Glutaaracidurie type 2

Wat is glutaaracidurie type 2?

Glutaaracidurie type 2 is een zeldzame aangeboren aandoening die kan leiden tot verschillende klachten en afwijkingen in het bloed. De aandoening wordt ook MADD genoemd. Dat is een afkorting voor multiple acyl-CoA dehydrogenase deficiëntie.

Hoe vaak komt het voor?

Glutaaracidurie type 2 is een zeer zeldzame ziekte. Jaarlijks worden in Nederland naar schatting één of twee kinderen met deze aandoening geboren.

Wat is de oorzaak?

Glutaaracidurie type 2 wordt veroorzaakt door een foutje in het DNA. Er zijn verschillende stukjes DNA die betrokken kunnen zijn bij het ontstaan van deze ziekte. Deze stukjes DNA – ‘genen’ genoemd – spelen een rol bij de aanmaak van een bepaald enzym in ons lichaam. Het gaat om het enzym multiple acyl-CoA dehydrogenase (MAD). Door de afwijking (mutatie) in het DNA is er een tekort aan dit enzym. De aandoening wordt daarom ook wel multiple acyl-CoA dehydrogenase deficiëntie (MADD) genoemd.

Genen die een rol spelen bij het ontstaan van glutaaracidurie type 2 zijn:

  • ETFA-gen op chromosoom 15
  • ETFB-gen op chromosoom 13
  • ETFDH-gen op chromosoom 4

Hoe erft het over?

Glutaaracidurie type 2 erft autosomaal recessief over. Dat betekent dat het afwijkende gen op een zogenaamd autosoom zit en dat van beide ouders een afwijkend gen moet worden geërfd om de ziekte te krijgen. De ouders zelf zijn dan meestal niet ziek. Zij hebben immers nog een tweede chromosoom met een gezonde versie van hetzelfde gen. Omdat zij wel één afwijkende versie van het betreffende gen bij zich dragen worden ze ‘drager’ genoemd. De kans dat ouders die drager zijn van een bepaalde afwijking een kind krijgen die de ziekte krijgt – en dus twee afwijkende genen erft – is 25%. De kans dat hun kind zelf ook drager is – en dus één afwijkend gen erft – is 50%. De kans dat hun kind twee niet-afwijkende genen erft is 25%.

Welke symptomen geeft het?

Er wordt onderscheid gemaakt tussen een ernstige vorm en een milde vorm van de ziekte. Bij de ernstige vorm zijn al bij de geboorte ernstige symptomen en ziekteverschijnselen aanwezig, waaronder verminderde spierspanning (‘slappe baby’), vergrote lever, verlaagde suikerspiegel in het bloed (hypoglycemie) en verzuring van het bloed (metabole acidose). Ook zijn vaak afwijkingen aan de nieren en afwijkingen in het gezicht aanwezig. Deze patiëntjes komen vaak binnen 1-2 weken te overlijden.

Bij de milde vorm kunnen de symptomen ook op zeer jonge leeftijd optreden, maar soms ook pas later in het leven. De milde vorm leidt vaak tot aanvallen van overgeven (braken) en afwijkingen in het bloed, waaronder ook weer een verlaagde bloedsuikerspiegel (hypoglycemie) en metabole acidose. Door ophoping van bepaalde vetten in spiercellen zal de spierkracht op den duur afnemen.

Hoe wordt de diagnose gesteld?

De arts kan de diagnose vermoeden op grond van de klachten en afwijkingen in het bloed. Als die afwezig of slechts mild zijn kan het jaren duren voordat duidelijk wordt dat er sprake is van glutaaracidurie type 2. De diagnose kan worden bevestigd door de onderliggende afwijking (mutatie) van het DNA aan te tonen. Dit gebeurt met behulp van genetisch onderzoek. In sommige landen wordt op deze aandoening gescreend als onderdeel van de hielprikscreening bij pasgeborenen.

Wat is de behandeling?

De behandeling bestaat uit inname van vitamine B2 (riboflavine).

Synoniemen

multiple acyl-CoA dehydrogenase deficiëntie, MADD

ICD10-code

E71.3

OMIM-nummer

231680

Reacties van lotgenoten

Hieronder kun je reageren op dit artikel. Je kunt feedback geven op het artikel, vragen stellen en/of aanvullingen of adviezen geven. Andere lezers kunnen daar weer op reageren. Zo kan een levendige discussie ontstaan. Het is ook een manier om in contact te komen met andere (ouders van) kinderen of volwassenen met glutaaracidurie type 2. Reacties worden niet automatisch gepubliceerd. Dit gebeurt nadat ze door de redactie van Simpto.nl gezien zijn. Daar kan soms enige uren overheen gaan.

1 gedachte over “Glutaaracidurie type 2”

  1. In 1996 en 199 kregen wij twee gezonde dochters. In ieder geval dochters die niet ziek waren. In 2003 kregen wij een zoontje dat MADD type 2 had. Hij overleed 5 dagen na de geboorte. In 2005 en 2006 bleek tijdens een vruchtwater punctie (rond de 22 weken) dat de kindjes ook ziek waren. Op dat moment was er nog geen mogelijkheid om in een vroeg stadium de afwijking te ontdekken. Ik begrijp dat dat nu wel kan. Wat een geweldige vooruitgang. Het zou ons een hoop verdriet hebben bespaard. We prijzen ons gelukkig dat we “begonnen zijn “met twee gezonde (niet zieke) dochters. Stel je voor als het andersom was geweest. Dan hadden we nooit kinderen gekregen.
    De zon schijnt inmiddels alweer lange tijd voor ons als het om de kinderen gaat. Het proces dat we door hebben gemaakt heeft er helaas wel toe geleid dat wij niet meer bij elkaar zijn. Mocht ik iemand kunnen helpen met mijn ervaringen, dan doe ik dat heel graag.
    Hartelijke groet,

    René Bakker

    Beantwoorden

Plaats een reactie