Gewichtsverlies als symptoom

Veel mensen willen graag afvallen omdat ze overgewicht hebben. Het kan echter ook voorkomen dat gewichtsverlies optreedt zonder dat dat de bedoeling is. Er kan dan sprake zijn van een onderliggende ziekte. Afvallen is dan een symptoom van een ziekte.

gewichtsverlies als symptoom

Oorzaken gewichtsverlies

Bij gewichtsverlies als symptoom van een ziekte zullen artsen vaak denken aan depressie, vochtverlies (door diarree en/of braken), kanker en ziekten van de schildklier. Er zijn echter nog veel meer aandoeningen waarbij gewichtsverlies kan optreden.

De meeste aandoeningen die tot gewichtsverlies kunnen leiden doen dat vanwege één van de volgende redenen:

De lijst onder aan deze pagina geeft een uitgebreid overzicht met meer dan 500 ziekten en aandoeningen die kunnen leiden tot gewichtsverlies.

Engelse vertaling

weight loss

ICD10-code

R63.4

Synoniemen voor gewichtsverlies zijn ongewenst gewichtsverlies, afvallen, gewichtsafname, ongewenst afvallen, ongewenste gewichtsafname, afgevallen, afname lichaamsgewicht, afname van het lichaamsgewicht, afname in lichaamsgewicht, verlies van lichaamsgewicht, onverklaarbaar gewichtsverlies, lichter worden, afgenomen lichaamsgewicht, afgenomen gewicht, gewicht verliezen, flink afvallen, snel afvallen.


Gewichtsverlies – differentiaaldiagnose (DD)

Hieronder een uitgebreide lijst met oorzaken van gewichtsverlies. Het getal achter de oorzaak geeft een schatting van het aantal mensen dat jaarlijks in Nederland vanwege die oorzaak zal afvallen.

Zeer vaak voorkomende oorzaken van gewichtsverlies: >10.000/jaar

Vaak voorkomende oorzaken van gewichtsverlies: >1.000/jaar

Regelmatig voorkomende oorzaken van gewichtsverlies: >100/jaar

Zeldzame oorzaken van gewichtsverlies: <100/jaar

Zeer zeldzame oorzaken van gewichtsverlies: <10/jaar

Extreem zeldzame oorzaken van gewichtsverlies: <1/jaar

  • syndroom van Plummer-Vinson – 0,9
  • erythroblastosis foetalis – 0,9
  • syndroom van Von Hippel-Lindau – 0,9
  • fibromusculaire dysplasie van de darmslagader (fibromusculaire dysplasie van de arteria mesenterialis) – 0,9
  • immunoproliferatieve dunne darmziekte – 0,8
  • aangeboren vernauwing van de grote lichaamsslagader (coarctatio aortae) – 0,8
  • syndroom van Morvan – 0,8
  • cryptokokkeninfectie door het lichaam (gedissemineerde cryptokokkeninfectie) – 0,7
  • gebruik van Yasmin – 0,7
  • Afrikaanse slaapziekte (trypanosomiasis) – 0,7
  • ebruik van tacrine – 0,7
  • babesiose – 0,6
  • berylliose (berylliumintoxicatie) – 0,6
  • liposarcoom van de rug – 0,6
  • NK-LGL-leukemie – 0,6
  • VIPoom – 0,6
  • fibromusculaire dysplasie – 0,6
  • littoral-cell angioma – 0,6
  • hart met onderontwikkelde linker kamer (hypoplastisch linkerhart syndroom) – 0,6
  • verbindweefseling van het spierweefsel van het hart (endomyocardiale fibrose) – 0,6
  • ziekte van Rendu-Osler-Weber (hereditaire hemorrhagische teleangiëctasie) – 0,6
  • chronische eosinofiele leukemie – 0,6
  • esdoornschillerslong (acute allergische alveolitis) – 0,6
  • lymfeklierkanker in de bloedvaten (intravasculair lymfoom) – 0,6
  • coccidioïdomycose (acute coccidioïdomycose) – 0,6
  • neuropathische heredofamiliale amyloïdose – 0,6
  • gewone variabele immuundeficiëntie (common variable immunodeficiency) – 0,6
  • nocardiose verspreid door het lichaam (gedissemineerde nocardiose) – 0,6
  • syndroom van Allgrove (triple-A syndroom) – 0,6
  • lokale spierontsteking in het bovenbeen (focale myositis van de M. quadriceps) – 0,6
  • lokale spierontsteking van de adductor (focale myositis van de Mm. adductores) – 0,6
  • essentiële cryoglobulinemische vasculitis – 0,6
  • syndroom van Heyde – 0,5
  • duplicatiecyste van de maag – 0,5
  • hepatoblastoom – 0,5
  • thyreotoxische crisis – 0,5
  • ziekte van Krabbe – 0,4
  • auto-immuun necrotiserende myopathie – 0,4
  • ziekte van Kikuchi – 0,4
  • gastrinoom van de alvleesklier – 0,4
  • myxoom van de rechterboezem (myxoom van het rechter atrium) – 0,4
  • actinomycose in de buikholte – 0,4
  • lokale spierontsteking in de hals (focale myositis van de M. sternocleidomastoïdeus) – 0,4
  • lokale spierontsteking in de kuit (focale myositis van de M. gastrocnemius) – 0,4
  • tularemie – 0,4
  • plasmacel leukemie – 0,4
  • gedissemineerde histoplasmose – 0,4
  • abnormaal schildklierweefsel in de eierstok (struma ovarii) – 0,3
  • lassakoorts – 0,3
  • eosinofiel granuloom – 0,3
  • spierdystrofie van Duchenne (musculaire dystrofie van Duchenne) – 0,3
  • syndroom van Denys-Drash – 0,3
  • gebruik van Votubia (everolimus) – 0,3
  • gamma zware ketenziekte – 0,3
  • loopgravenkoorts (infectie met Bartonella quintana) – 0,2
  • sequoiose – 0,2
  • syndroom van Schnitzler – 0,2
  • gebruik van Yervoy (ipilimumab) – 0,2
  • galblaascyste (galblaascyste) – 0,2
  • tuberculose van de keel (laryngitis tuberculosa) – 0,2
  • chronisch lijmsnuiven – 0,19
  • granuloma inguinale – 0,19
  • haringwormziekte (anisakiasis) – 0,15
  • gastrinoom van de dunne darm – 0,15
  • chronische coccidioïdomycose – 0,15
  • CREST-syndroom (limited cutaneous sclerosis) – 0,14
  • mitochondrial neurogastrointestinal encephalopathy syndrome – 0,14
  • syndroom van Muckle-Wells – 0,14
  • tekort aan het enzym adenine fosforibosyltransferase (adenine fosforibosyltransferase deficiëntie) – 0,12
  • kobaltvergiftiging door inname van kobalt – 0,11
  • paracoccidioïdomycose – 0,11
  • ziekte van Keshan – 0,11
  • gebruik van tetrabenazine (Tetmodis, Xenazine) – 0,10
  • koortsaanvallen na tekenbeet (febris recurrens door Borrelia recurrentis) – 0,08
  • erfelijke alvleesklierontsteking (hereditaire pancreatitis) – 0,08
  • koortsaanvallen na luizenbeet (febris recurrens door Borrelia duttoni) – 0,07
  • riftdalkoorts – 0,06
  • fatale familiaire insomnie – 0,06
  • refeeding-syndroom – 0,06
  • aangeboren tekort aan carnitine (primaire carnitinedeficiëntie) – 0,06
  • melanoom van de bijnier (maligne melanoom in de bijnier) – 0,04
  • Ewing sarcoom – 0,04
  • idiopathische myo-intimale hyperplasie van de mesenteriale venen – 0,03
  • ziekte van Wolman – 0,03
  • miltvuur (anthrax) – 0,03
  • tekort aan het enzym SCAD (short-chain acyl-coenzyme A dehydrogenase deficiëntie) – 0,02
  • knikkebolziekte – 0,02
  • hart met drie boezems (cor triatriatum) – 0,012
  • syndroom van Axenfeld-Rieger – 0,012
  • syndroom van Barth (3-methylglutaconacidurie type 2) – 0,012
  • Huntington’s disease-like 2 – 0,012
  • syndroom van Omenn – 0,012
  • syndroom van Alström – 0,011
  • gele koorts – 0,001

Gepubliceerd door: Simpto.nl
Datum van publicatie: 7 juni 2017
Auteur: Erwin Douwes
Laatst bijgewerkt op: 7 juni 2017

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *