Diffusiecapaciteit van de longen

Wat is de diffusiecapaciteit van de longen?

De diffusiecapaciteit van de longen is de mate waarin de longen in staat zijn om zuurstof uit ingeademde lucht te halen, en koolzuurgas af te staan.

In de longblaasjes wordt zuurstof opgenomen vanuit de ingeademde lucht in het bloed dat door de haarvaatjes (capillairen) van de longblaasjes stroomt. Tegelijkertijd wordt koolzuur (CO2) door het bloed afgestaan aan de lucht in de longblaasjes, en kan zo uitgeademd worden. Dit proces wordt ‘gaswisseling’ of ‘diffusie’ genoemd.

diffusiecapaciteit is maat voor de gaswisseling in de longen
gaswisseling in de longen

De diffusiecapaciteit van de longen geeft aan hoeveel zuurstof vanuit de longblaasjes wordt doorgegeven aan de rode bloedcellen in de capillairen (haarvaten).

Wanneer wordt het gemeten?

De diffusiecapaciteit van de longen wordt bepaald bij mensen met klachten van de longen om erachter te komen wat de onderliggende oorzaak is.

Ook kan de diffusiecapaciteit worden bepaald om te beoordelen of een behandeling goed aanslaat. Er is dan sprake van een longaandoening met een verlaagde diffusiecapaciteit. Door een behandeling in te stellen verwacht de arts dat de diffusiecapaciteit zal verbeteren. Door dit te meten blijkt of de behandeling inderdaad helpt.

Hoe wordt het gemeten?

De diffusiecapaciteit van de longen wordt gemeten met een longdiffusietest. Een dergelijke test wordt meestal gedaan op een afdeling ‘longfunctieonderzoek’ van een ziektenhuis of een diagnostisch centrum. Het onderzoek wordt uitgevoerd door een longfunctielaborant.

longfunctieonderzoek om diffusiecapaciteit van de longen te meten
longfunctieonderzoek

Tijdens het onderzoek zit de patiënt op een stoel bij het apparaat waarmee de meting wordt verricht. Uit dit apparaat steekt een slang. Op de slang zit een mondstuk. De patiënt neemt het mondstuk in de mond. De longfunctielaborant doet een neusklem op de neus. Hiermee wordt voorkomen dat lucht via de neus wordt in- en uitgeademd. De patiënt kan nu rustig in- en uitademen via de mond.

De lucht die via de slang wordt ingeademd bevat een kleine hoeveelheid koolmonoxide. De longfunctielaborant vraagt de patiënt diep in te ademen en de adem vervolgens 10 seconden vast te houden. Vervolgens moet de patiënt uitademen. De uitgeademde lucht wordt via de slang opgevangen in het apparaat. Daar wordt het koolmonoxide gehalte van de uitgeademde lucht gemeten.

Door het koolmonoxide gehalte in de uitgeademde lucht te vergelijken met het koolmonoxide gehalte in de ingeademde lucht kan worden bepaald hoeveel koolmonoxide in de longen is opgenomen. Op grond hiervan kan de diffusiecapaciteit worden berekend.

Als de diffusietest wordt gedaan zal gelijk ook een algemeen longfunctieonderzoek (spirometrie) worden gedaan. Het gehele onderzoek duurt meestal zo’n 30-40 minuten.

Wat is de normaalwaarde?

De diffusiecapacitiet is afhankelijk van leeftijd, geslacht, lengte en het hemoglobine gehalte in het bloed. Op grond van deze gegevens wordt voor iedere patiënt afzonderlijk berekend wat een normale diffusiecapaciteit zou zijn. Er is dus niet één waarde die normaal is voor iedereen.

Vervolgens wordt de gemeten diffusiecapaciteit weergegeven als percentage van de berekende waarde voor een gezond persoon. De normaalwaarde is in dat geval 100%. Een lagere waarde betekent een lager dan verwachte diffusiecapaciteit. Een hogere waarde betekent een hoger dan verwachte diffusiecapaciteit.

Oorzaken verminderde diffusiecapaciteit

Er zijn verschillende redenen waarom de diffusiecapaciteit van de longen gestoord kan zijn. De doorbloeding van de longen kan belemmerd zijn, de gaswisseling in de longblaasjes zelf kan belemmerd zijn, of het aantal longblaasjes dat beschikbaar is voor gaswisseling is verminderd.

Voor elke oorzaak worden hieronder voorbeelden gegeven. Onderaan deze webpagina staat een uitgebreide lijst met oorzaken voor een verlaagde diffusiecapaciteit van de longen.

Belemmerde doorbloeding van de longen

Bij verminderde doorbloeding van (een deel van) de longen kunnen zuurstof en koolzuurgas onvoldoende worden uitgewisseld omdat er minder bloed langs de longblaasjes stroomt. Dit komt voor bij mensen met longembolieën (bloedstolsels in de longen). Het deel van de longen dat door de longembolie niet wordt doorbloed kan niet bijdragen aan de gaswisseling.

Een afname van de doorbloeding van de longen kan ook worden veroorzaakt door aandoeningen buiten de longen. Zo kan de bloeddoorstroming van de longen verminderd zijn door aandoeningen van het hart.

Afname aantal rode bloedcellen

Ook bij bloedarmoede (anemie) kan de diffusiecapaciteit verminderd zijn. De doorbloeding van de longen is dan weliswaar normaal, maar de hoeveelheid rode bloedcellen die beschikbaar is om zuurstof op te nemen is verminderd.

Belemmerde gaswisseling in de longblaasjes

Een andere reden is dat zuurstof en koolzuurgas niet goed heen en weer kunnen stromen tussen ingeademde lucht en bloed. Dit komt voor bij longoedeem, verbindweefseling van de longen (longfibrose) en stapeling van eiwitten in de longblaasjes (pulmonale alveolaire proteïnose). Hierbij belemmeren respectievelijk vocht, bindweefsel en eiwitten de uitwisseling van zuurstof en koolzuurgas tussen ingeademde lucht en bloed in de haarvaten van de longen.

De gaswisseling in de longblaasjes kan ook belemmerd zijn als een deel van het bloed dat door de longen stroomt niet of onvoldoende in aanraking komt met de longblaasjes. Er is dan sprake van een ‘shunt’. Dit komt voor bij onder andere het hepatopulmonaal syndroom.

Afname aantal longblaasjes

Ten slotte kan de hoeveelheid longblaasjes die beschikbaar is voor gaswisseling verminderd zijn. Dat kan voorkomen bij een longontsteking en longemfyseem. Maar ook na verwijdering van (een deel van de long) is uiteraard minder longweefsel beschikbaar voor gaswisseling.

Engelse vertaling

diffusion capacity of the lungs, diffusion capacity of the lung for carbon monoxide, DLCO, transfer factor of carbon monoxide

Verder lezen / Referenties

  • M Demedts & M Decramer, ‘Longfunctie-onderzoek. Technieken, toepassingen, interpretaties’, uitgegeven door Garant Leuven-Apeldoorn. ISBN 90-5350-630-6.

Synoniemen voor diffusiecapaciteit van de longen zijn pulmonale diffusiecapaciteit, pulmonaire diffusiecapaciteit, longdiffusiecapaciteit en transferfactor.


Verminderde diffusiecapaciteit van de longen – Differentiaaldiagnose (DD)

Hieronder een uitgebreide lijst met oorzaken voor een verlaagde diffusiecapaciteit van de longen. Het getal achter de oorzaak geeft een schatting van het aantal mensen dat jaarlijks in Nederland vanwege die reden een verlaagde diffusiecapaciteit heeft.

De gegevens voor deze tabel zijn afkomstig uit de Simpto-database. De Simpto-database bevat informatie over meer dan 10.000 verschillende ziekten en aandoeningen.


Gepubliceerd door: Simpto.nl
Datum van publicatie: 14 juni 2017
Auteur: Erwin Douwes
Laatst bijgewerkt op: 17 juli 2017

1 reactie

  1. Helaas mis ik hier alweer het benoemen van Longfibrose/ IPF !!!!
    Het doet me echt , elke keer weer, pijn dat hieraan zo weinig aandacht aan wordt besteedt! Mede daarom blijft de “onbekendheid” met/van deze afschuwelijke ziekte zo groot!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *