Wat is een embolie?

Een embolie is het vastlopen van deeltjes in de bloedvaten, waardoor een afsluiting van één of meer bloedvaten ontstaat. Het gaat om deeltjes die normaal gesproken niet in de bloedbaan horen te zijn. Het deeltje dat vastloopt wordt ’embolus’ of ’embool’ genoemd.

De meest voorkomende vorm van embolie is een bloedstolsel dat wordt gevormd in een bloedvat, vervolgens losschiet en met de bloedstroom meegaat en vastloopt elders in de bloedbaan. Er zijn echter ook andere vormen van embolie, bijvoorbeeld ‘luchtembolie‘ en ‘vetembolie‘. In het eerste geval gaat het over een luchtbel die vastloopt in een bloedvat en de doorstroming van bloed belemmert. In het tweede geval gaat het om een vetpropje dat vastloopt in de bloedbaan en zo de doorstroming van bloed belemmert.

Embolieën kunnen zowel in slagaders als in aders optreden. Op grond van dit onderscheid wordt gesproken van een ‘arteriële embolie’ (slagaders) of een ‘veneuze embolie’ (aders).

Longembolie

Het meest bekende voorbeeld van een embolie is een longembolie. Een longembolie ontstaat meestal als een bloedstolsel in een bloedvat van het been (trombosebeen) losschiet en vastloopt in de longen.

Lees verder over dit onderwerp in het hoofdstuk over longembolie.

Hersenembolie

Een ander bekend voorbeeld is het ontstaan van bloedstolsels in het hart bij mensen met boezemfibrilleren. Als dergelijke bloedstolsels losschieten kunnen ze vastlopen in bloedvaten die naar de hersenen lopen. In dat geval wordt gesproken van een hersenembolie. Hersenembolie leidt tot een TIA of beroerte.

Lees verder over dit onderwerp in het hoofdstuk over hersenembolie.

Septische embolie

Een ‘septische embolie’ is een losgeslagen bloedstolsel dat is geïnfecteerd met bacteriën.

Luchtembolie

Een luchtembolie is een luchtbel die vastloopt in een bloedvat en de doorstroming van bloed belemmert.

Lees verder over dit onderwerp in het hoofdstuk over luchtembolie.

Vetembolie

Een vetembolie is een vetpropje dat vastloopt in de bloedbaan en zo de doorstroming van bloed belemmert. Een vetembolie wordt meestal veroorzaakt door een botbreuk. Als tijdens een ongeval een groot bot breekt, bijvoorbeeld het dijbeen of het bekken, zal beenmerg uit het bot vrijkomen. Beenmerg bevat onder andere vetdeeltjes. Doordat bij een ongeval ook bloedvaten beschadigd raken kunnen deze vetdeeltjes in de bloedbaan terechtkomen. Daar kunnen ze vastlopen, bijvoorbeeld in de longen en/of hersenen.

Lees verder over dit onderwerp in het hoofdstuk over vetembolie.

Cholesterolembolie

Bij mensen met aderverkalking (atherosclerose) ontstaan plaques aan de binnenkant van grote bloedvaten als de aorta. Deze plaques bevatten cholesterol. Als de plaques kapot gaan kunnen deeltjes die bestaan uit cholesterolkristallen losraken en met de bloedstroom meegevoerd worden. Ze kunnen elders in de bloedbaan vastlopen en afsluiting van bloedvaatjes veroorzaken. Dan wordt gesproken van cholesterolembolie. Het kapot gaan van de plaques kan gebeuren tijdens een medische ingreep waarbij bijvoorbeeld katheters in de aorta worden opgevoerd.

Lees verder over dit onderwerp in het hoofdstuk over cholesterolembolie.

Vruchtwaterembolie

Bij een vruchtwaterembolie komt vruchtwater tijdens de bevalling in het bloed van de moeder. Daar kunnen vruchtwaterdruppeltjes bloedvaten verstoppen.

Lees verder over dit onderwerp in het hoofdstuk over vruchtwaterembolie.

Beloop en prognose

Embolieën kunnen ernstige gevolgen hebben. De ernst van de embolie is afhankelijk van de grootte van de embolus (het vastgelopen deeltje). Hoe groter de embolus, des te groter het bloedvat dat afgesloten raakt.

Afsluiting van een bloedvat leidt ertoe dat het orgaan of lichaamsdeel dat van die bloedvoorziening afhankelijk is steeds slechter gaat werken en uiteindelijk afsterft.

Engelse term

embolism


Gepubliceerd door: Simpto.nl
Datum van publicatie: 11 januari 2016
Auteur: Erwin Douwes
Laatst bijgewerkt op: 18 februari 2017