Wat is Keel-Neus-Oor (KNO)-heelkunde?

Keel-Neus-Oor heelkunde is een medisch specialisme dat zich bezighoudt met ziekten van keel, neus en oren. De medische term voor KNO-heelkunde is ‘otorhinolaryngeologie’.

Een arts die zich bezighoudt met KNO-heelkunde wordt KNO-arts genoemd.

Een onderdeel van de KNO-heelkunde is de hoofd-halschirurgie.

Wat doet een KNO-arts?

Veel aandoeningen van keel, neus en oren kunnen door de huisarts worden vastgesteld en behandeld. Soms zal de huisarts niet direct een diagnose kunnen stellen. Dan kan de huisarts doorverwijzen naar een KNO-arts in een kliniek.

Ook als de huisarts denkt dat de aandoening van een patiënt moet worden behandeld door een KNO-arts zal worden doorverwezen.

Onderzoek door KNO-arts

Om afwijkingen aan keel, neus en oren te kunnen vinden heeft de KNO-arts de beschikking over verschillende onderzoeken.

Otoscopie

Om de oren goed te kunnen bekijken gebruikt de KNO-arts een otoscoop. Hiermee kan in de gehoorgang worden gekeken, tot aan het trommelvlies.

KNO-heelkunde - onderzoek met otoscoop door KNO-arts
onderzoek met otoscoop
Endoscopie van de neus

De neus kan worden bekeken met een endoscoop.

Laryngoscopie

De keel en de stembanden kunnen worden bekeken met een laryngoscoop.

Biopsie

Als door de KNO-arts een afwijking wordt gezien kan eventueel een biopsie worden gedaan. Bij een biopsie wordt een stukje weefsel – het ‘biopt’ – weggenomen uit de afwijking. Dit stukje weefsel kan vervolgens door een patholoog-anatoom worden bekeken onder de microscoop. De afwijkingen die daarbij worden gezien leiden meestal tot een diagnose.

Audiografie

Om afwijkingen van het gehoor te onderzoeken wordt vaak een audiogram gemaakt. Hiermee kan worden onderzocht of er sprake is van gehoorverlies. Als dat het geval is kan ook worden bepaald of het gehoorverlies voor lage tonen, hoge tonen of allebei optreedt.

Ziektebeelden KNO-heelkunde

Hieronder een uitgebreide lijst van ziektebeelden die onder KNO-heelkunde vallen.

  • aangeboren cyste van het strottenhoofd (congenitale sacculaire cyste van de larynx)
  • aangeboren stoornis van het reukvermogen (congenitale anosmie)
  • aangeboren vernauwing van de luchtpijp (congenitale tracheastenose)
  • aangeboren vernauwing van het strottenhoofd (congenitale larynxstenose)
  • abces achter de keel (retrofaryngeaal abces)
  • abces in de hals
  • abces onder de tong (mondbodemabces)
  • abces rond de keelamandelen (peritonsillair abces)
  • abces van het neustussenschot (septumabces)
  • abductor spasmodic dysphonia
  • acute invasieve bijholteontsteking door een schimmel (acute invasieve mycotische sinusitis)
  • afwijking van Mondini (Mondini dysplasie)
  • allergische schimmelsinusitis
  • amandelsteen (tonsilloliet)
  • aspirine-intolerantie (intolerantie voor NSAID’s)
  • barotrauma van het oor (barotitis media)
  • beschadigde gehoorbeentjes
  • beschadiging van de gehoorzenuw (letsel van de N. cochlearis)
  • beschadiging van de reukzenuw (olfactoriusletsel)
  • bijoortje
  • bloeduitstorting in het neustussenschot (neusseptumhematoom)
  • bloemkooloor
  • BOR syndroom (branchio-oto-renaal syndroom)
  • botwoekering in het oor (exostosen in het oor)
  • carcinoma ex pleomorphic adenoma
  • chirurgische verwijdering van de oorspeekselklier (parotidectomie)
  • chirurgische verwijdering van het strottenhoofd (totale laryngectomie)
  • cholesteatoom
  • chronische kaakholteontsteking (chronische sinusitis maxillaris)
  • chronische middenoorontsteking (chronische otitis media)
  • chronische ontsteking van de uitwendige gehoorgang (chronische otitis externa)
  • chronische ontsteking van het strottenhoofd (chronische laryngitis)
  • chronische scleroserende sialoadenitis
  • chronische voorhoofdsholteontsteking (chronische sinusitis frontalis)
  • chronische wiggebeenholteontsteking (chronische sinusitis sfenoïdalis)
  • chronische zeefbeenontsteking (chronische sinusitis ethmoïdalis)
  • cyste boven de stembanden (supraglottische larynxcyste)
  • cyste in de gehoorgang (cyste in de gehoorgang)
  • cyste onder de stembanden (subglottische larynxcyste)
  • dermoïdcyste van de neus (nasale dermoïdcyste)
  • difterie met ontsteking in luchtpijp/strottehoofd (laryngeale difterie)
  • eosinofiele otitis media (eosinofiele otitis media)
  • esthesioneuroblastoom (esthesioneuroblastoom)
  • extra neus (accessoire neus)
  • familiaire progressieve vestibulocochleaire dysfunctie (familiaire progressieve vestibulocochleaire dysfunctie)
  • fistel tussen neus en mond (oronasale fistel)
  • gaatje in het neustussenschot (septumperforatie)
  • gaatje in het ovale venster van het oor (labyrintfistel)
  • gaatje in het trommelvlies (trommelvliesperforatie)
  • gebroken jukbeen (zygomafractuur)
  • gebroken neus (fractuur van het os nasale)
  • gebroken rotsbeen (fractuur van het os petrosum)
  • gebroken slaapbeen (fractuur van het os temporale)
  • geïnfecteerde cyste van Tornwaldt
  • geïnfecteerde laryngocele
  • geïnfecteerde laterale halscyste
  • geïnfecteerde mediane halscyste
  • gekneusd binnenoor (contusie van het labyrinth)
  • geluidsgevoeligheid
  • gespleten huig (uvula bifida)
  • gezwel in de gehoorgang (tumor in de gehoorgang)
  • gezwel van de oorschelp (tumor van de oorschelp)
  • globusgevoel
  • glomus jugulare tumor
  • glomus tympanicum tumor
  • glomus vagale tumor
  • goedaardige houdingsgebonden duizeligheid (benigne paroxismale positieduizeligheid)
  • groeve in de stemband (sulcus glottidis)
  • HIV-speekselklierziekte
  • idiopathische dysosmie
  • infra-orbitalis neuralgie
  • inslikken van vreemd voorwerp
  • juveniel angiofibroom
  • kanker in de neuskeelholte (nasofarynxcarcinoom)
  • kanker van de amandelen (tonsilcarcinoom)
  • kanker van de huig
  • kanker van de stembanden (stembandcarcinoom)
  • kanker van het strottenhoofd (larynxcarcinoom)
  • kanker van spierweefsel in de keelholte (rabdomyosarcoom in de keelholte)
  • kanker van spierweefsel in de neusholte (rabdomyosarcoom in de neusholte)
  • kanker van spierweefsel in het oor (rabdomyosarcoom in het oor)
  • keelabces (peritonsillair abces)
  • keelkanker (farynxcarcinoom)
  • keelontsteking door bestraling (bestralingsfaryngitis)
  • keelontsteking door gonococcen
  • kijkoperatie van de neusbijholten (endoscopische neusbijholte-operatie)
  • kinkhoest (pertussis)
  • kneuzing van het strottenhoofd (contusie van de larynx)
  • lang gehemelte
  • laterale halscyste
  • lawaaidoofheid (lawaaitrauma)
  • lijmoor (otitis media serosa)
  • linguatulose van de neuskeelholte (nasofaryngeale linguatulose)
  • littekenvorming van de stembanden
  • loopoor (otitis media met effusie)
  • lucht in de speekselklier bij het oor (lucht in de glandula parotis)
  • luchtziekte
  • maligne otitis externa
  • mediane halscyste
  • melanoom van het oor
  • mestcelziekte van de neus (nasale mastocytose)
  • middenoorontsteking (acute otitis media)
  • nasociliaire neuralgie
  • necrose van de neus
  • neuralgie van de tong-keelzenuw (glossofaryngeusneuralgie)
  • neuroblastooom van de reukzenuw
  • neuskanker (neuscarcinoom)
  • neuspoliep (polyposis nasi)
  • neussteen (rhinoliet)
  • niet aangelegde gehoorgang (gehoorgangatresie)
  • niet-allergische rinitis
  • obesitas-hypoventilatie syndroom
  • obstructief slaapapneu syndroom
  • ontbreken van de bovenzijde van het halfcirkelvormige kanaal van het labyrint (SCDS)
  • ontsteking rondom het strottenhoofd (perichondritis van de larynx)
  • ontsteking van de luchtpijp (acute tracheïtis)
  • ontsteking van de stembanden (chorditis)
  • ontsteking van de uitwendige gehoorgang (acute otitis externa)
  • ontsteking van het evenwichtsorgaan (labyrintitis)
  • ontsteking van het rotsbeen (acute mastoïditis)
  • ontsteking van het strottenhoofd (acute laryngitis)
  • ontsteking van het trommelvlies (acute tympanitis)
  • ontsteking van het voorhoofdsbeen (osteomyelitis van het os frontale)
  • ontstoken evenwichtszenuw (neuritis vestibularis)
  • ontstoken huig (uvulitis)
  • ontstoken oorschelp (perichondritis auriculae)
  • oorsmeerprop (cerumenprop)
  • open buis van Eustachius (open tuba syndroom)
  • operatie aan de neus
  • ouderdomsslechthorendheid (presbyacusis)
  • ozaena (atrofische rhinitis)
  • papilloom van de huig (uvulapapilloom)
  • papilloom van de keelamandelen (tonsilpapilloom)
  • papilloom van het wangslijmvlies (papilloom van het wangslijmvlies)
  • papilloom van het zachte gehemelte (papilloom van het palatum molle)
  • plaatsen van trommelvliesbuisjes (plaatsen van trommelvliesbuisjes)
  • plotse doofheid zonder duidelijke oorzaak (idiopathisch plots perceptief gehoorverlies)
  • poliep in de gehoorgang
  • scheef neustussenschot (septumdeviatie)
  • schildklier achter op de tong (linguale schildklier)
  • slecht werkende stembanden (stembanddysfunctie)
  • slechthorendheid
  • slijmcyste in de hals (cervicale ranula)
  • slijmcyste van de voorhoofdsholte (mucocele van de sinus frontalis)
  • spasmodische dysfonie
  • speekselsteen van de onderkaakspeekselklier (sialolithiasis van de glandula submandibularis)
  • speekselsteen van de oorspeekselklier (sialolithiasis van de glandula parotis)
  • speekselsteen van de speekselklier onder de tong (sialolithiasis van de glandula sublingualis)
  • steenpuist in het oor (furunkel in de gehoorgang)
  • stembandcyste
  • stembandknobbeltjes
  • stembandkramp (laryngospasme)
  • stembandpoliep
  • stembandverlamming (dubbelzijdig) (stembandparalyse bilateraal)
  • stembandverlamming (enkelzijdig) (stembandparalyse unilateraal)
  • stemgebruik met teveel spierspanning (hypertone dysfonie)
  • strottenhoofdkanker boven de stembanden (supraglottisch carcinoom)
  • subglottisch hemangioom
  • supra-orbitalis neuralgie
  • syndroom van Eagle
  • syndroom van Fourman-Fourman (branchio-otisch syndroom)
  • syndroom van Gradenigo
  • syndroom van Mohr-Tranebjaerg (doofheid-dystonie-optische neuronopathiesyndroom)
  • syndroom van Pendred
  • syndroom van Sluder (Sluder’s neuralgie)
  • tongkanker (plaveiselcelcarcinoom van de tong)
  • traumatische amputatie van oor
  • trofisch syndroom van de vijfde hersenzenuw (trigeminus trofisch syndroom)
  • uitstulping in het strottenhoofd (laryngocele)
  • vastgegroeide gehoorbeentjes (otosclerose)
  • verbenend fibroom (ossificerend fibroom)
  • vergrote huig (megauvula)
  • vergrote keelamandelen (hypertrofische tonsillen)
  • vergrote neusamandel (adenoïdhypertrofie)
  • verkalking van het trommelvlies (tympanosclerose)
  • vernauwing van de gehoorgang (stenose van de gehoorgang)
  • vernauwing van het strottenhoofd (larynxstenose)
  • verschrompeling van de speekselklier (atrofie van speekselklier)
  • verslikt in voorwerp (corpus alienum geaspireerd)
  • verstopte buis van Eustachius
  • verwonding aan de nervus laryngeus (letsel van de nervus laryngeus)
  • verwonding aan het oor (oorletsel)
  • verwonding aan het zeefbeen (letsel van het os ethmoidale)
  • verwonding van het binnenoor (letsel aan het binnenoor)
  • voorhoofdsholteontsteking (acute sinusitis frontalis)
  • voorwerp in de keel (corpus alienum in de keel)
  • voorwerp in de neus (corpus alienum in de neus)
  • voorwerp in de neusbijholte (corpus alienum in de sinus)
  • voorwerp in het oor (corpus alienum in de gehoorgang)
  • wagenziekte
  • Warthin-tumor (adenolymfoom van de glandula parotidea)
  • wiggebeenholteontsteking (acute sinusitis sfenoidalis)
  • wratjes op de stembanden – juveniele vorm (laryngeale papillomatose – juveniele vorm)
  • wratjes op de stembanden – volwassen vorm (laryngeale papillomatose – adulte vorm)
  • wurgletsel
  • zeefbeenontsteking (acute sinusitis ethmoïdalis)
  • zeeziekte
  • zenuwpijn van de N. laryngeus superior (N. laryngeus superior neuralgie)
  • zich aanhoudend verslikken (chronische aspiratie)
  • zwelling van de stembanden (Reinkes oedeem)
  • zwelling van het strottenhoofd (larynxoedeem)

Engelse vertaling

otorhinolaryngology


Gepubliceerd door: Simpto.nl
Datum van publicatie: 28 juli 2017
Auteur: Erwin Douwes
Laatst bijgewerkt op: 28 juli 2017

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *