Gewichtsverlies

Gewichtsverlies als symptoom

Veel mensen willen graag afvallen omdat ze overgewicht hebben. Het kan echter ook voorkomen dat gewichtsverlies optreedt zonder dat dat de bedoeling is. Er kan dan sprake zijn van een onderliggende ziekte. Afvallen is dan een symptoom van een ziekte.

gewichtsverlies als symptoom

Oorzaken gewichtsverlies

Bij gewichtsverlies als symptoom van een ziekte zullen artsen vaak denken aan depressie, vochtverlies (door diarree en/of braken), kanker en ziekten van de schildklier. Er zijn echter nog veel meer aandoeningen waarbij gewichtsverlies kan optreden.

De meeste aandoeningen die tot gewichtsverlies kunnen leiden doen dat vanwege één van de volgende redenen:

  • Verlies van vocht, oftewel uitdroging (dehydratie); hieronder vallen alle ziekten die tot aanhoudende diarree en/of aanhoudend braken leiden; ook ziekten die leiden tot een verhoogd calcium gehalte in het bloed (hypercalciëmie) – zoals bijvoorbeeld sarcoïdose – kunnen leiden tot uitdroging en daardoor gewichtsverlies;
  • Minder eten, bijvoorbeeld doordat mensen een verminderde eetlust hebben, of vanwege een psychische aandoening, zoals anorexia nervosa;
  • Toename van de stofwisseling (‘verbranding’), bijvoorbeeld bij schildklierziekten die tot een versnelde werking van de schildklier (hyperthyreoïdie) leiden;
  • Verlies van spiermassa, bijvoorbeeld bij bepaalde neurologische ziekten;

De lijst onder aan deze pagina geeft een uitgebreid overzicht met meer dan 500 ziekten en aandoeningen die kunnen leiden tot gewichtsverlies.

Engelse vertaling

weight loss

ICD10-code

R63.4

Synoniemen voor gewichtsverlies zijn ongewenst gewichtsverlies, afvallen, gewichtsafname, ongewenst afvallen, ongewenste gewichtsafname, afgevallen, afname lichaamsgewicht, afname van het lichaamsgewicht, afname in lichaamsgewicht, verlies van lichaamsgewicht, onverklaarbaar gewichtsverlies, lichter worden, afgenomen lichaamsgewicht, afgenomen gewicht, gewicht verliezen, flink afvallen, snel afvallen.


Gewichtsverlies – differentiaaldiagnose (DD)

Hieronder een uitgebreide lijst met oorzaken van gewichtsverlies. Het getal achter de oorzaak geeft een schatting van het aantal mensen dat jaarlijks in Nederland vanwege die oorzaak zal afvallen.

Zeer vaak voorkomende oorzaken van gewichtsverlies: >10.000/jaar

Vaak voorkomende oorzaken van gewichtsverlies: >1.000/jaar

Regelmatig voorkomende oorzaken van gewichtsverlies: >100/jaar

Zeldzame oorzaken van gewichtsverlies: <100/jaar

  • gebruik van methylhexanamine – 95
  • uremie – 95
  • verslikken in de eerste ontlasting (meconiumaspiratie) – 92
  • carcinoïd – 89
  • vernauwing van de slokdarm (oesofagusstrictuur) – 89
  • Zenker divertikel – 87
  • secundaire amyloïdose – 85
  • gaatje in de dunne darm (dunne darm perforatie) – 82
  • cholesterolpropjes die vastlopen in de bloedvaten (cholesterolembolieën) – 82
  • nierabces – 80
  • amoebendysenterie – 79
  • tropische spruw – 79
  • gebruik van Avastin (bevacizumab) – 78
  • ontsteking van de lever (hepatitis) – 77
  • feochromocytoom – 77
  • infectie in het hart (infectieuze endocarditis) – 75
  • keelkanker (farynxcarcinoom) – 75
  • verbindweefseling van het beenmerg (primaire myelofibrose) – 75
  • gebruik van rituximab (MabThera) – 75
  • lipodermatosclerose – 73
  • gebruik van clomipramine – 72
  • multi-infarct dementie – 72
  • MIDD-type diabetes (maternally inherited diabetes and deafness) – 72
  • anuskanker (anuscarcinoom) – 70
  • aangeboren vernauwing van de maaguitgang (pylorushypertrofie) – 69
  • infectie van het zenuwstelsel door de Borrelia bacterie (neuroborreliose) – 66
  • verstopping van de bovenste holle ader (vena cava superior syndroom) – 65
  • chronische bronchitis – 63
  • dumpingsyndroom (postgastrectomiesyndroom) – 62
  • levercelkanker (hepatocellulair carcinoom) – 61
  • syndroom van Gilbert – 61
  • folliculair lymfoom – 61
  • gebruik van doxorubicine – 60
  • chronische overgevoeligheids pneumonitis (chronische allergische alveolitis) – 56
  • ziekte van Addison (primaire bijnierschorsinsufficiëntie) – 56
  • chronische myeloïde leukemie – 54
  • galblaaskanker (galblaascarcinoom) – 52
  • HIV-infectie (acute HIV-infectie) – 51
  • bulleus pemfigoïd – 50
  • polyarteritis nodosa – 50
  • verzuring door suikerziekte (diabetische ketoacidose) – 49
  • syndroom van Felty – 49
  • slecht werkende hypofyse (hypopituïtarisme) – 48
  • secundaire manie – 47
  • aspergilloom in de longen (pulmonaal aspergilloom) – 45
  • truncus coeliacus compressie syndroom – 45
  • tongkanker (plaveiselcelcarcinoom van de tong) – 44
  • tropische splenomegalie-syndroom – 44
  • infectie met atypische mycobacteriën – 43
  • verzuring door ophoping van melkzuur (lactaatacidose) – 42
  • buitenbaarmoederlijke zwangerschap (extra-uteriene graviditeit) – 42
  • gebruik van Zaltrap (aflibercept) – 42
  • halskliertuberculose (halskliertuberculose) – 41
  • blinde lis syndroom (blind loop syndrome) – 41
  • achalasie van de slokdarm – 41
  • depressieve gedragsstoornis – 40
  • SLE (systemische lupus erythematodes) – 40
  • eosinofiele maagdarmontsteking (eosinofiele gastroenteritis) – 39
  • digoxine overdosering (digoxine intoxicatie) – 39
  • angina abdominalis – 38
  • gebruik van topiramaat – 37
  • nierbekkenontsteking met granulomen (xanthogranulomateuze pyelonefritis) – 37
  • erfelijke cystenieren (dominant overerfbaar) (hereditaire cystenieren (autosomaal dominant)) – 35
  • ziekte van Waldenström (macroglobulinemie van Waldenström) – 35
  • gebruik van amiodaron (Cordarone) – 34
  • autonome neuropathie – 34
  • ontsteking van lendenwervel en tussenwervelschijf (lumbale spondylodiscitis) – 34
  • ontsteking van de kleine hersenen na een infectie (postvirale acute cerebellaire ataxie) – 34
  • varkenslintworm (Taenia solium-infectie) – 33
  • buikvlieskanker (primair peritoneaal carcinoom) – 31
  • galgangcyste (choledochuscyste) – 30
  • boerenlong (extrinsieke allergische alveolitis) – 29
  • ziekte van Pick (frontotemporale dementie) – 29
  • gebruik van Implanon / Implanon NXT – 28
  • gebruik van azathioprine – 28
  • vernauwing van de maaguitgang (verworven pylorusstenose) – 28
  • mantelcellymfoom – 28
  • multiple sclerose – 27
  • vislintworm (Diphyllobothrium latum-infectie) – 27
  • vernauwing van de aortaklep (aortakleptstenose) – 26
  • ontsteking van de schildklier door een bacterie (acute bacteriële thyreoïditis) – 26
  • ziekte van Wegener (granulomatose met polyangiitis) – 26
  • ontsteking van wervel en tussenwervelschijf (spondylodiscitis) – 25
  • te snel werkende schildklier door gebruik van schildklierhormoontabletten (exogene hyperthyreoïdie door schildklierhormoontabletten) – 25
  • bloeding tussen het harde hersenvlies en het spinnewebvlies (acuut subduraal hematoom) – 24
  • erfelijke maagkanker (erfelijke diffuse maagkanker) – 24
  • ingeklemde hernia obturatoria (geïncarcereerde hernia obturatoria) – 24
  • syndroom van Churg-Strauss (eosinofiele granulomateuze polyangiitis) – 23
  • ontsteking van het vetweefsel rond de darm (panniculitis mesenterica) – 23
  • invasieve aspergillose (gedissemineerde aspergillose) – 23
  • aantasting van het hart door hoge bloeddruk (hypertensieve hartziekte) – 22
  • syndroom van Ogilvie (idiopathische intestinale pseudo-obstructie) – 22
  • gebruik van Forxiga (dapagliflozine) – 21
  • acute myeloïde leukemie – 21
  • verwonding aan de urinewegen (letsel van de urinewegen) – 21
  • microscopische polyangiitis – 21
  • gebruik van fentanyl tabletten of zuigtabletten (Abstral, Actiq, Breakyl, Effentora, Recivit) – 21
  • tekort aan alfa-1-antitrypsine (alfa-1-antitrypsine deficiëntie) – 21
  • chronisch-necrotiserende bronchopulmonale aspergillose – 20
  • gebruik van exenatide (Byetta, Bydureon) – 19
  • toediening van fentanyl – 19
  • darmschistosomiasis (intestinale schistosomiasis) – 18
  • gebruik van axitinib – 18
  • aantasting van de darm door HIV-infectie (HIV-enteropathie) – 18
  • te snel werkende schildklier door eten van met schildklier verontreinigd vlees (exogene hyperthyreoïdie door eten van met schildklier verontreinigd vlees) – 18
  • infectie van de darm door cytomegalovirus (CMV-enteritis) – 18
  • verhoogde druk in de longslagader veroorzaakt door andere ziekte (secundaire pulmonale hypertensie) – 18
  • abces in de psoasspier (psoasabces) – 17
  • ontsteking van borstwervel en tussenwervelschijf (thoracale spondylodiscitis) – 17
  • blarenkoorts (pemphigus vulgaris) – 16
  • verwonding aan de nier (nierletsel) – 16
  • viskruikinfarct (takotsubo cardiomyopathie) – 16
  • abces van de milt (miltabces) – 16
  • longontsteking met ophoping van eosinofiele bloedcellen (acute eosinofiele pneumonie) – 16
  • trombose van de nierader (niervenetrombose) – 15
  • lymfocytaire hypofysitis – 15
  • tubulointerstitiële nefritis met uveïtis – 15
  • syndroom van Stauffer – 15
  • arteria mesenterica superior syndroom – 15
  • primaire scleroserende cholangitis – 14
  • ontsteking van het hartzakje door bacterie (bacteriële pericarditis) – 14
  • overdosis XTC (ecstasy intoxicatie) – 14
  • te snel werkende schildklier door andere oorzaak van buitenaf (exogene hyperthyreoïdie) – 14
  • infectie met Strongyloides stercoralis (strongyloidiasis) – 14
  • syndroom van Zieve – 14
  • chronische Q-koorts – 14
  • ectopische-ACTH-syndroom – 14
  • asbestziekte (asbestose) – 14
  • ziekte van Takayasu (takayasu-arteriitis) – 14
  • polypose van de maag (fundic gland polyposis) – 14
  • darmtuberculose (intestinale tuberculose) – 13
  • syndroom van Foix-Chavany-Marie (bilateraal anterieur operculumsyndroom) – 13
  • hartaanval van de achterwand van het hart (achterwandinfarct) – 12
  • lymfebaanontsteking van de arm (lymfangitis) – 12
  • tekort aan fosfaat in het bloed (hypofosfatemie) – 12
  • stapeling van eiwitten in de longblaasjes (pulmonale alveolaire proteïnose) – 12
  • ernstige ondervoeding (marasmus) – 12
  • lipo-oedeem – 12
  • abces achter het buikvlies (retroperitoneaal abces) – 12
  • perifere diabetes insipidus – 12
  • bindweefselvorming achter het buikvlies (retroperitoneale fibrose) – 12
  • koraalrifsyndroom (aortastenose met calcificaties) – 12
  • miliaire tuberculose (miliaire tuberculose) – 11
  • auto-immuun enteropathie – 11
  • buikvliesontsteking door tuberculose (peritonitis tuberculosa) – 11
  • gebruik van Victrelis (boceprevir) – 11
  • kanker in de neuskeelholte (nasofarynxcarcinoom) – 10
  • medullair schildklierkanker (medullair schildkliercarcinoom) – 10
  • Lady Windermere-syndroom (pulmonale Mycobacterium avium complex infectie) – 10
  • POEMS syndroom – 10
  • ziekte van Castleman – 10

Zeer zeldzame oorzaken van gewichtsverlies: <10/jaar

  • spirochetose van de darmen (intestinale spirochetose) – 9
  • craniofaryngioom – 9
  • niet aangelegde twaalfvingerige darm (duodenumatresie) – 9
  • kanker van de twaalfvingerige darm (adenocarcinoom van het duodenum) – 9
  • syndroom van Sheehan (postpartum hypopituïtarisme) – 9
  • myasthenia gravis – 9
  • primaire amyloïdose – 9
  • syndroom van Wolff-Parkinson-White – 9
  • ziekte van Whipple – 9
  • amoebenabces van de lever – 8
  • collagene colitis – 8
  • ontsteking van nekwervel en tussenwervelschijf (cervicale spondylodiscitis) – 8
  • bijnierinfarct – 8
  • fistel tussen alvleesklier en ander orgaan (interne pancreasfistel) – 8
  • kanker aan de basis van de tong (tongbasiscarcinoom) – 8
  • kwaadaardig feochromocytoom (maligne feochromocytoom) – 8
  • bijschildklierkanker (bijschildkliercarcinoom) – 7
  • roze ziekte (acrodynie) – 7
  • cryptogene organiserende pneumonie – 7
  • uitgezette slokdarm (megaoesofagus) – 7
  • eosinofiele fasciitis – 7
  • molazwangerschap (mola hydatidosa) – 7
  • zwarte koorts (viscerale leishmaniasis) – 7
  • gebruik van Halaven (eribulin) – 7
  • vitamine B1-tekort (thiaminedeficiëntie) – 7
  • ontsteking van de grote lichaamsslagader (aortitis) – 7
  • taaislijmziekte (cystische fibrose) – 7
  • erfelijke eierstokkanker (hereditair ovariumcarcinoom) – 7
  • blastomycose – 7
  • penicillose – 7
  • abces in de wand van de maag (maagwandabces) – 6
  • terugkerende kraakbeenontsteking (recidiverende polychondritis) – 6
  • histoplasmose – 6
  • stomatitis van Plaut-Vincent – 6
  • cholesterolpropjes die vastlopen in de bloedvaten van de nieren (cholesterolembolieën in de nieren) – 6
  • Mycobacterium avium intracellulare-infectie van de darm – 6
  • ontsteking van de slokdarm door cytomegalovirus (CMV-oesofagitis) – 6
  • aplastische anemie – 6
  • compartimentsyndroom van de buik (abdominaal compartimentsyndroom) – 6
  • gebruik van hydroxychloroquine (Plaquenil) – 6
  • lymfebaanontsteking van het been (lymfangitis van het been) – 6
  • haarcelleukemie (hairy-cell leukemie) – 6
  • verwonding van de hypothalamus (hypothalamusletsel) – 6
  • mijnworminfectie (ancylostomiasis) – 6
  • niet aangelegde dunne darm (jejunoileale atresie) – 6
  • blaasschistosomiasis – 6
  • lymfeklierkanker in de dunne darm (maligne lymfoom van de dunne darm) – 6
  • multifocale boezemtachycardie (multifocale atriale tachycardie) – 6
  • verstijving van de hartspier (restrictieve cardiomyopathie) – 6
  • chronische eosinofiele longontsteking (chronische eosinofiele pneumonie) – 5
  • kobaltvergiftiging door metaal-op-metaalheupprothese (kobaltintoxicatie door metaal-op-metaalheupprothese) – 5
  • syndroom van Goodpasture – 5
  • ruimteziekte (gewichtloosheidsyndroom) – 5
  • sarcoom van bloedvaten in de lever (hemangioendotheliaal sarcoom van de lever) – 5
  • gebruik van Daliresp / Libertek (roflumilast) – 5
  • abces van de balzak (scrotumabces) – 5
  • bijnierschorskanker (bijnierschorscarcinoom) – 5
  • perifeer T-cellymfoom – 5
  • tuberculose van de wervels (vertebrale tuberculose) – 5
  • wondergezwel van de eierstok (ovariumteratoom) – 5
  • ziekte van Pierre Marie-Bamberger (hypertrofische osteoartropathie) – 5
  • sclerodermie (systemische sclerose) – 5
  • fistel tussen grote lichaamsslagader en slokdarm (oesofago-aortale fistel) – 5
  • microsporidiose – 4
  • stoflongen (chronische silicose) – 4
  • actinomycose van de longen (pulmonale actinomycose) – 4
  • gebruik van Exelon (rivastigmine) – 4
  • IgG4-syndroom – 4
  • subcutaan panniculitis-achtig T-cellymfoom – 4
  • vlokatrofie door geneesmiddelen (medicatie-geïnduceerde vlokatrofie) – 4
  • ziekte van Chagas – 4
  • isosporiasis – 4
  • histiocytose (Langerhans-cel histiocytose) – 4
  • liposarcoom van het retroperitoneum – 4
  • sarcoïdose van de maag – 4
  • gebruik van AICAR (amino-imidazole carboxamide ribotide) (gebruik van aicar) – 4
  • gebruik van Mimpara (cinacalcet) – 4
  • AIDS – 4
  • sponsnieren (medullaire cystenieren) – 4
  • pseudomyxoom van het buikvlies (pseudomyxoma peritonei) – 3
  • lymfeklierkanker in de hersenen (primair lymfoom van de hersenen) – 3
  • syndroom van Chilaiditi (hepatodiafragmatische interpositie) – 3
  • kanker van de urineleider (carcinoom van de ureter) – 3
  • eosinofiele colitis – 3
  • glucose-galactose resorptiestoornis syndroom – 3
  • sucrose intolerantie – 3
  • sporotrichose (gedissemineerde sporotrichose) – 3
  • omgekeerde afstotingsziekte (graft-versus-host reactie) – 3
  • koolmonoxidevergiftiging (acute koolmonoxideintoxicatie) – 3
  • chronische myelomonocytaire leukemie – 3
  • periodieke verlamming tijdens thyreotoxische crisis (thyreotoxische periodieke paralyse) – 3
  • diabetes insipidus door aandoening in de hersenen (centrale diabetes insipidus) – 3
  • hondenlintworm infectie (echinokokkose) – 3
  • gebruik van Afinitor (everolimus) – 3
  • syndroom van Meigs – 3
  • anaplastische schildklierkanker (anaplastische schildkliercarcinoom) – 3
  • brucellose – 3
  • syndroom van Eisenmenger – 2
  • niet aangelegde of onderontwikkelde galwegen (biliaire atresie) – 2
  • dermatomyositis – 2
  • hemangioom van de dikke darm (hemangioom van het colon) – 2
  • overdosis acetylsalicylzuur (salicylaatintoxicatie) – 2
  • mixed connective tissue disease – 2
  • bagassose – 2
  • chyleuze peritonitis – 2
  • ziekte van Huntington (chorea van Huntington) – 2
  • cryptokokkeninfectie van de longen (pulmonale cryptokokkeninfectie) – 2
  • gegeneraliseerde infectie met atypische mycobacteriën – 2
  • infectie van de darm door Balantidium coli (balantidiasis) – 2
  • gezwel van de zwezerik (thymoom) – 2
  • duplicatiecyste van de dunne darm – 2
  • gebruik van tolvaptan (merknaam: Jinarc) – 2
  • myxoom van de linkerboezem (myxoom van het linker atrium) – 2
  • cholera – 2
  • gebruik van Esbriet (pirfenidon) – 2
  • vernauwing van de mitraalklep (mitralisstenose) – 2
  • vogelfokkerslong (extrinsieke allergische alveolitis bij blootstelling aan vogels) – 2
  • juveniele dermatomyositis – 2
  • tropische pulmonale eosinofilie – 2
  • collageneuze enteritis – 2
  • infectie met de Capillaria-worm (capillariasis) – 2
  • ziekte van Rosai-Dorfman (sinushistiocytose met massale lymfadenopathie) – 1,6
  • diffuus grootcellig B-cellymfoom in de zaadbal (diffuus grootcellig B-cellymfoom van de testikel) – 1,6
  • ziekte van Simmonds (necrose van de hypofysevoorkwab) – 1,5
  • anaplasmose (humane granulocytaire anaplasmose) – 1,5
  • gewrichtsontsteking door tuberculose (tuberculeuze artritis) – 1,4
  • stoflongen door inademen van kiezelstof (acute silicose) – 1,4
  • eosinofiele cholangitis – 1,4
  • gebruik van Cymevene (ganciclovir) – 1,4
  • hongeroedeem (kwashiorkor) – 1,3
  • aantasting van de longen door amiodaron (Cordarone) (amiodaron-geïnduceerde pulmonale toxiciteit) – 1,3
  • ziekte van Still – volwassen vorm – 1,3
  • chorioncarcinoom van de zaadbal (testiculair chorioncarcinoom) – 1,2
  • niet-dysenterische amoebencolitis – 1,2
  • acute reumatische endocarditis – 1,2
  • gebruik van Levact (bendamustine) – 1,2
  • MEN-syndroom type I – 1,2
  • anaplastisch grootcellig lymfoom – ALK negatief (anaplastisch grootcellig lymfoom – ALK negatief) – 1,2
  • gebruik van Yondelis (trabectedine) – 1,2
  • ziekte van Erdheim-Chester – 1,1
  • gebruik van pregabaline (Lyrica) – 1,1
  • nocardiose van de longen (pulmonale nocardiose) – 1,1
  • glucagon producerende tumor (glucagonoom) – 1,0
  • scleroserende mesenteritis – 1,0
  • syndroom van Sipple (MEN-syndroom type II) – 1,0
  • gebruik van Aubagio (teriflunomide) – 1,0
  • ontsteking van de grote lichaamsslagader door syfilis (luetische aortitis) – 1,0

Extreem zeldzame oorzaken van gewichtsverlies: <1/jaar

  • syndroom van Plummer-Vinson – 0,9
  • erythroblastosis foetalis – 0,9
  • syndroom van Von Hippel-Lindau – 0,9
  • fibromusculaire dysplasie van de darmslagader (fibromusculaire dysplasie van de arteria mesenterialis) – 0,9
  • immunoproliferatieve dunne darmziekte – 0,8
  • aangeboren vernauwing van de grote lichaamsslagader (coarctatio aortae) – 0,8
  • syndroom van Morvan – 0,8
  • cryptokokkeninfectie door het lichaam (gedissemineerde cryptokokkeninfectie) – 0,7
  • gebruik van Yasmin – 0,7
  • Afrikaanse slaapziekte (trypanosomiasis) – 0,7
  • ebruik van tacrine – 0,7
  • babesiose – 0,6
  • berylliose (berylliumintoxicatie) – 0,6
  • liposarcoom van de rug – 0,6
  • NK-LGL-leukemie – 0,6
  • VIPoom – 0,6
  • fibromusculaire dysplasie – 0,6
  • littoral-cell angioma – 0,6
  • hart met onderontwikkelde linker kamer (hypoplastisch linkerhart syndroom) – 0,6
  • verbindweefseling van het spierweefsel van het hart (endomyocardiale fibrose) – 0,6
  • ziekte van Rendu-Osler-Weber (hereditaire hemorrhagische teleangiëctasie) – 0,6
  • chronische eosinofiele leukemie – 0,6
  • esdoornschillerslong (acute allergische alveolitis) – 0,6
  • lymfeklierkanker in de bloedvaten (intravasculair lymfoom) – 0,6
  • coccidioïdomycose (acute coccidioïdomycose) – 0,6
  • neuropathische heredofamiliale amyloïdose – 0,6
  • gewone variabele immuundeficiëntie (common variable immunodeficiency) – 0,6
  • nocardiose verspreid door het lichaam (gedissemineerde nocardiose) – 0,6
  • syndroom van Allgrove (triple-A syndroom) – 0,6
  • lokale spierontsteking in het bovenbeen (focale myositis van de M. quadriceps) – 0,6
  • lokale spierontsteking van de adductor (focale myositis van de Mm. adductores) – 0,6
  • essentiële cryoglobulinemische vasculitis – 0,6
  • syndroom van Heyde – 0,5
  • duplicatiecyste van de maag – 0,5
  • hepatoblastoom – 0,5
  • thyreotoxische crisis – 0,5
  • ziekte van Krabbe – 0,4
  • auto-immuun necrotiserende myopathie – 0,4
  • ziekte van Kikuchi – 0,4
  • gastrinoom van de alvleesklier – 0,4
  • myxoom van de rechterboezem (myxoom van het rechter atrium) – 0,4
  • actinomycose in de buikholte – 0,4
  • lokale spierontsteking in de hals (focale myositis van de M. sternocleidomastoïdeus) – 0,4
  • lokale spierontsteking in de kuit (focale myositis van de M. gastrocnemius) – 0,4
  • tularemie – 0,4
  • plasmacel leukemie – 0,4
  • gedissemineerde histoplasmose – 0,4
  • abnormaal schildklierweefsel in de eierstok (struma ovarii) – 0,3
  • lassakoorts – 0,3
  • eosinofiel granuloom – 0,3
  • spierdystrofie van Duchenne (musculaire dystrofie van Duchenne) – 0,3
  • syndroom van Denys-Drash – 0,3
  • gebruik van Votubia (everolimus) – 0,3
  • gamma zware ketenziekte – 0,3
  • loopgravenkoorts (infectie met Bartonella quintana) – 0,2
  • sequoiose – 0,2
  • syndroom van Schnitzler – 0,2
  • gebruik van Yervoy (ipilimumab) – 0,2
  • galblaascyste (galblaascyste) – 0,2
  • tuberculose van de keel (laryngitis tuberculosa) – 0,2
  • chronisch lijmsnuiven – 0,19
  • granuloma inguinale – 0,19
  • haringwormziekte (anisakiasis) – 0,15
  • gastrinoom van de dunne darm – 0,15
  • chronische coccidioïdomycose – 0,15
  • CREST-syndroom (limited cutaneous sclerosis) – 0,14
  • mitochondrial neurogastrointestinal encephalopathy syndrome – 0,14
  • syndroom van Muckle-Wells – 0,14
  • tekort aan het enzym adenine fosforibosyltransferase (adenine fosforibosyltransferase deficiëntie) – 0,12
  • kobaltvergiftiging door inname van kobalt – 0,11
  • paracoccidioïdomycose – 0,11
  • ziekte van Keshan – 0,11
  • gebruik van tetrabenazine (Tetmodis, Xenazine) – 0,10
  • koortsaanvallen na tekenbeet (febris recurrens door Borrelia recurrentis) – 0,08
  • erfelijke alvleesklierontsteking (hereditaire pancreatitis) – 0,08
  • koortsaanvallen na luizenbeet (febris recurrens door Borrelia duttoni) – 0,07
  • riftdalkoorts – 0,06
  • fatale familiaire insomnie – 0,06
  • refeeding-syndroom – 0,06
  • aangeboren tekort aan carnitine (primaire carnitinedeficiëntie) – 0,06
  • melanoom van de bijnier (maligne melanoom in de bijnier) – 0,04
  • Ewing sarcoom – 0,04
  • idiopathische myo-intimale hyperplasie van de mesenteriale venen – 0,03
  • ziekte van Wolman – 0,03
  • miltvuur (anthrax) – 0,03
  • tekort aan het enzym SCAD (short-chain acyl-coenzyme A dehydrogenase deficiëntie) – 0,02
  • knikkebolziekte – 0,02
  • hart met drie boezems (cor triatriatum) – 0,012
  • syndroom van Axenfeld-Rieger – 0,012
  • syndroom van Barth (3-methylglutaconacidurie type 2) – 0,012
  • Huntington’s disease-like 2 – 0,012
  • syndroom van Omenn – 0,012
  • syndroom van Alström – 0,011
  • gele koorts – 0,001

Gepubliceerd door: Simpto.nl
Datum van publicatie: 7 juni 2017
Auteur: Erwin Douwes
Laatst bijgewerkt op: 7 juni 2017

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *