Wat is een herseninfarct?

Een herseninfarct is een ernstige aandoening waarbij de doorbloeding van een deel van de hersenen zo sterk is afgenomen dat de hersencellen in dat deel afsterven. Dit kan – afhankelijk van de plaats in de hersenen – tot verschillende klachten leiden. Herseninfarcten zijn een belangrijke oorzaak van invaliditeit. Ongeveer eenderde van de patiënten met een herseninfarct zal aan de aandoening overlijden.

De medische term voor een infarct van de hersenen is ‘cerebraal infarct’. Herseninfarct is niet hetzelfde als beroerte. Het is een vorm van beroerte. De andere vorm van beroerte is de hersenbloeding.

Oorzaken herseninfarct

Meestal worden herseninfarcten veroorzaakt door aderverkalking (atherosclerose) of door een hersenembolie.

Aderverkalking (atherosclerose)

Bij aderverkalking raakt de wand van de bloedvaten in de hersenen aangetast. Hierdoor worden de bloedvaten steeds nauwer en neemt de doorbloeding in een deel van de hersenen af. Aderverkalking ontstaat meestal op latere leeftijd, en vooral bij mensen die veel hebben gerookt, overgewicht en/of een hoge bloeddruk hebben, weinig lichaamsbeweging hebben en/of een verhoogd cholesterol gehalte in het bloed (hypercholesterolemie) hebben.

Een poosje werd aangenomen dat een te hoog homocysteïne gehalte in het bloed (= hyperhomocysteïnemie) de kans om een herseninfarct te krijgen zou verhogen. Dit bleek niet het geval te zijn.

Er zijn ook aanwijzingen dat een infectie met de bacterie Chlamydia pneumoniae een rol speelt bij het ontstaan van aderverkalking. Een dergelijke infectie zou namelijk de binnenkant van de bloedvaten kunnen beschadigen waardoor sneller stolsels ontstaan.

Hersenembolie

Bij een hersenembolie is sprake van een bloedstolsel dat elders in het lichaam is ontstaan. Het bloedstolsel raakt los en stroom met de bloedstroom mee richting de hersenen. Daar loopt het vast en veroorzaakt het een verstopping van het bloedvat. Meestal komen dergelijke bloedstolsels uit het hart, bijvoorbeeld bij mensen met boezemfibrilleren.

Symptomen herseninfarct

Afhankelijk van de plaats in de hersenen waar het infarct optreedt kunnen verschillende ‘uitvalsverschijnselen’ optreden. Met uitvalsverschijnselen wordt bedoeld dat bepaalde functies van de hersenen – die door dat deel van de hersenen worden verzorgd – zullen uitvallen. Dus als bijvoorbeeld het deel van de hersenen dat verantwoordelijk is voor praten geheel of gedeeltelijk is aangetast zal de patiënt moeite hebben met praten of helemaal niet meer kunnen praten. Omdat de hersenen bij ontzettend veel verschillende lichaamsfuncties een rol speelt kunnen allerlei verschillende klachten optreden. Hieronder een overzicht van mogelijke klachten.

Hoe wordt de diagnose gesteld?

De diagnose wordt gesteld met een CT-scan of een MRI-scan van de hersenen. Met CT-angiografie kan worden bepaald in welk bloedvat de verstopping zit.

Hieronder een afbeelding van een CT-scan van de hersenen met een groot infarct (pijl). Bron: Lucien Monfils.

CT-scan herseninfarct
CT-scan herseninfarct

Wat is de behandeling?

De behandeling van een herseinfarct is erop gericht om de afsluiting van het bloedvat in de hersenen zo snel mogelijk op de heffen en zo invaliditeit te beperken. Dat kan met geneesmiddelen en/of met een operatie. In principe geldt dat hoe sneller een patiënt de juiste behandeling krijgt des te beter de prognose.

Trombolyse (oplossen van het stolsel)

Bij mensen met een herseninfarct die gelijk naar het ziekenhuis zijn gebracht kan trombolyse worden toegepast. Bij trombolyse wordt een bepaald stofje in de bloedbaan gespoten dat het stolsel oplost. Hoe eerder trombolyse wordt toegepast, hoe groter de kans dat het werkt. Meestal wordt voor de behandeling van een infarct van de hersenen een limiet van drie uur gehanteerd. Iemand die binnen drie uur na het ontstaan van de klachten in het ziekenhuis is krijgt wel trombolyse; iemand die daarna wordt binnengebracht niet.

Antitrombotica

Middelen die het ontstaan van een stolsel tegengaan – de zogenaamde antitrombotica – worden ook toegepast bij de behandeling van herseninfarct. Bij opname voor een herseninfarct wordt meestal acetylsalicylzuur (aspirine) gegeven. Aangetoond is namelijk dat 300 mg acetylsalicylzuur de kans op overlijden of invaliditeit iets vermindert. acetylsalicylzuur helpt voorkomen dat het stolsel groter wordt.

Operatie aan de halsslagader

Bij mensen die een herseninfarct oplopen door een vernauwing van de halsslagader is een operatie vaak op z’n plaats. Een dergelijke operatie wordt wel carotisendarteriëctomie genoemd. Deze operatie wordt toegepast als de vernauwing in de halsslagader ten minste 70% van de doorgang van het vat belemmert. Tegenwoordig is het ook mogelijk de vernauwing op te heffen zonder operatie maar met behulp van het inbrengen van een zogenaamde stent in de halsslagader. Een stent is een soort buisje dat met een katheter in het bloedvat wordt ingebracht om te voorkomen dat het bloedvat zich opnieuw vernauwt.

Nieuwe ontwikkelingen

Momenteel wordt onderzocht of bepaalde geneesmiddelen kunnen voorkomen dat zenuwcellen afsterven als ze ten gevolge van een herseninfarct onvoldoende zuurstof krijgen. Deze stoffen worden neuroprotectiva genoemd.

Beloop en prognose

Een herseninfarct is een ernstige aandoening die vaak tot invaliditeit leidt. Ongeveer 1 op de 3 patiënten zal aan de aandoening overlijden. Hoe sneller een patiënt met een infarct van de hersenen wordt behandeld, hoe beter de prognose. Daarom is het van belang dat iemand met uitvalsverschijnselen snel naar het ziekenhuis gaat.

Voorkomen herseninfarct

Om een infarct van de hersenen te voorkomen is het van belang om risicofactoren te vermijden. Dat betekent:

Secundaire preventie

Het is van groot belang om bij mensen die een herseninfarct hebben doorgemaakt na te gaan welke risicofactoren – zoals roken, hoge bloeddruk, overgewicht en een te hoog cholesterolgehalte – bij hen aanwezig zijn. Aanwezige risicofactoren dienen direct te worden aangepakt. Dit helpt de kans op het opnieuw krijgen van een infarct voorkomen. Dit wordt wel ‘secundaire preventie’ genoemd. Verder is gebleken dat gebruik van een lage dosering acetylsalicylzuur (aspirine) – 30 tot 100 mg per dag – ook helpt voorkomen dat opnieuw een infarct in de hersenen optreedt. Hetzelfde geldt voor clopidogrel.

Engelse term

infarction of the brain, brain infarction, cerebral infarction

ICD10-code

I63

Synoniemen

infarct van de hersenen, infarct in de hersenen


Gepubliceerd door: Simpto.nl
Datum van publicatie: 16 november 2015
Auteur: Erwin Douwes
Laatst bijgewerkt op: 9 november 2016

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *