Pyruvaatkinase deficiëntie

Wat is pyruvaatkinase deficiëntie?

Pyruvaatkinase deficiëntie is een zeldzame aangeboren ziekte die leidt tot afbraak van rode bloedcellen (hemolyse). Hierdoor kan bloedarmoede (anemie) ontstaan. Omdat de bloedarmoede wordt veroorzaakt door afbraak van rode bloedcellen wordt gesproken van hemolytische anemie.

Wat is de oorzaak?

De oorzaak van een aangeboren tekort aan het enzym pyruvaatkinase is een foutje in het DNA. De meest voorkomende afwijking is een afwijking (mutatie) in een stukje DNA dat het PKRL-gen wordt genoemd. Dit stukje DNA is verantwoordelijk voor de aanmaak van het enzym pyruvaatkinase. Door het foutje in het PKRL-gen wordt onvoldoende pyruvaatkinase aangemaakt.

Door een tekort aan pyruvaatkinase in rode bloedcellen worden een aantal stofjes niet aangemaakt, waaronder ATP en pyruvaat. Het stofje ATP wordt omgezet in ADP. Hierbij komt energie vrij die nodig is voor allerlei processen in de rode bloedcellen. Het tekort aan ATP bij mensen met een tekort aan pyruvaatkinase leidt daardoor tot een tekort aan energie in de rode bloedcellen. Hierdoor kan de kaliumpomp in de celmembraan geen kalium vasthouden in de cel. Het kalium zal daardoor uit de rode bloedcellen weglekken en trekt water met zich mee. Hierdoor raakt de rode bloedcel als het ware uitgedroogd. De rode bloedcellen gaan hierdoor uiteindelijk kapot. Dit wordt hemolyse genoemd. Uitgebreide hemolyse leidt tot hemolytische anemie, oftewel bloedarmoede door hemolyse.

Hoe erft het over?

De afwijking in het DNA erft meestal autosomaal recessief over. Dat betekent dat van zowel de vader als de moeder een afwijkend gen moet worden geërfd om de ziekte te krijgen. Er zijn echter ook gevallen bekend waarbij de overerving autosomaal dominant was. Dat betekent dat van slechts één van beide ouders een afwijkend hoeft te worden geërfd om de ziekte te krijgen.

Autosomaal recessieve overerving

Bij autosomaal recessieve overerving is het afwijkende gen op een zogenaamde ‘autosoom’ gelegen. Alle chromosomen zijn autosomen, behalve de geslachtschromosomen. Bij pyruvaatkinase deficiëntie is de afwijking van het PKRL-gen dus gelegen op een autosoom. Omdat we van elk chromosoom twee examplaren hebben, namelijk een van de vader en een van de moeder, kan het voorkomen dat iemand op een van beide chromosomen een afwijkend PKRL-gen heeft en op het andere een normaal PKRL-gen. Zo iemand wordt ‘drager’ van het afwijkende PKRL-gen genoemd. Deze persoon heeft zelf geen symptomen. Er is immers nog een normaal PKRL-gen dat voor de productie van pyruvaatkinase kan zorgen.

Als beide ouders drager zijn van het afwijkende PKRL-gen dan is de kans 1 op 4 (25%) dat een kind van beide ouders een afwijkend PKRL-gen erft en dus de ziekte heeft. De kans is 1 op 2 (50%) dat het kind een afwijkend gen en een normaal gen erft. In dat geval is het kind zelf ook drager. De resterende 25% kans betreft het overerven van twee gezonde PKRL-genen.

Hoe vaak komt het voor?

Pyruvaatkinase deficiëntie is een zeer zeldzame ziekte. Wij schatten dat jaarlijks gemiddeld tussen de 1-10 kinderen met deze ziekte in Nederland worden geboren.

Welke symptomen geeft het?

Mensen met pyruvaatkinase deficiëntie krijgen door afbraak van rode bloedcellen last van bloedarmoede (anemie). Dat kan op den duur leiden tot klachten als moeheid en kortademigheid bij inspanning. Ook kan de huid bleker worden. Kijk voor aanvullende informatie op de webpagina over bloedarmoede. Omdat de bloedarmoede wordt veroorzaakt door afbraak van rode bloedcellen zal ook het bilirubine gehalte in het bloed toenemen. Dat kan geelzucht veroorzaken. Daarbij is sprake van gele verkleuring van het oogwit en gele verkleuring van de huid.

Andere gevolgen van het verhoogde bilirubine gehalte in het bloed zijn een verhoogde kans op het krijgen van galstenen, het ontstaan van een ontsteking in de alvleesklier (pancreatitis) en het ontstaan van een ontstoken galblaas (cholecystitis).

Hoe wordt de diagnose gesteld?

De diagnose wordt vermoed doordat in het bloed afwijkingen worden gevonden die worden veroorzaakt door afbraak van rode bloedcellen (hemolyse). Afwijkingen die hierbij kunnen passen zijn een verhoogd LDH (lactaatdehydrogenase) gehalte, een verhoogd bilirubine gehalte, een verhoogd aantal reticulocyten en een verlaagd haptoglobine gehalte. De diagnose kan vervolgens worden bevestigd door de hoeveelheid pyruvaatkinase in rode bloedcellen te meten. Deze is verlaagd. De diagnose kan ook worden bevestigd met DNA-onderzoek. Daarbij wordt de onderliggende afwijking in het PKRL-gen gevonden.

Wat is de behandeling?

Behandeling bloedarmoede

De behandeling van pyruvaatkinase deficiëntie is erop gericht om bloedarmoede tegen te gaan. Dat gebeurt met behulp van bloedtransfusies. De afbraak van rode bloedcellen kan worden tegengegaan met een operatie waarbij de milt wordt verwijderd (zie onder).

Behandeling hyperbilirubinemie

Om aantasting van de hersenen door een te hoog bilirubine gehalte tegen te gaan krijgen pasgeboren baby’s wisseltransfusies. Daarbij wordt bloed afgenomen en middels bloedtransfusies vervangen door bloed van gezonde personen.

Operatieve verwijdering van de milt

Om de afbraak van rode bloedcellen tegen te gaan kan worden besloten om de milt met een operatie te verwijderen. Een dergelijke operatie wordt splenectomie genoemd. Omdat in de milt rode bloedcellen worden afgebroken zal na verwijdering van de milt minder afbraak van rode bloedcellen plaatsvinden. Een nadeel van splenectomie is dat de kans op infecties toeneemt. De milt speelt namelijk een belangrijke rol in de afweer tegen infecties. Mensen die een splenectomie ondergaan krijgen daarom een aantal inentingen (vaccinaties) tegen bepaalde infecties.

Engelse vertaling

pyruvate kinase deficiency

Plaats een reactie