Wat is cardiotocografie?

Cardiotocografie – vaak afgekort tot CTG – is een onderzoek waarbij de hartslag van het ongeboren kind en de activiteit van de baarmoeder worden gemeten. De resultaten worden zichtbaar gemaakt op een grafiek, het cardiotocogram.

Hoe wordt het onderzoek gedaan?

Er zijn twee vormen: uitwendig CTG en inwendig CTG. Bij een uitwendig CTG worden de metingen gedaan via de buik van de moeder. Dat geeft minder nauwkeurige waarden dan bij het inwendige CTG.

Het inwendige CTG wordt toegepast tijdens de bevalling. Voor dit onderzoek wordt een druklijn via de vagina in de baarmoeder aangebracht. Deze druklijn registreert drukverschillen in de baarmoeder. Hiermee kan het optreden, de duur en de kracht van de weeën worden vastgelegd. Op het hoofd van het ongeboren kind wordt een elektrode geplaatst die de hartslag van het kind registreert.

Tijdens de bevalling kan – naast cardiotocografie – ook bloedonderzoek bij het ongeboren kind worden verricht. Er wordt dan bloed afgenomen uit het hoofdje van het kind. Afwijkingen van de zuurgraad van het bloed kunnen wijzen op zuurstoftekort bij het kind.

Hoe wordt het cardiotocogram beoordeeld?

De arts zal kijken wat de basale hartslag van het ongeboren kind is. Deze ligt normaal gesproken tussen de 110-150 slagen per minuut. Wordt de baby te vroeg geboren dan kan de hartslag hoger zijn. Ook bij bepaalde afwijkingen kan de hartslag te hoog of te laag zijn.

Daarnaast wordt gekeken naar de variatie van de hartslag. Er treden normaal gesproken namelijk subtiele versnellingen en vertragingen van de hartslag op. Een verminderde variabiliteit in de hartslag van het ongeboren kind kan duiden op een afwijking.

Versnellingen (acceleraties) van de hartslag zijn normaal. Ze worden vooral gezien als het ongeboren kind beweegt of tijdens de zogenaamde REM-slaap.

Vertragingen (deceleraties) van de hartslag worden gezien als de baarmoeder samentrekt, dus als de moeder weeën heeft. Er zijn verschillende typen vertragingen. Een zogenaamde ‘vroege vertraging (vroege deceleratie) is een normaal verschijnsel na samentrekking van de baarmoeder. Een ‘late vertraging (late deceleratie)’ kan wijzen op zuurstoftekort bij het ongeboren kind. Een wisselende vertraging (variabele deceleratie) kan wijzen op beknelling van de navelstreng.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *