Serotoninesyndroom

Wat is het serotoninesyndroom?

Het serotoninesyndroom is een ernstige aandoening die wordt veroorzaakt door een te grote hoeveelheid serotonine in de hersenen. Serotonine is een stofje dat in de hersenen een belangrijke rol speelt bij de overdracht van zenuwprikkels tussen de hersencellen. Een te hoog gehalte aan serotonine ontstaat meestal door gebruik van geneesmiddelen. Meestal gaat het om geneesmiddelen voor de behandeling van depressie (antidepressiva).

Andere namen voor serotoninesyndroom zijn ‘serotoninevergiftiging’ en ‘serotonerg syndroom’.

Historie

In 1982 werd het serotoninesyndroom voor het eerst als zodanig benoemd in een publicatie van Dr. T. Insel. Al sinds de jaren ’50 van de vorige eeuw werden echter al patiënten beschreven met de kenmerken van het serotoninesyndroom.

Wat is de oorzaak?

Het serotoninesyndroom wordt meestal veroorzaakt door geneesmiddelen, soms door gebruik van drugs. Vaak gaat het om geneesmiddelen tegen depressie. Dit worden ook wel ‘antidepressiva’ genoemd. Veel antidepressiva verhogen de hoeveelheid serotonine in de hersenen. Serotonine speelt een belangrijke rol bij de overdracht van zenuwprikkels tussen hersencellen. Bij veel depressieve patiënten leidt dit tot een verbetering van de stemming. Daarnaast heeft serotonine echter nog andere effecten. Bij een overmaat van serotonine in de hersenen ontstaat het serotoninesyndroom.

serotoninesyndroom - serotonine molecuul
serotonine molecuul

Uit onderzoek is gebleken dat prikkeling van bepaalde structuren op de hersencellen leidt tot het serotoninesyndroom. Het gaat om de zogenaamde ‘5HT2A-receptoren’. Dit zijn structuren op de membraan van hersencellen zitten en worden geprikkeld door serotonine. De meeste geneesmiddelen die het syndroom kunnen veroorzaken werken in op deze receptoren.

Combinaties van middelen

Meestal treedt het serotoninesyndroom pas op bij gebruik van een combinatie van verschillende antidepressiva, of gelijktijdig gebruik van antidepressiva en drugs. In principe geldt dat hoe meer middelen worden gebruikt die het serotonine gehalte kunnen verhogen, des te groter de kans op het krijgen van het syndroom. Dat geldt vooral als de middelen elk op een andere manier het serotonine gehalte verhogen.

In het algemeen geldt ook dat de kans op het krijgen van dit syndroom groter is naarmate de dosering van de middelen hoger is. De aandoening komt daarom ook nogal eens voor na het verhogen van de dosis, en bij mensen die bijvoorbeeld een overdosis aan antidepressiva in hebben genomen.

Antidepressiva

Van de volgende antidepressiva is bekend dat ze het serotoninesyndroom kunnen veroorzaken:

  • antidepressiva van de groep van de MAO-remmers: tranylcypromine, moclobemide, fenelzine, selegiline
  • antidepressiva van de groep van de SSRI’s: citalopram, fluoxetine, fluvoxamine, paroxetine
  • tricyclische antidepressiva (TCA’s): amitriptyline, imipramine, nortriptyline
  • overige antidepressiva: duloxetine, mirtazapine, trazodon, venlafaxine
serotoninesyndroom - Nardil (fenelzine)
MAO-remmer Nardil (fenelzine)

Overige middelen

Andere geneesmiddelen die serotoninesyndroom kunnen veroorzaken zijn amantadine, bromocriptine, carbidopa, dextromethorfan, L-Tryptofaan, levodopa, ondansetron, pergoline, dihydroergotamine, triptanen (geneesmiddelen tegen migraine), tramadol, morfine, carbamazepine, lithium, sibutramine, buspiron, bupropion, en pethidine.

Ook plantaardige middelen als ginseng en Sint-Janskruid zijn in verband gebracht met het syndroom.

Drugs

Van de volgende drugs is bekend dat ze het serotoninesyndroom kunnen veroorzaken:

  • amfetamine en amfetamine-achtige stoffen
  • cocaïne
  • ecstasy

Hoe vaak komt ‘t voor?

Het serotoninesyndroom is een zeldzame bijwerking van antidepressiva. Maar omdat antidepressiva in Nederland ontzettend vaak voorgeschreven worden komt het serotoninesyndroom toch nog regelmatig voor. Jaarlijks wordt deze diagnose in Nederland bij naar schatting 400-500 mensen gesteld.

Bij wie komt ‘t voor?

Van jong tot oud

Het serotoninesyndroom kan in principe bij iedereen voorkomen, van jong tot oud. Er zijn zelfs gevallen bekend van baby’s met dit syndroom. Bij kan het serotonine gehalte in de hersenen verhoogd zijn doordat de moeder aan het einde van de zwangerschap serotonine-verhogende middelen heeft gebruikt.

Vaker bij vrouwen

Het serotoninesyndroom komt vaker voor bij vrouwen dan bij mannen. Dit wordt verklaard doordat depressiviteit en daardoor ook het gebruik van antidepressiva vaker bij vrouwen voorkomt.

Welke symptomen geeft ‘t?

De klachten die optreden bij dit syndroom kunnen mild maar ook ernstig zijn. Meestal treden ze op binnen 1-2 dagen na toename van gebruik van middelen die verhoging van serotonine kunnen veroorzaken.

Het serotoninesyndroom kan de volgende klachten geven:

Complicaties die op kunnen treden zijn hyperthermie, stuiptrekkingen (convulsies), spierafbraak (rabdomyolyse), metabole acidose en gedissemineerde intravasale stolling. Bij uitgebreide afbraak van spierweefsel kunnen de nieren slechter gaan werken. Dit wordt nierfalen genoemd.

Hoe wordt de diagnose gesteld?

Er bestaat geen test waarmee de diagnose gesteld kan worden. Daarom zal een arts de diagnose moeten stellen op grond van de klachten bij iemand die geneesmiddelen gebruikt die de aandoening kunnen veroorzaken. Omdat artsen het serotoninesyndroom vaak niet direct herkennen duurt het soms enige tijd voordat de diagnose wordt gesteld. Soms is het voor de arts moeilijk om onderscheid te maken tussen het serotonine syndroom en het maligne neuroleptica syndroom.

Vragenlijsten

Op het moment dat een arts denkt aan de mogelijkheid van het serotoninesyndroom kan een speciale vragenlijst worden afgenomen. Hierbij worden vragen gesteld over de toestand en achtergrond van de patiënt. Hoe hoger de score, des te groter de kans dat er sprake is van het serotoninesyndroom.

Wat is de behandeling?

Het serotoninesyndroom is een ernstige aandoening. Mensen met dit syndroom worden daarom behandeld in het ziekenhuis. Ernstige gevallen worden, in verband met het risico van complicaties, zelfs op de intensive care (IC)-afdeling opgenomen.

Wegnemen oorzaak

De behandeling bestaat uit het wegnemen van de oorzaak van de aandoening. Dat betekent dat het gebruik van middelen die het syndroom veroorzaken wordt stopgezet.

Behandelen symptomen

Daarnaast kunnen eventueel de symptomen worden behandeld. Zo kunnen kalmerende middelen als benzodiazepines helpen om bepaalde klachten, zoals bijvoorbeeld onrust en gevoelens van angst, te onderdrukken.

oververhitting (hyperthermie)

Als oververhitting optreedt moet het lichaam worden afgekoeld. Vanwege het risico op complicaties worden mensen met een extreem hoge lichaamstemperatuur op de intensive care behandeld. Kalmerende middelen helpen oververhitting tegen te gaan doordat ook de spieren tot rust komen. Overactiviteit van de spieren draagt namelijk ook bij aan het ontstaan van oververhitting. In extreme gevallen kunnen spieren volledig worden verlamd met middelen als vecuronium. Omdat daarmee tevens de ademhalingsspieren worden stilgelegd moeten patiënten beademd worden.

onrust & opwinding

Mensen met het serotoninesyndroom zijn vaak erg onrustig, en soms zelfs agressief. Om zichzelf en het behandelend personeel in het ziekenhuis te beschermen worden daarom vaak kalmerende middelen gegeven.

lage bloeddruk / hoge bloeddruk

Als er sprake is van een verlaagde bloeddruk (hypotensie) worden vaak geneesmiddelen gegeven die de bloeddruk verhogen. Omgekeerd worden bij een verhoogde bloeddruk zogenaamde ‘antihypertensive’ gegeven.

Serotonine-remmers

Als de klachten niet snel afnemen kan een middel worden toegediend dat het serotonine gehalte vermindert. Een dergelijk middel wordt wel ‘serotonine-remmer’ of ‘serotonine-antagonist’ genoemd. Een voorbeeld van een dergelijke serotonine-remmer is cyprohepatidine. Hetzelfde geldt voor bepaalde geneesmiddelen tegen psychoses (antipsychotica), zoals chloorpromazine en olanzapine.

Behandelen overdosering

Het komt regelmatig voor dat het serotoninesyndroom wordt veroorzaakt door mensen die een overdosis aan geneesmiddelen hebben ingenomen. Bij hen kan de behandeling bestaan uit het leegpompen van de maag en/of het geven van geactiveerde kool.

Beloop & prognose

Met de juiste behandeling herstellen de meeste patiënten in de loop van dagen tot weken. De duur van het herstel hangt af van de snelheid waarmee de geneesmiddelen – na stoppen van het gebruik – worden verwijderd uit het lichaam. Bij sommige middelen gaat dat snel, bij anderen kan het weken duren.

In minder dan 1% van de gevallen verloopt de aandoening dodelijk.

Preventie van het serotoninesyndroom

Vanwege de ernst van de aandoening zullen artsen proberen om dit syndroom te voorkomen. Hierbij is het van belang om combinaties van middelen waarvan bekend is dat ze het syndroom kunnen veroorzaken te vermijden. Bij preventie is het ook van belang om niet direct over te gaan van het ene middel naar het andere. Een geneesmiddel is namelijk altijd nog enige tijd in het lichaam aanwezig voordat het helemaal is uitgeplast of omgezet naar andere stoffen.

Engelse vertaling

serotonin syndrome

ICD10-code

X41

Verder lezen / referenties

  • ‘Het serotoninesyndroom – Een literatuuroverzicht’ door W. Otte, W.W. van den Broek, T.K. Birkenhäger en B.J.M. van de Wetering, Tijdschrift voor Psychiatrie 39 (1997) 5: pagina’s 388-399.

Synoniemen van serotoninesyndroom zijn serotonerg syndroom, serotoninevergiftiging, serotonine vergiftiging, serotonine syndroom, en serotonine toxiciteit


Gepubliceerd door: Simpto.nl
Datum van publicatie: 11 januari 2017
Auteur: Erwin Douwes
Laatst bijgewerkt op: 11 juli 2017

Leave A Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *