Wat is leukocytose?

Leukocytose betekent een verhoging van het aantal witte bloedcellen (= leukocyten) in het bloed.

Een overmaat aan witte bloedcellen wordt gemeten door bloed af te nemen en het aantal witte cellen daarin te bepalen.

leukocytose
witte bloedcellen onder de microscoop

Wanneer is er sprake van leukocytose?

De normale hoeveelheid witte bloedcellen in het bloed ligt tussen de 4-11 miljard per liter. Is het aantal hoger dan 11 miljard per liter, dan wordt gesproken van leukocytose.

Bij welke aandoeningen komt leukocytose voor?

Er zijn zeer veer verschillende ziektes waarbij leukocytose voorkomt. De ziektebeelden kunnen in grote lijnen worden onderverdeeld in de volgende groepen:

  • Ontstekingen
  • Infecties
  • Kanker
  • Overige, zoals gebruik van bepaalde medicijnen

Hieronder een uitgebreide lijst met aandoeningen waarbij leukocytose kan voorkomen. Het getal achter de diagnose is een schatting van het aantal gevallen dat jaarlijks in Nederland voorkomt waarbij leukocytose voorkomt.

Zeer vaak voorkomende oorzaken van leukocytose: >10.000/jaar

Vaak voorkomende oorzaken van leukocytose: >1.000/jaar

Minder vaak voorkomende oorzaken van leukocytose: <1.000/jaar

Zeldzame oorzaken voor leukocytose: <100/jaar

Zeer zeldzame oorzaken voor leukocytose: <10/jaar

  • descenderende necrotiserende mediastinitis (descenderende necrotiserende mediastinitis) – 9
  • acute monocytaire leukemie (acute monocytaire leukemie) – 9
  • eosinofiele colitis – 9
  • erythema nodosum – 9
  • ontsteking van een tussenwervelschijf in de nek (cervicale discitis) – 9
  • abces van de zwezerik (abces van de thymus) – 9
  • blindedarmontsteking bij een niet-gedraaide dikkedarm (acute appendicitis bij non-rotatie van het colon) – 9
  • leukostase in de long (pulmonaire leukostase) – 8
  • promyelocytenleukemie – 8
  • bagassose – 6
  • lokale spierontsteking in de hals (focale myositis van de M. sternocleidomastoïdeus) – 6
  • lokale spierontsteking in de kuit (focale myositis van de M. gastrocnemius) – 6
  • afsterven van de huid door gebruik van antistollingsmiddelen (coumarine geïnduceerde huidnecrose) – 6
  • gaatje in de slokdarm (oesofagusperforatie) – 6
  • maligne antipsychoticasyndroom – 6
  • ontsteking van het sprongbeen (osteomyelitis van de talus) – 6
  • B-cel prolymfocytaire leukemie – 5
  • chronische eosinofiele leukemie – 5
  • spontane gangreneuze myositis van het onderbeen – 5
  • hersenvliesontsteking door Streptococcus suis (Streptococcus suis-meningitis) – 5
  • atypisch hemolytisch uremisch syndroom (atypische HUS) – 4
  • amoeboom in de dikke darm (amoeboom in het colon) – 4
  • aangeboren syfilis (congenitale syfilis) – 4
  • spierinfarct in de kuit bij suikerziekte (diabetisch spierinfarct in de kuit) – 4
  • ziekte van Finkelstein (acuut hemorragisch oedeem bij kinderen) – 4
  • acuut pulmonaal syndroom bij gebruik van nitrofurantoïne – 4
  • darmsteen (enteroliet) – 4
  • chronische myelomonocytaire leukemie – 4
  • ziekte van Whipple – 3
  • haarcelleukemie (hairy-cell-leukemie) – 3
  • buiktyfus – 3
  • hemolytisch uremisch syndroom (volwassen vorm) – 3
  • esdoornschillerslong (acute allergische alveolitis) – 3
  • ziekte van Wilson (hepatolenticulaire degeneratie) – 2
  • aantasting van de longen door amiodaron (Cordarone) – (amiodaron-geïnduceerde pulmonale toxiciteit) – 2
  • T-cel prolymfocytaire leukemie – 2
  • foie appendiculaire (pyleflebitis bij appendicitis) – 2
  • mesenteriale cyste – 2
  • infectie van het onderhuidse vetweefsel door een vleesetende bacterie (necrotiserende fasciitis) – 2
  • cholera – 2
  • tekenencefalitis – 2
  • geïnfecteerde laryngocele – 2
  • spierinfarct in de bovenarm bij suikerziekte (diabetisch spierinfarct in de bovenarm) – 1,5
  • hersenvliesontsteking (meningitis) door Toscana-virus – 1,5
  • syndroom van Schnitzler – 1,4
  • bindweefselvorming achter het buikvlies (retroperitoneale fibrose) – 1,2
  • ziekte van Rosai-Dorfman (sinushistiocytose met massale lymfadenopathie) – 1,2
  • bloedvergiftiging (sepsis) door Streptococcus pyogenes – 1,1
  • gescheurde slokdarm (oesofagusruptuur) – 1,1
  • essentiële cryoglobulinemische vasculitis – 1,1
  • sequoiose – 1,0

Extreem zeldzame oorzaken voor leukocytose: <1/jaar

  • vergiftiging met ricine (orale ricine intoxicatie) – 0,9
  • mesenteric inflammatory veno-occlusive disease – 0,7
  • anaplastisch grootcellig lymfoom – 0,7
  • melioïdose – 0,6
  • rattenbeetziekte (streptobacillose) – 0,6
  • capillairleksyndroom – 0,5
  • chyleuze peritonitis – 0,4
  • ziekte van Kimura – 0,4
  • TAR-syndroom – 0,4
  • omentumcyste – 0,4
  • ziekte van Hallopeau (acrodermatitis continua) – 0,3
  • syndroom van Omenn – 0,2
  • juveniele myelomonocytaire leukemie – 0,2
  • eastern equine encephalitis – 0,1
  • blaaswormcyste in de longen (echinococcuscyste in de longen) – 0,1
  • actinomycose in de buikholte – 0,1
  • lymfocytaire choriomeningitis – 0,01

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *