Urologie

Wat is urologie?

Urologie is een medisch specialisme dat zich bezighoudt met ziekten van de urinewegen. Daaronder vallen de nieren, de urineleiders (ureteren), de blaas, de prostaat en de plasbuis (urethra). De nieren vallen ook onder de nefrologie.

Een uroloog is een medisch specialist die mensen met ziekten van de urinewegen behandelt. De opleiding tot uroloog bestaat uit een deel algemene chirurgie en een deel urologie. De gehele opleiding duurt zo’n zes jaar.

Urologische ziektebeelden

Hieronder een overzicht van ziektes die meestal door urologen worden behandeld. Het getal achter de ziekte geeft een schatting van het aantal keer dat de betreffende diagnose jaarlijks in Nederland wordt gesteld.

  • vergrote prostaat (benigne prostaathypertrofie) – 45.000
  • plotselinge dubbelzijdige verstopping van de urinewegen (acute bilaterale obstructieve uropathie) – 28.000
  • niersteenaanval (niersteenkoliek) – 24.000
  • nierbekkenontsteking (acute pyelonefritis) – 22.700
  • chronische ontsteking van de prostaat (chronische prostatitis) – 22.000
  • niet-bacteriële prostaatontsteking (niet-bacteriële prostatitis) – 21.000
  • chronische eenzijdige verstopping van de urinewegen (chronische unilaterale obstructieve uropathie) – 16.000
  • prostaatsteen (calcificaties in de prostaat) – 15.000
  • chronisch bekkenpijn syndroom – 12.000
  • ontsteking van de bijbal (acute epididymitis) – 12.000
  • niersteen (nefrolithiasis) – 9.000
  • ontsteking van de plasbuis (urethritis) – 8.500
  • prostaatkanker (prostaatcarcinoom) – 8.200
  • ontsteking van de prostaat door bacteriën (acute bacteriële prostatitis) – 8.000
  • eenzijdige verstopping van de urinewegen (acute unilaterale obstructieve uropathie) – 7.500
  • ophoping van urine in de blaas (retentieblaas) – 6.500
  • andropauze (Partial Androgen Deficiency in Ageing Men) – 6.000
  • blaaskanker (blaascarcinoom) – 5.280
  • pendelbal (retractiele testis) – 5.000
  • niersteen in de urineleider (uretersteen) – 4.500
  • ontsteking van de eikel (balanitis) – 4.500
  • ontstoken voorhuid (posthitis) – 4.000
  • spataderbreuk (varicocèle) – 4.000
  • verzakking van de blaas (cystocele) – 3.500
  • blaasdivertikel (verworven blaasdivertikel) – 2.500
  • cyste in de bijbal (spermatocele) – 2.500
  • pelvien congestiesyndroom – 2.500
  • terugstromen van urine uit de blaas naar de nieren (vesico-ureterale reflux) – 2.500
  • blaaspoliep – 2.000
  • retrograde ejaculatie – 2.000
  • langdurige dubbelzijdige verstopping van de urinewegen (chronische bilaterale obstructieve uropathie) – 1.600
  • niercelkanker (niercelcarcinoom) – 1.600
  • aangeboren blaasdivertikel (congenitale blaasdivertikel) – 1.500
  • bloedzak (hematokele) – 1.500
  • divertikel van de plasbuis (urethradivertikel) – 1.500
  • terugkerende blaastontsteking (chronische cystitis) – 1.400
  • chronische nierbekkenontsteking (chronische pyelonefritis) – 1.250
  • chronische ontsteking van de bijbal (chronische epididymitis) – 1.250
  • ziekte van Peyronie (induratio penis plastica) – 1.250
  • bestraling voor prostaatkanker (radiotherapie voor prostaatcarcinoom) – 1.200
  • blaasstenen (calcificatie van de prostaat) – 1.200
  • operatie aan de penis – 1.200
  • vernauwing van de plasbuis (urethrastenose) – 1.200
  • draaiing van de appendix testis (torsie van de appendix testis) – 1.000
  • draaiing van de zaadbal (torsio testis) – 1.000
  • verlaagd citroenzuur gehalte in de urine (hypocitraturie) – 750
  • vernauwing van de opening van de plasbuis (meatusstenose) – 700
  • vernauwing van de blaashals (verworven blaashalsstenose) – 650
  • interstitiële blaasontsteking (interstitiële cystitis) – 600
  • verwonding van de zaadbal (letsel van de zaadbal) – 600
  • aangeboren vernauwing van de blaashals (congenitale blaashalsstenose) – 550
  • kneuzing van de penis (contusie van de penis) – 500
  • langdurige ontsteking van de plasbuis (chronische urethritis) – 500
  • vernauwing van de blaashals (verworven blaashalsstenose) – 500
  • chronische ontsteking van de eikel (chronische balanitis) – 450
  • fistel tussen vagina en blaas (vesicovaginale fistel) – 450
  • niersteen in de plasbuis (urethrasteen) – 450
  • prostaatabces – 450
  • verwonding aan de blaas (traumatisch blaasletsel) – 450
  • verwonding aan de urinewegen (letsel van de urinewegen) – 450
  • wandelende nier (ptosis van de nier) – 450
  • ontsteking van de zaadbal (orchitis) – 350
  • vernauwing van de overgang van nierbekken naar urineleider (UPJ-stenose) – 350
  • verwonding aan de nier (nierletsel) – 350
  • abces rond de nier (perirenaal abces) – 320
  • seminoom – 260
  • blaasontsteking door bestraling (bestralingscystitis) – 250
  • gescheurd teugeltje (frenulum ruptuur) – 250
  • kelkdivertikel – 250
  • neurogene blaas – 250
