Heesheid

Heesheid als symptoom

De meeste mensen hebben wel eens een hese stem gehad, bijvoorbeeld ten gevolge van een verkoudheid die ‘op de keel slaat’, of doordat ze hun stem overbelast hebben. Er zijn echter ook andere – meer serieuze – oorzaken voor heesheid.  Daarom is het van belang om bij heesheid die langere tijd aanhoudt een arts te raadplegen.

heesheid
heesheid

De medische term voor heesheid is ‘dysfonie’.

Oorzaken heesheid

Er zijn veel verschillende oorzaken voor heesheid. Meestal gaat het om een aandoening van het strottenhoofd zelf, zoals een ontsteking van het strottenhoofd of beschadiging van het strottenhoofd, bijvoorbeeld door beademing tijdens een operatie. Soms is er sprake van druk op het strottenhoofd van buitenaf, bijvoorbeeld door een gezwel (tumor), of is een zenuw aangetast die de stembanden aanstuurt. Ook bepaalde geneesmiddelen kunnen heesheid veroorzaken. Het gaat dan meestal om geneesmiddelen die geïnhaleerd (ingeademd) worden.

Een uitgebreid overzicht van aandoeningen die heesheid kunnen geven staat onder aan deze webpagina vermeld.

Behandeling heesheid

De behandeling van een hese stem is afhankelijk van de oorzaak.

Lijst met oorzaken heesheid

Hieronder een overzicht van mogelijke oorzaken voor een hese stem. Het getal achter de oorzaak is een schatting van het aantal mensen dat jaarlijks vanwege die oorzaak last krijgt van heesheid.

  • ontsteking van het strottenhoofd (acute laryngitis) – 86400
  • buisje in de luchtpijp voor beademing (intubatie) – 60000
  • verkoudheid (acute virale nasofaryngitis) – 24000
  • ontstoken keelamandelen (acute tonsillitis) – 21350
  • chronische ontsteking van het strottenhoofd (chronische laryngitis) – 8640
  • refluxziekte (gastro-oesofageale refluxziekte) – 5400
  • stembandknobbeltjes – 5400
  • pseudokroep (laryngitis subglottica) – 3960
  • stembandpoliep – 3600
  • overmatig stemgebruik (overbelasting van de stembanden) – 3100
  • reuma (reumatoïde artritis) – 3002
  • ziekte van Hashimoto (auto-immuun thyreoïditis) – 2639
  • zwelling van de stembanden (Reinkes oedeem) – 1700
  • stemgebruik met teveel spierspanning (hypertone dysfonie) – 1660
  • zwelling van het strottenhoofd (larynxoedeem) – 840
  • keelabces (peritonsillair abces) – 730
  • littekenvorming van de stembanden – 720
  • aantasting van het perifere zenuwstelsel (perifere neuropathie) – 700
  • roken – 700
  • slecht werkende stembanden (stembanddysfunctie) – 600
  • gebruik van fluticason (Flixotide) – 560
  • kanker van het strottenhoofd (larynxcarcinoom) – 525
  • voorwerp in de keel (corpus alienum in de keel) – 325
  • syndroom van Wernicke-Korsakoff – 300
  • inhalatie van chemische stoffen – 250
  • aantasting van de zenuwen door langdurig alcoholgebruik (alcoholische neuropathie) – 225
  • gebruik van Symbicort (budesonide/formoterol) – 225
  • niet-kleincellig longkanker – 225
  • keelkanker (farynxcarcinoom) – 204
  • gebruik van enalapril (Renitec) – 200
  • kanker van de stembanden (stembandcarcinoom) – 188
  • presbylarynx – 170
  • verlamming van de stembanden (stembandparalyse) – 160
  • kleincellig longkanker (kleincellig bronchuscarcinoom) – 156
  • stembandcyste – 155
  • overgevoelig voor geneesmiddelen (geneesmiddelallergie) – 144
  • wurgletsel – 139
  • leukoplakie van het mondslijmvlies (orale leukoplakie) – 135
  • ontsteking van de luchtpijp (acute tracheïtis) – 127
  • schildklierkanker (schildkliercarcinoom) – 122
  • slokdarmkanker (oesofaguscarcinoom) – 116
  • kneuzing van het strottenhoofd (contusie van de larynx) – 111
  • bestraling (radiotherapie) van het hoofd-hals gebied – 102
  • operatie aan de hals – 100
  • verbranding van de luchtwegen (inhalatietrauma) – 100
  • globusgevoel – 100
  • verstopping van de bovenste holle ader (vena cava superior syndroom) – 98
  • adductor spasmodic dysphonia – 89
  • essentiële tremor – 85
  • ALS (amyotrofische lateraalsclerose) – 80
  • syndroom van Wallenberg (dorsolaterale medulla oblongatasyndroom) – 75
  • papillaire schildklierkanker (papillair schildkliercarcinoom) – 74
  • gebruik van budesonide (Rhinocort, Pulmicort) – 70
  • recurrent respiratory papilloma – 69
  • ontsteking van de schildklier door een bacterie (acute bacteriële thyreoïditis) – 65
  • syndroom van Sjögren – 62
  • te langzaam werkende schildklier door oorzaak buiten de schildklier (secundaire hypothyreoïdie) – 54
  • psychogene heesheid – 50
  • schildklieradenoom – 48
  • abductor spasmodic dysphonia  – 45
  • bloeding in de stemband – 45
  • verwijdering van de schildklier (thyroïdectomie) – 39
  • spasmodische dysfonie  – 37
  • folliculaire schildklierkanker (folliculair schildkliercarcinoom) – 37
  • verhoogde druk in de longslagader veroorzaakt door andere ziekte (secundaire pulmonale hypertensie) – 36
  • dysphonia plicae ventricularis – 35
  • myastenie (myasthenia gravis) – 33
  • ziekte van Forestier (hyperostosis vertebralis) – 30
  • sarcoïdose – 27
  • fibrous mass (fibrous mass) – 22
  • ziekte van Kawasaki – 22
  • glomus jugulare tumor – 22
  • slecht werkende hypofyse (hypopituïtarisme) – 20
  • stimulatie van de nervus vagus (vagusstimulatie) – 20
  • verwijding van de grote lichaamsslagader in de borstkas (aneurysma aortae thoracalis) – 20
  • groeve in de stemband (sulcus glottidis) – 18
  • gescheurde luchtpijp (trachearuptuur) – 18
  • gebruik van axitinib – 16
  • aangeboren hypothyreoïdie (congenitale hypothyreoïdie) – 15
  • neuralgie van de tong-keelzenuw (glossofaryngeusneuralgie) – 15
  • te langzaam werkende schildklier door bestraling in het halsgebied (radiotherapie-geïnduceerde hypothyreoïdie) – 14
  • Zenker divertikel – 13
  • koudeallergie (primaire koude urticaria) – 12
  • ontsteking van de slokdarm door inname van etsende stoffen (caustische oesofagitis) – 12
  • erfelijk angio-oedeem (hereditair angio-oedeem) – 10
  • verwonding aan de nervus laryngeus – 10
  • ijzerstapelingsziekte (hemochromatose) – 10
  • syndroom van Ortner – 8
  • acromegalie – 7
  • papillomen in de luchtwegen (laryngeale papillomatose) – 7
  • gezwel in de borstholte (tumor in het mediastinum) – 7
  • syndroom van Meige (blepharospasme-oromandibulaire dystonie syndroom) – 7
  • terugkerende kraakbeenontsteking (recidiverende polychondritis) – 7
  • mazelen (morbilli) – 6
  • stemplooiweb (laryngeaal web) – 6
  • syndroom van Eagle – 5
  • aangeboren cyste van het strottenhoofd (congenitale sacculaire cyste van de larynx) – 5
  • te langzaam werkende schildklier door geneesmiddel (geneesmiddelen-geïnduceerde hypothyreoïdie) – 5
  • medullair schildklierkanker (medullair schildkliercarcinoom) – 4
  • ontsteking van het strotklepje (acute epiglottitis) – 4
  • primaire amyloïdose – 4
  • anaplastische schildklierkanker (anaplastische schildkliercarcinoom) – 4
  • syndroom van Smith-Magenis – 3
  • syndroom van Williams (idiopathische infantiele hypercalciëmie) – 3
  • blarenkoorts (pemphigus vulgaris) – 3
  • bijschildklierkanker (bijschildkliercarcinoom) – 3
  • eenzijdige verlamming van de stemband (unilaterale plica vocalis parese) – 2
  • hypokinetic dysarthria (hypokinetic dysarthria) – 2
  • chronische inflammatoire demyeliniserende polyneuropathie – 2
  • vernauwing van de mitraalklep (mitralisstenose) – 2
  • gezwel van de zwezerik (thymoom) – 2
  • syndroom van Vernet – 2
  • ziekte van Wegener – 2
  • syndroom van Worster-Drought (congenitaal perisylvian syndroom) – 1,5
  • uitstulping in het strottenhoofd (laryngocele) – 1,4
  • ziekte van Urbach-Wiethe (lipoïd proteïnose) – 1,4
  • difterie met ontsteking in luchtpijp/strottehoofd (laryngeale difterie) – 1,2
  • botulisme – 1,2
  • ontwrichting van het gewricht tussen sleutelbeen en borstbeen met verplaatsing van het sleutelbeen naar achteren (posterieure luxatie van het sternoclaviculaire gewricht) – 1,2
  • erfelijk angio-oedeem type 3 (hereditair angio-oedeem type 3) – 1,1
  • gebruik van Tobi Podhaler (tobramycine) – 1,0
  • cyste boven de stembanden (supraglottische larynxcyste) – 1,0
  • gebruik van EkliraGenuair (aclidium bromide) – 1,0
  • difterie – 0,9
  • schildklierontsteking van Riedel (chronische fibreuze thyreoïditis van Riedel) – 0,9
  • lymfeklierkanker van de schildklier (primair lymfoom van de schildklier) – 0,9
  • familiaire amyloïdose van de nier (familiaire renale amyloïdose) – 0,6
  • glomus vagale tumor – 0,6
  • mixed connective tissue disease – 0,5
  • blastomycose – 0,4
  • hypofyse-infarct – 0,4
  • geïnfecteerde laryngocele – 0,3
  • autosomaal recessieve myotubulaire myopathie – 0,3
  • kaposisarcoom bij HIV-infectie – 0,3
  • stellatumblokkade (zenuwblokkade van het ganglion stellatum) – 0,2
  • syndroom van Tay (congenitale ichthyose met trichothiodystrofie) – 0,2
  • syndroom van Werner – 0,2
  • kaposisarcoom bij gebruik van afweeronderdrukkende geneesmiddelen (iatrogeen kaposisarcoom) – 0,2
  • klassiek kaposisarcoom – 0,2
  • wondbotulisme – 0,1
  • Wakana syndrome – 0,1
  • endemisch kaposisarcoom – 0,1
  • ziekte van Farber (ceramidase deficiëntie) – 0,1
  • self-healing cutaneous mucinosis (juveniele vorm) – 0,1
  • hart met drie boezems (cor triatriatum) – 0,03
  • syndroom van Weaver – 0,03

Synoniemen heesheid: hese stem, dysfonie, hees

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *