Onderzoek

Welk onderzoek wordt gedaan?

Bij het zoeken naar de oorzaak van medische klachten zullen artsen vaak in eerste instantie lichamelijk onderzoek doen. Als ze dan nog geen diagnose kunnen stellen kan aanvullend medisch onderzoek worden aangevraagd.

Lichamelijk onderzoek

Na het vraaggesprek (anamnese) met de patiënt zal de arts vaak lichamelijk onderzoek doen. De arts zal hierbij kijken, voelen en/of luisteren. Het doel is om te onderzoeken of er afwijkingen zijn die een aanwijzing kunnen geven over de oorzaak van de klachten van de patiënt.

Aanvullend medisch onderzoek

Aanvullend medisch onderzoek kan worden onderverdeeld in de volgende categoriën:

  • Laboratoriumonderzoek
  • Beeldvormend onderzoek
  • Longfunctie onderzoek
  • Hartonderzoek

Laboratoriumonderzoek

Bij laboratoriumonderzoek worden bloed, urine of andere lichaamsvloeistoffen onderzocht. Er wordt gekeken of het gehalte van bepaalde stoffen verhoogd of verlaagd is. Een ander type laboratoriumonderzoek is bacteriologisch onderzoek. Hierbij wordt onderzoek gedaan naar het voorkomen van bacteriën of andere micro-organismen als oorzaak van een ziekte. Omdat niet alleen op bacteriën wordt onderzocht, maar ook op schimmels en virussen, is het beter om te spreken van microbiologisch onderzoek.

Beeldvormend onderzoek

Bij beeldvormend onderzoek wordt de binnenkant van het menselijk lichaam in beeld gebracht. Vroeger gebeurde dat bijna altijd met behulp van röntgenonderzoek. Tegenwoordig hebben artsen veel meer en betere onderzoeken tot hun beschikking. Voorbeelden zijn CT-scan, MRI-scan, en PET-scan. Deze onderzoeken worden meestal gedaan door een radioloog.

Een speciale groep is beeldvormend onderzoek waarbij gebruik wordt gemaakt van radioactieve stoffen. Dit is het terrein van de nucleaire geneeskunde. Voorbeelden van onderzoek met radioactieve stoffen zijn botscan en schildklierscintigrafie.

Longfunctie onderzoek

Hierbij wordt gemeten hoe goed de longen in staat zijn te ademen. Er wordt gekeken naar de hoeveelheid lucht die de longen kunnen bevatten en hoe snel de longen lucht kunnen in- en uitademen. De uitslagen worden gebruikt ter ondersteuning van een diagnose, maar ook om het effect van behandeling te meten.

Hartonderzoek

Voorbeelden van hartonderzoek zijn het maken van een zogenaamd ‘hartfilmpje’ (elektrocardiogram), en het meten van de hoeveelheid bloed die het hart kan uitpompen.

Andere beeldvormende onderzoeken worden gedaan door de behandelend specialist. Voorbeelden zijn bronchoscopie (kijkonderzoek van de luchtwegen) door de longarts, cystoscopie (kijkonderzoek van de blaas) door de uroloog, gastroscopie (kijkonderzoek van de maag) door de gastro-enteroloog etc.


Gepubliceerd door: Simpto.nl
Datum van publicatie: 8 september 2014
Auteur: Erwin Douwes
Laatst bijgewerkt op: 19 augustus 2017

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *