Wat is perifere neuropathie?

Perifere neuropathie is een aandoening waarbij de uiteinden van zenuwen zijn aangetast.

Symptomen perifere neuropathie

De onderstaande klachten kunnen voorkomen bij mensen met perifere neuropathie.

  • veranderd gevoel aan de voeten
  • tintelend of prikkelend gevoel in de tenen
  • onhandigheid van de hand
  • spieren worden dunner
  • tintelend of prikkelend gevoel in de voeten
  • zich zwak voelen
  • geen of minder gevoel in de tenen
  • tintelend of prikkelend gevoel in de vingers
  • geen of minder gevoel aan de voet
  • pijn in de vinger
  • brandend gevoel in de tenen
  • pijn aan de vingertop
  • moeite met het krijgen van een erectie
  • tintelend of prikkelend gevoel in de handen
  • geen of minder gevoel in de vingers
  • spierkrampen
  • brandend gevoel in de vinger(s)
  • tintelend of prikkelend gevoel in de neus
  • tintelend of prikkelend gevoel in de oren
  • onscherp zien met één oog
  • ontlasting niet op kunnen houden

Oorzaken perifere neuropathie

Perifere neuropathie kan door veel verschillende onderliggende aandoeningen worden veroorzaakt. Hieronder een overzicht. Het getal achter de aandoening of conditie geeft een schatting van het aantal mensen dat jaarlijks in Nederland vanwege die oorzaak perifere neuropathie krijgt.

Veel voorkomende oorzaken van perifere neuropathie: >100/jaar

Zeldzame oorzaken van perifere neuropathie: <100/jaar

Zeer zeldzame oorzaken van perifere neuropathie: <10/jaar

  • gebruik van topiramaat – 9
  • knokkelkoorts (dengue) – 9
  • urticariële vasculitis – 8
  • syndroom van Felty – 7
  • gebruik van Combivir (lamivudine/zidovudine) – 7
  • langdurige koolmonoxidevergiftiging (chronische koolmonoxideintoxicatie) – 7
  • ziekte van Strümpell (hereditaire spastisch parese) – 7
  • syfilis van het zenuwstelsel (neurosyfilis) – 6
  • primaire amyloïdose – 6
  • gebruik van Dapson (diafenylsulfon) – 5
  • bloeding in het wervelkanaal (spinaal epiduraal hematoom) – 5
  • gebruik van Halaven (eribulin) – 5
  • gebruik van ofloxacine (Tarivid) – 5
  • cryoglobulinemie type II – 4
  • ziekte van Charcot-Marie-Tooth type Ia – 3
  • organisch psychosyndroom (chronische toxische encephalopathie) – 3
  • chronische inflammatoire demyeliniserende polyneuropathie – 3
  • loodvergiftiging (chronische loodintoxicatie) – 3
  • gebruik van Yondelis (trabectedine) – 3
  • cryoglobulinemie type I – 3
  • ziekte van Fabry (alfa-galactosidase A deficiëntie) – 2
  • gebruik van oxaliplatine – 2
  • syndroom van Churg-Strauss (syndroom van Churg-Strauss) – 2
  • tekort aan bloedplaatjes (trombocytopenie) door infectie met de Helicobacter-bacterie  – 2
  • thalliumvergiftiging (thalliumintoxicatie) – 2
  • ziekte van Madelung (benigne symmetrische lipomatose) – 2
  • ataxia with oculomotor apraxia type 2 – 2
  • ziekte van Weil (leptospirose) – 2
  • mixed connective tissue disease – 2
  • ziekte van Refsum – klassieke vorm (hereditaire motorische en sensorische polyneuropathie type IV) – 2
  • acute intermitterende porfyrie – 1,4
  • buiktyfus – 1,3
  • aangeboren tekort aan intrinsic factor (congenitale intrinsic factor deficiëntie) – 1,2
  • HSAN-IA (hereditaire sensorische en autonome neuropathie type IA) – 1,2
  • gebruik van stavudine (Zerit) – 1,0
  • neuropathische heredofamiliale amyloïdose – 0,9
  • syndroom van Strachan – 0,9
  • dengue hemorrhagische koorts – 0,7
  • syndroom van Lambert-Eaton (Lambert-Eaton myastheen syndroom) – 0,7
  • syndroom van McLeod (McLeod neuroacanthocytosissyndroom) – 0,6
  • blikseminslag – 0,6
  • essentiële cryoglobulinemische vasculitis – 0,6
  • ziekte van Whipple – 0,5
  • kobaltvergiftiging door inname van kobalt (kobaltintoxicatie door ingestie van kobalt) – 0,5
  • syndroom van Evans – 0,5
  • ziekte van Refsum – infantiele vorm – 0,5
  • vergiftiging met seleen (seleniumintoxicatie) – 0,4
  • syndroom van Schmidt (polyglandulair auto-immuunsyndroom type II) – 0,4
  • pipecolinezuuracidemie – 0,3
  • ziekte van Tangier – 0,3
  • tekort aan het enzym pyruvaatdehydrogenase (pyruvaatdehydrogenase deficiëntie) – 0,2
  • difterie – 0,2
  • arseenvergiftiging (arsenicumintoxicatie) – 0,2
  • syndroom van Flynn-Aird – 0,2
  • myoclonus epilepsie met ragged red fibers (MERRF-syndroom) – 0,1
  • ehrlichiose (humane monocytaire ehrlichiose) – 0,1
  • syndroom van Bassen-Kornzweig (abetalipoproteïnemie) – 0,1
  • DOOR syndroom – 0,1
  • mitochondrial trifunctional protein deficiency – 0,1
  • Krim-Congo hemorragische koorts – 0,1
  • auto-immuun lymfoproliferatief syndroom type Ib – 0,05
  • cadmiumvergiftiging (cadmiumintoxicatie) – 0,05
  • mitochondrial neurogastrointestinal encephalopathy syndrome – 0,04
  • ziekte van Günther (congenitale erythropoietische porfyrie) – 0,02
  • aangeboren tekort aan het enzym lysosomaal beta-mannosidase (beta-mannosidose) – 0,02
  • syndroom van Perrault (XX gonodale dysgenesie met doofheid) – 0,01

Engelse vertaling

peripheral neuropathy


Gepubliceerd door: Simpto.nl
Datum van publicatie: 22 oktober 2015
Auteur: Erwin Douwes
Laatst bijgewerkt op: 25 april 2017

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *