Wat is eosinofiel astma?

Eosinofiel astma is een vorm van astma waarbij een bepaald soort witte bloedcellen – zogenaamde ‘eosinofiele granulocyten’ – is toegenomen. Ongeveer 5% van alle mensen met astma heeft deze vorm. De klachten ontstaan meestal pas op volwassen leeftijd. De klachten zijn vergelijkbaar met die van ‘gewoon’ astma, maar kunnen ook ernstiger zijn.

Dit artikel gaat over oorzaak, symptomen, diagnose en behandeling van eosinofiel astma.


Wat is de oorzaak?

Het is niet duidelijk wat de oorzaak is van eosinofiel astma. In tegenstelling tot ‘gewoon’ astma is er geen sprake van uitlokkende factoren, zoals bijvoorbeeld allergie of lichamelijke inspanning.


Welke symptomen geeft het?

De volgende klachten kunnen voorkomen:

  • Kortademigheid
    • de kortademigheid komt in aanvallen
  • Hoesten, soms met het opgeven van slijm
  • Drukkend gevoel op de borstkas
  • Soms is er sprake van een piepende ademhaling, maar minder vaak dan bij ‘gewoon’ astma

In tegenstelling tot ‘gewoon’ astma worden de klachten niet duidelijk uitgelokt door bepaalde omstandigheden, zoals bijvoorbeeld lichamelijke inspanning of inademen van vervuilde lucht. Verder hebben mensen met eosinofiel astma ook vaak sinusitis (neusbijholteontsteking) en neuspoliepen.


Hoe wordt de diagnose gesteld?

De diagnose wordt gesteld op grond van de klachten, de bevindingen bij lichamelijk onderzoek, uitslagen van bloedonderzoek, longfunctieonderzoek en eventueel aanvullend onderzoek.

Bloedonderzoek

Bij bloedonderzoek is het aantal eosinofiele granulocyten verhoogd. Dit wordt eosinofilie genoemd.

Longfunctieonderzoek

Bij onderzoek van de longfunctie kan de FEV1 verminderd zijn.

Weefselonderzoek

Soms zal de arts besluiten om weefselonderzoek te doen om een diagnose te kunnen stellen. Hierbij wordt tijdens een bronchoscopie een stukje weefsel uit de luchtwegen verwijderd. Dit wordt ‘biopsie’ genoemd. Dit weefsel wordt vervolgens door een patholoog onder de microscoop bekeken. In het weefsel zijn veel ontstekingscellen zichtbaar, met een overmaat aan eosinofiele granulocyten.


Wat is de behandeling?

Voorheen werd eosinofiel astma vooral behandeld met corticosteroïden. Niet alle patiënten reageren daar echter goed op. Daarom worden vaak nieuwere anti-astmamiddelen voorgeschreven voor deze aandoening. Een voorbeeld van dergelijke nieuwe middelen zijn de zogenaamde leukotriëenantagonisten. Ze verminderen de ontsteking die bij deze aandoening ontstaat in de longen. Een voorbeeld van zo’n leukotriëenantagonist is montelukast (merknaam: Singulair).

Andere nieuwe middelen die worden gebruikt bij de behandeling van eosinofiel astma zijn benralizumab (merknaam: Fasenra), mepolizumab (merknaam: Nucala) en reslizumab (merknaam: Cinqaero). Deze laatste middelen zijn monoklonale antilichamen. Ze binden heel gericht aan stofjes in ons lichaam die een belangrijke rol spelen bij het ontstaan van een ontstekingsreactie. Door aan deze stofjes te binden worden ze onwerkzaam. Ontstekingsreacties worden op die manier geremd door deze middelen.

Als er sprake is van complicaties, zoals bijvoorbeeld sinusitis, kan de arts besluiten antibiotica voor te schrijven. Eventueel aanwezige neuspoliepen kunnen door een KNO-arts worden behandeld.


Reacties van lotgenoten

Hieronder kun je reageren op dit artikel. Je kunt feedback geven op het artikel, ervaringen delen, vragen stellen en/of aanvullingen of adviezen geven. Andere lezers kunnen daar weer op reageren. Zo kan een levendige discussie ontstaan. Het is ook een manier om in contact te komen met andere mensen met eosinofiel astma. Kijk eens op de webpagina over slokdarmkramp (oesofagusspasme) of de webpagina over Tarlov-cyste om te zien hoe een online discussie zich kan ontwikkelen.

Reacties worden niet automatisch gepubliceerd. Dit gebeurt nadat ze door de redactie van Simpto.nl gezien zijn. Daar kan soms enige uren overheen gaan.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *