Behandeling van spondylodiscitis

Bijgewerkt op 29 maart 2024

Er zijn verschillende manieren waarop spondylodiscitis kan worden behandeld. Voor elke patiënt wordt afzonderlijk beoordeeld wat de beste behandeling is. De keuze van de behandeling is afhankelijk van de ernst van de aandoening, de lichamelijke conditie van de patiënt, en (indien bekend) de ziekteverwekker die de infectie veroorzaakt.

Doel van de behandeling

Het doel van de behandeling is (1) het verwijderen en/of behandelen van de oorsprong (‘focus’) van de infectie, (2) het herstellen van de functie van de wervelkolom, en (3) het verminderen van de pijnklachten.

De behandeling kan bestaan uit antibiotica, pijnstilling, drainage van pus en een operatie. De eerste drie vormen van behandeling worden wel samengevat als conservatieve behandeling. Dus alles wat geen operatie inhoudt wordt beschouwd als conservatieve behandeling.

Antibiotica

Voordat wordt begonnen met behandeling met antibiotica zal de arts willen weten welke bacterie verantwoordelijk is voor de infectie. Dit wordt gedaan door het kweken van bloed of afgenomen pus. Als bekend is om welke bacterie het gaat is het namelijk mogelijk om een antibioticum te kiezen dat ook daadwerkelijk werkzaam is tegen die bacterie.

Het lukt niet altijd om te achterhalen welke bacterie verantwoordelijk is voor de infectie. In dat geval wordt er meestal van uit gegaan dat het gaat om Staphylococcus aureus-bacterie, een streptokok of de E. coli-bacterie. Dat zijn namelijk de meest voorkomende verwekkers van spondylodiscitis.

Meestal wordt in eerste instantie gekozen voor toediening via een infuus direct in het bloed. Hiervoor wordt de patiënt over het algemeen opgenomen in het ziekenhuis. Na enige tijd, bijvoorbeeld 2 weken, wordt overgegaan op behandeling met tabletten of capsules. Het betreffende antibioticum moet dan natuurlijk wel beschikbaar zijn als tablet of capsule.

Ook moet de biobeschikbaarheid van het middel na toediening als tablet of capsule hoog genoeg zijn. Dat betekent dat voldoende van het werkzame bestanddeel wordt opgenomen in het bloed. Pas dan kan het middel de bron van de infectie bereiken. Voorbeelden van antibiotica met een dergelijke hoge orale biobeschikbaarheid zijn de zogenaamde quinolonen, clindamycine en cotrimoxazol.

Duur van behandeling met antibiotica

In het verleden werd vaak gedurende meerdere maanden antibiotica voorgeschreven. Uit onderzoek is echter gebleken dat een kuur van 6 weken net zo goed werkt als een kuur van 12 weken. Voor sommige patiënten zou een langdurige behandeling mogelijk wel zinvol zijn. Het gaat dan om mensen boven de 75 jaar, en in het geval de infectie wordt veroorzaakt door de Staphylococcus aureus-bacterie.

Risico op terugval

Bij sommige patiënten komt de infectie na behandeling met antibiotica weer terug. Het risico hierop is verhoogd (1) als de infectie wordt veroorzaakt door de zogenaamde methicilline-resistente Staphylococcus aureus (MRSA-bacterie), (2) als een eventueel aanwezig abces niet wordt gedraineerd, en (3) bij mensen met slecht werkende nieren (ernstig nierfalen).

Respons op antibiotica

Uit onderzoek is gebleken dat bij bijna driekwart van de mensen met spondylodiscitis de klachten verminderen met alleen antibiotica. Om na te gaan of iemand goed reageert op behandeling met antibiotica wordt (1) beoordeeld of de klachten minder worden, en (2) regelmatig bloedonderzoek gedaan. In speciale gevallen kan ook opnieuw een MRI-scan worden gemaakt om het effect van de behandeling te beoordelen.

Bij bloedonderzoek worden de zogenaamde ontstekingsparameters gemeten. Als deze goed dalen is dat een teken dat de behandeling aanslaat. Als ze niet dalen, of zelfs toenemen, is dat een teken dat de behandeling faalt. Het risico daarop is verhoogd bij mensen met suikerziekte, een ruggenmergabces en/of ontstoken botweefsel (osteomyelitis).

Bij mensen die niet goed reageren op behandeling met antibiotica zal de arts overwegen of een operatie mogelijk en zinvol is.

Drainage van abcessen

Als er sprake is van ophoping van pus (abces), bijvoorbeeld in de psoasspier, zal dit worden behandeld. Het abces wordt dan aangeprikt onder geleide van echoscopie of CT-scan. De pus wordt vervolgens via een slangetje afgezogen. Dit wordt drainage genoemd. Het helpt voorkomen dat vanuit het abces opnieuw een infectie kan ontstaan.

Pijnstilling

Pijnstilling betekent meestal het voorschrijven van pijnstillers (analgetica). Dit gaat in Nederland volgens een stappenplan. Kijk voor meer informatie over pijnstilling op de webpagina over pijnstillers.

Wel of geen bedrust?

Vroeger werd vaak bedrust voorgeschreven aan mensen met spondylodiscitis. Daarna werd dat alleen in bepaalde gevallen voorgeschreven, namelijk in het geval van ernstige pijnklachten en (2) als er een hoog risico is op instabiliteit van de wervelkolom. Tegenwoordig wordt bedrust nauwelijks nog voorgeschreven. Om risico op instabiliteit tegen te gaan wordt vaak een rugcorset voorgeschreven (zie afbeelding hieronder).

rugcorset voor stabiliseren van de wervelkolom bij spondylodiscitis

Operatie

Wat is het doel van een operatie?

Het doel van de operatie is (1) verwijderen van het geïnfecteerde weefsel, en (2) het stabiliseren van de wervelkolom. Met dit laatste wordt bedoeld dat de stevigheid van de wervelkolom wordt hersteld. De stevigheid van de wervelkolom kan namelijk aangetast worden door de infectie zelf of door het verwijderen van geïnfecteerd botweefsel tijdens de operatie.

Wanneer opereren?

De behandelend arts zal een operatie overwegen als behandeling met antibiotica niet aanslaat. In sommige gevallen zal echter eerder al besloten worden te opereren. Dat is het geval wanneer sprake is van één of meer van de volgende omstandigheden:

  • er is sprake van neurologische uitvalsverschijnselen
  • er is sprake van sepsis (uitbreiding van de infectie naar het bloed)
  • ophoping van pus in het ruggenmerg (intraspinaal empyeem)
  • abces aan de voorkant van het wervellichaam
  • instabiliteit van de wervelkolom

Met instabiliteit van de wervelkolom wordt bedoeld dat de spondylodiscitis de wervels dusdanig aantast dat het kan leiden tot verkromming van de wervelkolom, het inzakken van wervels, en/of het verschuiven van wervels.

Verschillende operaties

Operaties aan de wervelkolom worden meestal uitgevoerd door een orthopedisch chirurg of een neurochirug. De chirurg kan de aandoening op verschillende manieren opereren. Het geïnfecteerde gebied kan worden benaderd vanaf de voorkant (buik) of vanaf de achterkant (rug). In het eerste geval wordt gesproken van anterieure benadering, in het tweede geval van posterieure benadering. In speciale gevallen kan een combinatie van beiden nodig zijn.

Tegenwoordig wordt in steeds meer ziekenhuizen gekozen voor een zogenaamde minimaal-invasieve ingreep. Dat betekent dat de aandoening middels een zogenaamde kijkoperatie wordt behandeld.

Verder lezen / Referenties

  • Bernard L, Dinh A, Ghout I, et al.: Antibiotic treatment for 6 weeks versus 12 weeks in patients with pyogenic vertebral osteomyelitis: an open-label, non-inferiority, randomised, controlled trial. Lancet 2015; 385: 875–82
  • Park KH, Cho OH, Lee JH, et al.: Optimal duration of antibiotic therapy in patients with hematogenous vertebral osteomyelitis at low risk and high risk of recurrence. Clin Infect Dis 2016; 62: 1262–9
  • T Gouliouris, SH Aliyu, NM Brown, ‘Spondylodiscitis: update on diagnosis and management‘, Journal of Antimicrobial Chemotherapy, Volume 65, Issue suppl_3, November 2010, Pages iii11–iii24.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven