruik van amfotericine B – 4
  • gebruik van Invokana (canagliflozine) – 4
  • ontsteking van de luchtpijp (acute tracheïtis) – 4
  • rickettsia-pokken – 4
  • niercrisis bij sclerodermie (renale crise bij systemische sclerose) – 4
  • tropische malaria (malaria door Plasmodium falciparum) – 4
  • gebruik van Cymevene (ganciclovir) – 4
  • gebruik van pimozide (Orap) – 4
  • kopervergiftiging (koperintoxicatie) – 4
  • gebruik van Daliresp / Libertek (roflumilast) – 4
  • zoutverlies door aandoening van de hersenen (syndroom van cerebraal zoutverlies) – 4
  • moyamoya syndroom – 4
  • moyamoya ziekte – 4
  • paddestoelenwerkerslong (allergische alveolitis door contact met paddestoelen) – 4
  • gebruik van Tysabri (natalizumab) – 4
  • chronische blootstelling aan hoge concentraties zwavelkoolstof (chronische koolstofdisulfide intoxicatie) – 4
  • cryptokokkeninfectie door het lichaam (gedissemineerde cryptokokkeninfectie) – 4
  • endemische vlektyfus – 4
  • fibromusculaire dysplasie van de nierslagader (renovasculaire fibromusculaire dysplasie) – 4
  • cysticercose van het zenuwstelsel (neurocysticercose) – 4
  • gebruik van Galvus® (vildagliptine) – 4
  • fibromusculaire dysplasie van slagaders in de hals (cervicale fibromusculaire dysplasie) – 3
  • aconitine-vergiftiging (aconitine-intoxicatie) – 3
  • gebruik van Victrelis (boceprevir) – 3
  • PFAPA-syndroom – 3
  • gebruik van gentamicine – 3
  • sponsnieren (medullaire cystenieren) – 3
  • syndroom van Lambert-Eaton – 3
  • tropische splenomegalie-syndroom – 3
  • inademing van tetrachloorethyleen – 3
  • nocardiose van de hersenen (cerebrale nocardiose) – 3
  • vergiftiging met formaldehyde (formaldehydeintoxicatie) – 3
  • aangeboren methemoglobinemie (congenitale methemoglobinemie) – 3
  • cytokine release syndroom – 3
  • gebruik van icatibant (merknaam: Firazyr) – 3
  • blootstelling aan aromatische koolwaterstoffen – 3
  • darmschistosomiasis (intestinale schistosomiasis) – 3
  • chikungunya – 3
  • vergiftiging met fenol (fenol intoxicatie) – 3
  • tubulointerstitiële nefritis met uveïtis – 3
  • Colorado tekenkoorts – 3
  • gebruik van Yondelis (trabectedine) – 3
  • gebruik van Hizentra (normaal immunoglobuline) – 3
  • promyelocytenleukemie – 3
  • ophoping van hersenvocht na operatie (postoperatieve liquorcele) – 3
  • gebruik van Eucreas® (vildagliptine + metformine) – 3
  • tekort aan alfa-1-antitrypsine – 3
  • gezwel van de hypothalamus (hypothalamustumor) – 3
  • aanvalsgewijze nachtelijke hemoglobinurie (paroxismale nachtelijke hemoglobinurie) – 3
  • familiair hyperaldosteronisme type 1 – 3
  • gebruik van duloxetine (Cymbalta) – 3
  • luchtembolie – 3
  • syndroom van Morgagni-Morel – 3
  • gebruik van Opsumit (macitentan) – 3
  • cervicocraniaal syndroom – 3
  • gebruik van abciximab (ReoPro) – 3
  • gebruik van Elonva (corifollitropine alfa) – 3
  • gebruik van Eviplera (rilpivirine/tenofovir/emtricitabine) – 3
  • gebruik van topiramaat – 3
  • gebruik van trazodon (Trazolan) – 3
  • cryptokokkeninfectie van de longen (pulmonale cryptokokkeninfectie) – 2
  • gebruik van lamivudine – 2
  • blaasschistosomiasis – 2
  • syndroom van Cushing door bijniertumor – 2
  • ontsteking van het rotsbeen (acute mastoïditis) – 2
  • gebruik van methyldopa – 2
  • gebruik van tenofovir (Viread, Reviro) – 2
  • gebruik van Orencia (abatacept) – 2
  • te snel werkende schildklier door gebruik van schildklierhormoontabletten (exogene hyperthyreoïdie door schildklierhormoontabletten) – 2
  • gebruik van Mimpara (cinacalcet) – 2
  • zikakoorts (Zika-virus infectie) – 2
  • glucose-galactose resorptiestoornis syndroom – 2
  • sucrose intolerantie – 2
  • gebruik van Vesomni (solifenacine / tamsulosine) – 2
  • syndroom van Sturge-Weber – 2
  • gebruik van Spiolto Respimat (combinatie tiotropium / olodaterol per inhalatie) – 2
  • aangeboren tekort aan intrinsic factor (congenitale intrinsic factor deficiëntie) – 2
  • CADASIL – 2
  • ontsteking van de hersenstam (Bickerstaff) (hersenstamencefalitis van Bickerstaff) – 2
  • hypereosinofilie syndroom – 2
  • ross-river-virus infectie – 2
  • acute monocytaire leukemie – 2
  • T-LGL-leukemie – 2
  • megakaryoblastaire leukemie – 2
  • gebruik van Bosulif (bosutinib) – 2
  • anaplasmose (humane granulocytaire anaplasmose) – 2
  • ehrlichiose (humane monocytaire ehrlichiose) – 2
  • duikersziekte (decompressieziekte) – 2
  • diffuus grootcellig B-cellymfoom in de hersenen – 2
  • gebruik van Alvesco (ciclesonide) inhalator – 2
  • te snel werkende schildklier door eten van met schildklier verontreinigd vlees (exogene hyperthyreoïdie door eten van met schildklier verontreinigd vlees) – 2
  • gebruik van Arcoxia (etoricoxib) – 2
  • gebruik van diazoxide – 2
  • gebruik van Inspra (eplerenon) – 2
  • gebruik van Lertec (enalapril en lercanidipine) – 2
  • ontsteking in de mond door overgevoeligheid (allergische contact stomatitis) – 2
  • gebruik van Anoro (umeclidinium + vilanterol)  – 2
  • gebruik van hydroxyzine (Atarax®) – 2
  • esdoornschillerslong (acute allergische alveolitis – esdoornschillerslong) – 1,4
  • gebruik van Stribild (elvitegravir-cobicistat-gemcitabine-tenofovir) – 1,4
  • ziekte van Hartnup – 1,4
  • tetanus – 1,3
  • brucellose – 1,3
  • primaire alveolaire hypoventilatie – 1,3
  • gebruik van doxylamine – 1,3
  • difterie – 1,2
  • los botje op de plaats van de dens van de tweede halswervel (os odontoideum) – 1,2
  • te snel werkende schildklier door andere oorzaak van buitenaf (exogene hyperthyreoïdie) – 1,2
  • chronische myelomonocytaire leukemie – 1,2
  • juveniele myelomonocytaire leukemie – 1,2
  • esthesioneuroblastoom – 1,2
  • mansonellose – 1,2
  • coccidioïdomycose (acute coccidioïdomycose) – 1,1
  • sclerodermie (systemische sclerose) – 1,1
  • neurofibromatose type 2 – 1,1
  • tularemie – 1,1
  • cementoom – 1,1
  • gebruik van Ezetrol (ezetimibe)– 1,1
  • gordelroos (herpes zoster) – 1,1
  • verbenend fibroom (ossificerend fibroom) – 1,1
  • gedissemineerde histoplasmose – 1,1
  • mixed connective tissue disease – 1,1
  • Ebola koorts (Ebola hemorrhagische koorts) – 1,0
  • toxische encefalopathie bij buikgriep (toxische encefalopathie bij gastroenteritis) – 1,0
  • infectie met het Oropouche-virus (Oropouche-virusziekte) – 1,0
  • galbulten door blootstelling aan zonlicht (urticaria solaris) – 1,0
  • gebruik van Emend (aprepitant) – 1,0
  • gebruik van imiquimod (Aldara) – 1,0
  • gebruik van isoniazide – 1,0
  • gebruik van itraconazol – 1,0
  • gebruik van ofloxacine (Tarivid) – 1,0
  • gebruik van propafenon (Rytmonorm) – 1,0
  • gebruik van theofylline (Theolair) – 1,0
  • nocardiose van de longen (pulmonale nocardiose) – 1,0
  • stoppen met het gebruik van Xyrem (natriumoxybaat) (discontinueren van Xyrem (natriumoxybaat)) – 1,0
  • gebruik van kinidine – 1,0
  • astronautenhoofdpijn – 1,0
  • syndroom van Sneddon – 1,0
  • OPSI – 1,0
  • hyper-IgD syndroom – 1,0

Oorzaken hoofdpijn <1/jaar

  • zwelling van de hersenen door hoogteziekte (hoogte-hersenoedeem) – 0,9
  • gebruik van biperideen – 0,9
  • gebruik van Toviaz (fesoterodine) – 0,9
  • histoplasmose – 0,9
  • Japanse encefalitis – 0,9
  • syndroom van Sipple (MEN-syndroom type II) – 0,9
  • koolstofdioxidevergiftiging (exogene CO2-intoxicatie) – 0,9
  • acute erytremie en erytroleukemie – 0,9
  • chronische eosinofiele leukemie – 0,9
  • NK-cellymfocytose – 0,9
  • Kyasanur forest disease – 0,8
  • stralingsziekte (acute stralingsziekte) – 0,8
  • infectie van de hersenstam door Listeria bacterie (rombencefalitis door Listeria monocytogenes) – 0,8
  • gebruik van Edurant (rilpivirine) – 0,8
  • Kunjin virusziekte – 0,8
  • gebruik van peginterferon beta-1a – 0,8
  • rivierblindheid (onchocerciasis) – 0,7
  • ziekte van Kikuchi – 0,7
  • gebruik van chelatietherapie met EDTA – 0,7
  • apenmalaria (Plasmodium knowlesi infectie) – 0,7
  • epidemische vlektyfus – 0,7
  • ziekte van Brill-Zinsser – 0,7
  • linguatulose van de neuskeelholte (nasofaryngeale linguatulose) – 0,7
  • mangaanvergiftiging (mangaanintoxicatie) – 0,6
  • mannenkraambed (couvade) – 0,6
  • MEN-syndroom type I – 0,6
  • gebruik van Yervoy (ipilimumab) – 0,6
  • ontsteking van de hersenen door het St.-Louis-encefalitis virus (St.-Louis-encefalitis) – 0,6
  • syndroom van Vogt-Koyanagi-Harada – 0,6
  • gebruik van octocog alfa (Kogenate, Kovaltry) – 0,6
  • gebruik van atovaquone  – 0,6
  • kinderverlamming (poliomyelitis) – 0,6
  • D-lactaatacidose – 0,6
  • gebruik van carbimazol – 0,6
  • periodieke verlamming tijdens thyreotoxische crisis (thyreotoxische periodieke paralyse) – 0,6
  • acute invasieve bijholteontsteking door een schimmel (acute invasieve mycotische sinusitis) – 0,6
  • Japanese spotted fever – 0,6
  • ziekte van Whipple – 0,6
  • gebruik van Benlysta (belimumab) – 0,6
  • bijnierschorskanker (bijnierschorscarcinoom) – 0,6
  • sequoiose – 0,6
  • essentiële cryoglobulinemische vasculitis – 0,6
  • gebruik van Exjade (deferasirox) – 0,6
  • hydroa vacciniforme – 0,6
  • cysticercose – 0,5
  • syndroom van Von Hippel-Lindau – 0,5
  • syndroom van Romberg (progressieve faciale hemiatrofie) – 0,5
  • gebruik van Arimidex (anastrozol) – 0,5
  • gebruik van Dificlir (fidaxomicine) – 0,5
  • gebruik van Inegy (ezetimibe + simvastatine) – 0,5
  • gebruik van norfloxacine – 0,5
  • gebruik van Rasilamlo (aliskiren/amlodipine) – 0,5
  • gebruik van Rasilez (aliskiren) – 0,5
  • gebruik van Rasilez HCT (aliskiren/hydrochloorthiazide) – 0,5
  • infectie door enterotoxigene Escherichia coli – 0,5
  • ziekte van Fahr (idiopathische calcificatie van de basale gangliën) – 0,5
  • stapeling van eiwitten in de longblaasjes (pulmonale alveolaire proteïnose) – 0,5
  • goudvergiftiging (goudintoxicatie) – 0,5
  • lassakoorts – 0,5
  • Krim-Congo hemorragische koorts – 0,5
  • O’nyong-nyong virusinfectie – 0,5
  • plasmacel leukemie – 0,5
  • gebruik van Votubia (everolimus) – 0,5
  • gebruik van amikacine injectie/infuus – 0,5
  • anaplastische schildklierkanker (anaplastische schildkliercarcinoom) – 0,4
  • histiocytose (Langerhans-cel histiocytose) – 0,4
  • gebruik van stavudine (Zerit) – 0,4
  • gebruik van adrenaline autoinjector (EpiPen) – 0,4
  • gebruik van cyproheptadine – 0,4
  • gebruik van sibutramine (Reductil) – 0,4
  • reuzengroei (gigantisme) – 0,4
  • gebruik van Tazocin (piperacilline + tazobactam) – 0,4
  • urticaria pigmentosa – 0,4
  • Nipah-virusinfectie – 0,4
  • tekort aan cytochroom-B5 (hereditaire cytochroom-B5-deficiëntie) – 0,4
  • gebruik van alglucosidase alfa (Myozyme) – 0,4
  • gebruik van Caprelsa (vandetanib) – 0,4
  • Hymenolepis infectie (hymenolepiasis) – 0,4
  • Argentijnse hemorragische koorts – 0,4
  • Boliviaanse hemorragische koorts – 0,4
  • Braziliaanse hemorragische koorts – 0,4
  • voedselvergiftiging door eten van schaaldieren – 0,4
  • blastomycose – 0,3
  • NK-LGL-leukemie – 0,3
  • T-cel prolymfocytaire leukemie – 0,3
  • verbindweefseling van het beenmerg met verlaagd aantal bloedcellen (acute panmyelose met myelofibrose) – 0,3
  • vogelgriep (aviaire influenza) – 0,3
  • trichinose – 0,3
  • infectie van de hersenen met Naegleria fowleri (primaire amoeben meningoencefalitis) – 0,3
  • ziekte van Dercum (lipomatosis dolorosa) – 0,3
  • syndroom van Bing-Neel – 0,3
  • cadmiumvergiftiging (cadmiumintoxicatie) – 0,3
  • gebruik van deferipron (Ferriprox) – 0,3
  • scrubtyfus – 0,3
  • sodoku (spirillose) – 0,3
  • syndroom van Kleine-Levin (recurrente primaire hypersomnia) – 0,3
  • fibromusculaire dysplasie – 0,3
  • gebruik van Vibativ (telavancine) – 0,3
  • syndroom van Camurati-Engelmann (progressieve diafysaire dysplasie) – 0,3
  • tumefactieve demyeliniserende afwijking – 0,3
  • bloedvergiftiging door Capnocytophaga canimorsus (Capnocytophaga canimorsus sepsis) – 0,3
  • ciguatera vergiftiging (ciguatera intoxicatie) – 0,3
  • ziekte van Baló (concentrische sclerose van Baló) – 0,3
  • gebruik van Evoxac (cevimeline) – 0,3
  • syndroom van Susac (retinocochleacerebrale vasculopathie) – 0,3
  • gebruik van midodrine (Gutron) – 0,3
  • overgevoelig voor kaneel (kaneelallergie) – 0,3
  • vergiftiging met dichloormethaan (acute dichloormethaanintoxicatie) – 0,3
  • gnathostomiasis – 0,2
  • kobaltvergiftiging door inname van kobalt (kobaltintoxicatie door ingestie van kobalt) – 0,2
  • nocardiose verspreid door het lichaam (gedissemineerde nocardiose) – 0,2
  • TRAPS (TNF receptor associated periodic syndrome) – 0,2
  • zenuwschedegezwel van een hersenzenuw (schwannoom) – 0,2
  • syndroom van Ross – 0,2
  • murray-valley-encefalitis – 0,2
  • neuroblastooom van de reukzenuw – 0,2
  • Omsk hemorragische koorts – 0,2
  • gebruik van Januvia (sitagliptine) – 0,2
  • neonatal-onset multisystem inflammatory disease – 0,2
  • ziekte van Lhermitte-Duclos – 0,2
  • riftdalkoorts – 0,2
  • tana-pokken (tana-pokken virusinfectie) – 0,2
  • vergiftiging met stekelpapaver (Argemone mexicana-vergiftiging) – 0,2
  • builenpest (Yersinia pestis-infectie) – 0,2
  • mestcelleukemie (agressieve mastocytose) – 0,2
  • lymfocytaire choriomeningitis – 0,2
  • gebruik van Firdapse (amifampridine) – 0,2
  • gebruik van ipratropiumbromide (merknaam Atrovent) – 0,2
  • eastern equine encephalitis – 0,14
  • steek door de haren van de rups van de “puss moth” (Megalopyge opercularis-rups) – 0,13
  • syndroom van Alpers – 0,12
  • gebruik van tirofiban (Aggrastat) – 0,11
  • familiair hyperaldosteronisme type 3 (familiair hyperaldosteronisme type 3) – 0,11
  • gebruik van Ultibro Breezhaler (indacaterol/glycopyrronium) – 0,10
  • gebruik van Fampyra (fampridine) – 0,08
  • syndroom van Bartter – 0,06
  • tekort aan koper (koperdeficiëntie) – 0,05
  • epidemische slaapziekte (encephalitis lethargica) – 0,04
  • infectie door het Al-Khurma-virus (Al-Khurma virus-infectie) – 0,04
  • Marburg hemorrhagische koorts – 0,04
  • hondsdolheid (rabies) – 0,03
  • ontsteking van de hersenen door het Kunjin virus (Kunjin-encefalitis) – 0,03
  • gele koorts – 0,03
  • gebruik van ticlopidine – 0,02
  • gebruik van Zutectra (humaan hepatitis B immunoglobuline) – 0,02
  • chronische coccidioïdomycose – 0,02
  • miltvuur (anthrax) – 0,02
  • miltvuur van de huid (cutane anthrax) – 0,01
  • miltvuur van de longen (inhalatie-anthrax) – 0,002
  • pokken (variola) – 0,001

Gepubliceerd door: Simpto.nl
Datum van publicatie: 6 maart 2017
Auteur: Erwin Douwes
Laatst bijgewerkt op: 7 maart 2017

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *