Inleiding over duizeligheid

Duizeligheid komt vaak voor. Duizeligheid kan worden veroorzaakt door verschillende ziektebeelden. Om duizeligheid goed te kunnen behandelen moet daarom eerst naar de oorzaak worden gezocht. Om een idee te krijgen van de oorzaak is het van belang om te weten om wat voor soort duizeligheid het gaat en wanneer het optreedt. Ten eerste moet onderscheid worden gemaakt tussen ‘draaiduizeligheid‘ en een ‘licht gevoel in het hoofd’. Verder is het mogelijk dat duizeligheid optreedt in een bepaalde lichaamshouding.

Oorzaken van duizeligheid

Er zijn ontzettend veel verschillende oorzaken voor duizeligheid. De meeste oorzaken kunnen worden ingedeeld in één van de volgende groepen:

Kijk voor een uitgebreid overzicht van oorzaken van duizeligheid onderaan deze pagina (‘Duizeligheid – uitgebreide differentiaal diagnose‘).

Wat kun je zelf doen?

Er is niet zo veel wat je zelf kunt doen als je duizelig bent. Het is namelijk van belang om eerst te weten wat de oorzaak van de duizeligheid is.

Wat kan de arts doen?

De huisarts zal ook eerst willen weten wat de oorzaak van de duizeligheid is. Om daarachter te komen zal de huisarts vragen stellen, lichamelijk onderzoek doen, en aanvullend onderzoek aanvragen (laboratoriumonderzoek, beeldvormend onderzoek).

Als de huisarts er niet uitkomt kan worden doorverwezen naar een medisch specialist, bijvoorbeeld een neuroloog, KNO-arts of cardioloog.

Vraaggesprek

In het vraaggesprek met de patiënt zal de arts vragen stellen die in de richting van bepaalde oorzaken kunnen wijzen: Hoe lang ben je duizelig? Kwam de duizeligheid plotseling? Komt de duizeligheid in aanvallen? Zijn er ook andere klachten? Gebruik je geneesmiddelen? Zo ja, welke?

Lichamelijk onderzoek

De arts kan vervolgens lichamelijk onderzoek doen. Hierbij zal extra goed worden gekeken naar afwijkingen die passen bij de eerder genoemde oorzaken. Zo zal iemand met bloedarmoede vaak een bleke verkleuring van het bindvlies van het oog hebben. Bij iemand met een vernauwing van de aortaklep zal vaak een ruisje over het hart hoorbaar zijn etc.

Behandeling duizeligheid

De behandeling is afhankelijk van de onderliggende oorzaak.

Engelse vertaling

dizziness


Duizeligheid – uitgebreide differentiaal diagnose

Hieronder een lijst met meer dan 600 verschillende oorzaken voor duizeligheid. Het getal achter elke oorzaak is een schatting van het aantal mensen dat jaarlijks vanwege die oorzaak duizelig is.

Zeer vaak voorkomende oorzaken van duizeligheid: >10.000/jaar

Vaak voorkomende oorzaken van duizeligheid: >1.000/jaar

Regelmatig voorkomende oorzaken van duizeligheid: >100/jaar

Zeldzame oorzaken van duizeligheid: <100/jaar

Zeer zeldzame oorzaken van duizeligheid: <10/jaar

Extreem zeldzame oorzaken van duizeligheid: <1/jaar

  • gebruik van Stribild (elvitegravir-cobicistat-gemcitabine-tenofovir) – 0,9
  • gebruik van biperideen – 0,9
  • gebruik van Toviaz (fesoterodine) – 0,9
  • tetanus – 0,9
  • myxoom van de rechterboezem (myxoom van het rechter atrium) – 0,8
  • hersenvliesontsteking door Streptococcus suis (Streptococcus suis-meningitis) – 0,8
  • aangeboren methemoglobinemie type I (congenitale methemoglobinemie type I) – 0,8
  • syndroom van Kartagener (primaire ciliaire dyskinesie – type Kartagener) – 0,8
  • gebruik van reserpine – 0,8
  • gebruik van Arcoxia (etoricoxib) – 0,8
  • gebruik van Zyvoxid (linezolid) – 0,8
  • ziekte van Von Willebrand – type 3 – 0,8
  • familiaire progressieve vestibulocochleaire dysfunctie – 0,7
  • gebruik van parecoxib (Dynastat) – 0,7
  • verstopping van de longaderen (pulmonale veno-occlusieve ziekte) – 0,7
  • coccidioïdomycose (acute coccidioïdomycose) – 0,7
  • mangaanvergiftiging (mangaanintoxicatie) – 0,6
  • ontsteking van het hart door acuut reuma (acute reumatische myocarditis) – 0,6
  • syndroom van Vogt-Koyanagi-Harada – 0,6
  • gebruik van cyproheptadine – 0,6
  • infectie van de hersenstam door Listeria bacterie (rombencefalitis door Listeria monocytogenes) – 0,6
  • episodische spontane hypothermie met hyperhidrose – 0,6
  • fibromusculaire dysplasie – 0,5
  • gebruik van Daliresp / Libertek (roflumilast) – 0,5
  • gebruik van Dificlir (fidaxomicine) – 0,5
  • gebruik van Inegy (ezetimibe + simvastatine) – 0,5
  • gebruik van pegfilgrastim (Neulasta) – 0,5
  • gebruik van propylthiouracil – 0,5
  • gebruik van Rasilamlo (aliskiren/amlodipine) – 0,5
  • gebruik van Rasilez (aliskiren) – 0,5
  • gebruik van Rasilez HCT (aliskiren/hydrochloorthiazide) – 0,5
  • gebruik van tetrabenazine (Tetmodis, Xenazine) – 0,5
  • gebruik van pentamidine – 0,5
  • tumefactieve demyeliniserende afwijking – 0,5
  • CREST-syndroom (limited cutaneous sclerosis) – 0,5
  • vergiftiging met dichloormethaan (acute dichloormethaanintoxicatie) – 0,5
  • gebruik van Cymevene (ganciclovir) – 0,5
  • ontsteking van de hersenen door het St.-Louis-encefalitis virus (St.-Louis-encefalitis) – 0,4
  • gebruik van Bosulif (bosutinib) – 0,4
  • gebruik van piroxicam – 0,4
  • spontane lekkage van hersenvocht (spontane liquorlekkage) – 0,4
  • los botje op de plaats van de dens van de tweede halswervel (os odontoideum) – 0,4
  • gebruik van Yervoy (ipilimumab) – 0,4
  • syndroom van Von Hippel-Lindau – 0,4
  • syndroom van Cogan (Cogan-I-syndroom) – 0,4
  • syndroom van Allgrove (triple-A syndroom) – 0,3
  • West-Nijl koorts (West-Nijl virusinfectie) – 0,3
  • zwelling van de hersenen door hoogteziekte (hoogte-hersenoedeem) – 0,3
  • capillairleksyndroom – 0,3
  • aangeboren methemoglobinemie type II (congenitale methemoglobinemie type II) – 0,3
  • cadmiumvergiftiging (cadmiumintoxicatie) – 0,3
  • endolymphatic sac tumor – 0,3
  • gebruik van Benlysta (belimumab) – 0,3
  • histiocytose (Langerhans-cel histiocytose) – 0,3
  • cysticercose van het zenuwstelsel (neurocysticercose) – 0,3
  • overgevoelig voor kaneel (kaneelallergie) – 0,3
  • gebruik van Edurant (rilpivirine) – 0,3
  • gebruik van kinine – 0,3
  • Hymenolepis infectie (hymenolepiasis) – 0,2
  • ehrlichiose (humane monocytaire ehrlichiose) – 0,2
  • syndroom van Riley-Day (familiaire dysautonomie) – 0,2
  • Nipah-virusinfectie (Nipah-virusinfectie) – 0,2
  • gebruik van alglucosidase alfa (Myozyme) – 0,2
  • gebruik van Emselex (darifenacine) – 0,2
  • gebruik van Januvia (sitagliptine) – 0,2
  • gebruik van ofloxacine (Tarivid) – 0,2
  • gebruik van terbinafine – 0,2
  • gebruik van chelatietherapie met EDTA – 0,2
  • ataxie van Friedreich – 0,19
  • gebruik van Combivir (lamivudine/zidovudine) – 0,15
  • stralingsziekte (acute stralingsziekte) – 0,15
  • gebruik van Elonva (corifollitropine alfa) – 0,10
  • gebruik van lovastatine (Mevacor) – 0,10
  • gebruik van Simponi (golimumab) – 0,10
  • gebruik van Vibativ (telavancine) – 0,10
  • kobaltvergiftiging door inname van kobalt (kobaltintoxicatie door ingestie van kobalt) – 0,09
  • hemofilie A (factor VIII-deficiëntie) – 0,09
  • syndroom van Muckle-Wells – 0,08
  • lassakoorts – 0,07
  • builenpest (Yersinia pestis-infectie) – 0,07
  • gebruik van Fampyra (fampridine) – 0,07
  • riftdalkoorts – 0,07
  • kanker van spierweefsel in het oor (rabdomyosarcoom in het oor) – 0,06
  • syndroom van Susac (retinocochleacerebrale vasculopathie) – 0,06
  • tekort aan koper (koperdeficiëntie) – 0,05
  • gebruik van Leganto (rotigotine) – 0,05
  • gebruik van octocog alfa (Kogenate, Kovaltry, Advate, Helixate Nexgen) – 0,05
  • gebruik van procaïnamide (Pronestyl) – 0,05
  • syndroom van Bartter – 0,04
  • gebruik van azilsartan – 0,04
  • vogelgriep (aviaire influenza) – 0,03
  • gebruik van dicycloverine – 0,02
  • gebruik van Firdapse (amifampridine) – 0,02
  • gebruik van Striverdi Respimat (olodaterol) – 0,02
  • gebruik van ticlopidine (gebruik van ticlopidine) – 0,02
  • gebruik van Ultibro Breezhaler (indacaterol/glycopyrronium) – 0,02
  • hemofilie B (factor IX-deficiëntie) – 0,015
  • hemofilie C (factor XI-deficiëntie) – 0,010
  • familial isolated vitamin E deficiency – 0,008
  • PEHO-syndroom – 0,004

Gepubliceerd door: Simpto.nl
Publicatiedatum: 16 november 2015
Auteur: Erwin Douwes
Laatst bijgewerkt op: 29 mei 2017

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *