Hepatomegalie – Differentiaal Diagnose (DD)

Hieronder een uitgebreide lijst met oorzaken van hepatomegalie (leververgroting). Het getal achter de oorzaak geeft een schatting van het aantal gevallen per jaar door die oorzaak.

Vaak voorkomende oorzaken van hepatomegalie: >1.000 gevallen per jaar

Regelmatig voorkomende oorzaken van hepatomegalie: >100 gevallen / jaar

Zeldzame oorzaken van hepatomegalie: <100 gevallen / jaar

Zeer zeldzame oorzaken van hepatomegalie: <10 gevallen / jaar

Extreem zeldzame oorzaken van hepatomegalie: <1 geval / jaar

  • tekort aan het enzym carnitine palmitoyltransferase II (carnitine palmitoyltransferase deficiëntie type II) – 0,9
  • volwassen T-cel leukemie/lymfoom – acute vorm – 0,9
  • ziekte van Byler (PFIC-type 1) – 0,9
  • familiaire dysbetalipoproteïnemie (type-III hyperlipoproteïnemie) – 0,8
  • koortsaanvallen na tekenbeet (febris recurrens door Borrelia recurrentis) – 0,8
  • asbestziekte (asbestose) – 0,8
  • NK-LGL-leukemie – 0,8
  • syndroom van Heyde – 0,8
  • thyreotoxische crisis – 0,8
  • syndroom van Zellweger – 0,8
  • citrullinemie type 1 (argininesuccinaat synthetase deficiëntie) – 0,7
  • koortsaanvallen na luizenbeet (febris recurrens door Borrelia duttoni) – 0,7
  • syndroom van Hurler (mucopolysacharidose type I-H) – 0,7
  • lassakoorts – 0,7
  • syndroom van Fanconi-Bickel (glycogeenstapelingsziekte type XI) – 0,7
  • T-cel prolymfocytaire leukemie – 0,7
  • ziekte van Von Gierke (glycogeenstapelingsziekte type I) – 0,7
  • tekort aan het enzym N-acetylglutamaatsynthetase (NAGS-deficiëntie) – 0,7
  • galstuwing bij pasgeboren baby’s door een tekort aan citrine (neonatale intrahepatische cholestase als gevolg van citrinedeficiëntie) – 0,6
  • hepatosplenaal gamma/delta-lymfoom – 0,6
  • syndroom van Schnitzler- 0,6
  • ingedikte-galsyndroom – 0,6
  • ziekte van Davies (endomyocardiale fibrose) – 0,6
  • hyper IgM syndroom type 3 – 0,5
  • tyrosinemie type I – 0,5
  • tekort aan het enzym carnitine palmitoyltransferase IA (carnitine palmitoyltransferase deficiëntie type IA) – 0,5
  • spierdystrofie van Duchenne (musculaire dystrofie van Duchenne) – 0,5
  • syndroom van Morquio (mucopolysacharidose IV) – 0,5
  • histoplasmose van de longen (pulmonale histoplasmose) – 0,5
  • mansonellose – 0,5
  • syndroom van Chédiak–Higashi – 0,5
  • ziekte van Maroteaux-Lamy (mucopolysacharidose type VI) – 0,5
  • gamma zware ketenziekte – 0,4
  • loopgravenkoorts (infectie met Bartonella quintana) – 0,4
  • mijnworminfectie (ancylostomiasis) – 0,4
  • gebruik van nilotinib (Tasigna) – 0,4
  • ziekte van Carrión – 0,3
  • pipecolinezuuracidemie – 0,3
  • syndroom van Muckle-Wells – 0,3
  • aangeboren verhoging van het insulinegehalte in het bloed (congenitaal hyperinsulinisme) – 0,3
  • verruga peruana (cutane en mucocutane bartonellose) – 0,3
  • hyper IgM syndroom type 4 – 0,3
  • Afrikaanse slaapziekte (trypanosomiasis) – 0,2
  • CREST-syndroom (limited cutaneous sclerosis) – 0,2
  • sodoku (spirillose) – 0,2
  • syndroom van Klippel-Trenaunay-Weber – 0,2
  • tekort aan het enzym multiple sulfatase (multiple sulfatase deficiëntie) – 0,2
  • auto-immuun lymfoproliferatief syndroom type II – 0,2
  • glutaaracidurie type 2 – 0,2
  • syndroom van Aicardi–Goutières – 0,2
  • gebruik van Yervoy (ipilimumab) – 0,2
  • mestcelleukemie (agressieve mastocytose) – 0,2
  • syndroom van Hunter (mucopolysacharidose type II) – 0,2
  • achondrogenesie – 0,2
  • ziekte van Tangier (familiaire alfa-lipoproteïne deficiëntie) – 0,2
  • Krim-Congo hemorragische koorts – 0,2
  • tekort aan het enzym transaldolase (transaldolase deficiëntie) – 0,2
  • cholesterylester stapelingsziekte – 0,2
  • syndroom van Sly (mucopolysacharidose type VII) – 0,2
  • infectie met Dicrocoelium dendriticum (dicrocoeliose) – 0,1
  • ziekte van Salla (siaalzuurstapelingsziekte) – 0,1
  • GAPO syndroom – 0,1
  • lysine proteïne-intolerantie – 0,1
  • auto-immuun lymfoproliferatief syndroom type Ia – 0,1
  • I-cel ziekte (mucolipidose type II) – 0,1
  • ziekte van Günther (congenitale erythropoietische porfyrie) – 0,1
  • syndroom van Camurati-Engelmann (progressieve diafysaire dysplasie) – 0,1
  • ziekte van Farber (ceramidase deficiëntie) – 0,1
  • GM1 gangliosidose – vroeg infantiele vorm – 0,1
  • syndroom van Griscelli type 3 – 0,1
  • ziekte van Keshan – 0,1
  • syndroom van Wolcott–Rallison – 0,1
  • infantiele siaalzuur stapelingsziekte (infantile free sialic acid storage disease) – 0,1
  • hersenvliesontsteking door Toscana-virus (meningitis door Toscana-virus) – 0,1
  • lymfeklierkanker in de bloedvaten (intravasculair lymfoom) – 0,1
  • refeeding-syndroom – 0,1
  • tekort aan het enzym mevalonaat kinase (mevalonate kinase deficiëntie) – 0,1
  • syndroom van Zimmermann-Laband – 0,1
  • syndroom van Chanarin-Dorfman – 0,1
  • ziekte van Wolman – 0,09
  • aspartylglucosaminurie – 0,09
  • tekort aan het enzym carnitine-acylcarnitine translocase (carnitine-acylcarnitine translocase deficientie) – 0,08
  • syndroom van Goldberg (galactosialidose) – 0,08
  • 3-methylglutaconacidurie type 1 – 0,07
  • fucosidose type I – 0,07
  • aangeboren tekort aan carnitine (primaire carnitinedeficiëntie) – 0,07
  • syndroom van Nezelof – 0,07
  • ziekte van Kikuchi (histiocytaire necrotiserende lymfadenitis) – 0,07
  • ziekte van Sandhoff – 0,06
  • fucosidose type II – 0,05
  • Mulibrey-dwerggroei (Mulibrey-nanisme) – 0,04
  • chronisch lijmsnuiven – 0,04
  • pseudo-Zellweger syndroom (ACAA1 deficiëntie) – 0,04
  • syndroom van Pearson – 0,04
  • ziekte van Camisa (keratoderma hereditarium mutilans met ichtyose) – 0,03
  • syndroom van Alström – 0,02
  • hart met drie boezems (cor triatriatum) – 0,02
  • syndroom van Axenfeld-Rieger – 0,02
  • syndroom van Barth (3-methylglutaconacidurie type 2) – 0,02
  • hyper IgM syndroom type 5 – 0,02
  • lipodystrofie van Berardinelli-Seip type 1 – 0,02
  • lipodystrofie van Berardinelli-Seip type 2 – 0,02
  • tekort aan het enzym alfa-keto-glutaraatdehydrogenase (alfa-keto-glutaraatdehydrogenase deficiëntie) – 0,01
  • lipodystrofie van Berardinelli-Seip type 3 – 0,008
  • lipodystrofie van Berardinelli-Seip type 4 – 0,008
  • gele koorts – 0,002

Bron: Simpto Database

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *