Hypercapnie

Wat is hypercapnie?

Hypercapnie is een verhoogd koolzuur gehalte in het bloed. Er zijn verschillende oorzaken voor een verhoging van het koolzuurgehalte in het bloed. Hypercapnie kan tot verschillende klachten leiden, van mild tot ernstig.

hypercapnie - symptomen
hypercapnie – symptomen

Bij gezonde mensen is het koolzuur gehalte van het bloed 20-30 mmol/liter. Het koolzuurgehalte van het bloed is verhoogd bij een waarde boven de 30 mmol/liter. Hypercapnie betekent dus dat het gehalte aan CO2 in het bloed hoger is dan 30 mmol/liter.

Een te hoog of te laag CO2 niveau betekent dat het lichaam moeite heeft de zuur-base balans te handhaven (te hoog CO2: meer dan 30 mmol/L; telaag CO2: minder dan 20 mmol/L).

Andere namen voor hypercapnie zijn een te hoog koolzuur gehalte in het bloed, verhoogde koolstofdioxide-spiegel in het bloed en verhoogd CO2-gehalte in het bloed.

Hoe wordt het vastgesteld?

Hypercapnie kan worden vastgesteld door het koolzuur gehalte van het bloed te meten. Hiervoor wordt bloed uit een slagader genomen. Meestal gebeurt dat met een prik in de slagader in de pols of de slagader in de lies.

Koolzuur gehalte bloed

Ons lichaam produceert, zonder dat wij het weten, ongeveer een kilo koolzuur (koolstofdioxide, CO2) per dag. Dit gebeurt in de cellen van ons lichaam. Het koolzuur wordt vervolgens opgenomen in het bloed. Via het bloed wordt het naar de longen afgevoerd. Daar wordt het als koolzuurgas uitgeademd via de uitademingslucht. Hoe meer koolzuurgas we uitademen, des te lager wordt het koolzuur gehalte in het bloed. Hoe minder koolzuurgas we uitademen des te hoger het koolzuur gehalte in het bloed.

Als het koolzuurgas gehalte in het bloed oploopt wordt dat opgemerkt in het ademcentrum in onze hersenen. Het ademcentrum zal vervolgens de ademhalingsspieren prikkelen om sneller te gaan ademen. Daarmee wordt het overtollige koolzuurgas ‘uitgeblazen’.

Oorzaken hypercapnie

Koolzuur wordt gevormd in de cellen van ons lichaam. Het wordt gevormd tijdens chemische reacties waarbij zuurstof wordt verbruikt. Het koolzuur gehalte in het bloed wordt bepaald door de hoeveelheid zuurstof die wordt ingeademd en de hoeveelheid koolzuur die wordt uitgeademd.

Er zijn veel oorzaken voor het ontstaan van hypercapnie. De meeste oorzaken kunnen worden onderverdeeld in één van de volgende categorieën:

  • Onvoldoende ademhalen (hypoventilatie), bijvoorbeeld oppervlakkig ademen, minder krachtig ademen, of moeite met uitademen waardoor onvoldoende koolzuurgas wordt uitgeademd. Dit komt voor bij mensen met (ernstige) COPD of andere longziekten, maar bijvoorbeeld ook bij mensen die bewusteloos zijn.
  • Onvoldoende ontplooiing van de longen: Een andere reden voor verminderde ventilatie van de longen kan zijn een beperking van de ontplooiing van de longen, zoals bijvoorbeeld door een afwijking aan de borstkas (kyfoscoliose) of een klaplong.
  • Afsluiting van een deel van de longen: Bij afsluiting van een deel van de longen vindt in dat deel geen gaswisseling plaats, waardoor minder CO2 uitgeademd kan worden. Dat kan verschillende redenen hebben, zoals longembolieën, atelectase, longtumor en longontsteking.
  • Afwijkingen in het ademcentrum in de hersenen: Een stijging van de koolzuurspiegel in het bloed is een prikkel voor het ademcentrum in de hersenen om de ademhaling te versnellen. Dat zorgt ervoor dat meer koolzuur wordt uitgeademd. Zo komt normaal gesproken een evenwicht tot stand. Bij afwijkingen aan de hersenen, zoals bijvoorbeeld een hersentumor of een hersenbloeding, kan dit verstoord raken.
  • Inademen van een overmaat aan koolzuurgas. Dit komt niet zo vaak voor. Het kan voorkomen bij mensen die zich in een vulkanisch gebied bevinden. Ook kan het voorkomen als je je eigen uitademingslucht steeds weer inademt, bijvoorbeeld door in een zak te ademen.

Kijk voor een uitgebreid overzicht van afzonderlijke oorzaken onderaan deze webpagina.

Symptomen hypercapnie

Hypercapnie kan verschillende klachten geven, namelijk:

Wat is de behandeling?

De behandeling van hypercapnie is afhankelijk van de oorzaak.

Bij aandoeningen waarbij de luchtwegen vernauwd zijn kan de arts luchtwegverwijdende middelen (bronchodilatoren) voorschrijven.

Wanneer iemand zelf niet meer goed kan ademen is opname op een Intensive Care-afdeling (IC) nodig. Daar kan kunstmatige beademing plaatsvinden.

Engelse vertaling

hypercapnia, CO2 retention, carbon dioxide toxicity

Verder lezen / Referenties

  • SE Weinberger, RM Schwartzstein & JW Weiss, ‘Hypercapnia’, gepubliceerd in de rubriek ‘Mechanisms of Disease’ van de New England Journal of Medicine van 2 november 1989; 321(18): pagina’s 1223-1231.

Hypercapnie – Differentiaal Diagnose (DD)

Hieronder een uitgebreide lijst met oorzaken van hypercapnie. Het getal achter de oorzaak geeft een schatting van het aantal mensen dat jaarlijks in Nederland vanwege die oorzaak een verhoogd koolzuur gehalte in het bloed heeft.

Vaak voorkomende oorzaken van hypercapnie: >1.000/jaar

  • gestuwde longen (pulmonaal oedeem) – 15.200
  • ontsteking van de bronchiën (acute bronchitis) – 6.480
  • astma aanval (acute astma aanval) – 5.088
  • longemfyseem – 3.614
  • chronische bronchitis – 2.760
  • shocklong (ARDS) – 2.544
  • bloedpropje in de long (longembolie) – 2.538
  • ontsteking van het strottenhoofd (acute laryngitis) – 2.160
  • ontsteking in de borstholte (mediastinitis) – 1.610
  • ziekte van Raynaud (primair fenomeen van Raynaud) – 1.470
  • astma – 1.430
  • slecht werkende stembanden (stembanddysfunctie) – 1.355

Minder vaak voorkomende oorzaken van hypercapnie: <1.000/jaar

Zeldzame oorzaken van hypercapnie: <100/jaar

Zeer zeldzame oorzaken van hypercapnie: <10/jaar

  • cryptogene organiserende pneumonie (cryptogene organiserende pneumonie) – 9
  • verhoogde druk in de longslagader door onbekende oorzaak (primaire pulmonale hypertensie) – 8
  • ontsteking van de luchtpijp (acute tracheïtis) – 8
  • spierdystrofie van Duchenne (musculaire dystrofie van Duchenne) – 8
  • bronchiolitis obliterans – 8
  • myasthenia gravis – 8
  • ALS (amyotrofische lateraalsclerose) – 7
  • verworven middenrifverslapping (verworven relaxatio diaphragmatica) – 7
  • wratjes op de stembanden – volwassen vorm (laryngeale papillomatose – adulte vorm) – 7
  • wratjes op de stembanden – juveniele vorm (laryngeale papillomatose – juveniele vorm) – 6
  • tekort aan alfa-1-antitrypsine (alfa-1-antitrypsine deficiëntie) – 6
  • allergisch astma door Aspergillus (Aspergillus-astma) – 6
  • polycytemie (polycytemia vera) – 5
  • scheur in het middenrif (diafragmaruptuur) – 5
  • niet aangelegde choane (choane atresie) – 5
  • koolstofdioxidevergiftiging (exogene CO2-intoxicatie) – 5
  • dubbelzijdige stembandverlamming (bilaterale stembandparalyse) – 5
  • verslapping van de bronchiën (primaire bronchomalacie) – 4
  • meerdere ribben gebroken (multipele ribfracturen) – 4
  • metabole alkalose – 4
  • ATRA syndroom – 4
  • abces onder de tong (mondbodemabces) – 3
  • enkelzijdige stembandverlamming (unilaterale stembandparalyse) – 3
  • overgevoelig voor appels (appelallergie) – 3
  • blauwzuurvergiftiging (cyanide intoxicatie) – 3
  • stapeling van eiwitten in de longblaasjes (pulmonale alveolaire proteïnose) – 3
  • strychninevergiftiging (strychnine-intoxicatie) – 3
  • aangeboren cyste van het strottenhoofd (congenitale sacculaire cyste van de larynx) – 3
  • kanker van de stembanden (stembandcarcinoom) – 3
  • stoflongen (chronische silicose) – 2
  • chronische ontsteking van de spieren (polymyositis) – 2
  • inademen kooldioxiderijke lucht – 2
  • lymfangioleiomyomatose – 2
  • korte-ribsyndroom (korte rib-polydactylie syndroom) – 2
  • vruchtwaterembolie – 2
  • gebruik van rituximab (MabThera) – 2
  • ontsteking rondom het strottenhoofd (perichondritis van de larynx) – 2
  • meervoudige systeematrofie (multisysteematrofie) – 1
  • botulisme – 1
  • fistel tussen luchtpijp en slokdarm (oesofagotracheale fistel) – 1
  • verslapping van de luchtpijp (tracheomalacie) – 1
  • erfelijk angio-oedeem (hereditair angio-oedeem) – 1
  • vuurspuwerslong (lipoïde pneumonitis) – 1
  • verstopping van de longaderen (pulmonale veno-occlusieve ziekte) – 1
  • korte rib-polydactylie syndroom (type Majewski) – 1
  • aangeboren hypothyreoïdie (congenitale hypothyreoïdie) – 1
  • syndroom van Hamman-Rich (acute interstitiële pneumonitis) – 1
  • gebruik van labetalol (tabletten) – 1
  • vleesallergie (alfa-gal syndroom) – 1

Extreem zeldzame oorzaken van hypercapnie: <1/jaar

  • epignathus (epignathus) – 0,7
  • aangeboren fistel tussen de luchtpijp en de slokdarm (congenitale oesofagotracheale fistel) – 0,7
  • inademen van chloorgas (inhalatie van chloorgas) – 0,6
  • stemplooiweb (laryngeaal web) – 0,5
  • dermatomyositis – 0,4
  • hypofosfatasie – perinatale vorm (hypofosfatasie – perinatale vorm) – 0,4
  • aangeboren cystische adenomatoïde misvorming van de long (pulmonale congenitale cystische adenomatoïde misvorming) – 0,4
  • paragonimiasis – 0,4
  • primaire alveolaire hypoventilatie – 0,3
  • mixed connective tissue disease – 0,3
  • lymfeklierkanker in de bloedvaten (intravasculair lymfoom) – 0,3
  • MERS (MERS-CoV infectie) – 0,3
  • hart met drie boezems (cor triatriatum) – 0,2
  • wondergezwel in de neuskeelholte (nasofaryngeaal teratoma) – 0,2
  • aangeboren vernauwing van de bronchiën (congenitale bronchiale stenose) – 0,2
  • descenderende necrotiserende mediastinitis – 0,2
  • wondbotulisme – 0,2
  • struma van de tong (struma van de tong) – 0,2
  • syndroom van Miller-Fisher – 0,2
  • syndroom van Lambert-Eaton (Lambert-Eaton myastheen syndroom) – 0,1
  • erfelijk angio-oedeem type 3 (hereditair angio-oedeem type 3) – 0,1
  • syndroom van Zellweger – 0,1
  • uitstulping in het strottenhoofd (laryngocele) – 0,1
  • tetanus (tetanus) – 0,1
  • gebruik van parecoxib (Dynastat) – 0,1
  • gebruik van Victrelis (boceprevir) – 0,1
  • ziekte van Ullrich (congenitale musculaire dystrofie type Ullrich) – 0,1
  • difterie – 0,1
  • syndroom van Brown-Vialetto-Van Laere – 0,05
  • duikersziekte (decompressieziekte) – 0,04
  • geïnfecteerde laryngocele – 0,03
  • atelosteogenese type II (atelosteogenese type II) – 0,02
  • gebruik van Yervoy (ipilimumab) – 0,02
  • ziekte van Farber (ceramidase deficiëntie) – 0,02
  • tyrosinemie type I – 0,02
  • syndroom van Satoyoshi – 0,02
  • anaplasmose (humane granulocytaire anaplasmose) – 0,02
  • gebruik van Bosulif (bosutinib) – 0,01
  • gebruik van octocog alfa (Kogenate, Kovaltry, Advate, Helixate Nexgen) – 0,01
  • linguatulose van de neuskeelholte (nasofaryngeale linguatulose) – 0,01
  • pseudo-Zellweger syndroom (ACAA1 deficiëntie) – 0,01

Synoniemen voor hypercapnie zijn verhoogd koolzuurgehalte van het bloed, verhoogde koolzuurspiegel van het bloed, stijging van het kooldioxidegehalte in het bloed, verhoogde CO2 spiegel van het bloed, etc.


Gepubliceerd door: Simpto.nl
Datum van publicatie: 13 februari 2018
Auteur: Erwin Douwes
Laatst bijgewerkt op: 13 februari 2018

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *