Dikke voeten

Dikke voeten – Oorzaken

Er zijn veel verschillende oorzaken voor het ontstaan van dikke voeten. De meest voorkomende oorzaak is oedeem. Meestal gaat het om oedeem tijdens de zwangerschap of oedeem doordat het hart het bloed slecht doorpompt. Dit laatste wordt hartfalen genoemd.

De oorzaken van gezwollen voeten beiderzijds zijn anders dan die van een gezwollen voet aan één kant.

Hoe wordt de diagnose gesteld?

De arts zal willen weten wat de oorzaak van de gezwollen voeten is. Pas dan kan de juiste behandeling worden gekozen.

Om erachter te komen wat de oorzaak van de zwelling van de voeten is zal de arts vragen stellen en lichamelijk onderzoek doen. Eventueel kan ook nog aanvullend onderzoek worden aangevraagd, zoals laboratoriumonderzoek en beeldvormend onderzoek.

Lichamelijk onderzoek

Bij lichamelijk onderzoek zal de arts vooral letten op verschijnselen van hartfalen, zoals verhoogde centraal veneuze druk, vergrote lever, en crepitaties over de longen.

Laboratoriumonderzoek

Bij bloedonderzoek zal worden gekeken naar afwijkingen die ontstaan bij nierziekten, zoals een verhoogd creatinine gehalte.

Bij urineonderzoek zal worden gekeken of er sprake is van een verhoogd eiwitgehalte in de urine. Dit wordt proteïnurie genoemd.

Engelse vertaling

swelling of the feet


Dikke voeten – Differentiaal Diagnose (DD)

Hieronder een uitgebreid overzicht van oorzaken voor het symptoom ‘dikke voeten’. Het getal achter de oorzaak is een schatting van het aantal mensen dat jaarlijks in Nederland vanwege die oorzaak dikke voeten krijgt.

Vaak voorkomende oorzaken van dikke voeten: >1.000/jaar

Minder vaak voorkomende oorzaken van dikke voeten: <1.000/jaar

Zeldzame oorzaken van dikke voeten: <100/jaar

Zeer zeldzame oorzaken van dikke voeten: <10/jaar

  • koudeallergie (primaire koude urticaria) – 9
  • compartimentsyndroom van de buik (abdominaal compartimentsyndroom) – 8
  • acrocyanose – 7
  • gebruik van Xarelto (rivaroxaban) – 7
  • pityriasis rubra pilaris (pityriasis rubra pilaris) – 7
  • aspirine-intolerantie (intolerantie voor NSAID’s) – 7
  • gebruik van Lertec (enalapril en lercanidipine) – 7
  • hydropssyndroom bij de moeder (maternaal hydropssyndroom) – 7
  • gebruik van voriconazol (Vfend) – 6
  • aangeboren vernauwing van de grote lichaamsslagader (coarctatio aortae) – 6
  • gebruik van barnidipine (merknaam: Cyress) – 6
  • gebruik van labetalol (tabletten) – 6
  • nierfilterontsteking na infectie met streptococ-bacterie (acute poststreptokokkenglomerulonefritis) – 6
  • te langzaam werkende schildklier door bestraling in het halsgebied (radiotherapie-geïnduceerde hypothyreoïdie) – 5
  • syndroom van Turner – 5
  • gebruik van dutasteride (Avodart) – 5
  • gebruik van ropinirol (Requip) – 5
  • overgevoelig voor benzoylperoxide (benzoylperoxide-allergie) – 5
  • molazwangerschap (mola hydatidosa) – 5
  • carcinoïd – 4
  • sclerodermie (systemische sclerose) – 4
  • membranoproliferatieve glomerulonefritis – 4
  • botontsteking bij sikkelcelziekte (osteomyelitis bij sikkelcelanemie) – 4
  • myxoom van de rechterboezem (myxoom van het rechter atrium) – 4
  • syndroom van Alport – 4
  • erythroblastosis foetalis – 4
  • stille schildklierontsteking (stille thyreoïditis) – 4
  • loopgravenvoet (maceratio cutis pedum) – 4
  • tekort aan alfa-1-antitrypsine (alfa-1-antitrypsine deficiëntie) – 4
  • ziekte van Milroy (hereditair lymfoedeem type 1) – 3
  • overdosis acetylsalicylzuur (salicylaatintoxicatie) – 3
  • acute reumatische endocarditis (acute reumatische endocarditis) – 3
  • gebruik van Onbrez Breezhaler (indacaterol) (gebruik van Onbrez Breezhaler (indacaterol)) – 3
  • leververgroting door glycogeenstapeling (glycogene hepatopathie) – 3
  • syndroom van Mauriac (syndroom van Mauriac) – 3
  • roze ziekte (acrodynie) – 3
  • purpura fulminans (purpura fulminans) – 3
  • ziekte van Waldmann (primaire intestinale lymfangiëctasie) – 3
  • overdosis XTC (ecstasy intoxicatie) – 2
  • te langzaam werkende schildklier door geneesmiddel (geneesmiddelen-geïnduceerde hypothyreoïdie) – 2
  • gele nagel syndroom (gele nagel syndroom) – 2
  • asbestziekte (asbestose) – 1
  • ziekte van Whipple – 1

Extreem zeldzame oorzaken van dikke voeten: <1/jaar

  • ziekte van Finkelstein (acuut hemorragisch oedeem bij kinderen) – 0,9
  • hart met onderontwikkelde linker kamer (hypoplastisch linkerhart syndroom) – 0,8
  • verbindweefseling van het spierweefsel van het hart (endomyocardiale fibrose) – 0,8
  • ziekte van Rendu-Osler-Weber (hereditaire hemorrhagische teleangiëctasie) – 0,8
  • gebruik van Vesicare (solifenacine) – 0,8
  • podoconiose – 0,7
  • idiopathische membranoproliferatieve glomerulonefritis (membranoproliferatieve glomerulonefritis type II) – 0,7
  • chronisch lijmsnuiven – 0,7
  • ziekte van Keshan – 0,7
  • syndroom van Heyde – 0,6
  • ziekte van Chagas – 0,6
  • thyreotoxische crisis – 0,6
  • gebruik van Inegy (ezetimibe + simvastatine) – 0,5
  • koolmonoxidevergiftiging (acute koolmonoxideintoxicatie) – 0,5
  • erfelijke hemofagocytaire lymfohistiocytose (primaire hemofagocytaire lymfohistiocytose) – 0,5
  • gebruik van fenylbutazon – 0,5
  • lepra (infectie met Mycobacterium leprae) – 0,4
  • aangeboren tekort aan carnitine (primaire carnitinedeficiëntie) – 0,4
  • spierdystrofie van Duchenne (musculaire dystrofie van Duchenne) – 0,4
  • schildklierontsteking van Riedel (chronische fibreuze thyreoïditis van Riedel) – 0,4
  • capillairleksyndroom – 0,3
  • hart met drie boezems (cor triatriatum) – 0,2
  • refeeding-syndroom – 0,2
  • eosinofiele fasciitis – 0,2
  • Afrikaanse slaapziekte (trypanosomiasis) – 0,2
  • CREST-syndroom (limited cutaneous sclerosis) – 0,2
  • lymfeklierkanker in de bloedvaten (intravasculair lymfoom) – 0,2
  • coccidioïdomycose (acute coccidioïdomycose) – 0,2
  • loopgravenkoorts (infectie met Bartonella quintana) – 0,1
  • mijnworminfectie (ancylostomiasis) – 0,1
  • secundaire erythermalgie (secundaire erythermalgie) – 0,12
  • syndroom van Alström – 0,08
  • koortsaanvallen na tekenbeet (febris recurrens door Borrelia recurrentis) – 0,05
  • koortsaanvallen na luizenbeet (febris recurrens door Borrelia duttoni) – 0,04
  • ontbreken van albumine in het bloed (analbuminemie) – 0,04
  • syndroom van Hennekam (Hennekam-lymfangiëctasie-lymfoedeemsyndroom) – 0,04
  • GM1 gangliosidose – vroeg infantiele vorm (GM1 gangliosidose – vroeg infantiele vorm) – 0,03
  • primaire cryofibrinogenemie (primaire cryofibrinogenemie) – 0,02
  • syndroom van Axenfeld-Rieger (syndroom van Axenfeld-Rieger) – 0,02
  • syndroom van Barth (3-methylglutaconacidurie type 2) – 0,02
  • gele koorts – 0,002

Gepubliceerd door: Simpto.nl
Datum van publicatie: 1 januari 2018
Auteur: Erwin Douwes
Laatst bijgewerkt op: 1 januari 2018


Synoniemen voor dikke voeten zijn gezwollen voeten, voeten gezwollen, opgezwollen voeten, voeten opgezwollen, zwelling voeten, zwelling van de voeten, dikke voeten beiderzijds, en beiderzijds dikke voeten.