  • nierabces – 250
  • ontsteking van de urineleider (ureteritis) – 250
  • Spaanse kraag (parafimose) – 250
  • ziekte van Mondor van de penis (tromboflebitis van de V. dorsalis penis) – 250
  • etternier (pyonefrose) – 200
  • obstructieve uropathie – 200
  • TURP-syndroom – 200
  • nierbekkenontsteking met granulomen (xanthogranulomateuze pyelonefritis) – 175
  • kanker in het nierbekken (urotheelcelcarcinoom in het pyelum van de nier) – 160
  • sponsnieren (medullaire cystenieren) – 160
  • afwijkende ligging van de nier (ectopische nier) – 150
  • castratie – 150
  • erythroplasie van Queyrat – 150
  • idiopathisch zwelling van de balzak (acuut idiopathisch scrotaal oedeem) – 150
  • gescheurde blaas (blaasruptuur) – 125
  • peniskanker (peniscarcinoom) – 112
  • vernauwing van de urineleider (ureterstenose) – 100
  • verstopping van het spuitbuisje (obstructie van de ductus ejaculatorius) – 100
  • niet aangelegde zaadleider (congenitale bilaterale aplasie van de ductus deferens) – 85
  • verwonding van de plasbuis (letsel van de urethra) – 75
  • zenuwpijn van de nervus genitofemoralis (neuralgie van de N. genitofemoralis) – 75
  • spataderen in de prostaat (prostaatvarices) – 70
  • abces van de balzak (scrotumabces) – 50
  • fistel tussen dikke darm en blaas (colovesicale fistel) – 50
  • fistel tussen huid en blaas (vesicocutane fistel) – 50
  • gescheurde nier (nierruptuur) – 50
  • kanker van de urineleider (carcinoom van de ureter) – 50
  • ontsteking van de zaadleider (ontsteking van de ductus deferens) – 50
  • schrompelblaas – 50
  • spataderen in de blaas (blaasvarices) – 50
  • steriele blaasontsteking (steriele cystitis) – 50
  • uitgezette urineleider (megaureter) – 50
  • verstopping van de zaadleider (obstructie van de ductus deferens) – 50
  • verwijding van het uiteinde van de urineleider (ureterocele) – 50
  • zaadbalinfarct (testisinfarct) – 50
  • adenocarcinoom van de blaas – 40
  • blaasontsteking met gasvorming in de blaaswand (emfysemateuze cystitis) – 40
  • gezwel van de plasbuis (tumor aan de urethra) – 40
  • verwonding aan de urineleider (letsel van de ureter) – 40
  • lymfeklierkanker van de zaadbal (maligne lymfoom van de testis) – 32
  • fistel tussen dunne darm en blaas (ileovesicale fistel) – 30
  • verwonding van de penis (letsel aan de penis) – 30
  • breuk van de penis (lesie van het corpus cavernosum van de penis) – 25
  • hemorragische cystitis door chemotherapie (chemotherapie-geinduceerde hemorragische cystitis) – 25
  • ontsteking van de zaadblaasjes (ontsteking van de vesicula seminalis) – 25
  • right ovarian-vein syndrome – 25
  • verkalkingen in de balzak (scrotale calcinose) – 25
  • kleppen in de plasbuis (urethrakleppen) – 20
  • kanker van de plasbuis (urethracarcinoom) – 15
  • wondergezwel van de zaadbal (testisteratoom) – 15
  • blaasinfarct – 10
  • gezwel van de urineleider (uretertumor) – 10
  • infarct van de prostaat (prostaatinfarct) – 10
  • mild androgeen-ongevoeligheidssyndroom – 10
  • uitstulping van de blaas in de balzak (scrotale cystocele) – 10
  • uitpuilende urineblaas (blaasextrofie) – 7
  • Leydigceltumor – 6
  • chorioncarcinoom van de zaadbal (testiculair chorioncarcinoom) – 5
  • gangreen van Fournier – 5
  • granulomateuze ontsteking van de zaadbal (granulomateuze orchitis) – 5
  • kanker van spierweefsel in de prostaat (rabdomyosarcoom in de prostaat) – 5
  • persisterende buis van Müller (persistent Müllerian duct syndrome) – 5
  • Sertoliceltumor – 5
  • syndroom van Del Castillo – 5
  • spermatocytair seminoom – 4
  • paratesticulair rhabdomyosarcoom – 3
  • syndroom van Reifenstein (partieel androgeen-ongevoeligheidssyndroom) – 2,2
  • globozoöspermie – 2
  • kanker van spierweefsel in de blaas (rabdomyosarcoom in de blaas) – 2
  • dooierzak tumor (endodermale sinustumor) – 1
  • extra nier (accessoire nier) – 1
  • kanker van spierweefsel in de zaadbal (rabdomyosarcoom in de zaadbal) – 1
  • ziekte van Paget van de penis – 1
  • kanker van spierweefsel in de nier (rabdomyosarcoom in de nier) – 0,5
  • syndroom van Young – 0,5

Urologische behandelingen

Hieronder een aantal voorbeelden van behandelingen die op de afdeling urologie plaatsvinden.

  • operatie aan de prostaat (prostatectomie) – 20.000
  • prostaatbiopsie – 20.000
  • operatie aan de blaas (operatie aan de blaas) – 14.500
  • besnijdenis (circumcisie) – 12.500
  • verwijdering van de prostaat via de plasbuis (transurethrale prostatectomie) – 10.780
  • sterilisatie bij de man (vasectomie) – 9.000
  • niersteenvergruizing – 4.500
  • verwijdering van de nier (nefrectomie) – 145

Engelse vertaling

urology


Gepubliceerd door: Simpto.nl
Datum van publicatie: 15 juni 2017
Auteur: Erwin Douwes
Laatst bijgewerkt op: 15 juni 2017

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *