Multinodulair struma

Bijgewerkt op 28 juni 2023

Wat is multinodulair struma?

Multinodulair struma is een onschuldige aandoening waarbij de schildklier langzaam groeit. Dit leidt tot een vergrote schildklier (struma). Door meerdere bultjes (multipele noduli) is de vergrote schildklier vaak voelbaar in de hals als een bobbelige zwelling. Daarom wordt gesproken van een multinodulair struma. Door druk op omgevende structuren kan multinodulair struma tot symptomen leiden. In zeldzame gevallen kan multinodulair struma tot vervelende complicaties leiden.

Bij een aantal mensen met multinodulair struma gaat de schildklier na verloop van tijd (vaak jaren) meer schildklierhormonen aanmaken en uitscheiden. Dan ontstaat een te snel werkende schildklier (hyperthyreoïdie). In dat geval wordt gesproken van toxisch multinodulair struma. Deze aandoening wordt ook wel ziekte van Plummer genoemd.

Dit artikel gaat over het voorkomen, oorzaak, symptomen, diagnostiek en behandeling van multinodulair struma.

Welke symptomen geeft het?

Bij multinodulair struma neemt de schildklier langzaam, in de loop van jaren, toe in omvang. Vaak zijn er jarenlang geen klachten. Maar na verloop van tijd kan de vergrote schildklier gaan drukken tegen structuren in de directe omgeving. Zo kan bijvoorbeeld door druk op de luchtpijp kortademigheid ontstaan.

zwelling in de hals door struma (vergrote schildklier) – bron: Drahreg01, Wikimedia

Doordat de schildklier in omvang toeneemt kan multinodulair struma zichtbaar worden als een zwelling van de hals. Soms groeit de schildklier naar beneden door in de borstkas.

Klachten die kunnen optreden zijn onder andere:

  • zwelling in de hals
  • drukkend gevoel in de hals
  • moeite met slikken
  • veranderde stem
  • kortademigheid

Symptomen toxisch nodulair struma

Als sprake is van toxisch multinodulair struma zullen vaak klachten ontstaan ten gevolge van een te snel werkende schildklier (hyperthyreoïdie). Het gaat dan om symptomen als:

Hoe wordt de diagnose gesteld?

De diagnose kan worden gesteld met behulp van lichamelijk onderzoek, bloedonderzoek en beeldvormend onderzoek.

Lichamelijk onderzoek

Bij lichamelijk onderzoek kan de arts in de hals de vergrote schildklier voelen. Het oppervlak van de schildklier voelt bobbelig aan.

Met behulp van de zogenaamde Pemberton-manoeuvre kan worden nagegaan of de schildklier tot in de borstkas doorgroeit. Bij deze test wordt de patient gevraagd om gedurende een minuut de armen langs het gezicht omhoog te houden. Bij doorgroei van de schildklier in de borstkas zullen bloedvaten die door de zogenaamde thoraxapertuur lopen in de knel komen. De stuwing die zo ontstaat veroorzaakt een rode verkleuring van het gezicht en benauwdheid.

Bloedonderzoek

In het bloed wordt het gehalte aan schildklierhormonen (thyroxine en triiodothyronine) en het TSH-gehalte bepaald. Bij een aantal mensen met multinodulair struma zal het thyroxine (T4) gehalte verhoogd zijn en het TSH-gehalte verlaagd. Dit wijst op een te snel werkende schildklier (hyperthyreoïdie). Als dat het geval is wordt gesproken van toxisch multinodulair struma.

Beeldvormend onderzoek

Bij beeldvormend onderzoek is de schildklier vergroot. Soms is ook zichtbaar dat de schildklier op structuren in de directe omgeving drukt. Zo kan bijvoorbeeld een indeuking van de luchtpijp zichtbaar zijn. Dit wordt tracheale compressie genoemd. Of de luchtpijp kan van plaats verschoven zijn. Dit wordt tracheale deviatie genoemd.

Op de CT-scan hieronder is een enorm grote schildklier zichtbaar bij een vrouw van 60 jaar. De struma strekt zich uit van de onderkaak naar de bovenkant van het borstbeen.

CT-scan met een enorm multinodulair struma bij een 60-jarige vrouw – bron: Ian Bickle, Radiopaedia.org

Als er sprake is van hyperthyreoïdie wordt vaak een schildklierscan gemaakt. Hiermee kan de onderliggende oorzaak van de hyperthyreoïdie worden achterhaald. Bij dit onderzoek wordt een kleine hoeveelheid radioactieve stof via het bloed toegediend. De radioactieve stof wordt door de schildklier opgenomen. Door de hals te scannen kan de schildklier goed in beeld worden gebracht. Op grond van de verdeling van de radioactieve stof kunnen afwijkingen in de vorm en werking van de schildklier worden beoordeeld.

Wat is de behandeling?

Multinodulair struma wordt in eerste instantie meestal niet behandeld. Pas als de aandoening klachten geeft zal een behandeling worden ingesteld. Doel van de behandeling is om de schildklier kleiner te maken. Dit kan op twee manieren, namelijk (1) behandeling met radioactief jodium, en (2) operatie waarbij de schildklier in z’n geheel of gedeeltelijk wordt verwijderd.

Radioactief jodium

Een toxisch multinodulair struma wordt bij voorkeur behandeld met radioactief jodium. Omdat het om een radioactieve stof gaat vindt de behandeling plaats op een speciale afdeling in het ziekenhuis. Daar wordt het radioactief jodium toegediend via een capsule. Het stofje nestelt zich vervolgens in de schildklier. Daar zorgt het ervoor dat het struma (de vergrote schildklier) afneemt in omvang. Tevens gaat het de te snelle werking van de schildklier tegen.

Door de behandeling met radioactief jodium kan de werking van de schildklier dusdanig afnemen dat juist weer schildklierhormoon moet worden toegediend. Dit gebeurt in de vorm van tabletten levothyroxine.

Schildklieroperatie

Als behandeling met radioactief jodium niet mogelijk is, kan de schildklier middels een operatie worden verkleind. Dat kan door de schildklier in z’n geheel of gedeeltelijk te verwijderen. In het eerste geval wordt gesproken van een thyroïdectomie, in het tweede geval van een partiele thyroïdectomie.

Wat is het beloop?

Mensen met nodulair struma zullen door een arts worden vervolgd. Dat kan de huisarts zijn of een endocrinoloog. Dat is een medisch specialist die is gespecialiseerd in hormoonziekten.

Met name zal worden beoordeeld of de aandoening klachten veroorzaakt en of het gehalte aan schildklierhormoon in het bloed verhoogd is. In dit laatste geval is sprake van een versterkte werking van de schildklier (toxisch nodulair struma). Dit treedt meestal op bij mensen die al jaren lang een struma (vergrote schildklier) hebben.

In zeldzame gevallen kan multinodulair struma leiden tot het zogenaamde vena cava superior-syndroom. Hierbij wordt de bovenste holle ader (vena cava superior) door de vergrote schildklier dichtgedrukt. Heel soms kan in het struma schildklierkanker ontstaan.

Engelse vertaling

multinodular goitre, multinodular goiter

Verder lezen / Referenties

  • L Dam, KH in ’t Hof, N Smit, EJM Nieveen van Dijkum, ‘Multinodulair struma: niet altijd onschuldig‘, gepubliceerd in de rubriek ‘Klinische les’ van het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde van 2014; 158: A7287.

Reacties van lotgenoten

Hieronder kun je reageren op dit artikel. Je kunt feedback geven op het artikel, vragen stellen en/of aanvullingen of adviezen geven. Andere lezers kunnen daar weer op reageren. Zo kan een levendige discussie ontstaan. Het is ook een manier om in contact te komen met andere mensen met multinodulair struma.

Reacties worden niet automatisch gepubliceerd. Dit gebeurt nadat ze door de redactie van Simpto.nl gezien zijn. Daar kan soms enige uren overheen gaan.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven