PKAN

Wat is PKAN?

PKAN staat voor Pantothenate Kinase-Associated Neurodegeneration. Het is een zeer zeldzame aangeboren ziekte die wordt veroorzaakt door een foutje in het DNA. De aandoening leidt tot ophoping van ijzer in bepaalde delen van de hersenen. Dit leidt tot verschillende symptomen die in de loop van de tijd toenemen in ernst.

PKAN werd voorheen de ziekte van Hallervorden-Spatz genoemd, naar de Duitse artsen die de aandoening als eersten beschreven. Vanwege hun werkzaamheden in de tweede wereldoorlog is besloten de naam aan te passen naar PKAN.

Hoe vaak komt ‘t voor?

PKAN is een zeer zeldzame ziekte. Hoe vaak het voorkomt is niet precies bekend. Geschat wordt dat de aandoening wereldwijd bij 1-3 van de miljoen kinderen voorkomt. Als we dat doortrekken naar de Nederlandse situatie zou dat betekenen dat de aandoening gemiddeld eens in de drie jaar wordt vastgesteld. De aandoening komt even vaak voor bij jongens als bij meisjes.

Wat is de oorzaak?

PKAN wordt veroorzaakt door een foutje in het DNA. Het gaat om een stukje DNA op chromosoom 20. Dit stukje DNA wordt het PANK2-gen genoemd. Dit gen levert de blauwdruk voor een enzym dat pantothenaatkinase wordt genoemd. Dit enzym speelt een belangrijke rol bij de aanmaak van vitamine B5 (panthoteenzuur). Vitamine B5 is weer van belang voor de productie van een ander stofje dat coenzym A wordt genoemd. Het speelt een belangrijke rol bij verschillende stofwisselingsprocessen in de cel.

Als er een afwijking (mutatie) van het PANK2-gen is wordt onvoldoende pantothenaatkinase aangemaakt. Hierdoor raken bepaalde stofwisselingsprocessen in de cel verstoord. Dit leidt onder andere tot ophoping van ijzer in de cellen. Naarmate zich meer ijzer ophoopt in de cellen zal de functie van de betreffende cellen verstoord raken. Dit gebeurt voornamelijk in bepaalde delen van de hersenen. De functies die door deze hersenkernen worden aangestuurd raken hierdoor steeds verder aangetast.

Hoe wordt het overgeërfd?

PKAN wordt autosomaal recessief overgeërfd. Dat betekent dat het afwijkende gen op een zogenaamd autosoom ligt en dat van beide ouders een afwijkend gen moet worden geërfd om de ziekte te krijgen. De ouders zijn zelf in dat geval ‘drager’ van de aandoening. Dat betekent dat ze één goed werkende versie van het gen hebben en één niet goed werkende versie van het gen. Omdat ze zelf nog een normaal werkende versie van het gen hebben maken ze voldoende pantothenaatkinase aan. Daarom worden ze zelf niet ziek.

De kans dat twee ouders die drager van de afwijking zijn een kind krijgen met de aandoening is 25%. De kans dat het kind zelf ook drager is van de aandoening is 50%. De kans dat het kind twee normale versies van het gen erft is 25%.

Welke symptomen geeft het?

Kinderen met PKAN kunnen onderstaande symptomen vertonen. De symptomen die zich voordoen verschillen van kind tot kind.

  • moeite om in evenwicht te blijven:
    • vaak vallen
  • abnormale repeterende bewegingen maken (dystonie)
  • verhoogde spierspanning (spierrigiditeit)
  • aangepaspannen spieren (spasticiteit)
    • stijfheid in de armen
    • stijfheid in de benen
  • veranderde lichaamshouding
  • vertraagde ontwikkeling, zoals bijv.:
    • laat met gaan staan
    • laat met gaan lopen
    • laat met gaan praten
  • spraakproblemen:
    • onduidelijk praten
    • het steeds herhalen van woorden of zinnen
    • snel praten
  • onhandigheid
  • aantasting van het gezichtsvermogen:
  • vergeetachtigheid
  • onverklaarde botbreuken (pathologische fracturen)
  • op de tong bijten
  • moeite met slikken
  • moeite met eten
  • blefarospasme
  • hoofd continue scheef en/of gedraaid houden (torticollis)
  • psychische klachten, zoals bijvoorbeeld:
    • depressiviteit
    • stemmingswisselingen
    • impulsief gedrag
    • woede-uitbarstingen

Klassieke PKAN en atypische PKAN

De eerste klachten beginnen bij de meeste kinderen al op jonge leeftijd en nemen vrij snel toe in ernst. In dat geval wordt wel gesproken van de klassieke vorm van PKAN, oftewel klassieke PKAN. Er is ook een vorm van de ziekte waarbij de klachten pas op latere leeftijd optreden, bijvoorbeeld tijdens de puberteit of op jongvolwassen leeftijd. Deze vorm wordt wel atypische PKAN genoemd.

Hoe wordt de diagnose gesteld?

De diagnose kan worden gesteld met behulp van beeldvormend onderzoek en genetisch onderzoek.

Beeldvormend onderzoek

Op een MRI-scan is vaak ophoping van ijzer in bepaalde delen van de hersenen zichtbaar. Een kenmerkende afwijking is het zogenaamde ‘eye-of-the-tiger’ teken.

Genetisch onderzoek

De diagnose kan worden bevestigd met behulp van DNA-onderzoek. Hiermee kan de afwijking (mutatie) van het PANK2-gen worden aangetoond.

Wat is de behandeling?

Er bestaat geen behandeling waarmee PKAN kan worden genezen. De behandeling is daarom gericht op het verminderen van de symptomen en ziekteverschijnselen die zich voordoen. Artsen spreken in dat geval van symptomatische behandeling. In de praktijk betekent dat dat verschillende artsen en andere zorgverleners bij de behandeling betrokken zullen zijn. Hoofdbehandelaar is vrijwel altijd een kinderarts die gespecialiseerd is in aandoeningen van hersenen en ruggenmerg (kinderneuroloog).

In het geval oogafwijkingen op de voorgrond treden zal tevens worden behandeld door een oogarts. Bij spraakproblemen zal vaak een logopedist worden ingeschakeld. Bij loopproblemen wordt een fysiotherapeut ingeschakeld. De ouders van een kind met PKAN kunnen voor advies over erfelijkheid terecht bij een geneticus.

Geneesmiddelen

Verder kunnen geneesmiddelen worden voorgeschreven om bepaalde bewegingsproblemen te behandelen. Het gaat dan om middelen die kunnen worden ingezet bij de behandeling van dystonie, zoals bijvoorbeeld baclofen, trihexyfenidyl en clonazepam. Deze middelen kunnen als tablet of capsule worden geslikt. In een later stadium kan baclofen via een speciale pomp direct in het centrale zenuwstelsel worden toegediend.

dystonie bij PKAN kan worden behandeld met Baclofen
verpakking baclofen tabletten

Verder kunnen botulinetoxine-injecties van nut zijn bij de behandeling van dystonie. In het geval er sprake is van epileptische aanvallen zal de behandelend arts meestal anti-epileptica voorschrijven. Geneesmiddelen die ijzer uit het lichaam verwijderen, zogenaamde chelatietherapie, zijn bij PKAN niet goed werkzaam.

In theorie zou inname van vitamine B5 (pantoteenzuur of calciumpantothenaat), de vitamine die niet of onvoldoende wordt aangemaakt bij deze ziekte, van nut kunnen zijn bij mensen met PKAN. Dit moet echter in een klinische studie worden uitgezocht.

Diepe hersenstimulatie

Uit onderzoek blijkt dat diepe hersenstimulatie kan helpen de symptomen van dystonie te verminderen. Met deze behandeling wordt een bepaald deel van de hersenen, de zogenaamde globus pallidus, met een speciaal apparaat gestimuleerd.

Operatie

Bij sommige patienten kan een operatie van de hersenen helpen om dystonie tegen te gaan. Het gaat dan om operaties waarbij bepaalde delen van de hersenen worden uitgeschakeld, zoals de globus pallidus en de thalamus. Het effect van dergelijke operaties is meestal slechts tijdelijk.

Wat is het beloop?

Kinderen met PKAN ondervinden steeds meer hinder van hun klachten. De klachten nemen dus toe in ernst. Artsen spreken in dat geval van een progressieve aandoening. Het beloop van de klassieke vorm en de atypische vorm van de ziekte verschillen van elkaar.

Klassieke vorm

Kinderen met de klassieke vorm van de ziekte gaan sneller achteruit dan het geval is bij de atypische vorm. Ook hebben kinderen met de klassieke vorm vaker bepaalde oogafwijkingen. Ongeveer tweederde van hen ontwikkelt een vorm van aantasting van het netvlies die retinitis pigmentosa wordt genoemd. Dit kan leiden tot nachtblindheid, tunnelvisie en verlies van het perifere gezichtsveld. Dit laatste kan weer bijdragen aan het vaak vallen doordat bepaalde objecten niet worden gezien. Hierdoor botsen kinderen bijvoorbeeld vaak tegen deurposten.

Bij kinderen met de klassieke vorm beginnen de klachten in de eerste tien levensjaren, gemiddeld op een leeftijd van 3,5 jaar. De achteruitgang is dusdanig dat de meeste kinderen met deze vorm na 10-15 jaar niet meer zelfstandig kunnen lopen. Ze worden dus rolstoelafhankelijk.

Atypische vorm

De atypische vorm van PKAN begint meestal na het tiende levensjaar, gemiddeld op een leeftijd van 13 jaar. Het begint dan vaak met spraakproblemen. De symptomen worden langzamer erger dan bij de klassieke vorm. Artsen spreken dan van een langzaam progressieve aandoening. Vanaf het moment dat de symptomen beginnen duurt het meestal 15-40 jaar voordat men niet meer zelfstandig kan lopen.

Bij de atypische vorm komen psychische klachten vaker voor. Het gaat dan om impulsief gedrag, woede-uitbarstingen, depressiviteit, en snelle stemmingswisselingen. Bewegingsstoornissen ontstaan bij deze vorm vaak juist later in het beloop.

Wat is de prognose?

De levensverwachting van kinderen met PKAN is flink lager dan normaal. Uiteindelijk zullen de meeste patienten met deze aandoening eraan overlijden. Hoe snel de aandoening voortschrijdt is van individu tot individu verschillend. De meeste patienten met deze aandoening overlijden op een leeftijd van 10-20 jaar. Sommigen worden ouder dan 20 jaar. Sommige mensen met atypisch PKAN kunnen hogere leeftijden bereiken.

Ziekte van Hallervorden-Spatz

Voorheen werd PKAN de ziekte van Hallervorden-Spatz of het syndroom van Hallervorden-Spatz genoemd, naar de Duitse neuropathologen Dr Julius Hallervorden en Dr Hugo Spatz. Zij beschreven in 1922 de aandoening als eersten. Vanwege het vermeende oorlogsverleden van deze artsen is deze naam in onbruik geraakt. Er zou sprake zijn geweest van samenwerking met het Nazi-regime tijdens de tweede wereldoorlog en van onethische praktijken bij het verkrijgen van stoffelijke overschotten voor het verrichten van secties.

Dr Julius Hallervorden (1882-1965) – bron: Deutsche Nationalbibliothek

Synoniemen

pantothenaatkinase-geassocieerde neurodegeneratie, Pantothenate Kinase-Associated Neurodegeneration, ziekte van Hallervorden-Spatz, syndroom van Hallervorden-Spatz, Hallervorden-Spatz syndroom

Engelse vertaling

PKAN, Pantothenate Kinase-Associated Neurodegeneration, Hallervorden-Spatz syndrome, Hallervorden-Spatz disease, HARP, neurodegeneration with brain iron accumulation type 1, NBIA1

ICD10-code

G23.0

OMIM-nummer

234200

Verder lezen / Referenties

eerste bladzijde van de publicatie uit 1922 van Hallervorden en Spatz over PKAN – bron: Springer Link

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven