Trombopoëtine

Wat is trombopoëtine?

Trombopoëtine – vaak afgekort tot TPO – is een hormoon dat de ontwikkeling van voorlopercellen van bloedplaatjes (trombocyten) bevordert. De voorlopercellen van bloedplaatjes heten megakaryoblasten en megakaryocyten. Trombopoëtine bevordert de groei en ontwikkeling van megakaryoblasten en megakaryocyten tot bloedplaatjes.

De vorming van bloedplaatjes uit voorlopercellen wordt trombopoëse genoemd. Trombopoëtine is, net als erytropoëtine en G-CSF, een zogenaamde hematopoëtische groeifactor.

Waar wordt het gemaakt?

Trombopoëtine wordt op drie plaatsen in ons lichaam gemaakt, namelijk de lever, de nieren, en het beenmerg. Verreweg het meeste wordt gemaakt in de lever.

Het DNA van cellen in ons lichaam bevatten een gen dat de volgorde van aminozuren van trombopoëtine bepaalt. Dit gen is het THPO-gen. Het ligt op chromosoom 3. In lever, nieren en beenmerg zorgt dit gen ervoor dat trombopoëtine wordt aangemaakt.

trombopoëtine molecuul - eiwitstructuur
trombopoëtinemolecuul – eiwitstructuur

Hoe werkt trombopoëtine?

Trombopoëtine hecht zich aan bepaalde structuurtjes op de celmembraan van megakaryoblasten en megakaryocyten. Deze structuurtjes worden trombopoëtine-receptoren genoemd. Door de binding van trombopoëtine aan deze receptoren worden processen in de megakaryoblasten en megakaryocyten in gang gezet. Deze processen zorgen ervoor dat deze cellen verder uitrijpen en bloedplaatjes gaan vormen.

trombopoëtine activeert trombopoëtine-receptoren
Bron: DJ Kuter, Blood 2007

Trombopoëtine gehalte in het bloed

De hoeveelheid trombopoëtine in het bloed wordt geregeld via het aantal beschikbare trombopoëtine-receptoren op de bloedplaatjes in het bloed. Dat gebeurt om ervoor te zorgen dat niet te veel, maar ook niet te weinig bloedplaatjes in het bloed voorkomen.

Regulering van het bloedgehalte

De regeling van de hoeveelheid trombopoëtine in het bloed gaat als volgt. Trombopoëtine bevordert de aanmaak van bloedplaatjes. Hierdoor neemt het aantal bloedplaatjes in het bloed toe. De bloedplaatjes bevatten trombopoëtine-receptoren. Het totaal aantal receptoren dat aanwezig is in het bloed neemt dus ook toe. De receptoren binden vervolgens trombopoëtine. Bij toename van het totaal aantal receptoren in het bloed zal dus meer trombopoëtine gebonden worden. Het gevolg is dat minder trombopoëtine vrij in het bloed achterblijft. Hiermee verlaagt het stofje dus z’n eigen aanwezigheid in het bloed.

Verhoogd en verlaagd gehalte in het bloed

Vanwege de bovengenoemde regeling van het aantal bloedplaatjes in het bloed zal het trombopoëtine-gehalte tegengesteld veranderen met het aantal bloedplaatjes in het bloed. Als er sprake is van een hoog aantal bloedplaatjes in het bloed (trombocytose), dan zal het trombopoëtine-gehalte in het bloed laag zijn. Het aantal voorlopercellen van bloedplaatjes (megakaryocyten) zal dan ook laag zijn.

Het trombopoëtine-gehalte kan echter ook veranderen door ontsteking en infecties. Als er sprake is van een leverziekte wordt meestal minder trombopoëtine aangemaakt door de lever. Dan zal het bloedgehalte dus verlaagd zijn.

Trombopoëtine als geneesmiddel

Trombopoëtine kan – net als erytropoëtine – in een laboratorium of fabriek worden nagemaakt. Dit is gedaan om te testen of het stofje ook als geneesmiddel gebruikt kon worden bij de behandeling van een te laag aantal bloedplaatjes in het bloed (trombocytopenie). In de praktijk blijkt het echter als geneesmiddel niet goed te werken.

Tegenwoordig zijn er andere geneesmiddelen die – net als trombopoëtine – de trombopoëtine-receptoren stimuleren. Dit worden ‘trombopoëtine-receptor-agonisten’ genoemd. Een voorbeeld van een dergelijk middel is eltrombopag. Het wordt op de markt gebracht onder de merknaam Revolade.

Revolade (eltrombopag) tabletten
Revolade (eltrombopag) tabletten

Historie

In de jaren ’50 van de vorige eeuw werd al aangenomen dat er een bloedplaatjes-groeifactor moest bestaan. Op dat moment was al bekend dat erytropoëtine de ontwikkeling van rode bloedcellen (erytrocyten) stimuleerde. Men nam aan dat eenzelfde soort stofje moest bestaan dat de ontwikkeling van bloedplaatjes zou stimuleren. Pas in 1994 werdt dit stofje, trombopëtine genoemd, aangetoond.

Engelse vertaling

thrombopoietin, megakaryocyte growth and development factor, MGDF, megapoietin, c-Mpl ligand

Synoniemen voor trombopoëtine zijn TPO, thrombopoëtine en thrombopoietine


Gepubliceerd door: Simpto.nl
Datum van publicatie: 23 februari 2017
Auteur: Erwin Douwes
Laatst bijgewerkt op: 23 februari 2017

1 reactie

  1. LS. Men kan dus PTO geven ter bevordering van toename aantal trombocyten. is er ook een hormoon dat het tegenovergestelde doet? Ik heb een DNA mutatie waarbij de receptoren niet meer sluiten, dus het aantal constant langzaam maar zeker toeneemt…..

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *