Slecht werkende alvleesklier

Wat wordt bedoeld met een slecht werkende alvleesklier?

De alvleesklier heeft twee belangrijke functies. Ten eerste de uitscheiding van bepaalde hormonen, namelijk insuline en glucagon. Ten tweede de uitscheiding van bepaalde spijsverteringsenzymen, zoals amylase en lipase. Bij mensen met een slecht werkende alvleesklier is sprake van een afwijking waarbij één van beide of allebei de functies niet goed kunnen worden uitgevoerd door de alvleesklier. De medische naam voor een slecht werkende alvleesklier is pancreasinsufficiëntie.

Waartoe leidt een slecht werkende alvleesklier?

Als de alvleesklier onvoldoende in staat is om hormonen uit te scheiden wordt gesproken van endocriene pancreasinsufficientie. Als het probleem de uitscheiding van insuline is ontstaat suikerziekte, en wel de vorm van suikerziekte die we ’type 1′ noemen (diabetes type 1).

Als de alvleesklier onvoldoende in staat is om spijsverteringsenzymen uit te scheiden wordt gesproken van exocriene pancreasinsufficiëntie. Dit leidt ertoe dat voedingsmiddelen onvoldoende worden afgebroken en daardoor ook minder goed worden opgenomen in het bloed. Het kan daarom leiden tot verschijnselen van ondervoeding, maar ook tot symptomen als vettige ontlasting.

Welke oorzaken zijn er?

De meest voorkomende oorzaken voor een slecht werkende alvleesklier zijn een chronisch ontsteking van de alvleesklier (chronische pancreatitis) en taaislijmziekte (cystische fibrose). Daarnaast zijn er nog een aantal andere oorzaken, waaronder ook het gebruik van bepaalde medicijnen. Hieronder een overzicht van oorzaken.

Hoe wordt de diagnose gesteld?

Exocriene pancreasinsufficiëntie kan worden vastgesteld door het vetgehalte van de ontlasting te meten. Dit is verhoogd doordat de alvleesklier onvoldoende lipase aanmaakt en uitscheidt. Hierdoor kunnen vetten uit de voeding niet goed worden afgebroken en daardoor niet worden opgenomen vanuit de darm in het bloed. Het gevolg is dat de vetten via de ontlasting worden uitgescheiden.

Een andere manier om exocriene pancreasinsufficiëntie vast te stellen is door het gehalte aan elastase in de ontlasting (fecaal elastase) te meten. Dit is verlaagd. De alvleesklier is namelijk niet in staat om voldoende elastase aan te maken en uit te scheiden in de darm.

Engelse vertaling

pancreatic insufficiency, exocrine pancreatic insufficiency

Plaats een reactie