Myelofibrose

Wat is myelofibrose?

Myelofibrose is een zeldzame ziekte waarbij verbindweefseling van het beenmerg optreedt. Door de verbindweefseling kunnen uiteindelijk steeds minder bloedcellen worden aangemaakt in het beenmerg.

Er zijn twee vormen van de ziekten, een primaire vorm en een secundaire vorm.

Primaire myelofibrose

Primaire myelofibrose is een vorm van myelofibrose waarvan de oorzaak onbekend is. Het wordt ook wel ‘chronische idiopathische myelofibrose’ genoemd.

Secundaire myelofibrose

Secundaire myelofibrose is een vorm van myelofibrose die ontstaat als complicatie van andere beenmergziekten, namelijk polycythemia vera of essentiële trombocytose.

Hoe vaak komt ‘t voor?

Myelofibrose is een zeldzame aandoening. Jaarlijks wordt deze diagnose in Nederland bij naar schatting zo’n 300 mensen gesteld. De meeste mensen zijn ouder dan 45 jaar als de diagnose wordt gesteld. Maar ook bij mensen jonger dan 45 jaar kan de ziekte voorkomen.

Oorzaak myelofibrose

De verbindweefseling wordt op gang gebracht doordat bepaalde beenmergcellen – ‘megakaryocyten’ genaamd – stofjes uitscheiden. Deze stofjes zetten vervolgens fibroblasten aan om bindweefsel aan te maken. Waarom dit gebeurt is niet helemaal duidelijk. Het heeft onder andere te maken met erfelijke aanleg. Maar leefstijl en omgevingsinvloeden spelen waarschijnlijk ook een rol.

Is het erfelijk?

Myelofibrose is niet erfelijk in de zin dat iemand de aandoening van zijn/haar ouders erft. Wel speelt erfelijke aanleg een rol.

Er zijn een aantal genen bekend die bij mensen met myelofibrose vaak bepaalde afwijkingen vertonen. Het gaat om het JAK2-gen, het CALR-gen en het MPL-gen. Bij ongeveer 9 van de 10 mensen met myelofibrose kan een afwijking in één of meer van deze genen worden gevonden. De meeste van hen hebben een afwijking van het JAK2-gen. Dit gen is ook betrokken bij de ziekte polycythemia vera.

JAK2-gen

Het JAK2-gen ligt op chromosoom 9. Het is verantwoordelijk voor de aanmaak van het stofje ‘januskinase’. Dit stofje speelt een belangrijke rol bij de aanmaak van bloedcellen vanuit bloedstamcellen in het beenmerg. Dit proces wordt ‘hematopoëse’ genoemd. Een afwijking van dit gen die bij patiënten met myelofibrose veel voorkomt leidt tot activering van het januskinase. Hierdoor worden de bloedstamcellen gevoeliger voor erytropoëtine en trombopoëtine. Dat zijn stofjes in ons lichaam die zorgen voor vermenigvuldiging en rijping van bloedstamcellen tot bloedcellen.

Een afwijking van het JAK2-gen komt bij ongeveer 65% van de mensen met myelofibrose voor.

CALR-gen

Het CALR-gen is verantwoordelijk voor de aanmaak van het stofje calreticuline.

Een afwijking van het CALR-gen komt bij ongeveer een derde van de mensen met myelofibrose voor.

MPL-gen

Het MPL-gen is verantwoordelijk voor de aanmaak van een receptor voor trombopoëtine. Een afwijking van het MPL-gen – zoals die voorkomt bij sommige patiënten met myelofibrose – leidt tot de aanmaak van een afwijkende trombopoëtine receptor. Dit leidt tot een toename van de aanmaak van afwijkende megakaryocyten. Deze abnormale megakaryocyten stimuleren zogenaamde ‘fibroblasten’ om collageen aan te maken in het beenmerg. Collageen is de meest voorkomende vorm van bindweefsel in ons lichaam.

Een afwijking van het MPL-gen komt bij ongeveer 8% van de mensen met myelofibrose voor.

Symptomen myelofibrose

In het begin zal de ziekte vaak nog geen klachten geven. Naarmate de ziekte voortschrijdt zullen klachten ontstaan.

Myelofibrose kan tot verschillende klachten leiden. Hieronder een overzicht van symptomen die kunnen optreden.

Hoe wordt de diagnose gesteld?

Het duurt vaak enige tijd voordat de diagnose wordt gesteld. Dit heeft ermee te maken dat de aandoening zeldzaam is, en dat de symptomen niet erg kenmerkend zijn voor de aandoening. Ook is het in het beginstadium van de ziekte moeilijk om onderscheid te maken met andere myeloproliferatieve aandoeningen.

De arts zal de diagnose kunnen vermoeden op grond van afwijkingen bij lichamelijk onderzoek, bloedonderzoek en/of beeldvormend onderzoek.

Op het moment dat gedacht wordt aan de mogelijkheid van myelofibrose wordt iemand meestal verwezen naar een hematoloog. De diagnose kan worden bevestigd door middel van een beenmergbiopsie en DNA-onderzoek.

Lichamelijk onderzoek

Bij lichamelijk onderzoek wordt regelmatig een vergrote milt gevonden. Dit wordt ‘splenomegalie’ genoemd. Soms is ook de lever vergroot. Dat wordt ‘hepatomegalie’ genoemd.

Bloedonderzoek

De arts kan op het spoor van de ziekte komen als – meestal om andere redenen – bloedonderzoek wordt gedaan. Bij bloedonderzoek kunnen verschillende afwijkingen worden gevonden, namelijk:

Voor de meeste van deze afwijkingen in het bloed zijn overigens ook meerdere oorzaken mogelijk.

Beenmergonderzoek

Door een stukje bot uit de bekkenkam of het borstbeen weg te halen kan het beenmerg worden onderzocht. Dit kan door middel van een ‘beenmergbiopsie’ of een ‘beenmergpunctie‘. Het beenmerg wordt vervolgens door een patholoog-anatoom onder de microscoop onderzocht.

In het beenmerg van mensen met myelofibrose is het aantal megakaryocten vaak sterk verhoogd. Ook zijn de cellen vaak groter dan normaal. De kernen van de megakaryocyten vertonen vaak kenmerkende afwijkingen.

Bij mensen met een gevorderd stadium van de ziekte zal steeds meer bindweefsel worden gezien in het beenmerg. Wanneer het beenmerg sterk verbindweefseld is zal het niet of nauwelijks nog mogelijk zijn om een beenmergpunctie uit te voeren. Er kan dan geen beenmerg meer worden opgezogen.

Beeldvormend onderzoek

Bij beeldvormend onderzoek – bijvoorbeeld een echo of CT-scan van de buik – wordt regelmatig een vergrote lever en/of een vergrote milt gevonden.

Op de afbeelding hieronder een CT-scan van de buik van een patiënt met myelofibrose. De lever is vergroot en de milt is enorm vergroot. De donkere verkleuringen in de milt zijn miltinfarcten.

myelofibrose - vergrote lever en vergrote milt op CT-scan buik
Bron: Dr Henry Knipe, Radiopaedia.org, rID: 53374

DNA-onderzoek

Het DNA kan worden onderzocht met bloed van de patiënt. Bij de meeste mensen met myelofibrose zal een afwijking worden gevonden in één of meerdere van de eerder beschreven genen: JAK2-gen, CALR-gen, en/of MPL-gen.

Wat is de behandeling?

Mensen met myelofibrose worden behandeld door een hematoloog.

Er zijn verschillende manieren waarop myefibrose kan worden behandeld. De enige behandeling waarmee de aandoening kan worden genezen is stamceltransplantatie. De andere behandelingen zijn erop gericht om de klachten te verminderen.

Ruxolitinib

In 2011 werd in de Verenigde Staten het middel ruxolitinib goedgekeurd voor de behandeling van myelofibrose. Het middel remt het enzym januskinase. Uit onderzoek is gebleken dat ruxolitinib verbetering van symptomen en afname van het volume van de (vergrote) milt geeft. Ook was de overleving van patiënten die ruxolitinib kregen beter dan van patiënten die placebo kregen.

Ruxolitinib wordt verkocht onder de merknamen ‘Jakafi’ en ‘Jakavi’.

Jakavi (ruxolitinib) tabletten tegen myelofibrose
Jakavi (ruxolitinib) tabletten

Foliumzuur

Allopurinol

Veel patiënten met myelofibrose hebben een verhoogd urinezuur gehalte in het bloed. Dat kan leiden tot jicht. Allopurinol verlaagt het urinezuur gehalte in het bloed.

Bloedtransfusies

Wanneer een ernstige vorm van bloedarmoede optreedt kan het nodig zijn om bloedtransfusies te geven.

Dexamethason

Interferon-alfa

Interferon-alfa helpt om het aantal bloedcellen terug te dringen. Ook leidt behandeling met dit middel tot afname van de omvang van de milt. Het lijkt erop dat interferon-alfa de werking van de mutatie van het JAK2-gen tegengaat.

Interferon-alfa wordt per injectie toegediend. Het middel kan verschillende vervelende bijwerkingen veroorzaken. Daardoor moeten sommige patiënten stoppen met gebruik ervan.

Hydroxyurea (hydroxycarbamide)

Hydroxyurea is een antikankermiddel. Het kan worden gebruikt bij patiënten met een verhoogd aantal bloedplaatjes (trombocytose), een verhoogd aantal witte bloedcellen (leukocytose) en/of een verhoogd aantal rode bloedcellen. Hydroxyurea vermindert bij hen aantal bloedcellen in het bloed.

Lenalidomide & thalidomide

Lenalidomide en thalidomide zijn zogenaamd ‘angiogenese-remmers’. Ze remmen de vorming van nieuwe bloedvaten. Bij mensen met gevorderde myelofibrose is het aantal bloedvaten in het beenmerg vaak sterk toegenomen. Dit wordt tegengegaan met deze middelen.

Revlimid (lenalidomide) capsules bij myelofibrose
Revlimid (lenalidomide) capsules

Verwijdering van de milt (splenectomie)

Soms wordt bij mensen met myelofibrose de milt verwijderd. Dit wordt ‘splenectomie’ genoemd. De vergroting van de milt kan namelijk bijdragen aan het ontstaan van bloedarmoede (anemie). Dit komt doordat één van de functies van de milt is om oude rode bloedcellen te verwijderen. Als de milt dit in overmaat doet wordt gesproken van ‘hypersplenisme’.

Het uitvoeren van een miltverwijdering brengt echter ook risico’s met zich mee. Deze ingreep wordt daarom alleen gedaan als andere behandelingen niet of onvoldoende helpen.

Beloop & prognose

Door de afwijkingen in het bloed bij mensen met myelofibrose kunnen complicaties optreden.

Complicaties door toename bloedcellen

Bij mensen met myelofibrose zal in het begin van de ziekte de aanmaak van witte bloedcellen en bloedplaatjes sterk toenemen. Een toename van het aantal bloedplaatjes wordt ‘trombocytose’ genoemd. Het leidt tot een verhoogde kans op het ontstaan van bloedstolsels in bloedvaten. Dat wordt ‘trombose’ genoemd.

Trombose kan ontstaan in bloedvaten in de benen, maar bijvoorbeeld ook in de poortader (poortadertrombose) of de bloedvaten die bloed vanuit de lever afvoeren (syndroom van Budde-Chiari).

Een bloedstolsel dat losschiet en elders in het lichaam vastloopt heet een ’embolie’. Myelofibrose kan zo leiden tot het ontstaan van longembolieën of hersenembolieën.

Door een toename van de bloedstolling en de vergroting van de milt kunnen ook in de milt doorbloedingsstoornissen ontstaan. Dit kan leiden tot een miltinfarct.

Complicaties door afname bloedcellen

Verreweg de meeste bloedcellen in ons lichaam worden aangemaakt in het beenmerg. Door de toenemende verbindweefseling van het beenmerg bij myelofibrose komen de beenmergcellen waaruit bloedcellen ontstaan in het gedrang. Als reactie daarop zullen op andere plekken in het lichaam bloedcellen worden aangemaakt. Dat gebeurt bijvoorbeeld in de lever en de milt. De hoeveelheid bloedcellen die in deze organen worden aangemaakt is echter niet voldoende. Het gevolg is dat – naarmate de ziekte vordert – er in toenemende mate een tekort aan bloedcellen ontstaat. Dat geldt vooral voor rode bloedcellen (erytrocyten) en bloedplaatjes (trombocyten).

Een tekort aan rode bloedcellen leidt tot bloedarmoede (anemie). Een tekort aan bloedplaatjes leidt tot een verhoogde kans op het krijgen van bloedingen.

Het beloop van de ziekte is van patiënt tot patiënt verschillend. Over het algemeen geldt dat hoe eerder de diagnose wordt gesteld, des te beter complicaties kunnen worden voorkomen.

De levensverwachting van patiënten met myelofibrose is afhankelijk van:

  • Leeftijd waarop de ziekte optreedt
  • Klachten
  • Afwijkingen die in het bloed worden gevonden
  • Afwijkingen die in de genen worden gevonden

Engelse vertaling

myelofibrosis, osteomyelofibrosis

Duitse vertaling

Osteomyelofibrose, Primäre Myelofibrose, Osteomyelosklerose

ICD10-code

C94.4, D47.4

Verder lezen / Referenties

  • JL Spivak, ‘Myeloproliferative neoplasms’ gepbuliceerd in The New England Journal of Medicine van 1 juni 2017; 376;22: pagina’s 2168-2181.

Synoniemen voor myelofibrose zijn verbindweefseling van beenmerg, osteomyelofibrose, chronische myeloproliferatieve ziekte, chronische idiopathische myelofibrose, en myeloïde metaplasie.


Gepubliceerd door: Simpto.nl
Datum van publicatie: 3 juni 2017
Auteur: Erwin Douwes
Laatst bijgewerkt op: 3 juni 2017

2 reacties

  1. Lastig in te schatten ziekte, maar het klopt tot nu toe wel, het maakt wel angstig om af te wachten wat de volgende stap gaat worden.

    1. Hé, een lotgenoot

      Ben benieuwd hoe het met je gaat en welke leeftijd je hebt

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *