Oorzaken (bijna) flauwvallen of bewusteloosheid

Deze webpagina gaat over oorzaken van (bijna) flauwvallen en bewusteloosheid. Met ‘flauwvallen’ wordt bedoeld een kortdurend verlies van bewustzijn dat plotseling optreedt. Met ‘bijna flauwvallen’ wordt bedoeld het gevoel dat je flauw gaat vallen. Met ‘bewusteloosheid’ wordt meestal bedoeld een langer durende periode van bewustzijnsverlies.

Er zijn zeer veel verschillende oorzaken voor (bijna) flauwvallen en bewusteloosheid. Ons bewustzijn komt tot stand in een bepaald deel van de hersenen. Verlies van bewustzijn is het gevolg van een verminderde werking van dit deel van de hersenen. Dat kan op allerlei manieren tot stand komen.

De meeste oorzaken van bewustzijnsverlies kunnen ingedeeld worden in één van de volgende groepen:

  • Beschadiging van de hersenen, zoals bijvoorbeeld door hersenletsel, herseninfarct of een hersentumor;
  • Verminderde doorbloeding van de hersenen, zoals bijvoorbeeld bij vasovagale collaps, shock door bloedvergiftiging, shock door afwijkingen aan het hart, hartritmestoornissen, TIA (transient ischemic attack), een herseninfarct of een hersenembolie;
  • Aantasting van de hersenen door chemische stoffen, bijvoorbeeld dronkenschap (alcoholvergiftiging), GHB-vergiftiging, of gebruik van (een overdosis van) bepaalde medicijnen;
  • Overprikkeling van de hersenen, bijvoorbeeld door epilepsie;
  • Aantasting van de hersenen door oververhitting, bijvoorbeeld bij extreem hoge koorts of blootstelling aan extreem hoge temperaturen;
  • Aantasting van de hersenen door afwijkingen in de bloedgassen, bijvoorbeeld door hyperventilatie, of door zuurstoftekort (hypoxie);
  • Psychische stoornissen, waaronder psychose, paniekaanval en posttraumatische stressstoornis (PTSS).

Engelse vertaling

bijna flauwvallen = near syncope

flauwvallen = fainting, syncope

bewusteloosheid = unconsciousness

ICD10-code

R55 – syncope and collapse


Syncope – Differentiaal Diagnose (DD)

Hieronder een uitgebreide lijst met meer dan 500 verschillende oorzaken voor een verlies van bewustzijn. Het getal achter de oorzaak geeft een schatting van het aantal mensen dat jaarlijks in Nederland vanwege die oorzaak bewustzijnsverlies heeft.

  • vasovagale collaps – 296.850
  • hersenschudding (commotio cerebri) – 36.802
  • delier – 24.018
  • chronische hyperventilatie (chronische hyperventilatie syndroom) – 19.170
  • dronkenschap (alcoholintoxicatie (intentioneel)) – 15.375
  • mictiecollaps – 14.843
  • bloedpropje in de hersenen (hersenembolie) – 6.332
  • herseninfarct (cerebraal infarct) – 6.245
  • koortsstuipen (koortsconvulsie) – 5.397
  • kamerfibrilleren (ventrikelfibrilleren) – 5.396
  • TIA – 5.396
  • inenting (vaccinatie) – 3.300
  • paniekaanval (paniekstoornis) – 3.171
  • status epilepticus – 2.969
  • uitdroging (dehydratie) – 2.475
  • aortocavale compressie syndroom – 2.413
  • epilepsie (epileptisch insult) – 2.316
  • gebruik van XTC (ecstasy) – 1.890
  • septische shock – 1.799
  • ontsteking van het hart (myocarditis) – 1.793
  • warmtestuwing – 1.793
  • maagbloeding – 1.744
  • bloedvergiftiging (sepsis) – 1.526
  • verlaagd glucose gehalte in het bloed (hypoglycemie) – 1.475
  • gegeneraliseerde epileptische aanval (gegeneraliseerd tonisch-clonisch insult) – 1.139
  • familiaire koortsstuipen – 1.079
  • posttraumatische stressstoornis – 1.036
  • hartaanval (myocardinfarct) – 1.005
  • GHB-vergiftiging (GHB-intoxicatie) – 980
  • diabetisch hyperosmolair hyperglycemisch coma – 970
  • overmatige menstruatie (hypermenorroe) – 896
  • hartaanval van de voorwand van het hart (voorwandinfarct) – 863
  • hersenkneuzing (contusio cerebri) – 848
  • boezemfibrilleren (atriumfibrilleren) – 806
  • orthostatische hypotensie – 777
  • te snel werkende bijschildklier (hyperparathyreoïdie) – 777
  • hyperventilatie (hyperventilatiesyndroom) – 763
  • vegetatieve toestand (vegetatieve status) – 742
  • gebruik van enalapril (Renitec) – 738
  • temporaalkwabepilepsie (complexe partiële epilepsie (temporaalkwab)) – 630
  • alcoholvergiftiging (alcoholintoxicatie (niet intentioneel)) – 620
  • lewy-lichaampjesdementie (Lewy body-dementie) – 613
  • elektriciteitsongeval (electriciteitsletsel) – 598
  • respiratoire acidose – 598
  • hersenbloeding (intracraniële bloeding) – 596
  • blindedarmontsteking (acute appendicitis) – 584
  • gebruik van perindopril (Coversyl) – 561
  • ziekte van Lyme (lymeborreliose) – 546
  • gebruik van Zovirax (aciclovir) – 525
  • verslikt in voorwerp (corpus alienum geaspireerd) – 499
  • lage bloeddruk (hypotensie) – 495
  • zouttekort (hyponatriëmie) – 478
  • verhoogd calcium gehalte in het bloed (hypercalciëmie) – 474
  • gebruik van lisinopril (Zestril) – 472
  • gebarsten aneurysma van de buikaorta (geruptureerd aneurysma van de abdominale aorta) – 470
  • bloeding tussen het zachte hersenvlies en het spinnewebvlies (subarachnoïdaal hematoom) – 461
  • gebarsten aneurysma in de hersenen (geruptureerd intracranieel aneurysma) – 447
  • complex partiële aanval (frontaal) (complexe partiële epilepsie van de frontaalkwab) – 432
  • brandwonden (thermisch letsel) – 431
  • postictaal syndroom – 381
  • zuurstoftekort in de hersenen (cerebrale hypoxie) – 380
  • gebruik van cannabis – 375
  • bloedpropje in de long (longembolie) – 369
  • katatonie – 359
  • anafylactische reactie – 350
  • bloeding tussen het harde hersenvlies en de schedel (epiduraal hematoom) – 328
  • zwelling van de hersenen (hersenoedeem) – 324
  • ontsteking van de hersenen door virus (virale encefalitis) – 320
  • valsalva manoeuvre – 300
  • goedaardig gezwel van de bijschildklier (bijschildklieradenoom) – 293
  • absence (petit mal epilepsie) – 285
  • vernauwing van de aortaklep (aortakleptstenose) – 263
  • afsluiting van de ademhalingswegen (totale luchtwegobstructie) – 245
  • harttamponade – 222
  • gebruik van captopril (Capoten) – 221
  • maligne hypertensie – 220
  • gebruik van nitrobaat – 210
  • syndroom van Brugada – 209
  • uitzaaiingen in de hersenen (hersenmetastasen) – 207
  • divertikelbloeding – 205
  • maagbloeding – 181
  • shock door ondervulling van de bloedvaten (hypovolemische shock) – 173
  • infarct van de hersenstam (hersenstaminfarct) – 160
  • Addison crisis (acute bijnierschorsinsufficiëntie) – 156
  • inhaleren van lachgas (lachgasintoxicatie) – 154
  • onderdrukking van het hart door een overgevoelige sinus caroticus (hypersensitieve-sinus caroticus-syndroom – cardiodepressieve vorm) – 153
  • bloedverlies uit de vagina zonder duidelijke oorzaak (disfunctionele bloeding) – 148
  • verwonding van de hersenen (hersenletsel) – 147
  • goedaardige houdingsgebonden duizeligheid (benigne paroxismale positieduizeligheid) – 146
  • alkalose – 145
  • afsterven van de nierbuisjes (acute tubulusnecrose) – 144
  • syndroom van Wernicke-Korsakoff – 144
  • ontsteking van de hersenen (encefalitis) – 143
  • somatisatiestoornis – 143
  • verzuring door suikerziekte (diabetische ketoacidose) – 141
  • alcoholonttrekkingsdelier (delirium tremens) – 137
  • glioom – 135
  • syndroom van Wolff-Parkinson-White – 130
  • lekkende mitraalklep (mitralisinsufficiëntie) – 124
  • zouttekort door het drinken van bier (bierdrinkershyponatriëmie) – 120
  • gebruik van salbutamol (Ventolin) – 116
  • gebroken schedelbasis (schedelbasisfractuur) – 115
  • gebruik van Omnic (tamsulosine) – 114
  • syndrome of inappropriate ADH-secretion – 111
  • ziekte van Pfeiffer (mononucleosis infectiosa) – 108
  • gebruik van geneesmiddelen tegen hartritmestoornissen (gebruik van antiaritmica) – 105
  • gebruik van Zelitrex (valaciclovir) – 105
  • bloedvergiftiging vanuit de urinewegen (urosepsis) – 103
  • paroxismale supraventriculaire tachycardie – 103
  • spanningspneumothorax – 102
  • inklemming van de hersenen (cerebrale inklemming) – 100
  • hartblock (AV-block) – 98
  • kindermishandeling – 98
  • breath holding spells – 95
  • alcoholische leverziekte – 94
  • psychose – 90
  • bloedarmoede door een tekort aan ijzer (ijzergebreksanemie) – 90
  • stoppen met het gebruik van steroiden (steroïden onttrekkingssyndroom) – 86
  • zesde ziekte (exanthema subitum) – 86
  • koolmonoxidevergiftiging (acute koolmonoxideintoxicatie) – 85
  • overdosis XTC (ecstasy intoxicatie) – 83
  • uitstulping van de hersenen door het achterhoofdsgat (hernia cerebri) – 83
  • te hoog magnesium gehalte in het bloed (hypermagnesemie) – 83
  • astma – 81
  • aantasting van de hersenen door hoge bloeddruk (hypertensieve encefalopathie) – 81
  • sick sinus syndroom – 80
  • slecht werkende nieren (acute nierinsufficiëntie) – 78
  • gescheurde eileider (tubaruptuur) – 78
  • bloedarmoede door een chronische ziekte (anemie bij chronische ziekten) – 75
  • shock door een hartafwijking (cardiogene shock) – 73
  • ernstige warmtestuwing (hitteberoerte) – 72
  • verhoogde druk in de longslagader veroorzaakt door andere ziekte (secundaire pulmonale hypertensie) – 71
  • serotoninesyndroom – 69
  • te veel kooldioxide in het bloed (hypercapnie) – 66
  • gebruik van propranolol (Inderal) – 65
  • spontane buikvliesontsteking door bacteriën (spontane bacteriële peritonitis) – 60
  • bloedstolsel in de linkerboezem van het hart (trombose in het linker atrium) – 60
  • verlaagde druk van het hersenvocht (verlaagde liquordruk) – 60
  • obesitas-hypoventilatie syndroom – 60
  • gebruik van poppers (gebruik van alkylnitriet (‘poppers’)) – 60
  • longontsteking door influenzavirus (influenzapneumonie) – 59
  • verstopping van de bovenste holle ader (vena cava superior syndroom) – 57
  • methemoglobinemie (verworven methemoglobinemie) – 54
  • cocaïne overdosis (cocaïne intoxicatie) – 54
  • ontsteking van de galblaas (acute cholecystitis) – 53
  • toxische-shocksyndroom (toxic shock syndrome) – 53
  • verhoogde hersendruk (verhoogde intracraniële druk) – 51
  • buitenbaarmoederlijke zwangerschap (extra-uteriene graviditeit) – 51
  • vaatwandontsteking in de hersenen (cerebrale vasculitis) – 48
  • overdosis lithium (lithiumintoxicatie) – 46
  • kwikvergiftiging (kwikintoxicatie) – 45
  • hoge koorts – 45
  • autonome hyperreflexie – 45
  • verwijding van de grote lichaamsslagader in de buik (aneurysma aortae abdominalis) – 45
  • infectie in het hart (infectieuze endocarditis) – 42
  • SA-block – 42
  • verzuring door alcoholgebruik (alcoholische ketoacidose) – 42
  • overgevoelig voor geneesmiddelen (geneesmiddelallergie) – 42
  • onderkoeling (hypothermie) – 42
  • bloeding tussen het harde hersenvlies en het spinnewebvlies (acuut subduraal hematoom) – 40
  • torsade de pointes – 40
  • verzuring door ophoping van melkzuur (lactaatacidose) – 39
  • gescheurde hartkamer (ventrikelruptuur) – 39
  • aantasting van de hersenen door ziekte van de lever (hepatische encefalopathie) – 38
  • apparent life-threatening event – 38
  • glioblastoom (glioblastoma multiforme) – 37
  • verminderde doorbloeding van het achterste deel van de hersenen (vertebrobasilaire insufficiëntie) – 37
  • bloeding uit slokdarmspataderen (oesofagusvaricesbloeding) – 35
  • splijting van de wand van de grote lichaamsslagader (dissectie van de aorta) – 34
  • syndroom van Bradbury-Eggleston (puur autonoom falen) – 34
  • eenzijdige verstopping van de urinewegen (acute unilaterale obstructieve uropathie) – 34
  • ketamine vergiftiging (ketamine intoxicatie) – 33
  • status asthmaticus – 32
  • respiratoire alkalose – 32
  • overgevoelig voor pinda’s (pinda-allergie) – 32
  • premenstruele dysfore stoornis – 31
  • cathecholaminerge polymorfe ventriculaire tachycardie – 30
  • bifasciculair block – 30
  • AV nodale re-entry tachycardie – 30
  • inappropriate sinus tachycardia – 30
  • maagzuur in de luchtwegen (maagzuuraspiratie) – 30
  • antivriesvergiftiging (ethyleenglycolintoxicatie) – 29
  • gescheurde lever (leverruptuur) – 29
  • overgevoelige sinus caroticus (hypersensitieve-sinus caroticus-syndroom) – gecombineerde vorm  – 29
  • verhoogd natrium gehalte in het bloed (hypernatriëmie) – 28
  • postural orthostatic tachycardia syndrome – 28
  • vitamine A-vergiftiging (hypervitaminose A) – 27
  • meervoudige systeematrofie (multisysteematrofie) – 26
  • lange-QT-tijdsyndroom type 2 – 25
  • ontsteking van de hersenen door herpes virus (herpes encefalitis) – 24
  • gebruik van diltiazem (Tildiem) – 23
  • aantasting van de hersenen door slecht werkende nieren (uremische encefalopathie) – 23
  • tekort aan fosfaat in het bloed (hypofosfatemie) – 23
  • transfusiereactie (hemolytische transfusiereactie) – 22
  • hersenabces (cerebraal abces) – 22
  • schemertoestand (niet-convulsieve status epilepticus) – 22
  • gebruik van lidocaïne – 21
  • syndroom van Eisenmenger – 21
  • bloedvergiftiging door een katheter in een bloedvat (lijnsepsis) – 20
  • hersenvliesontsteking door virussen (virale meningitis) – 19
  • vernauwing van de darmslagader (stenose van de A. mesenterica) – 19
  • verdoving van de arm door okselblokkade (axillairblock) – 19
  • lange-QT-tijdsyndroom type 1 – 19
  • syndroom van Reye – 18
  • methanolvergiftiging (methanolintoxicatie) – 17
  • autonome neuropathie – 17
  • verwonding aan de nier (nierletsel) – 17
  • slecht werkende lever (acuut leverfalen) – 17
  • anuskramp (proctalgia fugax) – 17
  • hersenvliesontsteking door pneumococcen (pneumococcen meningitis) – 16
  • psychotische depressie (depressie met psychotische kenmerken) – 16
  • gebruik van Ammonaps (fenylbutyraat) – 16
  • trombose van de sinus sagitalis in de hersenen (cerebrale trombose van de sinus sagittalis superior) – 15
  • bloedarmoede door een tekort aan vitamine B12 (pernicieuze anemie) – 15
  • ventrikeltachycardie – 15
  • benzinevergiftiging na doorslikken benzine (acute benzine-intoxicatie) – 15
  • verdrinking – 15
  • gescheurde luchtpijp (trachearuptuur) – 15
  • uitzaaiingen in de hersenvliezen (meningeale metastasen) – 15
  • ijzervergiftiging (acute ijzerintoxicatie) – 15
  • afgenomen doorbloeding van de darmslagader (ischemie van de darmen) – 15
  • gebruik van clozapine (Leponex) – 15
  • hoogteziekte (acute hoogteziekte) – 15
  • kattenkrabziekte – 15
  • hartaanval van de achterwand van het hart (achterwandinfarct) – 15
  • gebruik van donepezil (Aricept) – 14
  • meningokokkensepsis (acute meningokokkensepsis) – 14
  • gebruik van alfuzosine (Xatral en merkloze versies) – 14
  • essentiële trombocytemie (essentiële trombocytemie) – 13
  • te langzaam werkende bijschildklier (hypoparathyreoïdie) – 13
  • craniofaryngioom – 13
  • infectie met het cytomegalovirus (cytomegalie) – 13
  • lekkende aortaklep (aortaklepinsufficiëntie) – 12
  • vernauwing van de longslagaderklep (pulmonalisstenose) – 12
  • bloedend divertikel van Meckel – 12
  • verlaging van de bloeddruk door een overgevoelige sinus caroticus (hypersensitieve-sinus caroticus-syndroom – vasodepressieve vorm) – 12
  • aritmogene rechterkamercardiomyopathie (aritmogene rechterventrikel cardiomyopathie) – 11
  • familiaire hemiplegische migraine – 11
  • chronisch nierfalen (chronische nierinsufficiëntie) – 11
  • trombose van de darmslagader (trombose van de A. mesenterica) – 10
  • tetralogie van Fallot – 10
  • magnesiumtekort (magnesiumdeficiëntie) – 10
  • vernauwing van de grote lichaamsslagader door aderverkalking (atherosclerose van de aorta) – 10
  • sporadische hemiplegische migraine (sporadische hemiplegische migraine) – 10
  • hersentrombose (cerebrale veneuze trombose) – 10
  • gebruik van fentanyl tabletten of zuigtabletten (Abstral, Actiq, Breakyl, Effentora, Recivit) – 10
  • digoxine overdosering (digoxine intoxicatie) – 9
  • ziekte van Moschcowitz (trombotische trombocytopenische purpura) – 9
  • syndroom van Waterhouse-Friderichsen – 8
  • syndroom van Guillain-Barré – 8
  • trombose van de sinus cavernosus in de hersenen (cerebrale trombose van de sinus cavernosus) – 8
  • bevriezing (frostbite (lichaam)) – 7
  • gebroken slaapbeen (fractuur van het os temporale) – 7
  • hersenvliesontsteking door herpesvirus (virale meningitis door herpesvirus) – 7
  • hartzwakte rond de bevalling (peripartum-cardiomyopathie) – 7
  • ziekte van Kahler (multipel myeloom) – 7
  • ziekte van Addison (primaire bijnierschorsinsufficiëntie) – 7
  • kramp in de kransslagaders (Prinzmetal angina) – 7
  • zwangerschapsvergiftiging (pre-eclampsie) – 7
  • hemolytisch uremisch syndroom (typische HUS) – 7
  • overdosis acetylsalicylzuur (salicylaatintoxicatie) – 7
  • voorbijgaande erytroblastopenie bij kinderen (transient erythroblastopenia of childhood) – 7
  • ketoacidose door hongeren (ketoacidose door vasten) – 6
  • basilarismigraine (basilarismigraine) – 6
  • veteranenziekte (legionella-pneumonie) – 6
  • gebruik van fosinopril (Monopril) – 6
  • lange-QT-tijdsyndroom type 3 – 6
  • longontsteking door inwerking van schadelijke stoffen (chemische pneumonitis) – 6
  • gebarsten buitenbaarmoederlijke zwangerschap (geruptureerde ectopische zwangerschap) – 6
  • verhoogde druk in de longslagader door onbekende oorzaak (primaire pulmonale hypertensie) – 6
  • hypertrofische obstructieve cardiomyopathie – 6
  • koudeallergie (primaire koude urticaria) – 6
  • syndroom van Heyde – 6
  • klephemolyse – 6
  • aplastische anemie – 6
  • letale katatonie (acute letale katatonie) – 6
  • transpositie van de grote vaten (transpositie van de grote vaten) – 5
  • interstitiële nefritis (acute interstitiële nefritis) – 5
  • gebruik van desmopressine (Minrin) – 5
  • gebruik van lercanidipine (Lerdip) – 5
  • luchtembolie – 5
  • mestcelziekte (systemische mastocytose) – 5
  • hemangioom van de kleine hersenen – 5
  • ziekte van Takayasu (takayasu-arteriitis) – 5
  • hoogtelongoedeem – 5
  • toxische encefalopathie bij buikgriep (gastroenteritis) – 5
  • thyreotoxische crisis – 5
  • vruchtwaterembolie – 4
  • misvormde bloedvaten in de hersenen (arterioveneuze malformatie in de hersenen) – 4
  • malaria – 4
  • lucht in de schedel met verhoging van de hersendruk (spanningspneumocefalie) – 4
  • syndroom van Münchhausen – 4
  • insulinoom – 4
  • thalliumvergiftiging (thalliumintoxicatie) – 4
  • aantasting van de zenuwschede van zenuwcellen in de hersenstam (centrale pontiene myelinolyse) – 4
  • ontsteking van de hersenen met antistoffen tegen de NMDA-receptor (anti-NMDA-receptor encefalitis) – 4
  • gebruik van amfetamine (speed) – 4
  • overdosis olanzapine (olanzapine intoxicatie) – 4
  • bloedarmoede door bloeding (acute posthemorragische anemie) – 4
  • syndroom van Jervell en Lange-Nielsen – 4
  • vitamine B1-tekort (thiaminedeficiëntie) – 4
  • neuralgie van de tong-keelzenuw (glossofaryngeusneuralgie) – 4
  • syndroom van Sheehan (postpartum hypopituïtarisme) – 4
  • familiaire adenomateuze polypose – 3
  • blootstelling aan tolueen – 3
  • gebruik van Forxiga (dapagliflozine) – 3
  • multifocale boezemtachycardie (multifocale atriale tachycardie) – 3
  • verbranding van de luchtwegen (inhalatietrauma) – 3
  • hypofyse-infarct – 3
  • Stendhal-syndroom – 3
  • chemische verbranding van de arm – 3
  • buiktyfus – 3
  • syndroom van Da Costa – 3
  • bloedvergiftiging door streptokokken bij pasgeboren baby’s (neonatale sepsis door groep B streptokokken) – 3
  • blootstelling aan formaldehydedamp – 3
  • vertraagde post-hypoxische leukencefalopathie – 3
  • gebruik van neostigmine – 3
  • niet aangelegde of onderontwikkelde bijnieren (agenesie of dysgenesie van de bijnieren) – 3
  • tekort aan alfa-1-antitrypsine (alfa-1-antitrypsine deficiëntie) – 3
  • tropische malaria (malaria door Plasmodium falciparum) – 3
  • blikseminslag – 3
  • dumpingsyndroom (postgastrectomiesyndroom) – 3
  • vergiftiging met kamfer (kamferintoxicatie) – 3
  • blauwzuurvergiftiging (cyanide intoxicatie) – 3
  • barbituraatoverdosis (barbituraatvergiftiging) – 3
  • gebruik van bumetanide (Burinex) – 3
  • gebruik van Invokana (canagliflozine) – 3
  • gebruik van Levitra (vardenafil) – 3
  • HSE-syndroom (hemorragische shock encefalopathie-syndroom) – 2
  • sclerodermie (systemische sclerose) – 2
  • gebruik van Omnic (tamsulosine) – 2
  • gebruik van voriconazol (Vfend) – 2
  • ontsteking van het limbische systeem in de hersenen (limbische encefalitis) – 2
  • syndroom van Eagle – 2
  • maligne antipsychoticasyndroom – 2
  • aseptische meningitis door geneesmiddelen (geneesmiddelen-geïnduceerde aseptische meningitis) – 2
  • gebruik van teriparatide (merknaam: Forsteo) – 2
  • lymfocytaire hypofysitis – 2
  • gebruik van lenalidomide (Revlimid) – 2
  • paradichloorbenzeen vergiftiging (paradichloorbenzeen intoxicatie) – 2
  • syndroom van Pierre Robin – 2
  • lidocaïneoverdosering (lidocaïne-intoxicatie) – 2
  • gebruik van Revolade (eltrombopag) – 2
  • hersenvliesontsteking door Haemophilus influenza-bacterie (meningitis door H. influenzae) – 2
  • tekenencefalitis – 2
  • amfetaminevergiftiging (amfetamine-intoxicatie) – 2
  • ziekte van Marchiafava-Bignami (centrale demyelinisering van het corpus callosum) – 2
  • aangeboren vernauwing van de grote lichaamsslagader (coarctatio aortae) – 2
  • hypertrofische niet-obstructieve cardiomyopathie (hypertrofische cardiomyopathie) – 2
  • verwonding aan de urinewegen (letsel van de urinewegen) – 2
  • gebruik van Ventavis (iloprost) – 2
  • gebruik van Tamiflu (oseltamivir) – 2
  • gebruik van Vesomni (solifenacine / tamsulosine) – 2
  • gebruik van Xarelto (rivaroxaban) – 2
  • tekort aan het enzym MCAD (MCAD-deficiëntie) – 1
  • verbindweefseling van het spierweefsel van het hart (endomyocardiale fibrose) – 1
  • hersenvliesontsteking door cryptokokken (cryptokokkenmeningitis) – 1
  • korte-QT-tijdsyndroom – 1
  • myxoom van de linkerboezem (myxoom van het linker atrium) – 1
  • ontsteking van de hersenstam (Bickerstaff) (hersenstamencefalitis van Bickerstaff) – 1
  • hersenvliesontsteking door E. coli (E.coli-meningitis) – 1
  • eclampsie – 1
  • nootmuskaatvergiftiging (nootmuskaat intoxicatie) – 1
  • loodvergiftiging (chronische loodintoxicatie) – 1
  • zoutverlies door aandoening van de hersenen (syndroom van cerebraal zoutverlies) – 1
  • mijnworminfectie (ancylostomiasis) – 1
  • ziekte van Whipple – 1
  • permanent junctional reciprocating tachycardie – 1
  • aconitine-vergiftiging (aconitine-intoxicatie) – 1
  • tuberculeuze meningitis (meningitis tuberculosa) – 1
  • MELAS-syndroom – 1
  • verwonding aan de blaas (traumatisch blaasletsel) – 1
  • idiopathisch kamerfibrilleren (idiopathisch ventrikelfibrilleren) – 1
  • vergiftiging met fenol (fenol intoxicatie) – 1
  • gebruik van Victrelis (boceprevir) – 1
  • lymfeklierkanker in de borstholte (mediastinaal lymfoom) – 1
  • ontsteking van het limbische systeem in de hersenen met antistoffen tegen VGKC (limbische encefalitis met anti-VGKC-antistoffen) – 1
  • gebruik van etacrynezuur (Edecrin) – 1
  • bloedvergiftiging door Streptococcus pyogenes (Streptococcus pyogenes sepsis) – 1
  • lymfeklierkanker in de hersenen (primair lymfoom van de hersenen) – 1
  • gebruik van Copaxone (glatirameer) – 1
  • argininobarnsteenzuur acidurie (argininosuccinase deficiëntie) – 1
  • bijnierinfarct (bijnierinfarct) – 0,9
  • zygomycose – 0,9
  • ophoping van lucht binnen de schedel (pneumocefalie) – 0,9
  • gebruik van pregabaline (Lyrica) – 0,9
  • ziekte van Waldenström (macroglobulinemie van Waldenström) – 0,9
  • aceetaldehyde syndroom (aceetaldehyde syndroom) – 0,8
  • ziekte van Steinert (myotone dystrofie type 1) – 0,8
  • hepatocerebrale degeneratie (hepatocerebrale degeneratie) – 0,8
  • ziekte van Binswanger (subcorticale leukencefalopathie) – 0,8
  • gebruik van Exelon (rivastigmine) – 0,8
  • gebruik van quinapril – 0,8
  • gebruik van ramipril – 0,8
  • lange-QT-tijdsyndroom type 5 – 0,7
  • blindedarmontsteking bij een niet-gedraaide dikkedarm (acute appendicitis bij non-rotatie van het colon) – 0,7
  • zuurstofvergiftiging (hyperoxie) – 0,7
  • aseptische meningitis (acute aseptische meningitis) – 0,7
  • dunnedarmbloeding (dunnedarmbloeding) – 0,7
  • wondergezwel in de borstholte (mediastinaal teratoom) – 0,6
  • aangeboren methemoglobinemie type II (congenitale methemoglobinemie type II) – 0,6
  • adderbeet (adderbeet) – 0,6
  • cryptokokkeninfectie door het lichaam (gedissemineerde cryptokokkeninfectie) – 0,6
  • kernicterus (bilirubine-encefalopathie) – 0,6
  • ziekte van Simmonds (necrose van de hypofysevoorkwab) – 0,6
  • schistosomiasis van het zenuwstelsel (neuroschistosomiasis) – 0,6
  • aangeboren sferocytaire anemie (congenitale sferocytose) – 0,6
  • sponsnieren (medullaire cystenieren) – 0,6
  • kalkneerslag in de nieren (nefrocalcinose) – 0,6
  • hersenvliesontsteking door Toscana-virus (meningitis door Toscana-virus) – 0,5
  • gebruik van levofloxacine tabletten – 0,5
  • tekort aan het enzym LCHAD (LCHAD-deficiëntie) – 0,5
  • syndroom van Kearns-Sayre – 0,5
  • aangeboren herpesinfectie (congenitale herpes) – 0,5
  • ziekte van Baló (concentrische sclerose van Baló) – 0,5
  • styreenvergiftiging (styreenintoxicatie) – 0,5
  • myxoom van de rechterboezem (myxoom van het rechter atrium) – 0,5
  • gebruik van Caprelsa (vandetanib) – 0,5
  • gebruik van cabergoline (Dostinex) – 0,4
  • adrenoleukodystrofie – 0,4
  • spontane lekkage van hersenvocht (spontane liquor hypotensie syndroom) – 0,4
  • tekort aan het enzym carbamoylfosfaatsyntethase I (carbamoylfosfaatsyntethase I-deficiëntie) – 0,4
  • gezwel van de zwezerik (thymoom) – 0,4
  • gebruik van Inspra (eplerenon) – 0,4
  • gebruik van Lertec (enalapril en lercanidipine) – 0,4
  • gebruik van zoledroninezuur (Aclasta) – 0,4
  • gebruik van zoledroninezuur (Zometa) – 0,4
  • vergiftiging door Dieffenbachia plant (intoxicatie door Dieffenbachia plant) – 0,4
  • MEN-syndroom type I (MEN-syndroom type I) – 0,4
  • duikersziekte (decompressieziekte) – 0,4
  • gebruik van allergeenextract graspollen (Allergovit, Alutard, Pollinex, Purethal) – 0,3
  • gebruik van dexamfetamine (Amfexa) – 0,3
  • histoplasmose – 0,3
  • chronische inflammatoire demyeliniserende polyneuropathie – 0,3
  • los botje op de plaats van de dens van de tweede halswervel (os odontoideum) – 0,3
  • zwelling van de hersenen door hoogteziekte (hoogte-hersenoedeem) – 0,3
  • gebruik van Victrelis (boceprevir) – 0,3
  • inname van bilzekruid (Hycoscyamus niger) – 0,2
  • lange-QT-tijdsyndroom type 9 – 0,2
  • adrenoleukodystrofie – 0,2
  • tekort aan het enzym biotinidase (biotinidasedeficiëntie) – 0,2
  • murray-valley-encefalitis – 0,2
  • ontsteking van de hersenen door het St.-Louis-encefalitis virus (St.-Louis-encefalitis) – 0,2
  • acute invasieve bijholteontsteking door een schimmel (acute invasieve mycotische sinusitis) – 0,2
  • inademing van tetrachloorethyleen (inhalatie van tetrachloorethyleen) – 0,2
  • lijmsnuiven – 0,2
  • kwaadaardig gezwel van de zwezerik (maligne thymoom) – 0,2
  • syndroom van Allgrove (triple-A syndroom) – 0,2
  • gebruik van ifosfamide – 0,2
  • hemolytisch uremisch syndroom (volwassen vorm) – 0,2
  • atypisch hemolytisch uremisch syndroom (atypische HUS) – 0,2
  • maple syrup urine disease – 0,2
  • koolstofdioxidevergiftiging (exogene CO2-intoxicatie) – 0,2
  • gebruik van Ethyol (amifostine) – 0,2
  • gebruik van gabapentine (gebruik van gabapentine) – 0,2
  • gray baby-syndroom (chlooramfenicol-toxiciteit bij pasgeborenen) – 0,1
  • cholera – 0,1
  • infectie van de hersenstam door Listeria bacterie (rombencefalitis door Listeria monocytogenes) – 0,1
  • stralingsziekte (acute stralingsziekte) – 0,1
  • aangeboren afwijking in de ureumcyclus (congenitaal defect in de ureumcyclus) – 0,1
  • tekort aan het enzym N-acetylglutamaatsynthetase (NAGS-deficiëntie) – 0,1
  • West-Nijl koorts (West-Nijl virusinfectie) – 0,1
  • urticaria pigmentosa – 0,1
  • fatale familiaire insomnie – 0,1
  • allergisch astma door Aspergillus (Aspergillus-astma) – 0,1
  • aangeboren tekort aan carnitine (primaire carnitinedeficiëntie) – 0,1
  • hyperlysinemie – 0,1
  • tekort aan het enzym arginosuccinaatlyase (arginosuccinaatlyase deficiëntie) – 0,1
  • tekort aan het enzym arginosuccinaatsynthase (argininosuccinaatsynthase deficiëntie) – 0,1
  • Afrikaanse slaapziekte (trypanosomiasis) – 0,1
  • tekort aan het enzym dopamine-beta-hydroxylase (dopamine-β-hydroxylasedeficiëntie) – 0,1
  • blootstelling aan hoge concentraties zwavelkoolstof (koolstofdisulfide intoxicatie) – 0,1
  • stapeling van eiwitten in de longblaasjes (pulmonale alveolaire proteïnose) – 0,1
  • gebruik van adrenaline autoinjector (EpiPen) – 0,1
  • gebruik van pyridostigmine (Mestinon) – 0,1
  • gebruik van cabozantinib (Cometriq) – 0,1
  • gebruik van nilotinib (Tasigna) – 0,1
  • syndroom van Riley-Day (familiaire dysautonomie) – 0,1
  • kwallenbeet in de hals – 0,1
  • kwallenbeet in de nek – 0,1
  • Japanse encefalitis – 0,1
  • spierdystrofie van Emery-Dreifuss – geslachtsgebonden vorm (X-gebonden Emery-Dreifuss musculaire dystrofie) – 0,1
  • verstopping van de longaderen (pulmonale veno-occlusieve ziekte) – 0,1
  • syndroom van Taussig-Bing – 0,1
  • proximale myotone myopathie (myotone dystrofie type 2) – 0,1
  • goedaardig gezwel van de kliertjes van Brunner (Brunner-adenoom) – 0,1
  • aangeboren tekort aan intrinsic factor (congenitale intrinsic factor deficiëntie) – 0,1
  • builenpest (Yersinia pestis-infectie) – 0,06
  • tekort aan het enzym acetoacetyl-CoA thiolase (acetoacetyl-CoA thiolase deficiëntie) – 0,06
  • vergiftiging met ricine (orale ricine intoxicatie) – 0,06
  • koortsaanvallen na tekenbeet (febris recurrens door Borrelia recurrentis) – 0,05
  • gebruik van levofloxacine infusievloeistof – 0,05
  • tekort aan het enzym carnitine palmitoyltransferase IA (carnitine palmitoyltransferase deficiëntie type IA) – 0,05
  • hongeroedeem (kwashiorkor) – 0,05
  • ziekte van Naxos – 0,04
  • infectie van de hersenen met Naegleria fowleri (primaire amoeben meningoencefalitis) – 0,04
  • tekort aan het enzym MCC (MCC deficiëntie) – 0,04
  • Nipah-virusinfectie – 0,04
  • koortsaanvallen na luizenbeet (febris recurrens door Borrelia duttoni) – 0,03
  • gebruik van Yervoy (ipilimumab) – 0,03
  • ontsteking van de hersenen door het Kunjin virus (Kunjin-encefalitis) – 0,03
  • syndroom van Muckle-Wells – 0,02
  • isovaleriaanacidemie – 0,02
  • ziekte van Brill-Zinsser – 0,02
  • spierdystrofie van Emery-Dreifuss – autosomaal dominante vorm (Emery-Dreifuss musculaire dystrofie) – 0,02
  • gebruik van octocog alfa (Kogenate, Kovaltry, Advate, Helixate Nexgen) – 0,02
  • gebruik van pembrolizumab (Keytruda) – 0,02
  • syndroom van Ganser – 0,01
  • mazelenencefalitis (subacute scleroserende panencefalitis) – 0,01
  • infantiele neuroaxonale dystrofie – 0,01
  • ciguatera vergiftiging (ciguatera intoxicatie) – 0,01
  • gele koorts – 0,002

Synoniemen

Andere namen die ongeveer hetzelfde betekenen zijn flauwvallen, syncope, buiten westen raken, collaps, somnolentie, flauwte, bewusteloos, wegraking
bewustzijnsverlies, bewustzijnsstoornis, bewusteloosheid, buiten bewustzijn, bewustzijn verliezen, verminderd bewustzijn, bewustzijnsdaling, verlaagd bewustzijn, buiten bewustzijn raken, en buiten kennis raken.


Uitgegeven door: Simpto.nl
Datum van publicatie: 9 november 2017
Auteur: Erwin Douwes
Laatst bijgewerkt op: 9 november 2017


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *