Scoliose

Wat is een scoliose?

Een scoliose is een zijwaartse kromming van de wervelkolom.

Een scoliose is een veel voorkomend verschijnsel. Een geringe scoliose valt vaak niet eens op. Een ernstige scoliose is direct zichtbaar en geeft vaak ook klachten.

De arts kan vaak tijdens lichamelijk onderzoek zien of er sprake is van een scoliose. Met behulp van beeldvormend onderzoek is de ernst van de aandoening goed in beeld te brengen.

scoliose (zijwaartse kromming van de wervelkolom)

Oorzaken scoliose

Een scoliose kan het gevolg zijn van een beenlengteverschil. Om het beenlengteverschil te compenseren en toch rechtop te blijven staan en lopen zal automatisch een verkromming in de richting van het langere been ontstaan. Deze vorm van scoliose zal over het algemeen gecorrigeerd kunnen worden door het beenlengteverschil op te heffen. De verkromming is dan niet van blijvende aard.

Scolioses die wel blijvend zijn kunnen aangeboren zijn of na de geboorte zijn ontstaan. Het kan een alleenstaand probleem zijn, maar er kan ook een andere ziekte aan ten grondslag liggen. Bij ongeveer tweederde van de mensen met een blijvende scoliose zal geen onderliggende oorzaak worden gevonden. In dat geval wordt wel gesproken van een ‘idiopathische scoliose’. In de overige gevallen kan wel een reden voor de kromming van de wervelkolom worden gevonden.

Hieronder een lijst van aandoeningen waarbij een scoliose kan optreden:

Veel voorkomende oorzaken van scoliose (>500/jaar)

  • beenlengteverschil – 8.550
  • zijwaartse kromming van de wervelkolom (idiopathische scoliose) – 4.500
  • onvolledig vergroeide wervelboog (spina bifida occulta) – 1.100
  • vitamine D-tekort (vitamine D-deficiëntie) – 1.000
  • syndroom van Klippel-Feil (fusie van cervicale wervels) – 750
  • instabiliteit van het gewricht tussen heiligbeen en bekken (instabiliteit van het SI-gewricht) – 560
  • hypermobiliteitssyndroom – 538

Zeldzame oorzaken van scoliose (1><500/jaar)

  • foetaal alcoholsyndroom – 300
  • ingezakte borstwervel (thoracale wervelcompressiefractuur) – 255
  • syringomyelie – 176
  • slijtage van de tussenwervelschijven (discusdegeneratie) – 69
  • ziekte van Bechterew (spondylitis ankylopoëtica) – 51
  • ziekte van Von Recklinghausen (neurofibromatose type 1) – 22
  • open ruggetje (spina bifida) – 21
  • Engelse ziekte (rachitis) – 19
  • syndroom van Ehlers-Danlos – 19
  • syndroom van Marfan – 17
  • syndroom van Noonan – 15
  • aangeboren wigwervel / wigvormige wervel – 13
  • scoliose na bestraling – 9
  • syndroom van Klippel-Trénaunay – 7
  • fragiele-X-syndroom – 7
  • syndroom van Rett – 6
  • thoracoplastiek – 6
  • primaire gegeneraliseerde dystonie – 6
  • tethered cord syndroom – 6
  • bestraling (radiotherapie) – 6
  • syndroom van Smith-Magenis – 5
  • spinale spieratrofie type II – 5
  • tekort aan het enzym alfa-mannosidase (alfa-mannosidose) – 5
  • basaalcelnevus syndroom – 4
  • multipele epifysaire dysplasie – 4
  • amnionstreng-syndroom – 4
  • syndroom van Prader-Willi – 3
  • halve wervel (dysplastische wervel) – 3
  • syndroom van Angelman – 3
  • aangeboren uitstulping aan de achterzijkant van het middenrif (congenitale hernia diafragmatica (Bochdalek hernia)) – 3
  • brozebottenziekte (osteogenesis imperfecta) – 2
    • brozebottenziekte type 4 (osteogenesis imperfecta type 4) – 0,7
    • brozebottenziekte type 1 (osteogenesis imperfecta type 1) – 0,6
    • brozebottenziekte type 3 (osteogenesis imperfecta type 3) – 0,5
    • brozebottenziekte type 5 (osteogenesis imperfecta type 5) – 0,2
    • brozebottenziekte type 2 (osteogenesis imperfecta type 2) – 0,1
    • brozebottenziekte type 6 (osteogenesis imperfecta type 6) – 0,1
  • CHARGE-syndroom – 2
  • syndroom van Stickler – 2
  • hyper-IgE syndroom – 2
  • syndroom van Beals (distale arthrogrypose type 9) – 2
  • laminectomie – 2
  • syndroom van Sotos – 2
  • aangeboren hypomyeliniserende neuropathie (congenitale hypomyeliniserende neuropathie) – 2
  • syndroom van Mayer-Rokitansky-Küster – 2
  • syndroom van Williams (idiopathische infantiele hypercalciëmie) – 1,4
  • anomalie van Sprengel – 1,4
  • syndroom van Aicardi – 1,3
  • Kabuki syndroom – 1,2
  • syndroom van Wolf-Hirschhorn – 1,2
  • spierdystrofie van Becker (musculaire dystrofie van Becker) – 1,0
  • nagel-patella syndroom (hereditaire onycho-osteodysplasie) – 1,0

Zeer zeldzame oorzaken van scoliose (<1/jaar)

Engelse term

scoliosis

ICD10-code

M41

Synoniemen van scoliose zijn zijwaartse kromming van de wervelkolom, zijwaartse verkromming van de rug, scoliosis


Gepubliceerd door: Simpto.nl
Publicatiedatum: 26 mei 2016
Auteur: Erwin Douwes
Laatst bijgewerkt op: 24 oktober 2016

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *