Wat is een non-Hodgkin lymfoom?

Een non-Hodgkin lymfoom is een vorm van lymfeklierkanker. In 1832 beschreef de Britse arts Thomas Hodgkin voor het eerst een patiënt met een aandoening die later bekend werd als de ‘ziekte van Hodgkin‘. De ziekte van Hodgkin – tegenwoordig ‘Hodgkin-lymfoom‘ genoemd – komt vooral voor in de lymfeklieren zelf. Eén van de kenmerken van deze ziekte is de aanwezigheid van bepaalde cellen, de zogenaamde ‘Reed-Sternberg cellen’. Later werden andere vormen van lymfeklierkanker ontdekt die vaak ook in andere organen ontstonden en bovendien dit kenmerk niet hadden. Deze werden toen ‘non-Hodgkin lymfomen’ genoemd. Tegenwoordig maken non-Hodgkin lymfomen ongeveer 90% van het totaal aantal gevallen van lymfeklierkanker uit.

Welke vormen zijn er?

Tegenwoordig worden non-Hodgkin lymfomen onderverdeeld in zeer veel verschillende vormen. Hiervoor zijn verschillende indelingen in het leven geroepen. Hieronder de lijst van non-Hodgkin lymfomen zoals die is opgesteld door de World Health Organisation (WHO).

Rijpe (perifere) B-cel neoplasma’s

  • Chronische lymfatische leukemie / klein lymfocytair lymfoom
  • B-cel prolymfocyten leukemie (B-PLL)
  • Marginale zone lymfoom van de milt
  • Haarcelleukemie (‘hairy cell leukemie‘)
  • Ziekte van Waldenström (macroglobulinemie van Waldenström, lymfoplasmacytair lymfoom)
  • Zware keten ziekte (‘heavy chain disease’)
  • Plasmacel lymfoom
  • Solitair plasmocytoom van het bot
  • Extra-ossaal plasmocytoom
  • Extranodal marginal zone B-cell lymphoma of mucosa-associated lymphoid tissue (MALT) type
  • Nodaal marginaal zone lymfoom
  • Folliculair lymfoom
  • Primair cutaan folliculair lymfoom
  • Mantelcellymfoom
  • Diffuus grootcellig B-cel lymfoom
  • Diffuus grootcellig B-cel lymfoom met chronische ontsteking
  • Lymfomatoïde granulomatose
  • Primair mediastinaal grootcellig B-cel lymfoom
  • Intravasculair grootcellig B-cel lymfoom
  • ALK+ grootcellig B-cel lymfoom
  • Plasmablastair lymfoom
  • Grootcellig B-cel lymfoom geassocieerd met HHV8+ ziekte van Castleman
  • Primair effusie lymfoom
  • Burkitt lymfoom
  • Burkitt-like B-cel lymfoom
  • Hodgkin-like B-cel lymfoom

Rijpe (perifere) T-cel & NK-cel neoplasma’s

  • T-cel prolymfocytaire leukemie
  • T-cel grootcellig granulair lymfocytaire leukemie
  • Chronic lymphoproliferative disorder of NK-cells.
  • Aggressieve NK-cel leukemie
  • Systemic EBV+ T-cell lymphoproliferative disorder of childhood
  • Hydroa vacciniforme-like lymphoma
  • Volwassen T- cel leukemie/lymfoom
  • Extranodaal NK/T cel lymfoom, nasaal type
  • Enteropathie-geassocieerd T-cel lymfoom
  • Hepatosplenaal T-cel lymfoom
  • Subcutaan panniculitis-achtig T-cel lymfoom
  • Mycosis fungoides
  • Syndroom van Sézary
  • Primary cutaneous CD30+ T-cell lymphoproliferative disorder
  • Primary cutaneous gamma-delta T-cell lymphoma
  • Peripheral T-cell lymphoma, NOS
  • Angioimmunoblastair T-cel lymfoom
  • Anaplastisch grootcellig lymfoom, ALK+ type
  • Anaplastisch grootcellig lymfoom, ALK- type

Precursor (voorloper) lymfoïde neoplasma’s

  • B lymphoblastic leukemia / lymphoma NOS
  • B lymphoblastic leukemia / lymphoma with recurrent genetic abnormalities
  • B lymphoblastic leukemia / lymphoma with t(9;22); bcr-abl1
  • B lymphoblastic leukemia / lymphoma with t(v;11q23); MLL rearranged
  • B lymphoblastic leukemia / lymphoma with t(12:21); TEL-AML1 & ETV6-RUNX1
  • B lymphoblastic leukemia / lymphoma with hyperploidy
  • B lymphoblastic leukemia / lymphoma with hypodiploidy
  • B lymphoblastic leukemia / lymphoma with t(5;14); IL3-IGH
  • B lymphoblastic leukemia / lymphoma with t(1;19); E2A-PBX1 & TCF3-PBX1
  • T lymphoblastic leukemia / lymphoma

Engelse term

non-Hodgkin lymphoma