Wat is hoesten?

Hoesten is een manier om slijm of ander materiaal uit de lagere luchtwegen (luchtpijp & bronchiën) te verwijderen. Het is dus een beschermingsmechanisme om vreemde stoffen uit de luchtwegen te verwijderen. Vreemde stoffen kunnen de ademhaling belemmeren en infecties veroorzaken.

hoesten

Oorzaken van hoesten

Er zijn zeer veel verschillende oorzaken voor hoesten. De meeste oorzaken kunnen worden ingedeeld in één van de onderstaande categoriën.

Een uitgebreide lijst met bijna 500 verschillende oorzaken voor hoesten staat onderaan deze webpagina (‘Hoesten – differentiaal diagnose‘).

Hoe wordt een diagnose gesteld?

Een arts kan verschillende methoden gebruiken om de oorzaak van het hoesten vast te stellen, namelijk vraaggesprek met de patiënt (anamnese), lichamelijk onderzoek, en aanvullend onderzoek (laboratoriumonderzoek, beeldvormend onderzoek).

Vraaggesprek met de patiënt

Om erachter te komen wat de oorzaak van het hoesten zou kunnen zijn zal de arts bepaalde vragen stellen:

  • Hoe lang hoest de patiënt?
  • Gaat het om een ‘droge hoest‘ of om ‘hoesten met het opgeven van slijm’?
  • Is er een aanleiding geweest voor het ontstaan van het hoesten?
  • Zijn er ook andere klachten, bijvoorbeeld kortademigheid, koorts, piepende ademhaling?

Lichamelijk onderzoek

Bij het lichamelijk onderzoek zal de arts vooral onderzoeken of er afwijkingen aan longen of hart zijn.

Door te kloppen op de borstkas kunnen bijvoorbeeld vocht achter de longen (pleuravocht), een vergroot hart, en laagstaande longgrenzen worden vastgesteld. Een demping bij het kloppen kan duiden op longontsteking. Afwijkingen die worden gevonden geven zo een aanwijzing voor de mogelijke oorzaak van het hoesten.

Door met een stethoscoop naar hart en longen te luisteren kunnen ook afwijkingen worden gevonden. Zo kunnen bij bronchitis en longontsteking bijvoorbeeld zogenaamde ‘rhonchi’ worden gehoord.

kortademigheid onderzoeken met behulp van stethoscoop
stethoscoop

Ook kan een krakend geluid worden gehoord, meestal aan de onderkant van de longen. Dit wijst op vocht in de longblaasjes. Het wordt meestal veroorzaakt door een slecht werkend hart. Vocht in de longen door een slecht werkend hart leidt ook vaak tot hoesten.

Beeldvormend onderzoek

Met behulp van een röntgenfoto van de borstkas kunnen afwijkingen van de longen worden opgespoord. Ook kunnen afwijkingen van de contouren van het hart worden gezien.

kortademigheid door longemfyseem - X-thorax met hyperinflatie
röntgenfoto van de borstkas – laagstaande longgrenzen bij longemfyseem

Een CT-scan of MRI-scan van de borstkas kan eveneens afwijkingen van longen en hart in beeld brengen.

Aanvullend onderzoek

Er zijn nog verschillende andere onderzoeken die kunnen worden aangevraagd om de oorzaak van het hoesten te vinden, zoals bijvoorbeeld een pleurapunctie.

Pleurapunctie

Als er sprake is van vocht achter de longen kan de arts besluiten een beetje vocht af te tappen. Dit kan dan vervolgens in het laboratorium worden onderzocht en door een patholoog-anatoom onder de microscoop worden bekeken. Afhankelijk van wat daarbij gevonden wordt kan vaak een diagnose worden gesteld.

Wat is de behandeling?

De behandeling van het hoesten is afhankelijk van de gevonden oorzaak.

Engelse vertaling

coughing

ICD10-code


Hoesten – differentiaal diagnose

Hieronder een uitgebreide lijst met oorzaken voor hoesten. Het getal achter elke oorzaak geeft een schatting van het aantal mensen dat jaarlijks in Nederland vanwege die oorzaak gaat hoesten.

Zeer vaak voorkomende oorzaken van hoesten: >10.000/jaar

Vaak voorkomende oorzaken van hoesten: >1.000/jaar

Regelmatig voorkomende oorzaken van hoesten: >100/jaar

Zeldzame oorzaken van hoesten: <100/jaar

Zeer zeldzame oorzaken van hoesten: <10/jaar

Extreem zeldzame oorzaken van hoesten: <1/jaar

  • ziekte van Finkelstein (acuut hemorragisch oedeem bij kinderen) – 0,9
  • gebruik van Mimpara (cinacalcet) – 0,8
  • chronische myelomonocytaire leukemie – 0,8
  • juveniele myelomonocytaire leukemie – 0,8
  • syndroom van Sipple (MEN-syndroom type II) – 0,8
  • gebruik van Trajenta® (linagliptine) – 0,8
  • vogelgriep (aviaire influenza) – 0,7
  • gedissemineerde histoplasmose – 0,7
  • vlaswerkersziekte – 0,6
  • berylliose (berylliumintoxicatie) – 0,6
  • inhalatie van toxische gassen – 0,6
  • ontsteking van de longblaasjes (alveolitis) – 0,6
  • ehrlichiose (humane monocytaire ehrlichiose) – 0,6
  • gebruik van alglucosidase alfa (Myozyme) – 0,6
  • chorioncarcinoom van de zaadbal (testiculair chorioncarcinoom) – 0,6
  • lymfeklierkanker in de bloedvaten (intravasculair lymfoom) – 0,6
  • ontsteking van het hart door acuut reuma (acute reumatische myocarditis) – 0,6
  • syndroom van Sandifer – 0,6
  • Krim-Congo hemorragische koorts – 0,5
  • lymfeklierkanker van de schildklier (primair lymfoom van de schildklier) – 0,5
  • blindedarmontsteking bij een niet-gedraaide dikkedarm (acute appendicitis bij non-rotatie van het colon) – 0,5
  • gebruik van Anoro (umeclidinium + vilanterol) – 0,5
  • gebruik van filgrastim – 0,5
  • duikersziekte (decompressieziekte) – 0,5
  • erythroblastosis foetalis – 0,5
  • gebruik van Cymevene (ganciclovir) – 0,5
  • benigne metastaserend leiomyoom – 0,4
  • syndroom van Young – 0,4
  • gebruik van Yervoy (ipilimumab) – 0,4
  • histiocytose (Langerhans-cel histiocytose) – 0,4
  • aangeboren vernauwing van de grote lichaamsslagader (coarctatio aortae) – 0,4
  • gebruik van nilotinib (Tasigna) – 0,4
  • lassakoorts – 0,4
  • mijnworminfectie (ancylostomiasis) – 0,4
  • dirofilariasis van de longen (pulmonale dirofilariasis) – 0,3
  • miltvuur (anthrax) – 0,3
  • trichinose – 0,3
  • linguatulose van de neuskeelholte (nasofaryngeale linguatulose) – 0,3
  • cryptokokkeninfectie door het lichaam (gedissemineerde cryptokokkeninfectie) – 0,3
  • rinosporidiose – 0,3
  • aangeboren nefrotisch syndroom (congenitaal nefrotisch syndroom) – 0,3
  • cadmiumvergiftiging (cadmiumintoxicatie) – 0,3
  • geotrichose van de longen (pulmonale geotrichose) – 0,3
  • scrubtyfus – 0,3
  • eosinofiel granuloom – 0,3
  • bronchiale atresie – 0,3
  • gebruik van brentuximab (Adcetris) – 0,3
  • gebruik van Cimzia (certolizumab pegol) – 0,3
  • gebruik van lamivudine – 0,3
  • hart met onderontwikkelde linker kamer (hypoplastisch linkerhart syndroom) – 0,3
  • verbindweefseling van het spierweefsel van het hart (endomyocardiale fibrose) – 0,3
  • ziekte van Rendu-Osler-Weber (hereditaire hemorrhagische teleangiëctasie) – 0,3
  • myxoom van de rechterboezem (myxoom van het rechter atrium) – 0,3
  • gebruik van Relvar Ellipta (vilanterol + fluticasonfuroaat) – 0,3
  • gebruik van topiramaat – 0,3
  • gebruik van Votubia (everolimus) – 0,2
  • epidemische vlektyfus – 0,2
  • hart met drie boezems (cor triatriatum) – 0,2
  • melioïdose – 0,2
  • syndroom van Heyde – 0,2
  • ziekte van Brill-Zinsser – 0,2
  • chronisch lijmsnuiven – 0,2
  • mansonellose – 0,2
  • Marburg hemorrhagische koorts – 0,2
  • tuberculose van de keel (laryngitis tuberculosa) – 0,2
  • thyreotoxische crisis – 0,2
  • syndroom van Allgrove (triple-A syndroom) – 0,2
  • ziekte van Chagas – 0,2
  • miltvuur van de longen (inhalatie-anthrax) – 0,2
  • silovullersziekte – 0,2
  • gnathostomiasis – 0,2
  • spierdystrofie van Duchenne (musculaire dystrofie van Duchenne) – 0,2
  • chronische coccidioïdomycose – 0,14
  • vergiftiging met stekelpapaver (Argemone mexicana-vergiftiging) – 0,14
  • mesothelioom van het hartzakje (pericardiaal mesothelioom) – 0,13
  • loopgravenkoorts (infectie met Bartonella quintana) – 0,12
  • syndroom van Hughes-Stovin – 0,11
  • vergiftiging met formaldehyde (formaldehydeintoxicatie) – 0,10
  • goedaardig gezwel van bruin vet in de borstholte (intrathoracaal hibernoom) – 0,10
  • paracoccidioïdomycose – 0,08
  • Afrikaanse slaapziekte (trypanosomiasis) – 0,07
  • CREST-syndroom (limited cutaneous sclerosis) – 0,07
  • Wakana syndroom – 0,07
  • lymfocytaire choriomeningitis – 0,06
  • koortsaanvallen na tekenbeet (febris recurrens door Borrelia recurrentis) – 0,04
  • builenpest (Yersinia pestis-infectie) – 0,04
  • haringwormziekte (anisakiasis) – 0,04
  • vergiftiging met ricine (orale ricine intoxicatie) – 0,04
  • koortsaanvallen na luizenbeet (febris recurrens door Borrelia duttoni) – 0,04
  • toxisch oliesyndroom – 0,04
  • aangeboren tekort aan carnitine (primaire carnitinedeficiëntie) – 0,03
  • ziekte van Keshan – 0,03
  • anaplasmose (humane granulocytaire anaplasmose) – 0,03
  • refeeding-syndroom – 0,03
  • gebruik van Ultibro Breezhaler (indacaterol/glycopyrronium) – 0,03
  • gebruik van Evoxac (cevimeline) – 0,02
  • gebruik van Leganto (rotigotine) – 0,010
  • gebruik van Qutenza-huidpleister (capsaïcine) – 0,010
  • syndroom van Alström – 0,009
  • syndroom van Axenfeld-Rieger – 0,006
  • syndroom van Barth (3-methylglutaconacidurie type 2) – 0,006
  • gele koorts – 0,001

Gepubliceerd door: Simpto.nl
Datum van publicatie: 20 mei 2017
Auteur: Erwin Douwes
Laatst bijgewerkt op: 20 mei 2017

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *