Oorzaken buikpijn

Er zijn ontzettend veel oorzaken voor pijn in de buik. Hieronder een uitgebreid overzicht van oorzaken van buikpijn. Het getal achter de oorzaak geeft een schatting van het aantal mensen dat jaarlijks in Nederland vanwege die oorzaak buikpijn heeft.

buikpijn
buikpijn
  • buikgriep door norovirus (norovirusinfectie) – 324.000
  • verrekte spier in de buik – 315.000
  • bevalling (partus) – 153.000
  • spierpijn van de buikspieren – 144.000
  • voedselvergiftiging (enteritis) – 105.000
  • gebruik van een nieuw geneesmiddel – 100.000
  • buikgriep door rotavirus (rotavirusinfectie) – 91000
  • blaasontsteking (acute cystitis) – 78.750
  • infectie van de darm door Campylobacter-bacterie (Campylobacter enteritis) – 69.600
  • verstopping (idiopathische obstipatie) – 56.000
  • spastische dikkedarm (prikkelbaredarmsyndroom) – 53.940
  • gebruik van ijzertabletten – 37.500
  • onbegrepen klachten (functionele klachten) – 37.500
  • ontsteking van de eileider (salpingitis) – 32.300
  • galsteenaanval (galsteenkoliek) – 32.130
  • verhoging van de dosering van een geneesmiddel – 30.000
  • voortijdig op gang komen van de baring (dreigende premature partus) – 28.800
  • dronkenschap (alcoholintoxicatie (intentioneel)) – 27.500
  • reizigersdiarree (enteritis veroorzaakt door E. coli) – 25.000
  • gevoelige maag (functionele dyspepsie) – 24.750
  • inenting (vaccinatie) – 24.200
  • divertikelziekte van de dikke darm (diverticulose van het colon) – 24.050
  • menstruatiepijn zonder onderliggende oorzaak (primaire dysmenorroe) – 19.440
  • blindedarmontsteking (acute appendicitis) – 17.820
  • dreigende miskraam (abortus imminens) – 17.500
  • verklevingen in de buik (adhesies in de buikholte) – 16.290
  • ontstoken divertikel (acute diverticulitis) – 14.355
  • angst – 12.500
  • infectie van de darm door astrovirus (astrovirusinfectie) – 12.500
  • ontstoken keelamandelen (acute tonsillitis) – 12.250
  • chronische ontsteking van de maag (chronische gastritis) – 12.060
  • gebruik van macrogol combinatiepreparaten – 9.920
  • normale menstruatie (menstruatie) – 9.900
  • miskraam (spontane abortus) – 8.750
  • niersteenaanval (niersteenkoliek) – 8.160
  • jetlag – 7.500
  • chronische buikpijn (chronische idiopathische buikpijn) – 7.463
  • infectie van het maagdarmkanaal door E. coli (E.coli enteritis) – 7.200
  • keizersnede (sectio caesarea) – 7.000
  • ontsteking in het kleine bekken (acute pelvic inflammatory disease) – 7.000
  • maagbreuk (sliding hernia diafragmatica) – 6.840
  • vleesboom (myoma uteri) – 6.500
  • chronische hyperventilatie (chronische hyperventilatie syndroom) – 6.000
  • cryptosporidiose – 5.610
  • nierbekkenontsteking (acute pyelonefritis) – 5.425
  • endometriose – 5.363
  • gebruik van diclofenac (Voltaren, Cataflam, Arthrotec) – 5.000
  • gebruik van omeprazol (Losec) – 5.000
  • middenpijn (ovulatiepijn) – 5.000
  • premenstrueel syndroom (premenstruele stoornis) – 4.875
  • gebruik van metformine (Glucophage, Diaformin) – 4.800
  • dubbelzijdige waterzaknier (bilaterale hydronefrose) – 4.576
  • buikvliesontsteking (peritonitis) – 4.541
  • ontsteking van de lymfeklieren in de buik (lymfadenitis mesenterica) – 4.350
  • bloedarmoede door een tekort aan ijzer (ijzergebreksanemie) – 4.200
  • lactose-intolerantie – 4.000
  • ontsteking van het baarmoederslijmvlies (endometritis) – 4.000
  • stress (psychische of emotionele stress) – 4.000
  • zwangerschap (graviditeit) – 4.000
  • longontsteking (pneumonie) – 3.965
  • vruchtensuikerintolerantie (intestinale fructose-intolerantie) – 3.757
  • waterpokken (varicella zoster-infectie) – 3.750
  • psychische oorzaak (psychogeen) – 3.500
  • galstenen (cholelithiasis) – 3.300
  • normaal verschijnsel (fysiologisch) – 3.300
  • middenoorontsteking (acute otitis media) – 3.240
  • peuterdiarree (chronische niet-specifieke diarree op de peuterleeftijd) – 3.240
  • salmonellose (Salmonella enterocolitis) – 3.179
  • infectie van de darm door adenovirus (enteritis door adenovirus) – 3.150
  • infectie van de darm door Clostridium-bacterie (C. difficile-infectie) – 3.045
  • groeipijn – 3.000
  • overdosis cafeïne (acute cafeïne-intoxicatie) – 3.000
  • maagzweer (ulcus ventriculi) – 2.888
  • angio-oedeem (verworven angio-oedeem) – 2.875
  • infectie van de dunne darm door Giardia lamblia (giardiasis) – 2.805
  • runderlintworm (Taenia saginata-infectie) – 2.625
  • ontsteking van het maagslijmvlies door de Helicobacter bacterie (chronische gastritis door H. pylori) – 2.500
  • vliegangst – 2.400
  • depressie (depressieve stoornis) – 2.250
  • gebruik van paddo’s (gebruik van hallucinogene paddestoelen) – 2.100
  • buikmigraine (abdominale migraine) – 2.098
  • maagverlamming (gastroparese) – 2.088
  • overdosis paracetamol (paracetamol-intoxicatie) – 2.063
  • ontsteking van de alvleesklier (acute pancreatitis) – 2.003
  • eierstokcyste (ovariumcyste) – 1.935
  • zweer van de dunne darm (ulcus duodeni) – 1.920
  • spastische galblaas – 1.800
  • paniekaanval (paniekstoornis) – 1.680
  • gebruik van amoxicilline met enzymremmer (Augmentin) – 1.600
  • ontsteking van de maag (acute gastritis) – 1575
  • cannabis emesis syndroom (cannabis hyperemesis syndroom) – 1.575
  • ontsteking van de galblaas (acute cholecystitis) – 1.550
  • Chlamydia-infectie van geslachtsorganen of urinewegen bij de vrouw (urogenitale Chlamydia-infectie) – 1.500
  • gebruik van metronidazol (Flagyl) – 1.500
  • verhoogd calcium gehalte in het bloed (hypercalciëmie) – 1.488
  • gebruik van ibuprofen (Brufen) – 1.480
  • ontsteking van de alvleesklier door alcohol (alcoholische pancreatitis) – 1.470
  • fibromyalgie- 1.443
  • chronisch bekkenpijn syndroom – 1.440
  • gebruik van lactulose (Legendal) – 1.440
  • ophoping van urine in de blaas (retentieblaas) – 1.411
  • uitzaaiingen in de lever (levermetastasen) – 1.325
  • vastzittende ontlasting (fecale impactie) – 1.293
  • verzuring door alcoholgebruik (alcoholische ketoacidose) – 1.287
  • maagbloeding – 1.250
  • gebruik van hydrochloorthiazide – 1.240
  • faalangst – 1.200
  • gebruik van simvastatine (Zocor) – 1.200
  • gebruik van Viagra (sildenafil) – 1.200
  • slecht werkende nieren (acute nierinsufficiëntie) – 1.200
  • aanhoudende ontsteking van de alvleesklier (chronische pancreatitis) – 1.163
  • valse weeën (Braxton-Hicks contracties) – 1.150
  • afsluiting van de dunne darm (mechanische ileus van de dunne darm) – 1.125
  • buitenbaarmoederlijke zwangerschap (extra-uteriene graviditeit) – 1.120
  • hoge bloeddruk (essentiële hypertensie) – 1.100
  • sociale angststoornis (sociale fobie) – 1.080
  • gebruik van azitromycine (Zithromax) – 1.050
  • gebruik van methylfenidaat (Concerta, Ritalin) – 1.015
  • afsluiting van de galgang (choledochus-obstructie) – 1.000
  • gebruik van indometacine (Indocid) – 1.000
  • gebruik van naproxen (Aleve, Femex, Naprosyne, Naprovite) – 1.000
  • liesbreuk (hernia inguinalis) – 990
  • dikkedarmkanker (coloncarcinoom) – 984
  • gaatje in de dikke darm (colonperforatie) – 972
  • pleinvrees (agorafobie) – 900
  • zenuwpijn na gordelroos (postherpetische neuralgie) – 880
  • alcoholverslaving (chronisch alcoholisme) – 875
  • gebruik van levocetirizine (Xyzal) – 860
  • gebruik van pravastatine (Selektine) – 850
  • hartaanval (myocardinfarct) – 820
  • overgevoelig voor gluten (coeliakie) – 813
  • gaatje in de maag (maagperforatie) – 810
  • poliep in de dikke darm (polyposis coli) – 810
  • operatie aan de prostaat (prostatectomie) – 800
  • posttraumatische stressstoornis – 800
  • gebarsten aneurysma van de buikaorta (geruptureerd aneurysma van de abdominale aorta) – 792
  • bloeding in de eileider (hematosalpinx) – 789
  • ziekte van Henoch-Schönlein (purpura van Henoch-Schönlein) – 788
  • slecht werkende bijnier veroorzaakt door geneesmiddelen (geneesmiddelen-geïnduceerde bijnierschorsinsufficiëntie) – 780
  • trombose van de poortader (vena porta trombose) – 780
  • verzakking van de baarmoeder (uterusprolaps) – 770
  • gebruik van pepermuntolie (Tempocol) – 760
  • placentaloslating (abruptio placentae) – 752
  • gebruik van nifedipine (Adalat) – 750
  • galstenen in de grote galgang (choledocholithiasis) – 735
  • divertikelbloeding – 728
  • chronische enkelzijdige afsluiting van de urinewegen (chronische unilaterale obstructieve uropathie) – 720
  • beknelling van zenuw in de buikwand (beknelling van de ramus cutaneus anterior van intercostaal zenuw in de buikwand) – 715
  • gebruik van esomeprazol (Nexium) – 700
  • gebruik van Lariam (mefloquine) – 680
  • endometriose in het spierweefsel van de baarmoeder (adenomyose) – 660
  • roodvonk (scarlatina) – 660
  • zwangerschapsvergiftiging (pre-eclampsie) – 644
  • ontsteking van de dikke darm door zuurstoftekort (acute ischemische colitis) – 640
  • gebruik van pantoprazol (Pantozol) – 638
  • gebruik van chloroquine (Nivaquine) – 600
  • navelbreuk (hernia umbilicalis) – 600
  • gescheurde eileider (tubaruptuur) – 585
  • niersteen in de urineleider (uretersteen) – 585
  • gebruik van claritromycine (Klacid) – 580
  • maagkanker (maagcarcinoom) – 576
  • syndroom van cyclisch braken – 575
  • hepatitis B – 558
  • gaatje in de dunne darm (dunne darm perforatie) – 540
  • ineengeschoven darm (invaginatie van de darm) – 540
  • niersteen (nefrolithiasis) – 540
  • hartaanval van de voorwand van het hart (voorwandinfarct) – 500
  • HELLP-syndroom – 500
  • ophoping contrastmiddel in de darmen – 500
  • stoppen met het gebruik van steroiden (steroïden onttrekkingssyndroom) – 500
  • vernauwing van de darmslagader (stenose van de A. mesenterica) – 495
  • abces van eileider en eierstok (tubo-ovarieel abces) – 495
  • vergrote prostaat (benigne prostaathypertrofie) – 495
  • alvleesklierkanker (pancreascarcinoom) – 490
  • necrotiserende pancreatitis – 487
  • bacteriële overgroei in de dunne darm – 480
  • hemangioom van de lever – 480
  • instabiele angina pectoris – 463
  • afsluiting van de dikke darm (mechanische ileus van het colon) – 450
  • gebruik van fluconazol (Diflucan) – 450
  • kindermishandeling – 450
  • syndroom van Gilbert – 448
  • ziekte van Crohn (enteritis regionalis) – 442
  • boulimie (bulimia nervosa) – 440
  • colitis ulcerosa – 432
  • aarsmaden (oxyuriasis) – 429
  • ontsteking van de maag door alcoholgebruik (alcoholische gastritis) – 400
  • angina pectoris – 390
  • blaassteen – 390
  • spierafbraak (rabdomyolyse) – 384
  • gebruik van perindopril (Coversyl) – 380
  • verleden met incest of verkrachting – 370
  • beknelling van zenuw in de lies (compressie van de nervus ilio-inguinalis) – 364
  • afgenomen doorbloeding van de darmslagader (ischemie van de darmen) – 360
  • bloeduitstorting in de rechte buikspier (rectusschedehematoom) – 360
  • gebruik van montelukast (Singulair) – 360
  • gebruik van rosuvastatine (Crestor) – 360
  • verwonding aan de lever (leverletsel) – 360
  • bloedarmoede door een tekort aan vitamine B12 (pernicieuze anemie) – 350
  • draaiing van de dikke darm (volvulus van het sigmoid) – 346
  • gebruik van Avastin (bevacizumab) – 345
  • draaiing van de ingewanden (volvulus) – 338
  • eenzijdige verstopping van de urinewegen (unilaterale obstructieve uropathie) – 338
  • galgangontsteking (acute cholangitis) – 329
  • gebarsten eierstokcyste (geruptureerde ovariumcyste) – 325
  • alcoholische leverziekte – 320
  • draaiing van de zaadbal (torsio testis) – 320
  • ontsteking van de prostaat door bacteriën (acute bacteriële prostatitis) – 320
  • trombose van de onderste holle ader (vena cava inferior) – 320
  • voorwerp in de dunne darm (corpus alienum in de dunne darm) – 320
  • draaiing van de eierstok (torsie van het ovarium) – 317
  • pseudocyste van de alvleesklier (pseudocyste van het pancreas) – 315
  • verlamming van de darm (paralytische ileus) – 307
  • afsterven van weefsel in de milt door slechte doorbloeding (miltinfarct) – 305
  • auto-immuun gastritis – 300
  • chocoladecyste (endometriose in het ovarium) – 300
  • gescheurde milt door ongeval of verwonding (traumatische miltruptuur) – 298
  • niet goed werkende alvleesklier (exocriene pancreas insufficiëntie) – 295
  • eierstokkanker (ovariumcarcinoom) – 294
  • Mallory-Weiss scheurtjes – 290
  • abces in de buikholte (intra-abdominaal abces) – 288
  • verkeerd geplaatst spiraaltje – 274
  • trombose van de darmslagader (trombose van de A. mesenterica) – 274
  • voorliggende placenta (placenta previa) – 272
  • borstvliesontsteking (pleuritis) – 264
  • doorgebroken divertikelontsteking (geperforeerde diverticulitis) – 264
  • ontsteking van de vruchtvliezen (chorioamnionitis) – 260
  • gebruik van alendroninezuur (Fosamax) – 250
  • gebruik van amlodipine (Norvasc) – 250
  • prostaatkanker (prostaatcarcinoom) – 246
  • vernauwing van de blaashals (verworven blaashalsstenose) – 243
  • bestraling voor prostaatkanker (radiotherapie voor prostaatcarcinoom) – 240
  • boezemflutter (atriumflutter) – 240
  • gebruik van bisfosfonaten – 240
  • spontane buikvliesontsteking door bacteriën (spontane bacteriële peritonitis) – 240
  • verwaarlozing door de ouders (emotionele verwaarlozing) – 240
  • ontsteking van de slagader aan de slaap (arteriitis temporalis) – 225
  • gebruik van cyclofosfamide (handelsnaam: Endoxan®) – 220
  • mesothelioom van het buikvlies (maligne peritoneaal mesothelioom) – 216
  • voedselvergiftiging door Bacillus cereus diarree-toxine – 215
  • premenstruele dysfore stoornis – 215
  • overgevoelig voor pinda’s (pinda-allergie) – 214
  • gebruik van fexofenadine (Telfast) – 210
  • infectie van de darm door Yersinia-bacterie (Yersinia enteritis) – 210
  • gaatje in de baarmoeder (uterusperforatie) – 209
  • chemische verbranding van de arm – 200
  • langdurig gebruik van corticosteroïden (chronisch corticosteroïd-gebruik) – 200
  • truncus coeliacus compressie syndroom – 195
  • niercelkanker (niercelcarcinoom) – 192
  • overgevoelig voor tarwe (tarwe allergie) – 192
  • aardbeiengalblaas (cholesterolose van de galblaas) – 188
  • pseudomembraneuze colitis – 185
  • galgangkanker (cholangiocarcinoom) – 181
  • abces onder het middenrif (subfrenisch abces) – 180
  • Addison crisis (acute bijnierschorsinsufficiëntie) – 180
  • ophoping van bloed in de buikholte (hematoperitoneum) – 180
  • stoppen met het (langdurig) gebruik van heroïne (heroïne-abstinentiesyndroom ) – 180
  • ziekte van Ménétrier – 180
  • gescheurde lever (leverruptuur) – 180
  • ontsteking in de borstholte (mediastinitis) – 176
  • gebruik van desmopressine (Minrin) – 175
  • levercyste (simpele levercyste) – 170
  • ontsteking van de plasbuis (urethritis) – 170
  • gebruik van loperamide (Imodium) – 165
  • anafylactische reactie – 160
  • slecht werkende bijnier door operatie of bestraling (bijnierschorsinsufficiëntie door operatie of bestraling) – 160
  • blaaskanker (blaascarcinoom) – 158
  • niet doorgankelijk maagdenvlies (hymen imperforatus) – 158
  • bezoar – 156
  • overgevoelig voor geneesmiddelen (geneesmiddelallergie) – 156
  • galblaaspoliep – 150
  • gebruik van amfetamine (speed) – 150
  • gebruik van LSD – 150
  • ontsteking rond de lever (perihepatitis) – 150
  • afsterven van nierweefsel door slechte doorbloeding (nierinfarct) – 145
  • eosinofiele maagdarmontsteking (eosinofiele gastroenteritis) – 145
  • afsluiting van de darm door galstenen (galsteenileus) – 144
  • ontsteking van het hartzakje door bacterie (bacteriële pericarditis) – 144
  • somatisatiestoornis – 144
  • gebruik van budesonide (Rhinocort, Pulmicort) – 140
  • cholesterolpropjes die vastlopen in de nieren (cholesterolembolieën in de nier) – 140
  • verwonding aan de alvleesklier (pancreasletsel) – 140
  • vitamine D-vergiftiging (hypervitaminose D) – 137
  • kanker van het baarmoederslijmvlies (endometriumcarcinoom) – 135
  • levercirrose – 135
  • diabetes type 1 – 130
  • divertikel van Meckel – 128
  • verwonding aan de urinewegen (letsel van de urinewegen) – 123
  • methanolvergiftiging (methanolintoxicatie) – 123
  • hepatitis C (acute hepatitis C) – 120
  • dumpingsyndroom (postgastrectomiesyndroom) – 117
  • epigastrische hernia – 117
  • voedselvergiftiging door Bacillus cereus braak-toxine – 115
  • verwonding aan de nier (nierletsel) – 112
  • verwijding van de grote lichaamsslagader in de buik (aneurysma aortae abdominalis) – 111
  • trombose van de ader van de eierstok (V. ovarica trombose) – 110
  • alcoholvergiftiging (alcoholintoxicatie-niet intentioneel) – 110
  • auto-immuun hepatitis – 108
  • auto-immuunhepatitis door geneesmiddelen (geneesmiddelgeïnduceerde auto-immuunhepatitis) – 108
  • toxisch megacolon – 108
  • spontaan gescheurde milt (spontane miltruptuur) – 106
  • te langzaam werkende bijschildklier (hypoparathyreoïdie) – 105
  • short bowel syndroom (short bowel syndroom) – 102
  • gescheurde blaas (blaasruptuur) – 101
  • trombose van de darmader (mesenteriaalvenetrombose) – 101
  • angina abdominalis – 100
  • gebruik van doxorubicine – 100
  • gebruik van griseofulvine – 100
  • gebruik van Humira (adalimumab) – 100
  • gebruik van risedroninezuur (Actokit, Actonel) – 100
  • para-oesofageale hiatushernia – 100
  • endeldarmkanker (rectumcarcinoom) – 98
  • splijting van de wand van de grote lichaamsslagader (dissectie van de aorta) – 98
  • non-Hodgkin lymfoom – 98
  • galgangcyste (choledochuscyste) – 95
  • voedselvergiftiging door Stafylococcus aureus (Stafylococcus aureus enteritis) – 92
  • bubblebad folliculitis – 90
  • kattenkrabziekte – 90
  • leverabces (pyogeen leverabces) – 90
  • niet-gedraaide dikke darm (malrotatie van het colon) – 90
  • carcinoïd – 90
  • gaatje in de slokdarm (oesofagusperforatie) – 86
  • ontsteking van de darmen door bestraling (bestralingsenteritis) – 85
  • verzuring door ophoping van melkzuur (lactaatacidose) – 85
  • infectie door Blastocystis hominis (blastocystose) – 85
  • gebruik van alfuzosine (Xatral en merkloze versies) – 84
  • amoebendysenterie – 83
  • stoppen met het gebruik van GHB (GHB-onthoudingssyndroom) – 80
  • draaiing van de blinde darm (volvulus van het caecum) – 80
  • nierabces – 80
  • baarmoederhalskanker (cervixcarcinoom) – 79
  • SLE – 78
  • ontstoken divertikel van Meckel – 77
  • verzuring door suikerziekte (diabetische ketoacidose) – 77
  • draaiing van de maag (volvulus van de maag) – 76
  • dijbreuk (hernia femoralis) – 75
  • erythema exsudativum multiforme – major variant – 75
  • gebruik van fluorouracil (Efudix) – 75
  • overdosis lithium (lithiumintoxicatie) – 75
  • gebruik van colchicine – 73
  • prostaatabces – 72
  • Middellandse zeekoorts (familiaire mediterrane koorts) – 71
  • abces in de psoasspier (psoasabces) – 71
  • gebruik van etidroninezuur (Didrokit, Didronel) – 70
  • ontsteking van het vetweefsel rond de darm (panniculitis mesenterica) – 70
  • Q-koorts (acute Q-koorts) – 70
  • ingeklemde hernia obturatoria (geïncarcereerde hernia obturatoria) – 69
  • gescheurde baarmoeder (uterusruptuur) – 68
  • syndroom van Ogilvie (idiopathische intestinale pseudo-obstructie) – 67
  • gebruik van misoprostol (Cytotec) – 67
  • ernstige warmtestuwing (hitteberoerte) – 66
  • gebruik van fluvastatine – 66
  • vetpropjes in de bloedvaten van de nieren (cholesterolembolieën in de nieren) – 66
  • alvleesklierabces (pancreasabces) – 65
  • abces rond de nier (perirenaal abces) – 65
  • hemolytisch uremisch syndroom (typische HUS) – 64
  • splijting van de wand van de bovenste darmslagader (dissectie van de A. mesenterica superior) – 64
  • bacillaire dysenterie (shigellose) – 63
  • gebruik van Constella (linaclotide) – 61
  • feochromocytoom – 60
  • gebruik van Pregnyl (HCG) – 60
  • infectie van de darm door cytomegalovirus (CMV-enteritis) – 59
  • conversiestoornis – 58
  • cyste in de alvleesklier (pancreascyste) – 58
  • erfelijke dikkedarmkanker (hereditair non-polyposis colorectaal carcinoom) – 58
  • gebruik van gemfibrozil – 57
  • chronische ontsteking van de galblaas (chronische cholecystitis) – 55
  • gebruik van gliclazide (Diamicron) – 55
  • gebruik van spiraaltje – 55
  • gebruik van capecitabine (Xeloda) – 50
  • polypose van de maag (fundic gland polyposis) – 50
  • nierbekkenontsteking met granulomen (xanthogranulomateuze pyelonefritis) – 49
  • darmschistosomiasis (intestinale schistosomiasis) – 48
  • operatie aan de slokdarm (oesofagusoperatie) – 48
  • gebruik van acarbose – 45
  • spoelworminfectie (ascariasis) – 45
  • VTEC-infectie – 45
  • tropische spruw – 44
  • vernauwing van de aortaklep (aortakleptstenose) – 44
  • levercelkanker (hepatocellulair carcinoom) – 43
  • syndroom van Mirizzi – 43
  • ziekte van Kawasaki (mucocutaan lymfklier syndroom) – 42
  • beklemde dijbreuk (beklemde hernia femoralis) – 42
  • refluxnefropathie – 42
  • gebruik van Ammonaps (fenylbutyraat) – 40
  • vocht in de eileider (hydrosalpinx) – 40
  • infectie van het zenuwstelsel door de Borrelia bacterie (neuroborreliose) – 40
  • abces achter het buikvlies (retroperitoneaal abces) – 39
  • haarbal (trichobezoar) – 39
  • blaasschistosomiasis – 38
  • toediening van fentanyl – 38
  • chronische hepatitis C – 38
  • gescheurde buikspier – 38
  • alcoholonttrekkingsdelier (delirium tremens) – 36
  • koudeallergie (primaire koude urticaria) – 36
  • thalliumvergiftiging (thalliumintoxicatie) – 36
  • polyarteritis nodosa – 36
  • buikvlieskanker (primair peritoneaal carcinoom) – 35
  • gebruik van Implanon / Implanon NXT – 35
  • chronische hepatitis B – 34
  • cyste van Tarlov (perineurale cyste) – 34
  • urticariële vasculitis – 33
  • gebruik van Xarelto (rivaroxaban) – 33
  • herpes van de slokdarm (herpes oesofagitis) – 32
  • paddenstoelvergiftiging – 32
  • syndroom van Elsberg (urineretentie door sacrale myeloradiculitis bij HSV-type 2 infectie) – 31
  • aangeboren vernauwing van de maaguitgang (pylorushypertrofie) – 31
  • temporaalkwabepilepsie – 31
  • veteranenziekte (legionella-pneumonie) – 31
  • abces van de milt (miltabces) – 31
  • aantasting van het hart door hoge bloeddruk (hypertensieve hartziekte) – 30
  • bloedend divertikel van Meckel – 30
  • gebruik van clodroninezuur (Bonefos, Ostac) – 30
  • gebruik van valproïnezuur (Depakine, Convulex) – 30
  • gebruik van Zaltrap (aflibercept) – 30
  • gebruik van zoledroninezuur (Aclasta, Zometa) – 30
  • maagpoliep – 30
  • binnenstebuiten keren van de baarmoeder (inversie van de uterus) – 29
  • lekkende naad – 29
  • afbraak van rode bloedcellen door geneesmiddelen (auto-immuun hemolytische anemie door geneesmiddelen) – 28
  • darmtuberculose (intestinale tuberculose) – 28
  • gebruik van macrogol (Forlax) – 28
  • galblaaskanker (galblaascarcinoom) – 27
  • gebruik van Arcoxia (etoricoxib) – 27
  • malaria – 27
  • slecht werkende hypofyse (hypopituïtarisme) – 27
  • lekkende tricuspidaalklep (tricuspidalisinsufficiëntie) – 26
  • auto-immuun pancreatitis – 26
  • fistel tussen grote lichaamsslagader en dunne darm (aortoduodenale fistel) – 26
  • gebruik van anakinra (Kineret®) – 25
  • gebruik van senna – 25
  • gebruik van Trulicity (dulaglutide) – 25
  • hepatitis E (acute hepatitis E) – 25
  • erfelijke maagkanker (erfelijke diffuse maagkanker) – 24
  • overdosis XTC (ecstasy intoxicatie) – 24
  • syndroom van Dressler (postinfarct pericarditis) – 24
  • verhoogde druk in de longslagader veroorzaakt door andere ziekte (secundaire pulmonale hypertensie) – 24
  • vernauwing van de baarmoederhals (cervixstenose) – 24
  • ziekte van Bornholm – 24
  • gebruik van Adenuric® (febuxostat) – 24
  • gebruik van sulfasalazine – 24
  • acute intermitterende porfyrie – 23
  • blindedarmontsteking bij een niet-gedraaide dikkedarm (acute appendicitis bij non-rotatie van het colon) – 23
  • gebruik van erytromycine – 23
  • voorkomen van hemoglobine in de urine na langdurig lopen of hardlopen (inspanningsgebonden hemoglobinurie) – 23
  • galgangvernauwing (stenose van de ductus choledochus) – 22
  • overdosis acetylsalicylzuur (salicylaatintoxicatie) – 22
  • gebruik van Strattera (atomoxetine) – 22
  • gescheurde maag (maagruptuur) – 22
  • nierbekkenontsteking met gasvorming rond de nieren (emfysemateuze pyelonefritis) – 22
  • gebarsten buitenbaarmoederlijke zwangerschap (geruptureerde ectopische zwangerschap) – 22
  • eosinofiele oesofagitis – 21
  • bindweefselvorming achter het buikvlies (retroperitoneale fibrose) – 21
  • gebruik van pamedroninezuur (Pamipro) – 20
  • gebruik van Sabril (vigabatrine) – 20
  • gebruik van Tamiflu (oseltamivir) – 20
  • gebruik van Victoza (liraglutide) – 20
  • hartaanval van de achterwand van het hart (achterwandinfarct) – 20
  • reactieve ontsteking van het SI-gewricht (reactieve sacro-iliitis) – 20
  • gebruik van cabergoline (Dostinex) – 20
  • ijzerstapelingsziekte (hemochromatose) – 19
  • ziekte van Behçet – 19
  • syndroom van Fitz-Hugh-Curtis – 19
  • gaatje in de galblaas (perforatie van de galblaas) – 18
  • aanvalsgewijze koude hemoglobinurie (paroxismale koude hemoglobinurie) – 18
  • eclampsie – 18
  • afsluiting van de blinde darm (mechanische ileus van het caecum) – 18
  • bloeding in de bijnier (bijnierbloeding) – 18
  • chyleuze peritonitis – 18
  • necrotiserende fasciitis van de buikwand – 18
  • syndroom van Budd-Chiari – 18
  • voorwerp in de endeldam (corpus alienum in het rectum) – 18
  • histaminevergiftiging (histamine-intoxicatie) – 18
  • ontsteking van lendenwervel en tussenwervelschijf (lumbale spondylodiscitis) – 18
  • ovariële hyperstimulatiesyndroom – 18
  • gas in de wand van de darm (pneumatosis intestinalis) – 18
  • gebruik van bortezomib (Velcade) – 18
  • gebruik van Glivec (imatinib) – 18
  • nicotinevergiftiging (nicotine-intoxicatie) – 17
  • verbindweefseling van de lever door verstopping in de galkanaaltjes (primaire biliaire cirrose) – 17
  • microscopische polyangiitis – 17
  • scheur in het middenrif (diafragmaruptuur) – 16
  • acute fluorvergiftiging (acute fluorose) – 16
  • gescheurde slokdarm (oesofagusruptuur) – 16
  • miskraam met een infectie (septische abortus) – 16
  • nierbloeding (renale bloeding) – 16
  • gebruik van clozapine (Leponex) – 15
  • gebruik van Exelon (rivastigmine) – 15
  • ziekte van Kahler (multipel myeloom) – 15
  • gebruik van levofloxacine tabletten – 15
  • arteria mesenterica superior syndroom – 15
  • koraalrifsyndroom (aortastenose met calcificaties) – 15
  • ontsteking in de poortader ten gevolge van een ontstoken divertikel (pyleflebitis bij diverticulitis) – 15
  • erfelijk angio-oedeem (hereditair angio-oedeem) – 14
  • mesenteric inflammatory veno-occlusive disease – 14
  • draaiing van de baarmoeder (torsie van de uterus) – 14
  • gebruik van ropinirol (Requip) – 14
  • ketamine vergiftiging (ketamine intoxicatie) – 14
  • syndroom van Zieve – 14
  • aangeboren vernauwing van de blaashals (congenitale blaashalsstenose) – 14
  • loodvergiftiging (chronische loodintoxicatie) – 14
  • buikvliesontsteking door tuberculose (peritonitis tuberculosa) – 14
  • ontsteking van wervel en tussenwervelschijf (spondylodiscitis) – 13
  • gebruik van rabeprazol – 13
  • gebruik van Vesomni (solifenacine / tamsulosine) – 13
  • syndroom van Wolff-Parkinson-White – 13
  • viskruikinfarct (takotsubo cardiomyopathie) – 13
  • papegaaienziekte (psittacose) – 13
  • syndroom van Churg-Strauss – 13
  • gebruik van octreotide – 12
  • syndroom van Münchhausen – 12
  • amoebenabces van de lever – 12
  • infectie van een tussenwervelschijf (pyogene discitis) – 12
  • SAPHO-syndroom – 12
  • vernauwing van de maaguitgang (verworven pylorusstenose) – 12
  • vitamine B5-tekort (panthoteenzuurdeficiëntie) – 12
  • sikkelcelziekte (sikkelcelanemie) – 12
  • verwonding van de galwegen (letsel aan de galwegen) – 12
  • vitamine B1-tekort (thiaminedeficiëntie) – 12
  • gebruik van lercanidipine (Lerdip) – 12
  • syndroom van Chilaiditi (hepatodiafragmatische interpositie) – 11
  • adenocarcinoom van de blaas – 11
  • atypisch hemolytisch uremisch syndroom (atypische HUS) – 11
  • chronische Q-koorts – 11
  • gebruik van bumetanide (Burinex) – 11
  • gebruik van celecoxib (Celebrex) – 11
  • mestcelziekte (systemische mastocytose) – 11
  • spirochetose van de darmen (intestinale spirochetose) – 11
  • erfelijke eierstokkanker (hereditair ovariumcarcinoom) – 11
  • achtergebleven gaas na buikoperatie – 10
  • compartimentsyndroom van de buik (abdominaal compartimentsyndroom) – 10
  • dysgerminoom – 10
  • gebruik van hydroxychloroquine (Plaquenil) – 10
  • gebruik van ibandroninezuur (Bonviva, Bondenza, etc.) – 10
  • gebruik van itraconazol – 10
  • gebruik van quinapril – 10
  • gebruik van ramipril – 10
  • ontsteking van het SI-gewricht door bacterie (septische sacro-iliitis) – 10
  • ontsteking van de poortader (flebitis van de vena portae) – 10
  • gastrinoom van de alvleesklier – 10
  • blaasontsteking met gasvorming in de blaaswand (emfysemateuze cystitis) – 9
  • ontsteking van een tussenwervelschijf (lenden niveau) (discitis (lumbaal niveau)) – 9
  • sarcoom van de baarmoeder (uterussarcoom) – 9
  • gebruik van gabapentine – 9
  • gebruik van Xyrem (natriumoxybaat) – 9
  • cyclische neutropenie – 9
  • blaaswormcyste in de lever (echinococcuscyste in de lever) – 9
  • collagene colitis – 9
  • infectie met Strongyloides stercoralis (strongyloidiasis) – 8
  • dengue hemorrhagische koorts – 8
  • hemangioom van de dikke darm (hemangioom van het colon) – 8
  • hemolytisch uremisch syndroom (volwassen vorm) – 8
  • Lady Windermere-syndroom (pulmonale Mycobacterium avium complex infectie) – 8
  • Mycobacterium avium intracellulare-infectie van de darm – 8
  • hantavirus-infectie – 8
  • ziekte van Addison (primaire bijnierschorsinsufficiëntie) – 8
  • gebruik van etanercept (Enbrel) – 8
  • leverbotinfectie (fascioliasis) – 8
  • aspirine-intolerantie (intolerantie voor NSAID’s) – 8
  • gebruik van EllaOne (ulipristalacetaat) – 8
  • gebruik van Esmya (ulipristalacetaat) – 8
  • gebruik van fenofibraat – 8
  • segmentale arteriële mediolyse – 8
  • isosporiasis – 7
  • buiktyfus – 7
  • draaiing van een eierstokcyste (torsie van een ovariële cyste) – 7
  • ingeklemde ingewandbreuk (ingeklemde hernia) – 7
  • gebruik van thiamazol (Strumazol) – 7
  • gebruik van parecoxib (Dynastat) – 7
  • afsterven van leverweefsel door onvoldoende bloedtoevoer (leverinfarct) – 7
  • vislintworm (infectie met de vislintworm) – 7
  • ganglioneuroom – 7
  • ontsteking van de slokdarm door cytomegalovirus (CMV-oesofagitis) – 7
  • duplicatiecyste van de dunne darm – 6
  • tubulointerstitiële nefritis met uveïtis – 6
  • aangeboren middenrifverslapping (congenitale relaxatio diaphragmatica) – 6
  • thecoom van de eierstok (thecoom van het ovarium) – 6
  • zwarte koorts (viscerale leishmaniasis) – 6
  • ziekte van Whipple – 6
  • DRESS-syndroom – 6
  • erfelijke cystenieren (dominant overerfbaar) (hereditaire cystenieren (autosomaal dominant)) – 6
  • gescheurde nier (nierruptuur) – 6
  • myelolipoom van de bijnier (adrenaal myelolipoom) – 6
  • gebruik van eprosartan (gebruik van eprosartan) – 6
  • gebruik van Levitra (vardenafil) (gebruik van Levitra (vardenafil)) – 6
  • kanker van de twaalfvingerige darm (adenocarcinoom van het duodenum) – 6
  • cyste in de bijnier (adrenale cyste) – 6
  • mijnworminfectie (ancylostomiasis) – 6
  • neuronal intestinal dysplasia type A – 6
  • neuronal intestinal dysplasia type B – 6
  • ziekte van Steinert (myotone dystrofie type 1) – 6
  • bijnierschorskanker (bijnierschorscarcinoom) – 6
  • ziekte van Weil (leptospirose) – 6
  • gebruik van betahistine (Betaserc) (gebruik van betahistine (Betaserc)) – 6
  • uitzaaiingen in de milt (miltmetastase) – 5
  • syndroom van Stevens-Johnson – 5
  • abnormaal lange dikke darm (dolichocolon) – 5
  • gebruik van Rapamune (sirolimus) – 5
  • gebruik van Retrovir (zidovudine) – 5
  • gebruik van trazodon (Trazolan) – 5
  • koolmonoxidevergiftiging (acute koolmonoxideintoxicatie) – 5
  • kopervergiftiging (koperintoxicatie) – 5
  • mesenteriale cyste (mesenteriale cyste) – 5
  • MIDD-type diabetes (maternally inherited diabetes and deafness) – 5
  • spierkramp-fasciculatiesyndroom – 5
  • verstijving van de hartspier (restrictieve cardiomyopathie) – 5
  • gebruik van biperideen – 5
  • ziekte van Takayasu (takayasu-arteriitis) – 5
  • abdominale epilepsie (abdominale epilepsie) – 5
  • gebruik van Daliresp / Libertek (roflumilast) – 5
  • lymfocytaire hypofysitis – 5
  • vetlever tijdens de zwangerschap (zwangerschapssteatose) – 4
  • aseptische meningitis door geneesmiddelen (geneesmiddelen-geïnduceerde aseptische meningitis) – 4
  • eosinofiele cholangitis (eosinofiele cholangitis) – 4
  • glucose-galactose resorptiestoornis syndroom (glucose-galactose resorptiestoornis syndroom) – 4
  • sucrose intolerantie – 4
  • PFAPA-syndroom – 4
  • gebruik van candesartan (Atacand) – 4
  • gebruik van entacapone (gebruik van entacapone) – 4
  • gebruik van Vesicare (solifenacine) – 4
  • familiaire adenomateuze polypose – 4
  • afscheuring van de banden waarmee de baarmoeder vastzit (ruptuur in het achterste blad van het ligamentum latum uteri) – 4
  • biliaire pseudolithiasis – 4
  • gebruik van Halaven (eribulin) – 4
  • gespleten alvleesklier (pancreas divisum) – 4
  • gewone variabele immuundeficiëntie (common variable immunodeficiency) – 4
  • haarcelleukemie (hairy-cell leukemie) – 4
  • sarcoïdose van de maag – 4
  • infectie van de darm door Plesiomonas (gastroenteritis door Plesiomonas) – 4
  • liposarcoom van het retroperitoneum – 4
  • aanvalsgewijze nachtelijke hemoglobinurie (paroxismale nachtelijke hemoglobinurie) – 4
  • Hymenolepis infectie (hymenolepiasis) – 4
  • acute lymfatische leukemie – 4
  • langdurige koolmonoxidevergiftiging (chronische koolmonoxideintoxicatie) – 4
  • ontsteking in de mond door overgevoeligheid (allergische contact stomatitis) – 4
  • paradichloorbenzeen vergiftiging – 4
  • purpura fulminans – 4
  • bloeding uit een leverceladenoom (intercapsulaire bloeding vanuit een hepatocellulair adenoom) – 4
  • bloedvergiftiging na miltverwijdering (postsplenectomiesepsis) – 4
  • burkitt-lymfoom – sporadische vorm – 4
  • fistel tussen dunne darm en blaas (ileovesicale fistel) – 4
  • lymfeklierkanker in de dunne darm (maligne lymfoom van de dunne darm) – 4
  • niet-dysenterische amoebencolitis – 4
  • villeus adenoom van de papil van Vater – 4
  • gastrinoom van de dunne darm – 3
  • gebruik van Votrient (pazopanib) – 3
  • pseudomyxoom van het buikvlies (pseudomyxoma peritonei) – 3
  • gebruik van modafinil – 3
  • hondenlintworm infectie (echinokokkose) – 3
  • abnormaal schildklierweefsel in de eierstok (struma ovarii) – 3
  • wondergezwel van de eierstok (dermoïdcyste van het ovarium) – 3
  • gebruik van Esbriet (pirfenidon) – 3
  • gebruik van Plenaxis (abarelix) – 3
  • divertikel van de blinde darm (divertikel van de appendix) – 3
  • endometriose van de longen (pulmonale endometriose) – 3
  • gebruik van Atripla (emtricitabine/tenofovir/efavirenz) – 3
  • gebruik van Cholestagel (colesevelam) – 3
  • gebruik van Emselex (darifenacine) – 3
  • gebruik van Pravafenix (fenofibraat/pravastatine) – 3
  • gebruik van propylthiouracil – 3
  • gebruik van Tecfidera (dimethylfumaraat) – 3
  • hemoglobine-C-ziekte – 3
  • verwijding van de liesslagader (aneurysma van arteria iliaca) – 3
  • Wilms’ tumor (nefroblastoom) – 3
  • pseudocyste in de bijnier (adrenale pseudocyste) – 3
  • syndroom van Eisenmenger – 3
  • geïnfecteerde urachuscyste – 3
  • hypofyse-infarct – 3
  • gebruik van Inegy (ezetimibe + simvastatine) – 3
  • gebruik van Invega® (paliperidon) – 3
  • gebruik van Relvar Ellipta (vilanterol + fluticasonfuroaat) – 3
  • gebruik van topiramaat – 3
  • gebruik van voriconazol (Vfend) – 3
  • hemangioom van de milt – 3
  • porphyria cutanea tarda – type I – 3
  • duplicatiecyste van de slokdarm – 3
  • gebruik van Yondelis (trabectedine) – 2
  • gebruik van Daklinza (daclatasvir) – 2
  • verwijding van het uiteinde van de urineleider (ureterocele) – 2
  • ziekte van Castleman – 2
  • gebruik van Xeplion® (paliperidon) – 2
  • fistel tussen alvleesklier en ander orgaan (interne pancreasfistel) – 2
  • gebruik van Bosulif (bosutinib) – 2
  • gebruik van Jevtana (cabazitaxel) – 2
  • gebruik van tacrine – 2
  • cryoglobulinemie type II – 2
  • cysteadenoom van de lever – 2
  • gebruik van Tykerb (lapatinib) – 2
  • portal hypertensive colopathy – 2
  • tekort aan fosfaat in het bloed (hypofosfatemie) – 2
  • foie appendiculaire (pyleflebitis bij appendicitis) – 2
  • ontsteking van de alvleesklier door gebruik van PEG-interferon met ribavirine – 2
  • hemosuccus pancreaticus – 2
  • Chinese leverbotinfectie (clonorchiasis) – 2
  • draaiing van de miltslagader (torsie van de arteria lienalis) – 2
  • gebruik van tenofovir (Viread, Reviro) – 2
  • cysteus fibrothecoom van de eierstok – 2
  • gebruik van lamivudine – 2
  • listeriose – 2
  • gebruik van etacrynezuur (Edecrin) – 2
  • sarcoom van bloedvaten in de lever (hemangioendotheliaal sarcoom van de lever) – 2
  • centrale hemorragische levernecrose – 2
  • erfelijk angio-oedeem type 3 (hereditair angio-oedeem type 3) – 2
  • hyper-IgD syndroom – 2
  • porphyria variegata – 2
  • ziekte van Hirschsprung (congenitaal megacolon) – 2
  • zygomycose – 2
  • cryoglobulinemie type III – 2
  • draaiing van een in de borstholte gelegen maag (volvulus van een intrathoracale maag) – 2
  • erythroblastosis foetalis – 2
  • gebruik van pyrazinamide – 2
  • gebruik van Cymevene (ganciclovir) – 2
  • gebruik van levofloxacine infusievloeistof – 2
  • burkitt-lymfoom bij HIV-infectie (HIV-geassocieerd burkitt-lymfoom) – 1,4
  • vossenlintworm infectie (alveolaire echinococcose) – 1,4
  • mannenkraambed (couvade) – 1,4
  • mixed connective tissue disease – 1,4
  • kanker van de spiertjes in de wand van de dunne darm (leiomyosarcoom van de dunne darm) – 1,4
  • amoeboom in de dikke darm (amoeboom in het colon) – 1,4
  • gebruik van Aubagio (teriflunomide) – 1,4
  • notenkraker syndroom (compressie van de linker v. renalis tussen de a. mesenterica superior en de aorta) – 1,4
  • gebruik van Zyvoxid (linezolid) – 1,4
  • gebruik van Mimpara (cinacalcet) – 1,3
  • stralingsziekte (acute stralingsziekte) – 1,3
  • ontsteking van een tussenwervelschijf in de nek (discitis (cervicaal niveau)) – 1,3
  • immunoproliferatieve dunne darmziekte – 1,2
  • acuut reuma – 1,2
  • chikungunya – 1,2
  • bijnierinfarct – 1,2
  • botulisme – 1,2
  • gebruik van Yervoy (ipilimumab) – 1,2
  • gordelroos (herpes zoster) – 1,2
  • vernauwing van de mitraalklep (mitralisstenose) – 1,2
  • xiphoidalgie – 1,2
  • ziekte van Still – volwassen vorm – 1,2
  • zwangerschapswaan – 1,2
  • essentiële cryoglobulinemische vasculitis – 1,1
  • fasciolopsiasis – 1,1
  • gebruik van Caprelsa (vandetanib) – 1,1
  • infectie met de Capillaria-worm (capillariasis) – 1,1
  • gegeneraliseerde infectie met atypische mycobacteriën – 1,0
  • cryoglobulinemie type I – 1,0
  • desmoïdtumor in de buik (intra-abdominale desmoïdtumor) – 1,0
  • gnathostomiasis – 1,0
  • hart met onderontwikkelde linker kamer (hypoplastisch linkerhart syndroom) – 1,0
  • omentumcyste – 1,0
  • verbindweefseling van het spierweefsel van het hart (endomyocardiale fibrose) – 1,0
  • voorwerp in een bloedvat (intravasculair corpus alienum) – 1,0
  • ziekte van Rendu-Osler-Weber (hereditaire hemorrhagische teleangiëctasie) – 1,0
  • gebruik van Ezetrol (ezetimibe) – 1,0
  • brucellose (brucellose) – 1,0
  • proximale myotone myopathie (myotone dystrofie type 2) – 1,0
  • West-Nijl koorts (West-Nijl virusinfectie) – 1,0
  • porphyria cutanea tarda – type II – 0,9
  • syndroom van Sipple (MEN-syndroom type II) – 0,9
  • haringwormziekte (anisakiasis) – 0,9
  • gebruik van Afinitor (everolimus) – 0,8
  • hepatoblastoom – 0,8
  • asbestziekte (asbestose) – 0,8
  • paragonimiasis – 0,8
  • syndroom van Heyde – 0,8
  • gestationeel choriocarcinoom – 0,8
  • thyreotoxische crisis – 0,8
  • episodische spontane hypothermie met hyperhidrose – 0,8
  • leverceladenoom (hepatocellulair adenoom) – 0,8
  • syndroom van Gougerot-Ruiter – 0,7
  • wondergezwel bij het staartbeen (sacrococcygeaal teratoom) – 0,7
  • trichinose (trichinose) – 0,7
  • Marburg hemorrhagische koorts – 0,7
  • babesiose – 0,7
  • ciguatera vergiftiging (ciguatera intoxicatie) – 0,7
  • erytropoëtische protoporfyrie – 0,7
  • cryptokokkeninfectie van de longen (pulmonale cryptokokkeninfectie) – 0,7
  • syndroom van Gitelman – 0,7
  • kinderverlamming (poliomyelitis) – 0,7
  • liposarcoom van de rug – 0,7
  • blue rubber bleb nevus syndroom – 0,6
  • VIPoom – 0,6
  • ziekte van Chagas – 0,6
  • MEN-syndroom type I – 0,6
  • overgevoelig voor kaneel (kaneelallergie) – 0,6
  • gebruik van Exjade (deferasirox) – 0,6
  • infectie met de kleine leverbot (opisthorchiasis) – 0,6
  • lymfeklierkanker in de bloedvaten (intravasculair lymfoom) – 0,6
  • syndroom van Mayer-Rokitansky-Küster – 0,6
  • voedselvergiftiging door eten van schaaldieren – 0,6
  • wandelende milt (ectopische milt) – 0,6
  • dijbreuk van De Garengeot (De Garengeot hernia) – 0,6
  • gebruik van Elonva (corifollitropine alfa) – 0,6
  • gebruik van Simponi (golimumab) – 0,6
  • ziekte van Erdheim-Chester – 0,5
  • aangeboren vernauwing van de grote lichaamsslagader (coarctatio aortae) – 0,5
  • aconitine-vergiftiging (aconitine-intoxicatie) – 0,5
  • cadmiumvergiftiging (cadmiumintoxicatie) – 0,5
  • capillairleksyndroom – 0,5
  • descenderende necrotiserende mediastinitis – 0,5
  • spierdystrofie van Duchenne (musculaire dystrofie van Duchenne) – 0,5
  • gebruik van Cibacen (benazepril) – 0,5
  • duplicatiecyste van de maag – 0,5
  • Strongyloides hyperinfectie syndroom – 0,5
  • syndroom van Peutz-Jeghers – 0,5
  • gebruik van Stribild (elvitegravir-cobicistat-gemcitabine-tenofovir) – 0,5
  • difterie – 0,4
  • erfelijke coproporfyrie (hereditaire coproporfyrie) – 0,4
  • afwijkende ligging van eierstokweefsel (ectopisch ovarium) – 0,4
  • erfelijke fructose-intolerantie (hereditaire fructose-intolerantie) – 0,4
  • loopgravenkoorts (infectie met Bartonella quintana) – 0,4
  • lassakoorts – 0,4
  • aseptische meningitis (acute aseptische meningitis) – 0,4
  • gebruik van stavudine (Zerit) – 0,4
  • galblaascyste – 0,4
  • metachromatische leukodystrofie – 0,3
  • MERS (MERS-CoV infectie) – 0,3
  • volwassen T-cel leukemie/lymfoom – acute vorm – 0,3
  • infectie met Dicrocoelium dendriticum (dicrocoeliose) – 0,3
  • retroperitoneaal teratoom – 0,3
  • tekort aan het enzym adenine fosforibosyltransferase (adenine fosforibosyltransferase deficiëntie) – 0,3
  • cholera – 0,3
  • plasmacel leukemie – 0,3
  • tekort aan het enzym pyruvaatcarboxylase (pyruvaatcarboxylase deficiëntie) – 0,3
  • Brazilian purpuric fever – 0,3
  • TRAPS (TNF receptor associated periodic syndrome) – 0,3
  • Afrikaanse slaapziekte (trypanosomiasis) – 0,2
  • CREST-syndroom (limited cutaneous sclerosis) – 0,2
  • histiocytose (Langerhans-cel histiocytose) – 0,2
  • syndroom van Allgrove (triple-A syndroom) – 0,2
  • tularemie (tularemie) – 0,2
  • gebruik van Zutectra (humaan hepatitis B immunoglobuline) – 0,2
  • gebruik van procaïnamide (Pronestyl) – 0,2
  • syndroom van Denys-Drash – 0,2
  • tekort aan het enzym lipoproteïnelipase (familiaire lipoproteïnelipasedeficiëntie) – 0,2
  • Ebola koorts (Ebola hemorrhagische koorts) – 0,2
  • Krim-Congo hemorragische koorts – 0,2
  • echinostomiasis – 0,2
  • collageneuze enteritis – 0,2
  • leukostase in de long (pulmonaire leukostase) – 0,2
  • embryonale cyste van ligamentum latum – 0,2
  • embryonale cyste van tuba Fallopii – 0,2
  • anaplasmose (humane granulocytaire anaplasmose) – 0,2
  • miltvuur (anthrax) – 0,2
  • neuroblastoom achter het buikvlies (neuroblastoom in het retroperitoneum) – 0,2
  • toxisch oliesyndroom – 0,2
  • koortsaanvallen na tekenbeet (febris recurrens door Borrelia recurrentis) – 0,1
  • littoral-cell angioma – 0,1
  • mestcelleukemie (agressieve mastocytose) – 0,1
  • cryptokokkeninfectie door het lichaam (gedissemineerde cryptokokkeninfectie) – 0,1
  • apenmalaria (Plasmodium knowlesi infectie) – 0,1
  • hyperparathyroidism-jaw tumor syndrome – 0,1
  • koortsaanvallen na luizenbeet (febris recurrens door Borrelia duttoni) – 0,1
  • syndroom van Rotor – 0,1
  • wondbotulisme – 0,1
  • idiopathische myo-intimale hyperplasie van de mesenteriale venen – 0,1
  • ECHO-virusinfectie – 0,1
  • refeeding-syndroom – 0,1
  • tekort aan koper (koperdeficiëntie) – 0,1
  • angiosarcoom van de milt – 0,1
  • hemangioendothelioom van de milt – 0,1
  • hemangiopericytoom van de milt – 0,1
  • lymfangioom van de milt – 0,1
  • gebruik van Votubia (everolimus) – 0,1
  • aangeboren tekort aan carnitine (primaire carnitinedeficiëntie) – 0,1
  • Omsk hemorragische koorts – 0,1
  • syndroom van Zuelzer-Wilson – 0,1
  • porfyrie door een tekort aan het enzym ALA dehydratase (porfyrie door ALA dehydratase deficiëntie) – 0,1
  • milk sickness (tremetol intoxicatie) – 0,1
  • ziekte van Degos (maligne atrofische papulose) – 0,1
  • chronisch lijmsnuiven (chronisch lijmsnuiven) – 0,1
  • ziekte van Keshan – 0,1
  • goedaardig gezwel van bruin vet in de buikholte (intraabdominaal hibernoom) – 0,1
  • porocephaliasis – 0,05
  • steek door de haren van de Megalopyge opercularis-rups (onderarm) – 0,04
  • foetus-in-foetu – 0,04
  • hamartoom van de milt – 0,03
  • hemangioom van de bijnier (adrenaal hemangioom) – 0,02
  • hart met drie boezems (cor triatriatum) – 0,02
  • syndroom van Axenfeld-Rieger – 0,02
  • syndroom van Barth (3-methylglutaconacidurie type 2) – 0,02
  • ziekte van Günther (congenitale erythropoietische porfyrie) – 0,02
  • gele koorts – 0,02
  • syndroom van Bartter – 0,01
  • syndroom van Alström – 0,01
  • hepato-erythropoëtische porfyrie – 0,003
  • sarcocystose van de ingewanden (intestinale sarcocystose) – 0,002

Synoniemen buikpijn: pijn in de buik, abdominale pijn, pijn in buik, gevoelige buik, buikkramp, knoop in de maag, maagpijn