Wat is een melanoom?

Melanoom is een kwaadaardige woekering van pigmentcellen (melanocyten). Meestal gaat het om pigmentcellen in de huid. Dan is dus sprake van huidkanker. Maar ook pigmentcellen in het oog kunnen aangetast zijn. Dan ontstaat melanoom van het oog (oculair melanoom). Verder kunnen melanomen ook voorkomen in slijmvliezen en hersenvliezen.

melanoom – bron: Wikimedia

Wat is de oorzaak?

Een belangrijke oorzaak van het ontstaan van melanomen van de huid is overmatige blootstelling van de huid aan zonlicht. Melanomen ontstaan daarom vaak op plekken die blootstaan aan zonlicht:

  • hoofd
  • rug (vooral bij mannen)
  • ledematen (vooral bij vrouwen)

Vooral het meerdere malen oplopen van (ernstige) zonverbranding verhoogt de kans op het krijgen van een melanoom op het betreffende deel van de huid. Dit geldt vooral voor zonverbrandingen die opgelopen worden in de jeugd.

Moedervlekken

Een andere risicofactor voor het krijgen van een melanoom is het hebben van veel moedervlekken.

Type huid

Melanomen komen vooral voor bij mensen met een zeer lichte huidskleur, rossig haar en veel sproeten. Bij mensen met een donkere huidskleur is deze aandoening zeldzaam.

Erfelijkheid

Mensen van wie familieleden een melanoom hebben of hebben gehad hebben ook een grotere kans op het krijgen van een malenoom.

Welke symptomen geeft het?

Melanomen zijn vaak zichtbaar als onregelmatige donkere vlekjes of bultjes. Soms ontstaan ze uit een moedervlek. Ze kunnen jeuken, pijn doen en/of bloeden. Ook kan de kleurverdeling onregelmatig zijn.

Welke vormen zijn er?

De volgende typen worden onderscheiden:

  • ‘superficial spreading’ melanoom & nodulaire melanoom: deze twee vormen komen het meest voor, iets vaker bij vrouwen dan bij mannen, en vooral bij blanke mensen in de leeftijdsgroep van 40-50 jaar; bij vrouwen vaak op het onderbeen, bij mannen vaak op de romp;
  • lentigo maligna-melanoom: op plaatsen die veel aan zonlicht zijn blootgesteld, zoals handruggen en gelaat; komt vooral voor bij blanke mensen op latere leeftijd;
  • acro-lentiginueze melanoom: komt vooral voor bij donker gekleurde mensen op de handpalmen en voetzolen en onder de nagel; de oorzaak is onbekend;

Hoe vaak komt het voor?

Per jaar krijgen tussen de 10-30 / 100.000 mensen een melanoom.

Hoe wordt de diagnose gesteld?

De diagnose wordt gesteld op grond van de klachten (huidafwijking met bijbehorende symptomen), lichamelijk onderzoek en weefselonderzoek. Nadat vastgesteld is dat er sprake is van een melanoom zal beeldvormend onderzoek worden gedaan om te beoordelen of er uitzaaiingen (metastasen) zijn. Uitzaaiing vindt meestal plaats naar longen, hersenen of lever. Die organen zullen dus in ieder geval worden onderzocht.

Met behulp van de gegevens uit het diagnostisch onderzoek zal de aandoening worden ingedeeld in verschillende stadia.

Indeling in stadia

De aandoening wordt als volgt ingedeeld volgens de zogenaamde AJCC-stadiëring. Hoe hoger het stadium des te verder gevorderd de aandoening is. Bij deze indeling speelt de dikte van de tumor, zoals die wordt bepaald tijdens het weefselonderzoek, een belangrijke rol. Deze waarde wordt aangegeven als de Breslow-dikte. Daarnaast is ook van belang of het huidgezwel gaat zweren. In dat geval wordt gesproken van ulceratie van de tumor. Als dat het geval is is de kans op uitzaaiing groter. Ook is de kans groter dat de tumor na verwijdering opnieuw terugkomt. Dan wordt gesproken van een recidief.

StadiumBeschrijving
0de tumor zit alleen oppervlakkig in de huid, in de zogenaamde opperhuid (epidermis)
IAde tumor is ingegroeid in de lederhuid (dermis); in het weggenomen huidweefsel is de dikte van de afwijking kleiner dan 1 mm; er is geen ulceratie (zweervorming); er is geen uitbreiding naar andere delen van de huid of naar de lymfeklieren
IBde tumor is ingegroeid in de lederhuid; de dikte is kleiner dan 1 mm maar er is sprake van zweervorming; of de dikte is 1-2 mm maar zonder zweervorming
IIin het weggenomen huidweefsel is de dikte van de afwijking groter dan 1 mm; er is wel of geen sprake van zweervorming; er is geen uitbreiding naar andere delen van de huid of naar de lymfeklieren
IIIAer is sprake van uitbreiding van de kwaadaardige cellen in de nabijgelegen huid en/of naar de lokale lymfeklieren
IIIBer is sprake van uitbreiding van de kwaadaardige cellen in de nabijgelegen huid en/of naar de lokale lymfeklieren; bovendien is er sprake van zweervorming in het gezwel zelf
IVer is sprake van uitbreiding van kwaadaardige cellen naar verderaf gelegen lymfeklieren en/of naar andere organen in het lichaam, zoals hersenen, longen, lever.

Wat is de behandeling?

Behandeling vindt plaats door een dermatoloog (huidarts). In eerste instantie zal de dermatoloog beoordelen of het melanoom in z’n geheel kan worden verwijderd middels een operatie.

Een verdachte afwijking zal met een veiligheidsmarge van een paar mm worden verwijderd. Het verwijderde weefsel zal door een patholoog-anatoom onder de microscoop worden bekeken. Dan pas wordt duidelijk of er inderdaad sprake is van een melanoom. Hierbij wordt tevens beoordeeld wat de dike (Breslow-dikte) van het gezwel is. Eventueel zal nogmaals geopereerd worden om weefsel met een ruimere marge rond de afwijking te verwijderen. Als er een uitgebreide operatie moet plaatsvinden om het melanoom te verwijderen kan de plastisch chirurg worden ingeschakeld.

Als er sprake is van uitzaaiing is het niet meer mogelijk om met een operatie alle tumorweefsel te verwijderen. Het is dan nog wel mogelijk om te behandelen met chemotherapie (antikankermiddelen).

Nieuwe middelen die speciaal gericht zijn tegen een bepaalde vorm van melanoom. Het gaat om een vorm die wordt veroorzaakt door een afwijking in het DNA, de zogenaamde BRAF V600-mutatie. De middelen hiertegen zijn trametinib (merknaam: Mekinist) en dabrafenib (merknaam: Tafinlar). Trametinib behoort tot een groep geneesmiddelen die MEK-remmers wordt genoemd. Dabrafenib behoort tot een groep geneesmiddelen die BRAF-remmers wordt genoemd. Naast deze middelen zijn er ook nog monoklonale antilichamen tegen melanoom. Het gaat om middelen als pembrolizumab en nivolumab.

Beloop en prognose

In principe geldt dat hoe eerder de melanoom ontdekt wordt, des te eerder kan worden behandeld, en des te beter de prognose. Na het stellen van de diagnose is de ernst van het beloop is vooral afhankelijk van de mate waarin het melanoom in de huid is doorgedrongen. Wanneer een melanoom wordt verwijderd wordt daarom altijd de dikte van tumor gemeten. De totale dikte van een melanoom wordt de breslowdikte genoemd. De breslowdikte wordt gemeten om een idee te krijgen van de prognose. Als de dikte minder is dan 0,75 millimeter is de prognose zeer gunstig. Bij toenemen van dikte wordt de prognose slechter.

De prognose wordt ook slechter als het melanoom uitgezaaid is. Uitzaaiing kan lokaal in de huid plaatsvinden. Dan wordt gesproken van satelliet-metastasen (zie afbeelding hieronder). Ook kunnen uitzaaiingen op afstand plaatsvinden (afstandsmetastasen), zoals naar de lymfeklieren, de longen, de hersenen of de lever.

melanoom met meerdere lokale uitzaaiingen in de huid (satelliet-metastasen) – bron: National Cancer Institute

Andere talen

Engelse vertaling

melanoma

Duitse vertaling

Melanom, malignes Melanom

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *