Hand-voet-mondziekte

Wat is hand-voet-mondziekte?

Hand-voet-mondziekte is een infectie van de huid die wordt veroorzaakt door een virus. De infectie leidt tot afwijkingen aan de huid en soms ook de nagels.

Hoe vaak komt het voor?

Hand-voet-mondziekte komt regelmatig voor. Bij ons zijn geen exacte cijfers bekend over het voorkomen van hand-voet-mondziekte. De aandoening komt vooral voor bij kinderen; soms ook bij volwassenen.

Wat is de oorzaak?

Hand-voet-mondziekte wordt veroorzaakt door een infectie met een virus. Het gaat om het zogenaamde Coxsackie-virus. Dit is een virus dat vooral in de darmen voorkomt (enterovirus). Het subtype Coxsackie-virus A16 is in Nederland de meest voorkomende verwekker van de ziekte. Verspreiding van het virus kan plaatsvinden als iemand in contact is geweest met ontlasting van een besmet persoon en door zoenen. De aandoening is zeer besmettelijk. Na besmetting duurt het meestal 3-6 dagen voordat symptomen ontstaan.

Welke symptomen geeft het?

Hand-voet-mondziekte leidt tot huidafwijkingen die vooral op de handpalmen en de voetzolen zitten, afwijkingen aan de nagels, en afwijkingen aan de slijmvliezen. Ook kunnen algemene klachten voorkomen. De huidafwijkingen zijn vaak ovaal van vorm en lopen in de richting van de huidlijnen. De volgende afwijkingen kunnen voorkomen:

Huidafwijkingen

  • rode plekken op de vingers
  • rode plekken op de handpalmen
  • pijnlijke blaasjes verspreid op de huid en vooral:
    • pijnlijke blaasjes op de vingers
    • pijnlijke blaasjes op de handpalmen
  • blaren op de vingers
  • blaren op de handpalmen
  • korstjes rond de neus
huidafwijkingen bij hand-voet-mondziekte
huidafwijkingen bij hand-voet-mondziekte – bron: Kessalia, WikiMedia

Afwijkingen aan de slijmvliezen

  • pijnlijke blaasjes in de mond

Nagelafwijkingen

  • dwarse lijnen over de nagels (lijnen van Beau)
  • loslaten van de nagel

Algemene klachten

Hand-voet-mondziekte kan bij zwangeren in sommige gevallen leiden tot een miskraam.

Hoe wordt de diagnose gesteld?

De diagnose wordt vaak al vermoed op grond van de klachten en afwijkingen aan huid en slijmvliezen. De diagnose kan worden bevestigd door de aanwezigheid van het Coxsackievirus in de huidafwijkingen of in de keel aan te tonen. Dit kan met behulp van een zogenaamde PCR-test. Daarmee kan DNA van het Coxsackievirus worden aangetoond. Dat gebeurt dan bijvoorbeeld in blaasjesvocht dat wordt afgenomen uit een huidafwijking. Ook kan een uitstrijkje van de keel worden gebruikt om het DNA van het Coxsackievirus aan te tonen.

Wat is de behandeling?

Behandeling is over het algemeen niet nodig. De aandoening gaat vanzelf over. In het geval van sterk jeukende huidafwijkingen kan de arts een jeukstillend middel voorschrijven. In het geval van pijnlijke blaasjes in de mond kan de arts lidocaïne-gel voorschrijven.

Wat is het beloop?

Hand-voet-mondziekte gaat meestal vanzelf over. De huidafwijkingen en slijmvliesafwijkingen verdwijnen doorgaans binnen 1-2 weken. In zeldzame gevallen treden complicaties op, waaronder ontsteking van de hartspier (myocarditis), ontsteking van de hersenen (encefalitis) of hersenvliesontsteking (meningitis).

Synoniemen

hand-voet-mond ziekte

Engelse vertaling

hand-foot-mouth disease

Verder lezen / Referenties

  • R Ikink, RH Houwing, ‘Een vrouw met een kinderziekte‘, gepubliceerd in de rubriek ‘Diagnose in beeld’ van het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde van 15 juli 2022; 166(28): pagina 9.
  • B Herwegen, R Frank, ‘Een kind met koorts en uitslag‘, gepubliceerd in de rubriek ‘Diagnose in beeld’ van het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde van 2017; 161: D902.
  • DH Winterberg, ‘Een meisje met bultjes‘, gepubliceerd in de rubriek ‘Diagnose in beeld’ van het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde van 10 mei 2003; 147(19): pagina 916.
  • SP Froeling, ‘Een jongen met blaasjes en rode bultjes‘, gepubliceerd in de rubriek ‘Diagnose in beeld’ van het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde van 2009; 153: A198.
  • B van Dijk-van Casteren, F van de Laar, P Giesen, ‘Hand-voet-mondziekte‘, gepubliceerd in de rubriek ‘Klinische les’ van Huisarts & Wetenschap van april 2017; 60(4): pagina’s 184-186.

Plaats een reactie